Regeling van de Minister voor Onderwijs, Cultuur en Wetenschap van 3 juli 2023 nr. 38037878, houdende regels voor de subsidieverstrekking aan samenwerkingsverbanden voor onderwijscoalities tijdens de af- en ombouw van de gesloten jeugdhulp (Subsidieregeling onderwijscoalities af- en ombouw gesloten jeugdhulp)

Type Ministeriële regeling
Publication 2025-07-10
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

Gelet op de artikelen 4 en 5 van de Wet overige OCW-subsidies en de artikelen 1.3 en 2.1 van de Kaderregeling subsidies OCW, SZW en VWS;

Besluit:

Ook gepubliceerd in Stcrt. 2023/19331.

Artikel 1. Begripsbepaling

In deze regeling wordt verstaan onder:

Artikel 2. Toepasselijkheid Kaderregeling
1.

Deze regeling geldt in aanvulling op de Kaderregeling.

Artikel 3. Doel van de regeling
1.

De Minister kan in 2023 aan een penvoerder subsidie verstrekken voor de uitvoering van een plan van aanpak in de kalenderjaren 2023 en 2024 en in de eerste zes maanden van het kalenderjaar 2025, voor kwalitatief goed onderwijs en passende ondersteuning aan jeugdigen die behoren tot de in artikel 4, eerste lid, bedoelde doelgroep, tijdens de af- en ombouw van de gesloten jeugdhulp.

1a. De minister kan in 2025 aan een penvoerder subsidie verstrekken voor de uitvoering van een plan van aanpak in de periode van 1 juli 2025 tot en met 31 augustus 2028, voor kwalitatief goed onderwijs en passende ondersteuning aan jeugdigen die behoren tot de in artikel 4, eerste lid, bedoelde doelgroep, tijdens de af- en ombouw van de gesloten jeugdhulp.

2.

De subsidie heeft ten doel om door middel van de uitvoering van de activiteiten, bedoeld in artikel 4, bij te dragen aan de verdere ontwikkeling en organisatie van kwalitatief goed onderwijs en ondersteuning voor jeugdigen die in de periode van 2023 tot en met 30 juni 2025 tijdelijk verblijven in gesloten of open jeugdhulpinstellingen, inclusief kleinschalige voorzieningen of kleinschalige woonvoorzieningen, en beoogt bij te dragen aan een soepele overgang na hun residentiële verblijf.

3.

De subsidie heeft tevens ten doel om door middel van de uitvoering van de activiteiten, bedoeld in artikel 4, bij te dragen aan de voorbereiding en aansluiting van het onderwijs bij de af- en ombouw van de gesloten jeugdhulp, door het opbouwen van kennis- en expertise en het bevorderen van samenwerking tussen de verschillende partijen van de coalitie, bedoeld in artikel 5, die betrokken zijn bij de ontwikkeling van de jeugdigen.

Artikel 4. Doelgroep en te subsidiëren activiteiten in het plan van aanpak
1.

De Minister verstrekt uitsluitend subsidie voor een plan van aanpak dat is gericht op jeugdigen in de leeftijd van 12 tot 18 jaar, die tijdelijk dag en nacht op een gesloten of open accommodatie, inclusief kleinschalige voorziening verblijven, niet zijnde jeugdigen die vanwege een strafrechtelijke uitspraak geplaatst zijn en verblijven in justitiële jeugdinrichtingen.

2.

De leeftijdsgrens van jeugdigen, bedoeld in het eerste lid, geldt niet voor de coalitie of coalities die jeugdigen van de Bergse Veldschool bij de gesloten jeugdhulpinstelling Bergse Bos begeleiden in de af- en ombouw van de gesloten jeugdzorg.

3.

De Minister kan voor de doelgroep als bedoeld in het eerste lid subsidie verstrekken voor de volgende activiteiten:

4.

Ten behoeve van de uitvoering van de subsidiabele activiteiten kunnen door de penvoerder subsidiemiddelen overgedragen worden aan een school, mbo-instelling of samenwerkingsverband.

5.

Op grond van deze regeling wordt geen subsidie verstrekt voor kosten voor huisvesting als bedoeld in artikel 6.2 van de Wet voortgezet onderwijs 2020 en artikel 90 van de Wet op de expertisecentra.

Artikel 5. Penvoerder en coalities
1.

Subsidie kan worden aangevraagd door een samenwerkingsverband, niet zijnde het landelijk samenwerkingsverband, dat optreedt als penvoerder namens een coalitie.

2.

Een coalitie voldoet ten minste aan de volgende eisen:

3.

Een coalitie weigert geen scholen op het terrein van accommodaties gesloten jeugdhulp die zich in het kader van de subsidieaanvraag bij die coalitie willen aansluiten.

3a. Een coalitie die een subsidieaanvraag doet als bedoeld in artikel 3, lid 1a, weigert geen mbo-instellingen die zich in het kader van die subsidieaanvraag bij de coalitie willen aansluiten.

4.

Subsidie wordt aangevraagd door, verleend aan en verantwoord door de penvoerder.

5.

Op de penvoerder rusten alle aan de subsidie verbonden verplichtingen, ongeacht welke partij feitelijk is belast met de uitvoering van de daarop betrekking hebbende werkzaamheden.

Artikel 6. Inhoud plan van aanpak
1.

Het plan van aanpak bevat activiteiten als bedoeld in artikel 4, derde lid, die gericht zijn op jeugdigen die behoren tot de doelgroep, bedoeld in artikel 4, eerste lid, zodat zij zich optimaal kunnen ontwikkelen binnen het onderwijs.

2.

In het plan van aanpak geeft de penvoerder de beoogde samenwerking en afstemming vorm tussen de verschillende partijen die betrokken zijn in de coalitie.

3.

In het plan van aanpak wordt de bestaande expertise van scholen bij accommodaties gesloten jeugdhulp, en in voorkomend geval ook bij andere accommodaties, opgenomen om de kennisoverdracht tussen coalitiepartijen te bevorderen.

4.

Het plan van aanpak bestaat uit een activiteitenplan en een begroting. Op het activiteitenplan en de begroting zijn de artikelen 3.4 en 3.5 van de Kaderregeling van toepassing. Het activiteitenplan bevat, in aanvulling op het bepaalde in artikel 3.4 van de Kaderregeling, een beschrijving van:

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.