Regeling van de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap van 27 juni 2023, nr. 1409103, houdende regels voor de subsidieverstrekking ten behoeve van het Leven Lang Ontwikkelen-Katalysator programma voor Bouwsteen 2 (Subsidieregeling LLO-oplossingen energie- en grondstoffentransitie 2023–2026)
Gelet op de artikelen 4 en 5 van de Wet overige OCW-subsidies en de artikelen 1.3 en 2.1 van de Kaderregeling subsidies OCW, SZW en VWS;
Besluit:
Paragraaf 1. Inleidende bepalingen
Artikel 1. Begripsbepalingen
In deze regeling wordt verstaan onder:
- arbeidsorganisatie: publieke of private werkgever die binnen een samenwerkingsverband de aanleiding vormt voor het ontwerpen en het ontwikkelen van een LLO-oplossing niet zijnde een publieke opleider;
- beoordelingscommissie: commissie als bedoeld in artikel 26;
- cofinanciering: cofinanciering als bedoeld in artikel 17;
- co-makerschap: vorm van partnerschap waarin de samenwerking dusdanig is dat alle deelnemers invloed hebben op en bijdragen aan het ontwikkelproces van een LLO-oplossing en een aantoonbaar belang hebben bij het resultaat van de samenwerking;
- competentieknelpunt: belemmering in de ontwikkeling of beschikbaarheid van menselijk kapitaal op de arbeidsmarkt doordat de benodigde competenties of vaardigheden ontbreken of niet beschikbaar zijn, onvoldoende ontwikkeld zijn of onvoldoende erkend worden;
- DUS-I: Dienst Uitvoering Subsidies aan Instellingen;
- energie- en grondstoffentransitie: overgang van het gebruik van fossiele energie naar energie uit hernieuwbare bronnen en de overgang van een lineaire economie naar een circulaire economie waarin geen verspilling bestaat;
- groot project: project als bedoeld in artikel 3, derde lid;
- klein project: project als bedoeld in artikel 3, tweede lid;
- LLO: Leven Lang Ontwikkelen;
- LLO-ecosysteem: samenhangend geheel van interacterende partijen als overheid, brancheverenigingen, vakbonden, opleiders en uitvoerders binnen de context van een (arbeidsmarkt)regio of sector dat gericht is op het stimuleren van leren en ontwikkelen van werkenden, werkzoekenden en organisaties en bijdraagt aan een sterke leercultuur en leerinfrastructuur;
- LLO-oplossing: op grond van deze regeling gesubsidieerde leer- of ontwikkelactiviteit of reeks van activiteiten gericht op het oplossen van een competentieknelpunt van werkenden, werkzoekenden en werkgevers binnen de context van een (arbeidsmarkt)regio of sector;
- minister: Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap;
- model: beschrijving van het eindproduct van de LLO-oplossing waaruit in elk geval blijkt welk competentieknelpunt het eindproduct oplost, op welke doelgroep het is gericht en hoe de LLO-oplossing uitvoerbaar, kostendekkend en schaalbaar in de praktijk gebracht kan worden;
- penvoerder: penvoerder als bedoeld in artikel 3;
- project: in het kader van deze subsidieregeling ontplooide activiteiten van een samenwerkingsverband om te komen tot een LLO-oplossing;
- publieke opleider: instelling als bedoeld in artikel 1.3.1 of 1.3.2 van de Wet educatie en beroepsonderwijs of instelling voor hoger onderwijs als bedoeld in artikel 1.8, eerste lid, van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek;
- samenwerkingsverband: samenwerkingsverband als bedoeld in artikel 4;
- testen: in de praktijk testen van een conceptversie van een LLO-oplossing of een onderdeel daarvan door de deelnemers aan een samenwerkingsverband, met het doel de LLO-oplossing door te ontwikkelen tot een eindproduct;
- vraagarticulatie: voortdurend proces van afstemming tussen arbeidsorganisaties en opleiders binnen een samenwerkingsverband om een leer- en ontwikkelvraagstuk in de huidige of toekomstige praktijk te signaleren, te verkennen en te doorgronden, waarbij het resultaat van dit proces de basis vormt voor het ontwerpen en ontwikkelen van een LLO-oplossing en waarbij de hierbij opgedane inzichten kunnen leiden tot nieuwe vragen.
Artikel 2. Toepasselijke regelgeving
Deze regeling geldt in aanvulling op de Kaderregeling subsidies OCW, SZW en VWS.
