← Geldende tekst · Geschiedenis

Regeling van de Minister van Justitie en Veiligheid en de Minister voor Rechtsbescherming van 4 juli 2023, nr. 4605733, houdende regels met betrekking tot het verstrekken van een eenmalige specifieke uitkering ter voorkoming van jeugdcriminaliteit (Regeling specifieke uitkering ter voorkoming van jeugdcriminaliteit 2023)

Geldende tekst a fecha 2023-07-08

Gelet op artikel 17, vijfde lid, van de Financiële-verhoudingswet,

Besluiten:

Artikel 1. Definitiebepalingen

In deze regeling wordt verstaan onder:

Artikel 2. Specifieke uitkering
1.

De Ministers kunnen op aanvraag van een gemeente een eenmalige specifieke uitkering verstrekken ten behoeve van het treffen van maatregelen ter voorkoming van jeugdcriminaliteit.

2.

De specifieke uitkering wordt niet verstrekt voor BTW die verschuldigd is over kosten voor de uitvoering van projecten en werkzaamheden, bedoeld in het eerste lid, voor zover het bedrag van de BTW in aanmerking komt voor compensatie op grond van de Wet op het BTW-compensatiefonds.

Artikel 3. Aanvraag
1.

Een aanvraag bevat in ieder geval:

2.

Het plan van aanpak bedoeld in het eerste lid, onder b, bevat in ieder geval:

3.

De aanvraag van de gemeenten Delft, Dordrecht, Roosendaal en Vlaardingen heeft betrekking op de kosten die worden gemaakt tussen 1 juni 2023 en 1 juni 2026, en wordt voor 24 april 2023 ingediend met gebruikmaking van een door de Minister ter beschikking gesteld digitaal aanvraagformulier.

4.

De aanvraag van de gemeenten Almere, Enschede, Helmond, ’s-Hertogenbosch, Maastricht, Nijmegen, Sittard-Geleen en Venlo, heeft betrekking op de kosten die gemaakt zullen worden tussen 1 juni 2023 en 1 juni 2026, met dien verstande dat de kosten van 1 juni 2023 tot 1 januari 2024 zien op de voorbereidingskosten ten behoeve van de aanvraag. Deze aanvraag wordt voor 4 oktober 2023 ingediend met gebruikmaking van een door de Minister ter beschikking gesteld digitaal aanvraagformulier. Deze aanvraag bevat, in afwijking van het eerste lid, onder c, een begroting voor ten hoogste drie jaren.

Artikel 4. Hoogte specifieke uitkering
1.

Voor het verlenen van uitkeringen aan de gemeenten is ten hoogste € 50.960.000 beschikbaar in de periode van 1 juni 2023 tot 1 juni 2026. Artikel 4:25, tweede en derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht is van overeenkomstige toepassing.

2.

Een gemeente kan over de gehele periode maximaal € 4.665.000 inclusief BTW aanvragen, waarbij compensabele BTW wordt afgedragen aan het BTW-compensatiefonds, waarvan maximaal € 1.555.000 per jaar naar rato van de bestedingsperiode.

3.

Een gemeente kan jaarlijks maximaal € 555.000,- van het aan hen toegekende bedrag besteden ten behoeve van de inzet op gezag door de justitiële functies: voor de inzet van de gecertificeerde instellingen, de capaciteit in de zorg- en veiligheidshuizen en de inzet van maximaal 1,5 fte aan jeugdboa’s in de gemeente.

4.

Voor de voorbereidingskosten voor de gemeenten Almere, Enschede, Helmond, ’s-Hertogenbosch, Maastricht, Nijmegen, Sittard-Geleen en Venlo bedoeld in artikel 3, vierde lid, is in 2023 maximaal € 150.000 per gemeente beschikbaar.

Artikel 5. Wijze van verstrekking

Het aan de gemeenten toegekende bedrag wordt in de periode tussen 1 juni 2023 tot en met 1 februari 2026 bevoorschot en in drie of vier delen in jaarlijkse termijnen uitgekeerd. De eerste uitkering vindt plaats binnen zes weken te rekenen vanaf de dagtekening van de beschikking tot toekenning van de eenmalige specifieke uitkering.

Artikel 6. Meldingsplicht

De gemeente die een eenmalige specifieke uitkering heeft ontvangen is verplicht om onverwijld een schriftelijke melding te doen zodra aannemelijk is dat de activiteiten waarvoor die uitkering is verleend niet, niet tijdig of niet geheel zullen worden verricht.

Artikel 7. Vaststelling en verantwoording
1.

Nadat de Ministers de verantwoordingsinformatie, bedoeld in artikel 17a van de Financiële-verhoudingswet, van de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties hebben ontvangen, stellen de Ministers de uitkering binnen 22 weken na de laatste termijn overeenkomstig de verlening vast.

2.

De Ministers kunnen de uitkering lager vaststellen, indien:

Artikel 8. Terugvordering

De Ministers kunnen onverschuldigd uitgekeerde bedragen naar aanleiding van een lagere vaststelling van de uitkering als bedoeld in artikel 7, tweede lid, terugvorderen.

Artikel 9. Inwerkingtreding
1.

Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst en werkt terug tot en met 24 april 2023.

2.

Deze regeling vervalt met ingang van 1 juni 2026, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op specifieke uitkeringen die op grond van deze regeling voor die datum zijn verstrekt.

Artikel 10. Citeertitel

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling specifieke uitkering ter voorkoming van jeugdcriminaliteit 2023.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.