Regeling van de Minister voor Onderwijs, Cultuur en Wetenschap van 3 juli 2023 nr. 38037878, houdende regels voor de subsidieverstrekking aan samenwerkingsverbanden voor onderwijscoalities tijdens de af- en ombouw van de gesloten jeugdhulp (Subsidieregeling onderwijscoalities af- en ombouw gesloten jeugdhulp)
Gelet op de artikelen 4 en 5 van de Wet overige OCW-subsidies en de artikelen 1.3 en 2.1 van de Kaderregeling subsidies OCW, SZW en VWS;
Besluit:
Ook gepubliceerd in Stcrt. 2023/19331.
Artikel 1. Begripsbepaling
In deze regeling wordt verstaan onder:
- accommodatie: bouwkundige voorziening of deel van een bouwkundige voorziening met het daarbij behorende terrein, waar jeugdhulp wordt verleend door of namens een jeugdhulpaanbieder, als bedoeld in artikel 1.1 van de Jeugdwet;
- accommodatie gesloten jeugdhulp: accommodaties van een instelling gesloten jeugdhulp, genoemd in Bijlage 1 van de Regeling specifieke uitkering vastgoedtransitie residentiële jeugdhulp 2021;
- bovenregionaal expertisenetwerk jeugd: één van de acht expertisenetwerken jeugd als bedoeld in artikel 1 van de Regeling specifieke uitkering randvoorwaardelijke functies jeugdhulp;
- bovenregionaal plan: bovenregionaal plan als bedoeld in artikel 1 van de Regeling specifieke uitkering vastgoedtransitie residentiële jeugdhulp 2021;
- bevoegd gezag: bevoegd gezag als bedoeld in artikel 1 van de Wet op het primair onderwijs, artikel 1 van de Wet op de expertisecentra of artikel 1.1 van de Wet voortgezet onderwijs 2020;
- coalitie: coalitie als bedoeld in artikel 5, tweede lid;
- coördinerende gemeente: coördinerende gemeente, genoemd in Bijlage 1 van de Regeling specifieke uitkering vastgoedtransitie residentiële jeugdhulp 2021;
- gesloten jeugdhulp: jeugdhulp op basis van een machtiging als bedoeld in de artikelen 6.1.2, 6.1.3 of 6.1.4 van de Jeugdwet;
- gesloten jeugdhulpinstelling: jeugdhulpaanbieder voor gesloten jeugdhulp die opgenomen is in de Bekendmaking geregistreerde jeugdhulpaanbieders van 17 februari 2022 (Stcrt. 2022, 4785);
- hoger onderwijs: onderwijs als bedoeld in artikel 1.1, onderdeel b, van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek;
- jeugdige: jeugdige als bedoeld in artikel 1.1 van de Jeugdwet;
- Kaderregeling: Kaderregeling subsidies OCW, SZW en VWS;
- kleinschalige voorziening: voorziening als bedoeld in artikel 4;
- landelijk samenwerkingsverband: samenwerkingsverband als bedoeld in artikel 2.47, achttiende lid, van de Wet voortgezet onderwijs 2020;
- mbo-instelling: instelling als bedoeld in artikel 1.1.1 van de Wet educatie en beroepsonderwijs;
- penvoerder: samenwerkingsverband als bedoeld in artikel 5;
- regionaal expertteam jeugd: regionaal expertteam jeugd in één van de 42 Jeugdregio’s in Nederland;
- samenwerkingsverband: samenwerkingsverband als bedoeld in artikel 2.47, tweede lid, van de Wet voortgezet onderwijs 2020;
- speciaal onderwijs: speciaal onderwijs als bedoeld in artikel 2 Wet op de expertisecentra.
- student: student als bedoeld in artikel 1.1.1 van de Wet educatie en beroepsonderwijs;
- vo-leerling: leerling als bedoeld in artikel 6.7 van het Uitvoeringsbesluit WVO 2020;
- voortgezet onderwijs: onderwijs als bedoeld in artikel 1.4 van de Wet voortgezet onderwijs 2020;
- voortgezet speciaal onderwijs: voortgezet speciaal onderwijs als bedoeld in artikel 2 van de Wet op de expertisecentra.
Artikel 2. Toepasselijkheid Kaderregeling
Deze regeling geldt in aanvulling op de Kaderregeling.
Artikel 4.3, eerste lid, van de Kaderregeling is niet van toepassing.
