← Geldende tekst · Geschiedenis

Regeling van de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid van 6 juli 2023, nummer 4718821, houdende regels voor de subsidiëring van projecten ter ondersteuning van zelfstandig vertrek van vreemdelingen en gemeenschapsonderdanen uit Nederland (Subsidieregeling ondersteuning zelfstandig vertrek 2023)

Geldende tekst a fecha 2026-01-16

Gelet op de artikelen 3 en 4 van de Kaderwet overige JenV-subsidies en artikel 2, eerste lid, van het Kaderbesluit overige JenV-subsidies,

Besluit:

Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen

Artikel 1. Definities

In deze regeling wordt verstaan onder:

Artikel 2. Aard en doel van de projecten

De minister kan een subsidie verstrekken voor projecten zonder winstoogmerk op het gebied van het bevorderen van het zelfstandig vertrek en het bieden van ondersteuning bij het zelfstandig vertrek uit Nederland van doelgroep A, vreemdelingen, en doelgroep B, gemeenschapsonderdanen.

Artikel 3. Doelgroep A – Vreemdelingen
1.

Doelgroep A zijn vreemdelingen die in Nederland verblijven, een visumplicht hebben om naar Nederland te reizen en waarvan het land van herkomst of bestendig verblijf op de lijst met OESO-DAC-landen staat vermeld of anderzijds wordt toegestaan onder het huidige beleid, en

2.

In afwijking van het eerste lid zijn uitgesloten vreemdelingen:

Artikel 4. Doelgroep B – Gemeenschapsonderdanen

Doelgroep B zijn gemeenschapsonderdanen die de intentie hadden om zich voor langere duur in Nederland te vestigen, die het niet gelukt is om in Nederland voldoende inkomsten te genereren om in hun eigen levensonderhoud te voorzien, die niet over voldoende financiële middelen beschikken om op eigen gelegenheid uit Nederland te vertrekken en die sociaal maatschappelijke begeleiding nodig hebben bij hun terugkeer of herintegratie.

Artikel 5. Subsidiabele activiteiten
1.

De minister kan een subsidie verstrekken voor projecten voor doelgroep A die uitsluitend zijn gericht op de volgende activiteiten:

2.

De minister kan een subsidie verstrekken voor projecten voor doelgroep B die uitsluitend zijn gericht op de volgende activiteiten:

Artikel 6. De subsidieaanvrager

De subsidie wordt aangevraagd door een in Nederland gevestigde, niet-gouvernementele organisatie met rechtspersoonlijkheid naar Nederlands recht.

Artikel 7. Aanvraagtijdvakken, subsidieplafond en verdeling bij overschrijding subsidieplafond
1.

Een subsidie kan uitsluitend worden verstrekt als de minister de mogelijkheid tot het doen van een aanvraag voor subsidie heeft opengesteld door vaststelling van een subsidieplafond en van een tijdvak voor de indiening van een aanvraag voor subsidie.

2.

De mogelijkheid tot het indienen van aanvragen om subsidie bestaat slechts gedurende door de minister vastgestelde aanvraagtijdvakken, zoals genoemd in de hoofdstukken 2 en 3.

3.

Het subsidieplafond wordt verdeeld op volgorde van ontvangst van de volledige subsidieaanvragen.

Wanneer meerdere subsidieaanvragen op dezelfde dag zijn ontvangen en verstrekking van subsidie voor deze aanvragen zou leiden tot overschrijding van het subsidieplafond, wordt de toewijzing van subsidie bepaald door de selectiecommissie van de DT&V. De selectiecommissie houdt in ieder geval rekening met het unieke karakter van de ingediende projectvoorstellen, de waarschijnlijkheid dat de beoogde doelstellingen behaald worden en mogelijke risico’s, waaronder financiële risico’s.

Artikel 8. De subsidieaanvraag
1.

Een subsidieaanvraag heeft steeds betrekking op één project.

2.

Een subsidieaanvraag dient per post of per e-mail te worden ingediend.

3.

De looptijd van een project bedraagt minimaal twaalf en maximaal vierentwintig maanden.

4.

Het project start op zijn vroegst op de datum van ontvangst van de volledige subsidieaanvraag en uiterlijk zes maanden na ontvangst van de volledige subsidieaanvraag.

5.

Als meerdere rechtspersonen in een project samenwerken, kan slechts één van hen de subsidie aanvragen.

