← Geldende tekst · Geschiedenis

Regeling van de Minister voor Klimaat en Energie van 13 juli 2023, nr. WJZ/ 26133830, houdende aanwijzing categorieën van productie-installaties voor de productie van duurzame energieproductie en klimaattransitie in 2023 (Regeling aanwijzing categorieën duurzame energieproductie en klimaattransitie 2023)

Geldende tekst a fecha 2023-09-05

Gelet op artikel 3, tweede lid, van de Kaderwet EZK- en LNV-subsidies en de artikelen 1, eerste lid, onderdeel o, tweede en derde lid, 2, tweede, derde, vierde, vijfde en zevende lid, 3, eerste lid, onderdelen a, c en d, tweede lid, onderdelen a en c, derde lid, onderdelen a, c en d, vierde en zesde lid, 6, derde lid, 7, eerste lid, 8, 10, eerste en derde lid, 11, eerste lid, 12, eerste lid, 14, eerste lid, onderdeel c, en vijfde lid, 15, derde, vierde, vijfde en zesde lid, 25, 27, eerste en derde lid, 28, eerste lid, 29, eerste lid, 31, eerste lid, onderdeel c, en vijfde lid, 32, derde, vierde, vijfde, zesde en zevende lid, 42, 43a, eerste en derde lid, 44, eerste lid, 45, eerste lid, 47, eerste lid, onderdeel c, en vijfde lid, 48, derde, vierde, vijfde en zevende lid, 55c, 55e, eerste en derde lid, 55f, eerste lid, 55g, eerste lid, 55i, vierde lid, 55j, derde, vierde, vijfde en zesde lid, 56, tweede, derde, vijfde, zesde en zevende lid, 57, eerste lid, onderdeel b, 59, tweede en derde lid, 61, eerste, derde en vierde lid, en 62, vierde lid, van het Besluit stimulering duurzame energieproductie en klimaattransitie;

Besluit:

§ 1. Begripsbepalingen

Artikel 1

In deze regeling wordt verstaan onder:

§ 2. Algemene bepalingen

Artikel 2
1.

Het subsidieplafond bedraagt € 8.000.000.000 voor het verlenen van subsidies die worden aangevraagd in de periode van 5 september, 9:00 uur, tot 5 oktober, 17:00, voor:

2.

Per categorie productie-installaties kan in de periode, genoemd in het eerste lid, per adres waarop een productie-installatie wordt geplaatst maximaal één aanvraag worden ingediend.

Artikel 3
1.

Van het subsidieplafond is:

2.

De minister verdeelt telkens het gereserveerde bedrag voor het verlenen van subsidies binnen een domein, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, b of c, in de volgorde van ontvangst van de aanvragen voor subsidies binnen dat domein, tot het gereserveerde bedrag binnen dat domein is bereikt.

3.

Indien honorering van alle aanvragen binnen een domein die op één dag zijn ontvangen ertoe zou leiden dat het gereserveerde bedrag voor het verlenen van subsidies binnen dat domein zou worden overschreden, worden telkens de aanvragen voor subsidie binnen dat domein met het laagste rangschikkingsbedrag, uitgedrukt in euro per 1.000 kg vermindering van broeikasgas, geacht eerder te zijn ontvangen. Bij een gelijk rangschikkingsbedrag stelt de minister de volgorde vast door loting.

4.

Indien blijkt dat het totale bedrag van de te verlenen subsidies voor aanvragen binnen een domein als bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, b of c, lager is dan het voor de aanvragen binnen dat domein gereserveerde bedrag, vervalt de reservering voor het overblijvende bedrag en wordt dat overblijvende bedrag verdeeld op de wijze, bedoeld in artikel 4.

Artikel 4

De minister verdeelt onverminderd artikel 3 het subsidieplafond op volgorde van binnenkomst van aanvragen voor zowel subsidies buiten de domeinen hoge-temperatuur-warmte, lage-temperatuur-warmte en moleculen, als voor subsidies binnen een van deze domeinen, indien in het betreffende domein het gereserveerde bedrag is bereikt.

Artikel 5

De maximale vermindering van broeikasgas die in aanmerking komt voor subsidies voor de productie van geavanceerde hernieuwbare brandstof op grond van artikel 79, eerste lid, die worden aangevraagd in de periode, genoemd in artikel 2, eerste lid, komt overeen met 10.300.000.000 kWh, gerekend voor de hele looptijd van de subsidies.