Artikel 3. Doel van de regeling
De Minister kan in 2023 aan een penvoerder subsidie verstrekken voor de uitvoering van een plan van aanpak in de kalenderjaren 2023 en 2024 en in de eerste zes maanden van het kalenderjaar 2025, voor kwalitatief goed onderwijs en passende ondersteuning aan jeugdigen die behoren tot de in artikel 4, eerste lid, bedoelde doelgroep, tijdens de af- en ombouw van de gesloten jeugdhulp.
1a. De minister kan in 2025 aan een penvoerder subsidie verstrekken voor de uitvoering van een plan van aanpak in de periode van 1 juli 2025 tot en met 31 augustus 2028, voor kwalitatief goed onderwijs en passende ondersteuning aan jeugdigen die behoren tot de in artikel 4, eerste lid, bedoelde doelgroep, tijdens de af- en ombouw van de gesloten jeugdhulp.
De subsidie heeft ten doel om door middel van de uitvoering van de activiteiten, bedoeld in artikel 4, bij te dragen aan de verdere ontwikkeling en organisatie van kwalitatief goed onderwijs en ondersteuning voor jeugdigen die in de periode van 2023 tot en met 30 juni 2025 tijdelijk verblijven in gesloten of open jeugdhulpinstellingen, inclusief kleinschalige voorzieningen of kleinschalige woonvoorzieningen, en beoogt bij te dragen aan een soepele overgang na hun residentiële verblijf.
De subsidie heeft tevens ten doel om door middel van de uitvoering van de activiteiten, bedoeld in artikel 4, bij te dragen aan de voorbereiding en aansluiting van het onderwijs bij de af- en ombouw van de gesloten jeugdhulp, door het opbouwen van kennis- en expertise en het bevorderen van samenwerking tussen de verschillende partijen van de coalitie, bedoeld in artikel 5, die betrokken zijn bij de ontwikkeling van de jeugdigen.
Artikel 4. Doelgroep en te subsidiëren activiteiten in het plan van aanpak
De Minister verstrekt uitsluitend subsidie voor een plan van aanpak dat is gericht op jeugdigen in de leeftijd van 12 tot 18 jaar, die tijdelijk dag en nacht op een gesloten of open accommodatie, inclusief kleinschalige voorziening verblijven, niet zijnde jeugdigen die vanwege een strafrechtelijke uitspraak geplaatst zijn en verblijven in justitiële jeugdinrichtingen.
De leeftijdsgrens van jeugdigen, bedoeld in het eerste lid, geldt niet voor de coalitie of coalities die jeugdigen van de Bergse Veldschool bij de gesloten jeugdhulpinstelling Bergse Bos begeleiden in de af- en ombouw van de gesloten jeugdzorg.
De Minister kan voor de doelgroep als bedoeld in het eerste lid subsidie verstrekken voor de volgende activiteiten:
- a. de inzet van gespecialiseerde medewerkers of docenten met kennis over residentiële jeugdigen om docenten in het voortgezet onderwijs, het voortgezet speciaal onderwijs of het middelbaar beroepsonderwijs te ondersteunen bij het bieden van onderwijs aan jeugdigen die in de residentiele jeugdhulp verblijven;
- b. het bieden van begeleiding bij het onderwijs- en ontwikkelproces van de jeugdige, met als doel dat de school waar de jeugdige op dat moment onderwijs krijgt betrokken blijft bij de ontwikkeling van de jeugdige die van een grootschalige gesloten accommodatie naar een kleinschalige voorziening wordt overgeplaatst;
- c. de afstemming tussen scholen bij de individuele begeleiding van een jeugdige in de overstap naar passend en aansluitend onderwijs in de omgeving;
- d. het faciliteren van het onderwijspersoneel van scholen verbonden aan gesloten accommodaties bij de opbouw van onderwijs of onderwijsondersteuning bij kleinschalige voorzieningen of bij alternatieven van gesloten jeugdhulp;
- e. de ondersteuning bij de individuele casuïstiek van jeugdigen in verschillende schoolsoorten, van primair onderwijs tot en met middelbaar beroepsonderwijs en het hoger onderwijs, of begeleiding van jeugdigen naar stagemogelijkheden of beschikbare onderwijsvoorzieningen;
- f. kennisopbouw en deskundigheidsbevordering bij consulenten van de samenwerkingsverbanden, onderwijsteams en regionale expertteams jeugd of bovenregionale expertisenetwerken jeugd over de ontwikkeling van jeugdigen in de gesloten jeugdhulp en het onderwijs bij kleinschalige voorzieningen;
- g. het opzetten, inrichten en borgen van een goede samenwerking en afspraken tussen de samenwerkingsverbanden, het middelbaar beroepsonderwijs, het primair en voortgezet onderwijs, de relevante gemeente of gemeenten of coördinerende gemeente of gemeenten, regionale expertteams, bovenregionale expertisenetwerken jeugd, de betrokken jeugdhulpaanbieders of andere partijen over het onderwijs en de ondersteuning aan de jeugdigen die met de af- en ombouw van de gesloten jeugdzorg op andere plekken terechtkomen en daar onderwijs nodig hebben, en de jeugdigen die voorlopig nog in de gesloten jeugdhulp verblijven; of
- h. activiteiten in het kader van projectleiding van het plan van aanpak waaronder projectplanning, verdere uitwerking van activiteiten, coördinatie en evaluatie.