Artikel 3. Subsidieverstrekking kleine en grote projecten
De minister kan op grond van deze regeling subsidie verstrekken aan de penvoerder van een samenwerkingsverband voor een klein of groot project gericht op het ontwikkelen van een LLO-oplossing in het kader van de energie- en grondstoffentransitie.
Voor een klein project bedraagt de subsidie ten minste € 50.000, maar minder dan € 125.000.
Voor een groot project bedraagt de subsidie ten minste € 125.000 en ten hoogste € 2.000.000.
Subsidieaanvragen die betrekking hebben op een bedrag van minder dan € 50.000,– of meer dan € 2.000.000,– worden afgewezen.
Een subsidieaanvraag kan uitsluitend worden ingediend door een publieke opleider die deelneemt aan een samenwerkingsverband, en die namens dat samenwerkingsverband als penvoerder optreedt.
De subsidie wordt aangevraagd door, verstrekt aan en verantwoord door de penvoerder, ongeacht welke partij in het samenwerkingsverband feitelijk is belast met de uitvoering van de daarop betrekking hebbende werkzaamheden.
Artikel 4. Samenwerkingsverbanden
Een samenwerkingsverband bestaat uit ten minste één arbeidsorganisatie en ten minste twee publieke opleiders die een combinatie zijn van:
- a. een instelling als bedoeld in artikel 1.3.1 van de Wet educatie en beroepsonderwijs die op grond van artikel 2.1.3 van deze wet in aanmerking voor bekostiging is gebracht; of
- b. een hogeschool als bedoeld in de onderdelen c en g van de bijlage bij de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek; of
- c. een universiteit als bedoeld in de onderdelen a, b, h, i en j van de bijlage bij de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek.
Naast publieke opleiders en arbeidsorganisaties kunnen ook andere partijen zoals private opleiders aan het samenwerkingsverband deelnemen.
Artikel 5. Subsidieplafond
Voor subsidieverstrekking op aanvragen die in de eerste aanvraagronde, bedoeld in artikel 6, eerste lid, onderdeel a, zijn ingediend, is een bedrag van € 17.500.000 beschikbaar, waarvan:
- a. € 2.250.000 beschikbaar is voor kleine projecten; en
- b. € 15.250.000 beschikbaar is voor grote projecten.
Voor subsidieverstrekking op aanvragen die in de tweede aanvraagronde, bedoeld in artikel 6, eerste lid, onderdeel b, zijn ingediend, is een bedrag van € 20.500.000 beschikbaar, waarvan:
- a. € 1.000.000 beschikbaar is voor kleine projecten; en
- b. € 19.500.000 beschikbaar is voor grote projecten.
Voor subsidieverstrekking op aanvragen die in de derde aanvraagronde, bedoeld in artikel 6, eerste lid, onderdeel c, zijn ingediend, is een bedrag van € 26.250.000 beschikbaar, waarvan:
- a. € 1.250.000 beschikbaar is voor kleine projecten; en
- b. € 25.000.000 beschikbaar is voor grote projecten.
Voor subsidieverstrekking op aanvragen die in de vierde aanvraagronde, bedoeld in artikel 6, eerste lid, onderdeel d, zijn ingediend, is een bedrag van € 5.450.257,00 beschikbaar, waarvan:
- a. € 375.000 beschikbaar is voor kleine projecten; en
- b. € 5.075.257 beschikbaar is voor grote projecten.
Artikel 6. Algemene bepalingen subsidieaanvraag
Op grond van deze regeling kan subsidie worden aangevraagd:
- a. van 2 oktober 2023 tot en met 16 oktober 2023;
- b. van 1 april 2024 tot en met 15 april 2024;
- c. van 18 november tot en met 2 december 2024;
- d. van 15 september tot en met 22 september 2025.
Aanvragen die buiten een in het eerste lid bedoelde aanvraagperiode worden ingediend, worden afgewezen.
Een samenwerkingsverband kan per aanvraagronde ten hoogste één subsidieaanvraag indienen.
Een publieke opleider kan per aanvraagronde als deelnemer aan meerdere samenwerkingsverbanden deelnemen, doch kan per aanvraagronde ten hoogste eenmaal als penvoerder optreden.
De subsidie wordt aangevraagd met gebruikmaking van het aanvraagformulier dat daartoe is bekendgemaakt op de website van DUS-I.