Artikel 6
1.

De minister beslist afwijzend op een aanvraag, indien:

2.

Bij het overleggen van de toestemming van de eigenaar, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, wordt gebruik gemaakt van het middel dat door de minister beschikbaar wordt gesteld.

Artikel 7
1.

Een subsidie als bedoeld in de artikelen 81, 83 en 85 die is afgegeven op een aanvraag voor subsidie die is ingediend met toepassing van artikel 2, vierde lid, van de Algemene uitvoeringsregeling, of een subsidie van meer dan € 400.000.000,– worden verleend onder de volgende opschortende voorwaarden:

2.

Voor het opstellen van de uitvoeringsovereenkomst, bedoeld in het eerste lid, wordt gebruik gemaakt van het in bijlage 1 opgenomen model.

3.

Het eerste lid is niet van toepassing op een productie-installatie als bedoeld in artikel 9b, eerste lid, onderdeel a, van de Elektriciteitswet 1998.

4.

Indien sprake is van een subsidie voor een productie-installatie voor hernieuwbare warmte of voor hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte, wordt voor het berekenen van het bedrag van € 400.000.000, bedoeld in het eerste lid, de subsidie meegeteld die eerder voor de productie-installatie is verstrekt op grond van het Besluit SDEK, het Besluit SDE, de MEP of de OV-MEP, indien de periode waarover de hiervoor bedoelde subsidie wordt verstrekt, nog niet is aangevangen.

5.

Indien subsidie wordt verstrekt als bedoeld in artikel 81, tweede, derde, vierde, vijfde, zesde of zevende lid, of artikel 83, tweede, derde, vierde, vijfde, zesde of zevende lid, en ook subsidie als bedoeld artikel 85, tweede, derde of vierde lid, worden voor het berekenen van het bedrag van € 400.000.000, bedoeld in het eerste lid, aanhef, beide subsidies bij elkaar opgeteld.

Artikel 8
1.

Als ingrijpend te renoveren productie-installaties waarvoor subsidie kan worden verstrekt als bedoeld in artikel 3, eerste lid, onderdeel c, en derde lid, onderdeel c, van het Besluit SDEK worden aangewezen:

2.

Als productie-installaties die als bedoeld in artikel 3, tweede lid, onderdeel a, van het Besluit SDEK worden aangewezen:

3.

Als te renoveren productie-installaties waarvoor subsidie kan worden verstrekt als bedoeld in artikel 3, tweede lid, onderdeel c, van het Besluit SDEK worden aangewezen:

4.

Als productie-installaties waarvoor subsidie wordt verstrekt indien deze geheel of deels bestaat uit gebruikte materialen als bedoeld in artikel 3, vierde lid, van het Besluit SDEK worden aangewezen:

Artikel 9
1.

Als productie-installaties waarvoor het verschil in kWh kan worden opgeteld als bedoeld in artikel 15, derde en vierde lid, van het Besluit SDEK worden aangewezen productie-installaties waarmee hernieuwbare elektriciteit wordt geproduceerd als bedoeld in de artikelen 13, 15, 17, eerste lid, 19, eerste lid, en 21, eerste lid. Het verschil in kWh dat bij het aantal geproduceerde kWh van het volgende jaar kan worden opgeteld, bedoeld in artikel 15, vierde lid, van het Besluit SDEK, wordt gemaximeerd op 25% van het aantal kWh dat het desbetreffende jaar voor subsidie in aanmerking komt.

2.

Als productie-installaties waarvoor het verschil in kWh kan worden opgeteld als bedoeld in artikel 15, derde en vierde lid, van het Besluit SDEK worden aangewezen productie-installaties waarmee hernieuwbare elektriciteit wordt geproduceerd als bedoeld in artikel 23, eerste lid. Het verschil in kWh dat bij het aantal geproduceerde kWh van het volgende jaar kan worden opgeteld, bedoeld in artikel 15, vierde lid, van het Besluit SDEK, wordt gemaximeerd op 25% van het aantal kWh dat het desbetreffende jaar voor subsidie in aanmerking komt. Bij de benutting van de opgetelde kWh, bedoeld in artikel 15, vierde lid, van het Besluit SDEK, wordt de productie verdeeld in een deel netlevering en een deel niet-netlevering op basis van de verhouding tussen de geproduceerde energie die aan het net geleverd is en de energie die niet aan het net geleverd is in het voorgaande jaar.

