Regeling van de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap van 27 juni 2023, nr. 1409103, houdende regels voor de subsidieverstrekking ten behoeve van het Leven Lang Ontwikkelen-Katalysator programma voor Bouwsteen 2 (Subsidieregeling LLO-oplossingen energie- en grondstoffentransitie 2023–2026)

Type Ministeriële regeling
Publication 2025-07-12
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

Gelet op de artikelen 4 en 5 van de Wet overige OCW-subsidies en de artikelen 1.3 en 2.1 van de Kaderregeling subsidies OCW, SZW en VWS;

Besluit:

Paragraaf 1. Inleidende bepalingen

Artikel 1. Begripsbepalingen

In deze regeling wordt verstaan onder:

Artikel 2. Toepasselijke regelgeving

Deze regeling geldt in aanvulling op de Kaderregeling subsidies OCW, SZW en VWS.

Artikel 3. Subsidieverstrekking kleine en grote projecten
1.

De minister kan op grond van deze regeling subsidie verstrekken aan de penvoerder van een samenwerkingsverband voor een klein of groot project gericht op het ontwikkelen van een LLO-oplossing in het kader van de energie- en grondstoffentransitie.

2.

Voor een klein project bedraagt de subsidie ten minste € 50.000, maar minder dan € 125.000.

3.

Voor een groot project bedraagt de subsidie ten minste € 125.000 en ten hoogste € 2.000.000.

4.

Subsidieaanvragen die betrekking hebben op een bedrag van minder dan € 50.000,– of meer dan € 2.000.000,– worden afgewezen.

5.

Een subsidieaanvraag kan uitsluitend worden ingediend door een publieke opleider die deelneemt aan een samenwerkingsverband, en die namens dat samenwerkingsverband als penvoerder optreedt.

6.

De subsidie wordt aangevraagd door, verstrekt aan en verantwoord door de penvoerder, ongeacht welke partij in het samenwerkingsverband feitelijk is belast met de uitvoering van de daarop betrekking hebbende werkzaamheden.

Artikel 4. Samenwerkingsverbanden
1.

Een samenwerkingsverband bestaat uit ten minste één arbeidsorganisatie en ten minste twee publieke opleiders die een combinatie zijn van:

2.

Naast publieke opleiders en arbeidsorganisaties kunnen ook andere partijen zoals private opleiders aan het samenwerkingsverband deelnemen.

Artikel 5. Subsidieplafond
1.

Voor subsidieverstrekking op aanvragen die in de eerste aanvraagronde, bedoeld in artikel 6, eerste lid, onderdeel a, zijn ingediend, is een bedrag van € 17.500.000 beschikbaar, waarvan:

2.

Voor subsidieverstrekking op aanvragen die in de tweede aanvraagronde, bedoeld in artikel 6, eerste lid, onderdeel b, zijn ingediend, is een bedrag van € 20.500.000 beschikbaar, waarvan:

3.

Voor subsidieverstrekking op aanvragen die in de derde aanvraagronde, bedoeld in artikel 6, eerste lid, onderdeel c, zijn ingediend, is een bedrag van € 26.250.000 beschikbaar, waarvan:

4.

Voor subsidieverstrekking op aanvragen die in de vierde aanvraagronde, bedoeld in artikel 6, eerste lid, onderdeel d, zijn ingediend, is een bedrag van € 5.450.257,00 beschikbaar, waarvan:

Artikel 6. Algemene bepalingen subsidieaanvraag
1.

Op grond van deze regeling kan subsidie worden aangevraagd:

2.

Aanvragen die buiten een in het eerste lid bedoelde aanvraagperiode worden ingediend, worden afgewezen.

3.

Een samenwerkingsverband kan per aanvraagronde ten hoogste één subsidieaanvraag indienen.

4.

Een publieke opleider kan per aanvraagronde als deelnemer aan meerdere samenwerkingsverbanden deelnemen, doch kan per aanvraagronde ten hoogste eenmaal als penvoerder optreden.

5.

De subsidie wordt aangevraagd met gebruikmaking van het aanvraagformulier dat daartoe is bekendgemaakt op de website van DUS-I.

Paragraaf 2. Kleine projecten

Artikel 7. Te subsidiëren activiteiten
1.

De minister kan subsidie verstrekken aan de penvoerder van een samenwerkingsverband voor een klein project als bedoeld in artikel 3, eerste en tweede lid.

2.

Een klein project is gericht op een onderdeel van het ontwikkelproces van een LLO-oplossing in het kader van de energie- en grondstoffentransitie. Subsidiabele activiteiten voor een klein project zijn:

Artikel 8. Subsidieaanvraag klein project

In aanvulling op het aanvraagformulier, bedoeld in artikel 6, vijfde lid, dient de penvoerder die subsidie aanvraagt voor een klein project de volgende documenten in:

Artikel 9. Visiedocument
1.

In het visiedocument wordt de visie van het samenwerkingsverband beschreven op het oplossen van één of meerdere competentieknelpunten in het kader van de energie- en grondstoffentransitie binnen een bepaalde regio of sector.

2.

Het visiedocument bevat in ieder geval:

Artikel 10. Activiteitenplan

In voorkomend geval in aanvulling op artikel 3.4 van de Kaderregeling, bevat het activiteitenplan in ieder geval:

Artikel 11. Begroting
1.

De begroting bevat een overzicht van de kosten van de activiteiten, voorzien van een toelichting. Op de begroting is artikel 3.5 van de Kaderregeling van toepassing.

2.

Voor de begroting kan worden gekozen uit vier functies met een vast integraal uurtarief inclusief opslag voor overhead en administratie:

3.

De begroting wordt aangeleverd in het hiervoor door DUS-I beschikbaar gestelde format.

Artikel 12. Samenwerkingsovereenkomst
1.

De samenwerking binnen het samenwerkingsverband voor een klein project wordt vastgelegd in een samenwerkingsovereenkomst.

2.

De samenwerkingsovereenkomst wordt ondertekend door de partijen in het samenwerkingsverband.

3.

In de samenwerkingsovereenkomst is in elk geval vastgelegd:

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.