6.

Indien het project wordt uitgevoerd door een samenwerkingsverband, wordt bij de subsidieaanvraag een kopie van de ondertekende samenwerkingsverklaring meegezonden.

7.

Als voor een project cofinanciering wordt verkregen van een derde, wordt bij de subsidieaanvraag een ondertekende cofinancieringsverklaring meegezonden. De cofinancieringsverklaring vermeldt het bedrag van de cofinanciering en of het bedrag een absolute bijdrage of een bedrag naar rato van de daadwerkelijk gemaakte kosten betreft.

8.

De subsidieaanvraag bevat in ieder geval:

9.

De projectbeschrijving en begroting worden ingediend onder gebruikmaking van daartoe door de minister beschikbaar gestelde formulieren.

10.

De projectbeschrijving bevat in ieder geval:

11.

De verplichtingen, genoemd in het achtste lid, onderdelen f en h, zijn niet van toepassing op een non governmental organisation die minder dan een jaar bestaat op het moment van de subsidieaanvraag. In dat geval wordt bij de subsidieaanvraag een bankgarantie overgelegd ter hoogte van 20% van de gevraagde subsidie.

Artikel 9. Verplichtingen subsidieontvanger
1.

Projecten worden altijd uitgevoerd in samenwerking of in afstemming met de Dienst Terugkeer en Vertrek.

2.

De volgende rapportageverplichtingen zijn van toepassing:

3.

De volgende administratievoorschriften zijn van toepassing:

4.

De volgende bescheiden zijn beschikbaar:

Artikel 10. Beslissing op de aanvraag
1.

De datum van ontvangst is de datum waarop de aanvraag volledig is ingediend.

2.

Op de aanvraag wordt uiterlijk dertien weken na ontvangst van de aanvraag beslist.

3.

Desgevraagd verstrekt de subsidieaanvrager een nadere toelichting op de projectbeschrijving en de begroting.

4.

De beschikking vermeldt in ieder geval de projectperiode, het maximumbedrag van de subsidie, alsmede de doelgroep.

Artikel 11. Weigering van de subsidie

De minister kan een subsidie weigeren wanneer:

Artikel 12. Subsidiabele kosten
1.

Ter uitvoering van de subsidiabele activiteiten van het project komen voor subsidiëring uitsluitend de volgende kostensoorten in aanmerking:

2.

De subsidiabele kosten voor doelgroep A worden verhoogd met een opslag van maximaal 13% ter dekking van de indirecte kosten. Voor doelgroep B geldt een opslag van maximaal 9%.

3.

De kosten van de door een subsidieontvanger verrichte eigen arbeid ten behoeve van het project worden, indien een berekening overeenkomstig het eerste lid, onderdeel a, niet mogelijk is, berekend door het aantal uren dat de betrokken persoon aan het project ten behoeve van deze activiteiten heeft gemaakt, te vermenigvuldigen met een vast uurtarief van € 43.

Artikel 13. Niet subsidiabel

Niet voor subsidiëring komen in aanmerking:

Artikel 14. Bevoorschotting
1.

In het geval van verlening van de subsidie wordt een voorschot verleend tot maximaal 50% van het in de beschikking tot subsidieverlening opgenomen maximum subsidiebedrag.

2.

Vier weken na het verstrijken van de helft van de looptijd, kan een aanvullend voorschot van maximaal 30% van het in de beschikking tot subsidieverlening opgenomen maximum subsidiebedrag worden verleend.

3.

Aan de subsidieontvanger kan een nadere financiële en inhoudelijke onderbouwing, inclusief specificatie van reeds gemaakte kosten alsmede zekerheid worden gevraagd ten behoeve van het verlenen van een voorschot.

4.

Het maximale voorschot per project bedraagt 80% van het in de beschikking tot subsidieverlening opgenomen maximum subsidiebedrag.

Artikel 15. Subsidievaststelling
1.

De subsidieontvanger dient binnen dertien weken na beëindiging van het project een verzoek tot vaststelling van de subsidie in bij de minister. Bij het verzoek tot vaststelling van de subsidie wordt een inhoudelijke en financiële eindrapportage gevoegd. De financiële eindrapportage wordt ingediend onder gebruikmaking van een daartoe door de minister beschikbaar gesteld formulier.

2.