3.

Als productie-installaties waarvoor het verschil in kWh kan worden opgeteld als bedoeld in artikel 32, derde en vierde lid, van het Besluit SDEK worden aangewezen productie-installaties waarmee hernieuwbaar gas wordt geproduceerd als bedoeld in de artikelen 25, 27, 29, eerste lid, en 31. Het verschil in kWh dat bij het aantal geproduceerde kWh van het volgende jaar kan worden opgeteld, bedoeld in artikel 32, vierde lid, van het Besluit SDEK, wordt gemaximeerd op 25% van het aantal kWh dat het desbetreffende jaar voor subsidie in aanmerking komt.

4.

Als productie-installaties waarvoor het verschil in kWh kan worden opgeteld als bedoeld in artikel 48, derde en vierde lid, van het Besluit SDEK worden aangewezen productie-installaties waarmee hernieuwbare warmte, hernieuwbare elektriciteit of hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte wordt geproduceerd als bedoeld in de artikelen 33, eerste lid, 35, 37, 39, eerste lid, 41, 43, 45, 47, 49, eerste lid, 51, 53, eerste lid, 55, eerste lid, en 57.

5.

Voor de productie-installaties, bedoeld in het vierde lid, wordt het verschil in kWh dat bij het aantal geproduceerde kWh van het volgende jaar kan worden opgeteld, bedoeld in artikel 48, vierde lid, van het Besluit SDEK, gemaximeerd op 25% van het aantal kWh dat het desbetreffende jaar voor subsidie in aanmerking komt.

6.

Als productie-installaties waarvoor het verschil in kWh kan worden opgeteld als bedoeld in artikel 55j, derde en vierde lid, van het Besluit SDEK worden aangewezen:

7.

Voor de productie-installatie, bedoeld in het zesde lid, wordt het verschil in kg verminderde broeikasgas dat bij het aantal kg verminderde broeikasgas van het volgende jaar kan worden opgeteld, bedoeld in artikel 55j, vierde lid, van het Besluit SDEK, gemaximeerd op 25% van het aantal kg verminderde broeikasgas dat het desbetreffende jaar voor subsidie in aanmerking komt.

8.

Als productie-installaties waarvoor het verschil in kWh kan worden opgeteld, bedoeld in artikel 55j, derde lid, van het Besluit SDEK, worden aangewezen:

Artikel 10
1.

Als productie-installaties waarvoor het aantal kWh kan worden opgeteld als bedoeld in artikel 32, zesde lid, van het Besluit SDEK worden aangewezen productie-installaties waarmee hernieuwbaar gas wordt geproduceerd als bedoeld in de artikelen 25, 27, 29, eerste lid, en 31.

2.

Als productie-installaties waarvoor de producent kan aantonen dat hij hernieuwbaar gas heeft geproduceerd waarmee hernieuwbare warmte of hernieuwbare warmte en hernieuwbare elektriciteit is geproduceerd, als bedoeld in artikel 32, zevende lid, van het Besluit SDEK worden productie-installaties aangewezen waarmee hernieuwbare warmte, hernieuwbare elektriciteit of hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte wordt geproduceerd als bedoeld in de artikelen 35, 37 en 39, eerste lid.

Artikel 11
1.

Als productie-installaties waarvoor het aantal kWh kan worden opgeteld waarvoor garanties van oorsprong voor niet-netlevering zijn verstrekt als bedoeld in artikel 15, zesde lid, van het Besluit SDEK worden productie-installaties aangewezen waarmee hernieuwbare elektriciteit wordt opgewekt als bedoeld in de artikelen 13, 15, 17, eerste lid, 19, eerste lid, 21, eerste lid, en 23, eerste lid.

2.

Als productie-installaties waarvoor het aantal kWh kan worden opgeteld waarvoor garanties van oorsprong voor niet-netlevering zijn verstrekt als bedoeld in artikel 48, zevende lid van het Besluit SDEK worden productie-installaties aangewezen waarmee hernieuwbare warmte, hernieuwbare elektriciteit of hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte wordt geproduceerd als bedoeld in de artikelen 35, onderdelen b, d en f, 37, onderdelen b en d, 39, eerste lid, onderdeel b, 41, 43, 45, 47, 49, eerste lid, 51 en 53, eerste lid.

