Regeling van de Minister voor Langdurige Zorg en Sport van 7 juli 2023, kenmerk 3633224-1050445-DMO, houdende regels voor de verstrekking van subsidie voor woonruimte waar jongeren betaalbaar kunnen samenleven met ouderen en de begeleiding daarbij (Subsidieregeling intergenerationeel wonen)

Type Ministeriële regeling
Publication 2024-11-16
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

Gelet op de artikelen 3 en 5 van de Kaderwet VWS-subsidies;

Besluit:

Artikel 1. Begripsbepalingen

In deze regeling wordt verstaan onder:

Artikel 2. Toepasselijkheid Kaderregeling

Op deze regeling is artikel 10.1 van de Kaderregeling niet van toepassing.

Artikel 3. Subsidiabele activiteiten en hoogte van de subsidie
1.

De minister kan op aanvraag subsidie verstrekken aan een verhuurder voor:

2.

De hoogte van de subsidie bedraagt:

Artikel 4. Wijze van subsidieverstrekking
1.

Indien de subsidie minder dan € 25.000 bedraagt wordt de subsidie ambtshalve vastgesteld tot ten hoogste het bedrag waarvan de hoogte door de minister bij de verlening is genoemd, overeenkomstig artikel 1.5, onder a, onder 2°, van de Kaderregeling.

2.

Indien de subsidie € 25.000 of meer bedraagt bestaan de te subsidiëren activiteiten uit meetbare prestatie-eenheden en wordt de subsidie vastgesteld op een bedrag per gerealiseerde prestatie-eenheid waarvan de hoogte door de minister bij de verlening is genoemd, voor ten hoogste het maximum aantal prestatie-eenheden dat door de minister bij de verlening is genoemd, overeenkomstig artikel 1.5, onder b, van de Kaderregeling.

Artikel 5. Staatssteun
1.

De uitvoering van de activiteiten, zoals genoemd in artikel 3, eerste lid, worden aangewezen als een DAEB.

2.

Subsidie wordt uitsluitend verstrekt indien de subsidieaanvrager met de Staat een overeenkomst sluit waarbij de Staat hem belast met en hij zich verplicht tot het verrichten van de DAEB, bedoeld in het eerste lid.

Artikel 6. Subsidievoorwaarden
1.

Subsidie wordt enkel verstrekt aan een verhuurder die op 1 januari van het jaar van het indienen van een aanvraag tot subsidieverlening in het handelsregister stond ingeschreven met een hoofd- of nevenactiviteit met een bijhorende SBI-code die in Bijlage 1 is opgenomen.

2.

De periode voor het uitvoeren van de subsidiabele activiteiten, bedoeld in artikel 3, eerste lid:

3.

Subsidie wordt enkel verstrekt indien:

4.

Subsidie wordt enkel verstrekt voor activiteiten, bedoeld in artikel 3, eerste lid, onder b, voor een begeleider die:

5.

Indien sprake is van subsidiabele activiteiten die zien op meer dan een woonruimte, wordt daarvoor door de verhuurder per periode bedoeld in het tweede lid, één aanvraag ingediend.

6.

Subsidie wordt enkel opnieuw verstrekt aan een verhuurder na afloop van de periode, bedoeld in het tweede lid, van de reeds aan die verhuurder op grond van deze regeling verstrekte subsidie.

Artikel 7
1.

Het subsidieplafond bedraagt voor het jaar 2025 € 1.000.000,–.

2.

De Minister verdeelt het ingevolge het subsidieplafond beschikbare bedrag op volgorde van binnenkomst van de aanvragen, met dien verstande dat wanneer de aanvrager krachtens artikel 4:5 van de Algemene wet bestuursrecht de gelegenheid heeft gehad de aanvraag aan te vullen, de dag waarop de aanvraag is aangevuld als datum van ontvangst geldt.

Artikel 8. Aanvraag tot subsidieverlening
1.

Een aanvraag tot subsidieverlening voor het kalenderjaar 2023 kan worden ingediend van 17 juli 2023 om 9.00 uur tot en met 15 september 2023 om 16.00 uur.

2.

Een aanvraag tot subsidieverlening voor subsidiabele activiteiten, bedoeld in artikel 3, eerste lid, die aanvangen in het kalenderjaar 2024 kan worden ingediend van 2 januari 2024 om 9.00 uur tot en met 31 mei 2024 om 16.00 uur.

3.

Een aanvraag tot subsidieverlening voor subsidiabele activiteiten, bedoeld in artikel 3, eerste lid, die aanvangen in het kalenderjaar 2025 kan worden ingediend van 18 november 2024 om 09.00 uur tot en met 30 april 2025 om 16.00 uur.

4.

Voor de aanvraag, de verklaringen van de verhuurder, bedoeld in het vierde lid en de begroting, wordt een door de minister vastgesteld formulier gebruikt.

5.

Bij de aanvraag verklaart de verhuurder in een activiteitenplan:

6.

In aanvulling op artikel 3.3 van de Kaderregeling gaat de aanvraag vergezeld van:

Artikel 9. Bevoorschotting
1.

Indien de subsidie minder dan € 25.000 bedraagt verstrekt de minister bij het besluit tot subsidieverlening een voorschot ter hoogte van 100% van het in de subsidieverlening opgenomen subsidiebedrag, dat in één keer wordt uitbetaald.

2.

Indien de subsidie € 25.000 of meer bedraagt verstrekt de minister bij het besluit tot subsidieverlening een voorschot ter hoogte van 50% van het in de subsidieverlening opgenomen subsidiebedrag, dat in één keer wordt uitbetaald.

Artikel 10. Verplichtingen
1.

Indien sprake is van leegstand van de woonruimte meldt de verhuurder dit schriftelijk in aanvulling op en in afwijking van artikel 5.7, eerste lid, van de Kaderreling:

2.

De betaalde kale huurprijs mag niet hoger zijn dan die in de huurovereenkomst is opgenomen, behoudens verhogingen conform wet- en regelgeving.

Artikel 11. Aanvraag tot subsidievaststelling

Indien een verleende subsidie € 25.000 of meer bedraagt vraagt de verhuurder vaststelling van de subsidie aan binnen 22 weken na de datum, bedoeld in artikel 6, tweede lid.

Artikel 12. Hardheidsclausule

De minister kan een of meer bepalingen van deze regeling buiten toepassing laten of daarvan afwijken voor zover toepassing gelet op het belang dat de desbetreffende bepaling beoogt te beschermen, zal leiden tot een onbillijkheid van overwegende aard.

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.