Voor projecten waarvoor een maximale subsidie is verstrekt van meer dan € 125.000, wordt bij het verzoek om vaststelling tevens een volgens het door de minister opgestelde accountantsprotocol opgestelde verklaring van een accountant gevoegd.

3.

De minister stelt binnen 22 weken na ontvangst van het verzoek tot vaststelling van de subsidie de subsidie vast.

Artikel 16. Intrekking en terugvordering subsidie
1.

Zolang de subsidie niet is vastgesteld kan de minister de subsidieverlening intrekken of ten nadele van de subsidieontvanger wijzigen, indien:

2.

Gehele of gedeeltelijke intrekking van de beschikking tot subsidieverlening op grond van het eerste lid, onderdeel a, vindt niet plaats, indien de afwijking van het bij de subsidieaanvraag gevoegde projectbeschrijving vooraf aan de minister is voorgelegd en de minister daarmee schriftelijk heeft ingestemd.

Hoofdstuk 2. Bepalingen die zien op doelgroep a

Artikel 17. Specifieke eisen aan het project
1.

Een project dient zich te richten op een specifieke doelgroep van vreemdelingen die zich in Nederland bevinden.

2.

Subsidiabele activiteiten:

3.

Voor het verstrekken van herintegratieondersteuning in het land van herkomst of bestemming, is het uitgangspunt dat de subsidieontvanger gebruik maakt van FX EURP.

4.

In afwijking van het derde lid kunnen subsidieontvangers gebruikmaken van IOM indien FX EURP niet beschikbaar is in het land van herkomst of bestemming, of indien er geen terugkeerbesluit is uitgevaardigd aan de terugkeerder die wordt ondersteund door de subsidieontvanger.

5.

In afwijking van het derde lid kan de subsidieontvanger, slechts met voorafgaande toestemming van de minister, gebruikmaken van het IOM of een lokale partnerorganisatie, indien dat netwerk meer passend is voor het verstrekken van herintegratieondersteuning dan FX EURP.

6.

In het geval van een lokale partnerorganisatie als bedoeld in het vijfde lid beoordeelt de minister of het een institutionele partner betreft die aantoonbaar kwalitatief goede herintegratieondersteuning verstrekt.

7.

Voor het verkrijgen van de voorafgaande toestemming van de minister, bedoeld in het vijfde lid, dient de subsidieontvanger een verzoek in. De subsidieontvanger kan hiervoor gebruik maken van een door de minister beschikbaar gesteld formulier op de website van DT&V.

Artikel 18. Specifieke verplichtingen
1.

Projecten worden uitgevoerd in nauw overleg met DT&V. De subsidieontvanger en DT&V maken afspraken over hoe deze samenwerking wordt vormgegeven.

2.

De deelname van iedere individuele deelnemer dient ter verificatie aan de minister te worden voorgelegd via een daarvoor beschikbaar gesteld formulier. Dit formulier vermeldt via welk herintegratieprogramma of netwerk de vreemdeling ondersteuning ontvangt.

De verificatieprocedure staat omschreven in de Handleiding Projectadministratie.

3.

De deelname van iedere individuele deelnemer aan een project is beperkt tot vier maanden vóór vertrek en twaalf maanden na vertrek. Deze periodes kunnen in overleg met de minister worden verlengd.

4.

Deelname aan een project kan voortijdig worden beëindigd door de minister wanneer deelname de gedwongen terugkeer belemmert of omdat er geen uitzicht is op zelfstandig vertrek. Er is in beginsel geen uitzicht op zelfstandig vertrek als een deelnemer zich niet bij IOM dan wel DT&V heeft ingeschreven voor ondersteuning van het feitelijk vertrek.

5.

Indien een vreemdeling niet of niet meer deelneemt aan het project dient de subsidieontvanger de DT&V daarvan onverwijld in kennis te stellen door middel van het door de DT&V beschikbaar gestelde formulier.

6.

Voor iedere deelnemer aan het project wordt een persoonlijk herintegratieplan opgesteld. In het herintegratieplan wordt in ieder geval beschreven:

Artikel 19. Aanvullende bepalingen subsidiabele kosten
1.

De specifieke uitgaven in verband met doelgroepen die direct ten goede komen aan de vreemdelingen kunnen in natura of in contanten worden verstrekt. Deze kunnen bestaan uit:

Voor de specifieke bedragen in natura en in contanten wordt verwezen naar het geldende terugkeerondersteuningsbeleid zoals gepubliceerd op de website van de DT&V.