Artikel 12

Als productie-installaties waarvoor een gebundelde aanvraag kan worden ingediend als bedoeld in artikel 56, tweede lid, van het Besluit SDEK worden aangewezen:

§ 3. Categorieën

§ 3.1. Hernieuwbare elektriciteit

§ 3.1.1. Waterkracht

Artikel 13

De minister verstrekt op aanvraag subsidie aan een producent van hernieuwbare elektriciteit geproduceerd door een productie-installatie waarmee door hydro-mechanisch-elektrische omzetting hernieuwbare elektriciteit wordt geproduceerd uit potentiële of kinetische energie van stromend water dat niet specifiek voor de elektriciteitsproductie omhoog is gepompt:

Artikel 14
1.

De subsidie, bedoeld in artikel 13, wordt voor een periode van vijftien jaar verstrekt.

2.

De subsidieontvanger neemt de productie-installatie binnen vier jaar na de datum van inwerkingtreding van de beschikking tot subsidieverlening in gebruik.

§ 3.1.2. Osmose

Artikel 15

De minister verstrekt op aanvraag subsidie aan een producent van hernieuwbare elektriciteit geproduceerd door een productie-installatie waarmee hernieuwbare elektriciteit wordt gegenereerd door middel van het verschil in zoutconcentratie tussen twee watermassa’s.

Artikel 16
1.

De subsidie, bedoeld in artikel 15, wordt voor een periode van vijftien jaar verstrekt.

2.

De subsidieontvanger neemt de productie-installatie binnen vier jaar na de datum van inwerkingtreding van de beschikking tot subsidieverlening in gebruik.

§ 3.1.3. Wind op land

Artikel 17
1.

De minister verstrekt op aanvraag subsidie aan een producent van hernieuwbare elektriciteit geproduceerd door een productie-installatie voor de productie van hernieuwbare elektriciteit met behulp van windenergie, niet zijnde een productie-installatie voor de productie van hernieuwbare elektriciteit met behulp van windenergie als bedoeld in de artikelen 19 en 21;

2.

De productie-installatie is niet opgericht in de territoriale zee of in de Nederlandse exclusieve economische zone.

3.

Indien de productie-installatie wordt opgericht op een locatie waar op het moment van het indienen van de aanvraag een windturbine staat of heeft gestaan, verstrekt de minister de subsidie uitsluitend indien:

Artikel 18
1.

De subsidie, bedoeld in artikel 17, eerste lid, wordt voor een periode van vijftien jaar verstrekt.

2.

De subsidieontvanger neemt de productie-installatie binnen vier jaar na de datum van inwerkingtreding van de beschikking tot subsidieverlening in gebruik.

§ 3.1.4. Wind op land met hoogtebeperking

Artikel 19
1.

De minister verstrekt op aanvraag subsidie aan een producent van hernieuwbare elektriciteit geproduceerd door een productie-installatie voor de productie van hernieuwbare elektriciteit met behulp van windenergie met een tiphoogte kleiner dan of gelijk aan 150 meter;

2.

De productie-installatie is niet opgericht in de territoriale zee of in de Nederlandse exclusieve economische zone.

3.

Op de locatie van de productie-installatie is sprake van een hoogterestrictie bij of krachtens landelijke wet- en regelgeving in verband met de aanwezigheid van een luchthaven in de omgeving waardoor de windturbine een tiphoogte heeft van kleiner dan of gelijk aan 150 meter.

4.

Indien de productie-installatie wordt opgericht op een locatie waar op het moment van het indienen van een aanvraag een windturbine staat of heeft gestaan, verstrekt de minister de subsidie uitsluitend indien:

Artikel 20
1.

De subsidie, bedoeld in artikel 19, eerste lid, wordt voor een periode van vijftien jaar verstrekt.

2.

De subsidieontvanger neemt de productie-installatie binnen vier jaar na de datum van inwerkingtreding van de beschikking tot subsidieverlening in gebruik.

§ 3.1.5. Wind op waterkering

Artikel 21
1.

De minister verstrekt op aanvraag subsidie aan een producent van hernieuwbare elektriciteit geproduceerd door een productie-installatie voor de productie van hernieuwbare elektriciteit met behulp van windenergie:

2.

