Regeling van de Minister voor Langdurige Zorg en Sport van 7 juli 2023, kenmerk 3634246-1050406-DMO, houdende een specifieke uitkering voor IZA-doelen 2023–2026 (Regeling specifieke uitkering IZA-doelen 2023–2026)

Type Ministeriële regeling
Publication 2025-10-18
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

Gelet op de artikelen 3 en 5 van de Kaderwet VWS-subsidies;

Besluit:

Artikel 1. Algemene begripsbepalingen

In deze regeling wordt verstaan onder:

Artikel 2. Toepasselijkheid Awb en Kaderregeling subsidies OCW, SZW en VWS
1.

Op deze regeling zijn de artikelen 4:35, 4:37, 4:38, 4:40, 4:46, 4:48 tot en met 4:50, 4:56 en 4:57 van de Algemene wet bestuursrecht van overeenkomstige toepassing.

2.

Op deze regeling is de Kaderregeling subsidies OCW, SZW en VWS niet van toepassing.

Artikel 3. IZA-doelen
1.

De minister kan aan een mandaathouder een uitkering verstrekken voor activiteiten in een samenwerkingsregio in het kader van de ambities en doelen zoals gesteld in het IZA en uitgewerkt in de Werkagenda VNG bij het IZA:

2.

Tot de activiteiten, bedoeld in het eerste lid, behoren in elk geval:

Artikel 4. Hoogte van de uitkering

De uitkering voor activiteiten als bedoeld in artikel 3 bedraagt per kalenderjaar ten hoogste het in bijlage 1 bij deze regeling bij de desbetreffende mandaathouder en het desbetreffende jaar genoemde bedrag.

Artikel 5. Dubbelfinanciering

Er wordt geen uitkering verstrekt voor activiteiten waarvoor reeds een uitkering is verstrekt op grond van de Regeling specifieke uitkering voor sport en bewegen, gezondheidsbevordering, cultuurparticipatie en de sociale basis 2023–2026.

Artikel 6. Aanvraag, verlening en bevoorschotting
1.

De minister verleent de uitkering voor het jaar 2023 ambtshalve uiterlijk 30 september 2023.

2.

De aanvraag tot verlening van een uitkering voor de jaren 2024, 2025 en 2026 wordt door de mandaathouder mede namens hetzij namens de andere gemeenten in de samenwerkingsregio ingediend in de periode van 15 november 2023 tot en met 1 maart 2024.

3.

Voor de aanvraag wordt een door de minister vastgesteld formulier gebruikt.

4.

De aanvraag gaat vergezeld van de volgende documenten:

5.

De minister besluit binnen 13 weken na 1 maart 2024 op de aanvraag, bedoeld in het tweede lid.

6.

Het besluit tot verlening van een uitkering vermeldt in elk geval waarvoor de uitkering wordt verleend, het bedrag van de uitkering, de wijze van verantwoording, de periode waarvoor de uitkering wordt verleend en de wijze waarop het verrichten van de activiteiten kan worden aangetoond.

7.

De minister verleent bij het besluit tot verlening van een uitkering een voorschot van 100%, dat in jaarlijkse termijnen wordt betaald.

Artikel 7. Verplichtingen verbonden aan de uitkering
1.

Indien bij de aanvraag als bedoeld in artikel 6, tweede lid, geen regioplan wordt overgelegd, kan de minister bij de verleningsbeschikking nadere verplichtingen opleggen.

2.

De mandaathouder werkt mee aan de afspraken in het IZA ten aanzien van monitoring.

3.

De mandaathouder meldt, onder overlegging van een toelichting en de relevante stukken, onverwijld schriftelijk aan de minister indien:

Artikel 8. Verantwoording
1.

De gemeenten die van de mandaathouder in de betreffende samenwerkingsregio middelen ontvangen uit de specifieke uitkering sturen voor hun activiteiten de vereiste verantwoordingsinformatie aan de mandaathouder.

2.

De mandaathouder legt uiterlijk op 15 juli van het jaar volgend op het begrotingsjaar verantwoording af over de besteding van de volledige specifieke uitkering, zoals bepaald in artikel 17a van de Financiële-verhoudingswet.

Artikel 9. Vaststelling en terugvordering
1.

De minister besluit uiterlijk 37 weken na ontvangst van de verantwoordingsinformatie, bedoeld in artikel 8, tweede lid, over de vaststelling van de uitkering.

2.

Indien de activiteiten waarvoor de uitkering is verleend zijn verricht en daarnaast volledig is voldaan aan de verplichtingen die verbonden zijn aan de uitkering, wordt de uitkering vastgesteld op ter hoogte van een bedrag per jaar dat bestaat uit de bestedingen in het betreffende jaar, tot ten hoogste het in de verleningsbeschikking genoemde bedrag per jaar.

3.

Indien de informatie ten behoeve van de verantwoording te laat, niet of niet volledig wordt verstrekt, kan de minister de uitkering op een lager bedrag vaststellen, aan de hand van de gegevens die tot het besluit tot vaststelling beschikbaar zijn gesteld.

Artikel 10. Hardheidsclausule

De minister kan een of meer bepalingen van deze regeling buiten toepassing laten of daarvan afwijken voor zover van toepassing gelet op het belang dat de desbetreffende bepaling beoogt te beschermen, zal leiden tot een onbillijkheid van overwegende aard.

Artikel 11. Inwerkingtreding en vervaldatum
1.

Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.

2.

Deze regeling vervalt met ingang van 16 juli 2027, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op uitkeringen die voor die datum zijn verleend.

Artikel 12. Citeertitel

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling specifieke uitkering IZA-doelen 2023–2026.

Bijlage 1

Bijlage behorend bij artikel 4.

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.