Deze uitgaven zijn subsidiabel voor zover zij niet door een ander programma of organisatie worden betaald of vergoed.

2.

De ondersteuning in natura kan niet bestaan uit het verstrekken van consumentenelektronica of kleding, tenzij hier expliciet toestemming voor is gegeven door de subsidieverstrekker.

3.

De natura herintegratieondersteuning dient gebaseerd te zijn op een individueel herintegratieplan. De kosten van verstrekte ondersteuning die niet aansluiten bij het herintegratieplan zijn niet subsidiabel.

4.

De ondersteuning die direct ten goede komt aan de vreemdeling is alleen subsidiabel voor deelnemers van wie de deelname na verificatie is goedgekeurd door de minister.

5.

Kosten voor training, opleiding en begeleiding van een deelnemer in Nederland, komen niet ten laste van de kosten die de vreemdeling direct ten goede komen. Deze activiteiten worden aangemerkt als activiteiten die een deelnemer bewegen tot of voorbereiden op hun vertrek uit Nederland en vallen onder de kostenpost 'verbruiksgoederen, benodigdheden en algemene diensten'.

6.

Kosten voor ondersteuning die direct ten goede komt aan de vreemdeling zijn alleen subsidiabel als deze:

7.

De kosten voor herintegratie in het land van bestemming, niet zijnde het land van herkomst, zijn alleen subsidiabel als het land van bestemming op de lijst met OESO-DAC-landen staat vermeld of anderzijds wordt toegestaan onder het huidige beleid.

Artikel 20. Hoogte van de subsidie
1.

De hoogte van de subsidie bedraagt minimaal € 125.000 en maximaal € 450.000 per project per tijdvak van 12 maanden.

2.

Organisaties die nog geen ervaring hebben met het organiseren van terugkeerprojecten die door de minister worden gesubsidieerd, komen in aanmerking voor een maximale subsidie van € 192.500 met een maximale projectduur van twaalf maanden.

3.

Een subsidie van meer dan € 350.000 per tijdvak van 12 maanden wordt alleen verstrekt aan organisaties:

Artikel 21. Aanvraagtijdvak

Subsidieaanvragen met betrekking tot een project voor doelgroep A worden door de minister jaarlijks ontvangen in het aanvraagtijdvak tussen 1 maart tot en met 31 december.

Artikel 22. Subsidieplafond

Het maximale beschikbare bedrag voor het verlenen van subsidie bedraagt voor het aanvraagtijdvak, bedoeld in artikel 21, € 1.702.000.

Hoofdstuk 3. Bepalingen die zien op doelgroep b

Artikel 23. Specifieke eisen aan het project
1.

De activiteiten worden landelijk uitgevoerd in nauwe samenwerking met gemeenten en maatschappelijke organisaties. Projecten zonder landelijke dekking komen niet voor subsidie in aanmerking.

2.

Een Nederlandse gemeente die het project meefinanciert dient een door het bevoegde gezag ondertekende co-financieringsverklaring op te stellen.

3.

In afwijking van artikel 9, derde lid, onder h, is het niet noodzakelijk om van medewerkers die tijdelijk werkzaam zijn voor het project, een verklaring omtrent het gedrag in de projectadministratie op te nemen.

Artikel 24. Specifieke verplichtingen
1.

De subsidieontvanger houdt een registratie bij waaruit blijkt of een deelnemer behoort tot de doelgroep van het project. In deze registratie zijn in ieder geval de personalia en nationaliteit van de deelnemer, de Nederlandse gemeente waar de deelnemer verblijft en de plaats waar de deelnemer naar toe terugkeert, opgenomen.

2.

Voor deelnemers waarvoor in het land van herkomst herintegratieondersteuning wordt georganiseerd, wordt een herintegratieplan opgesteld. Uit het herintegratieplan blijkt de noodzaak tot het verstrekken van herintegratieondersteuning en bevat in ieder geval een beschrijving van de verstrekte ondersteuning.

3.

Deelnemers dienen een formulier te ondertekenen voor de ontvangst van het vervoersbewijs en de ondersteuningsbijdrage. Het ondertekende formulier maakt onderdeel uit van de projectadministratie.

4.