Indien de productie-installatie wordt opgericht op een locatie waar op het moment van het indienen van de aanvraag een windturbine staat of heeft gestaan, verstrekt de minister de subsidie uitsluitend indien:

Artikel 22
1.

De subsidie, bedoeld in artikel 21, eerste lid, wordt voor een periode van vijftien jaar verstrekt.

2.

De subsidieontvanger neemt de productie-installatie binnen vier jaar na de datum van inwerkingtreding van de beschikking tot subsidieverlening in gebruik.

§ 3.1.6. Fotovoltaïsche zonnepanelen

Artikel 23
1.

De minister verstrekt op aanvraag subsidie aan een producent van hernieuwbare elektriciteit geproduceerd door een productie-installatie voor de productie van hernieuwbare elektriciteit uit zonlicht uitsluitend door middel van fotovoltaïsche zonnepanelen, die is aangesloten op een elektriciteitsnet via een aansluiting met een totale maximale doorlaatwaarde van meer dan 3*80 A en:

2.

Voor de toepassing van dit artikel wordt onder gebouw ook verstaan een aan de grond gebonden overkapping voor van het tegen weersinvloeden beschermd parkeren van voertuigen.

3.

Het additioneel gecontracteerde terugleververmogen voor een productie-installatie als bedoeld in het eerste lid, onderdelen a, b en c, bedraagt maximaal 50% van het piekvermogen van de zonnepanelen.

Artikel 24
1.

De subsidie, bedoeld in artikel 23, eerste lid, wordt voor een periode van vijftien jaar verstrekt.

2.

De subsidieontvanger neemt een productie-installatie als bedoeld in artikel 23, eerste lid, onderdeel a, subonderdeel 1°, onderdeel b, subonderdeel 1°, en onderdeel c, subonderdeel 1°, binnen twee jaar na de datum van inwerkingtreding van de beschikking tot subsidieverlening in gebruik.

3.

De subsidieontvanger neemt een productie-installatie als bedoeld in artikel 23, eerste lid, onderdeel a, subonderdeel 2°, binnen drie jaar na de datum van inwerkingtreding van de beschikking tot subsidieverlening in gebruik.

4.

De subsidieontvanger neemt een productie-installatie als bedoeld in artikel 23, eerste lid, onderdeel b, subonderdeel 2°, onderdeel c, subonderdelen 2° en 3°, en onderdeel d, subonderdelen 1°, 2° en 3°, binnen vier jaar na de datum van inwerkingtreding van de beschikking tot subsidieverlening in gebruik.

§ 3.2. Hernieuwbaar gas

§ 3.2.1. Biomassavergisting

Artikel 25

De minister verstrekt op aanvraag subsidie aan een producent van hernieuwbaar gas geproduceerd door een productie-installatie waarmee hernieuwbaar gas wordt geproduceerd:

Artikel 26
1.

De subsidie, bedoeld in artikel 25, wordt voor een periode van twaalf jaar verstrekt.

2.

De subsidieontvanger neemt de productie-installatie binnen vier jaar na de datum van inwerkingtreding van de beschikking tot subsidieverlening in gebruik.

3.

De subsidieontvanger draagt er zorg voor dat wordt aangetoond dat de in een installatie met een totaal nominaal vermogen van de gasopwaardeerinstallatie gelijk aan of groter dan 2 MW gebruikte biomassa voldoet aan de duurzaamheids- en broeikasgasemissiereductiecriteria, bedoeld in artikel 29, eerste lid, van de richtlijn (EU) 2018/2001.

§ 3.2.2. Biomassavergisting, verlengde levensduur

Artikel 27

De minister verstrekt op aanvraag subsidie aan een producent van hernieuwbaar gas geproduceerd door een productie-installatie die ingrijpend wordt gerenoveerd en waarmee:

Artikel 28
1.

De subsidie, bedoeld in artikel 27, wordt voor een periode van twaalf jaar verstrekt.

2.

De subsidieontvanger neemt de productie-installatie binnen vier jaar na de datum van inwerkingtreding van de beschikking tot subsidieverlening in gebruik.

3.

Een subsidieontvanger draagt er zorg voor dat wordt aangetoond dat de in een installatie met een totaal nominaal vermogen van de gasopwaardeerinstallatie gelijk aan of groter dan 2 MW gebruikte biomassa voldoet aan de duurzaamheids- en broeikasgasemissiereductiecriteria, bedoeld in artikel 29, eerste lid, van de richtlijn (EU) 2018/2001.