Ten behoeve van de uitvoering van de subsidiabele activiteiten kunnen door de penvoerder subsidiemiddelen overgedragen worden aan een school, mbo-instelling of samenwerkingsverband.
Op grond van deze regeling wordt geen subsidie verstrekt voor kosten voor huisvesting als bedoeld in artikel 6.2 van de Wet voortgezet onderwijs 2020 en artikel 90 van de Wet op de expertisecentra.
Artikel 5. Penvoerder en coalities
Subsidie kan worden aangevraagd door een samenwerkingsverband, niet zijnde het landelijk samenwerkingsverband, dat optreedt als penvoerder namens een coalitie.
Een coalitie voldoet ten minste aan de volgende eisen:
- a. een coalitie bestaat uit ten minste twee samenwerkingsverbanden;
- b. in de coalitie treedt één samenwerkingsverband op als penvoerder namens de deelnemende samenwerkingsverbanden;
- c. een samenwerkingsverband in de coalitie neemt niet deel aan meerdere coalities tegelijk;
- d. de coalitie vormt een logisch geografisch afgebakend geheel, door bestaande samenwerkingsrelaties of geografische grenzen, waar mogelijk aansluitend op het bovenregionaal gebied.
Een coalitie weigert geen scholen op het terrein van accommodaties gesloten jeugdhulp die zich in het kader van de subsidieaanvraag bij die coalitie willen aansluiten.
3a. Een coalitie die een subsidieaanvraag doet als bedoeld in artikel 3, lid 1a, weigert geen mbo-instellingen die zich in het kader van die subsidieaanvraag bij de coalitie willen aansluiten.
Subsidie wordt aangevraagd door, verleend aan en verantwoord door de penvoerder.
Op de penvoerder rusten alle aan de subsidie verbonden verplichtingen, ongeacht welke partij feitelijk is belast met de uitvoering van de daarop betrekking hebbende werkzaamheden.
Artikel 6. Inhoud plan van aanpak
Het plan van aanpak bevat activiteiten als bedoeld in artikel 4, derde lid, die gericht zijn op jeugdigen die behoren tot de doelgroep, bedoeld in artikel 4, eerste lid, zodat zij zich optimaal kunnen ontwikkelen binnen het onderwijs.
In het plan van aanpak geeft de penvoerder de beoogde samenwerking en afstemming vorm tussen de verschillende partijen die betrokken zijn in de coalitie.
In het plan van aanpak wordt de bestaande expertise van scholen bij accommodaties gesloten jeugdhulp, en in voorkomend geval ook bij andere accommodaties, opgenomen om de kennisoverdracht tussen coalitiepartijen te bevorderen.
Het plan van aanpak bestaat uit een activiteitenplan en een begroting. Op het activiteitenplan en de begroting zijn de artikelen 3.4 en 3.5 van de Kaderregeling van toepassing. Het activiteitenplan bevat, in aanvulling op het bepaalde in artikel 3.4 van de Kaderregeling, een beschrijving van:
- a. een beknopte regiovisie met de voorgenomen regionale veranderingen in aanloop naar kalenderjaar 2030 als gevolg van de af- en ombouw van grootschalige gesloten jeugdhulpinstellingen en een omschrijving van de gevolgen voor het onderwijs van de jeugdigen in de coalitie in 2023 en 2024, waarvan het bovenregionaal plan van de coördinerende gemeente of gemeenten een onderdeel kan zijn;
- b. de gestelde concrete doelen van de coalitie, in aansluiting op de subsidiedoelen als bedoeld in artikel 3 en de regiovisie als bedoeld in onderdeel a;
- c. de inspanning die verricht is om relevante regionale partijen te betrekken bij de uitvoering van het plan van aanpak;
- d. de wijze waarop de samenwerking tussen de partijen in de coalitie vormgegeven wordt, inclusief eventueel andere momenteel nog niet-aangesloten partijen, waarbij in ieder geval in wordt gegaan op de betrokkenheid en rol van de coördinerende gemeente of gemeenten;
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.