Gemeenschapsonderdanen die in de afgelopen twee jaar met assistentie van een terugkeerproject uit Nederland zijn vertrokken, komen in beginsel niet in aanmerking voor deelname aan het project. Als sprake is van bijzondere omstandigheden, zoals ernstige verslavingsproblematiek, kan een uitzondering worden gemaakt. De subsidieontvanger registreert de uitzonderingen die zij maakt en bespreekt deze periodiek met de minister.

Artikel 25. Aanvullende bepalingen subsidiabele kosten
1.

De specifieke uitgaven in verband met doelgroepen die direct ten goede komen aan de Gemeenschapsonderdaan en in natura worden verstrekt, kunnen bestaan uit:

2.

De reiskosten, bedoeld in het eerste lid, onder a, bestaan uit een bus- of vliegticket waarbij gekozen wordt voor de meest economische optie. Als de deelnemer tijdens zijn terugreis wordt begeleid door een medische of sociaal-maatschappelijke begeleider, wordt een vliegticket als de meest economische optie beschouwd.

3.

De herintegratiekosten, bedoeld in het eerste lid, onder b, kunnen onder andere bestaan uit onderdak, sociale begeleiding, medische behandeling en ondersteuning bij het afkicken van een verslaving. Alleen herintegratiekosten die binnen drie maanden na terugkeer zijn gemaakt komen voor subsidie in aanmerking.

4.

Als het vanuit medisch of sociaal oogpunt noodzakelijk is, kan de Gemeenschapsonderdaan tijdens zijn reis begeleid worden door een medische of sociaal-maatschappelijke begeleider. De noodzaak van de begeleiding dient uit het persoonlijke dossier van de deelnemer te blijken.

5.

De specifieke uitgave in verband met doelgroepen die direct ten goede komen aan de Gemeenschapsonderdaan en in contanten worden verstrekt, kan bestaan uit een ondersteuningsbijdrage ter dekking van eerste levensbehoeften tijdens de terugreis van maximaal € 35 per deelnemer.

6.

Reis- en verblijfskosten van projectmedewerkers die niet permanent in Nederland wonen, die niet de Nederlandse nationaliteit bezitten en die tijdelijk voor het project werkzaam zijn, zijn subsidiabel onder de kostenpost reis- en verblijfskosten. Als er gedurende de projectperiode een aparte woning wordt gehuurd voor het verblijf van deze buitenlandse medewerkers, dan vallen de woonlasten onder de kostenpost 'huur van onroerende zaken'.

7.

Kosten voor opvang van Gemeenschapsonderdanen in Nederland zijn alleen subsidiabel als deze ter overbrugging van de periode tot het vertrek uit Nederland noodzakelijk zijn en de duur van de opvang beperkt is tot maximaal zeven dagen voor de dag van het vertrek.

Artikel 26. Hoogte van de subsidie
1.

De hoogte van de subsidie bedraagt maximaal € 2.000.000 per project per tijdvak van 12 maanden.

2.

De subsidie ten behoeve van projecten als bedoeld in dit hoofdstuk worden voor maximaal 50% door de Dienst Terugkeer & Vertrek gefinancierd. De overige 50% van de subsidiabele kosten van een project dienen gezamenlijk gefinancierd te worden door Nederlandse gemeenten, die in dit kader een co-financieringsverklaring hebben opgesteld, zoals bedoeld in artikel 23, tweede lid.

Artikel 27. Aanvraagtijdvak

Subsidieaanvragen met betrekking tot een project voor doelgroep B worden door de minister ontvangen in het aanvraagtijdvak van 1 januari 2026 tot en met 31 maart 2026.

Artikel 28. Subsidieplafond

Het maximale beschikbare bedrag voor het verlenen van subsidie bedraagt voor het aanvraagtijdvak, bedoeld in artikel 27, € 4.000.000.

Hoofdstuk 4. Slotbepalingen

Artikel 29. Intrekking Subsidieregeling ondersteuning zelfstandig vertrek 2019

De Subsidieregeling ondersteuning zelfstandig vertrek 2019 wordt ingetrokken, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op subsidies die voor het tijdstip van inwerkingtreding van deze regeling zijn aangevraagd.

Artikel 30. Inwerkingtreding

Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 augustus 2023 en vervalt met ingang van 1 augustus 2028, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op subsidies die voor laatstgenoemde datum zijn aangevraagd. De regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

Artikel 31. Citeertitel

Deze regeling wordt aangehaald als: Subsidieregeling ondersteuning zelfstandig vertrek 2023.