§ 3.2.3. Verbeterde slibgisting bij rioolwaterzuiveringsinstallaties

Artikel 29
1.

De minister verstrekt op aanvraag subsidie aan een producent van hernieuwbaar gas geproduceerd door een productie-installatie voor de productie van hernieuwbaar gas uit biogas dat vrijkomt ten gevolge van een biologische afbraakreactie van gisting van zuiveringsslib waarbij:

2.

De installatiedelen die verantwoordelijk zijn voor de aanvullende productie, worden niet in gebruik genomen voor de subsidie is aangevraagd.

Artikel 30
1.

De subsidie, bedoeld in artikel 29, eerste lid, wordt voor een periode van twaalf jaar verstrekt.

2.

De subsidieontvanger neemt de productie-installatie binnen vier jaar na de datum van inwerkingtreding van de beschikking tot subsidieverlening in gebruik.

3.

De subsidieaanvrager maakt aannemelijk dat de voorgestelde aanpassingen een verbetering van 25% inhouden ten opzichte van de gemiddelde productie van het jaar voorafgaande aan de aanvraag, of, wanneer hij minder dan een jaar produceert, ten opzichte van de totale gemiddelde productie tot het moment van de aanvraag.

4.

De subsidieontvanger draagt er zorg voor dat wordt aangetoond dat de in de productie-installatie met een totaal nominaal vermogen van de gasopwaardeerinstallatie gelijk aan of groter dan 2 MW gebruikte biomassa voldoet aan het broeikasgasemissiereductiecriterium, bedoeld in artikel 29, eerste lid, van de richtlijn (EU) 2018/2001.

§ 3.2.4. Biomassavergassing

Artikel 31

De minister verstrekt op aanvraag subsidie aan een producent van hernieuwbaar gas, niet zijnde biosyngas, geproduceerd door een productie-installatie voor de productie van hernieuwbaar gas door middel van vergassing, waarbij ten minste de vergasser nieuw is, uit:

Artikel 32
1.

De subsidie, bedoeld in artikel 31, wordt voor een periode van twaalf jaar verstrekt.

2.

De subsidieontvanger neemt de productie-installatie binnen vier jaar na de datum van inwerkingtreding van de beschikking tot subsidieverlening in gebruik.

3.

De subsidieontvanger draagt er zorg voor dat ten minste 97% van de energetische waarde van de jaarlijks in de productie-installatie gebruikte brandstof biogeen is.

4.

De subsidieontvanger draagt er zorg voor dat wordt aangetoond dat de gebruikte vloeibare biomassa, dan wel de in een installatie met een totaal nominaal vermogen van de gasopwaardeerinstallatie gelijk aan of groter dan 2 MW gebruikte overige biomassa voldoet aan de duurzaamheids- en broeikasgasemissiereductiecriteria, bedoeld in artikel 29, eerste lid, van de richtlijn (EU) 2018/2001.

§ 3.3. Hernieuwbare warmte en (gecombineerde) opwekking van hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte

§ 3.3.1. Zonthermie voor hernieuwbare warmte

Artikel 33
1.

De minister verstrekt op aanvraag subsidie aan een producent van hernieuwbare warmte geproduceerd door een productie-installatie die uitsluitend voorziet in de productie van hernieuwbare warmte uit zonne-energie met een totaal thermisch vermogen:

2.

Er wordt uitsluitend gebruik gemaakt van afgedekte collectoren waarvan de transparante isolerende laag, niet zijnde beglazing van tuinbouwkassen of fotovoltaïsche zonnepanelen, een geïntegreerd geheel vormt met de collector van een collectorsysteem of met collectoren waarbij het zonlicht met externe spiegels of lenzen wordt geconcentreerd.

3.

Het vermogen in kWth van de productie-installatie wordt berekend door de apertuuroppervlakte van de afgedekte collectoren of het aangestraalde oppervlakte van de spiegels of lenzen voor het concentreren van zonlicht in vierkante meter te vermenigvuldigen met een factor 0,7.

4.

Voor de productie-installatie is niet al subsidie verstrekt op basis van artikel 4.5.2. van de Regeling nationale EZK- en LNV-subsidies.

Artikel 34
1.

De subsidie, bedoeld in artikel 33, eerste lid, wordt voor een periode van vijftien jaar verstrekt.