Paragraaf 2. Kleine projecten
Artikel 7. Te subsidiëren activiteiten
De minister kan subsidie verstrekken aan de penvoerder van een samenwerkingsverband voor een klein project als bedoeld in artikel 3, eerste en tweede lid.
Een klein project is gericht op een onderdeel van het ontwikkelproces van een LLO-oplossing in het kader van de energie- en grondstoffentransitie. Subsidiabele activiteiten voor een klein project zijn:
- a. het doorlopen van het proces van vraagarticulatie met het doel de gewenste LLO-oplossing concreet te maken; of
- b. het ontwerpen van een gewenste LLO-oplossing in co-makerschap door de deelnemers aan het samenwerkingsverband; of
- c. het ontwikkelen van een conceptversie van een LLO-oplossing in co-makerschap door de deelnemers aan het samenwerkingsverband.
Artikel 8. Subsidieaanvraag klein project
In aanvulling op het aanvraagformulier, bedoeld in artikel 6, vijfde lid, dient de penvoerder die subsidie aanvraagt voor een klein project de volgende documenten in:
- a. een visiedocument als bedoeld in artikel 9;
- b. een activiteitenplan als bedoeld in artikel 10;
- c. een begroting als bedoeld in artikel 11;
- d. een samenwerkingsovereenkomst als bedoeld in artikel 12; en
- e. een samenvatting van de aanvraag die openbaar gemaakt kan worden.
Artikel 9. Visiedocument
In het visiedocument wordt de visie van het samenwerkingsverband beschreven op het oplossen van één of meerdere competentieknelpunten in het kader van de energie- en grondstoffentransitie binnen een bepaalde regio of sector.
Het visiedocument bevat in ieder geval:
- a. een beschrijving van de regio of sector waarin het samenwerkingsverband actief is;
- b. een beschrijving van de competentieknelpunten in het kader van de energie- en grondstoffentransitie op de arbeidsmarkt binnen de regio of sector waar het samenwerkingsverband zich op richt;
- c. een beschrijving van de samenstelling van het samenwerkingsverband en de overwegingen die bij de samenstelling een rol hebben gespeeld;
- d. een beschrijving van de ambities van het samenwerkingsverband met het project qua bereik voor werkenden, werkzoekenden, werkgevers en andere stakeholders; en
- e. een beschrijving van de bijdrage die het samenwerkingsverband met het project wil leveren aan het oplossen van de beschreven competentieknelpunten en het versterken van het LLO-ecosysteem waar het onderdeel van is.
Artikel 10. Activiteitenplan
In voorkomend geval in aanvulling op artikel 3.4 van de Kaderregeling, bevat het activiteitenplan in ieder geval:
- a. een projectbeschrijving met de projectdoelstellingen in relatie tot het visiedocument;
- b. een beschrijving van de projectorganisatie met een verdeling van de taken tussen de partijen van het samenwerkingsverband waarmee aannemelijk wordt gemaakt dat de partijen in staat zijn het voorstel binnen de gestelde tijd uit te voeren; en
- c. een activiteitenplanning met een uitgewerkt overzicht van realiseerbare activiteiten in het eerste jaar van de projectperiode en dat bestaat uit fasering, mijlpalen en beoogde tussentijdse resultaten en indien van toepassing, een globaal overzicht van realiseerbare activiteiten voor het tweede jaar van de projectperiode, bestaande uit fasering, mijlpalen en beoogde eindresultaten.
Artikel 11. Begroting
De begroting bevat een overzicht van de kosten van de activiteiten, voorzien van een toelichting. Op de begroting is artikel 3.5 van de Kaderregeling van toepassing.
Voor de begroting kan worden gekozen uit vier functies met een vast integraal uurtarief inclusief opslag voor overhead en administratie:
- a. secretarieel of administratief medewerker € 63;
- b. projectmedewerker € 86;
- c. projectleider, docent of onderzoeker € 108;
- d. (associate) practor, lector, of hoogleraar € 127.
De begroting wordt aangeleverd in het hiervoor door DUS-I beschikbaar gestelde format.
Artikel 12. Samenwerkingsovereenkomst
De samenwerking binnen het samenwerkingsverband voor een klein project wordt vastgelegd in een samenwerkingsovereenkomst.
De samenwerkingsovereenkomst wordt ondertekend door de partijen in het samenwerkingsverband.
In de samenwerkingsovereenkomst is in elk geval vastgelegd:
- a. de beoogde start- en einddatum van het project;
- b. dat de penvoerder gemachtigd is om als penvoerder namens het samenwerkingsverband op te treden;
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.