2.

De subsidieontvanger neemt de productie-installatie binnen drie jaar na de datum van inwerkingtreding van de beschikking tot subsidieverlening in gebruik.

3.

De subsidieontvanger draagt er zorg voor dat de opgewekte hernieuwbare warmte die voor subsidie in aanmerking komt, wordt aangewend als nuttig aangewende warmte.

§ 3.3.2. Biomassavergisting voor warmte en gecombineerde opwekking

Artikel 35

De minister verstrekt op aanvraag subsidie aan een producent van hernieuwbare warmte, hernieuwbare elektriciteit of hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte geproduceerd door een productie-installatie waarmee:

Artikel 36
1.

De subsidie, bedoeld in artikel 35, wordt voor een periode van twaalf jaar verstrekt.

2.

De subsidieontvanger neemt de productie-installatie binnen vier jaar na de datum van inwerkingtreding van de beschikking tot subsidieverlening in gebruik.

3.

De subsidieontvanger draagt er zorg voor dat de opgewekte hernieuwbare warmte die voor subsidie in aanmerking komt, wordt aangewend als nuttig aangewende warmte.

4.

De subsidieontvanger draagt er zorg voor dat wordt aangetoond dat de in een installatie voor de opwekking van warmte of gecombineerde opwekking van warmte en elektriciteit met een totaal nominaal thermisch ingangsvermogen gelijk aan of groter dan 2 MW gebruikte biomassa voldoet aan de duurzaamheids- en broeikasgasemissiereductiecriteria, bedoeld in artikel 29, eerste lid, van de richtlijn (EU) 2018/2001.

§ 3.3.3. Biomassavergisting voor warmte en gecombineerde opwekking, verlengde levensduur

Artikel 37

De minister verstrekt op aanvraag subsidie aan een producent van hernieuwbare warmte geproduceerd door een productie-installatie die ingrijpend wordt gerenoveerd en waarmee:

Artikel 38
1.

De subsidie, bedoeld in artikel 37, wordt voor een periode van twaalf jaar verstrekt.

2.

De subsidieontvanger neemt de productie-installatie binnen vier jaar na de datum van inwerkingtreding van de beschikking tot subsidieverlening in gebruik.

3.

De subsidieontvanger draagt er zorg voor dat de opgewekte hernieuwbare warmte die voor subsidie in aanmerking komt, wordt aangewend als nuttig aangewende warmte.

4.

De subsidieontvanger draagt er zorg voor dat wordt aangetoond dat de in een installatie met een totaal nominaal thermisch ingangsvermogen gelijk aan of groter dan 2 MW gebruikte biomassa voldoet aan de duurzaamheids- en broeikasgasemissiereductiecriteria, bedoeld in artikel 29, eerste lid, van de richtlijn (EU) 2018/2001.

§ 3.3.4. Verbeterde slibgisting bij rioolwaterzuiveringsinstallaties voor warmte en gecombineerde opwekking

Artikel 39
1.

De minister verstrekt op aanvraag subsidie aan een producent van hernieuwbare warmte of hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte geproduceerd door een productie-installatie voor de productie van hernieuwbare warmte of hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte uit biogas dat vrijkomt ten gevolge van een biologische afbraakreactie van gisting van zuiveringsslib waarbij verbeteringen worden doorgevoerd in het productieproces die ertoe leiden dat per ton zuiveringsslib de biogasproductie met ten minste 25% toeneemt vergeleken met de biogasproductie van voor de verbeteringen, en:

2.

De installatiedelen die verantwoordelijk zijn voor de meerproductie, worden niet in gebruik genomen voordat de subsidie is aangevraagd.

Artikel 40
1.

De subsidie, bedoeld in artikel 39, eerste lid, wordt voor een periode van twaalf jaar verstrekt.

2.

De subsidieontvanger neemt de productie-installatie binnen vier jaar na de datum van inwerkingtreding van de beschikking tot subsidieverlening in gebruik.

3.

De subsidieontvanger draagt er zorg voor dat de opgewekte hernieuwbare warmte die voor subsidie in aanmerking komt, wordt aangewend als nuttig aangewende warmte.

4.

De subsidieaanvrager maakt aannemelijk dat de voorgestelde aanpassingen een verbetering van 25% inhouden ten opzichte van de gemiddelde productie van het jaar voorafgaande aan de aanvraag, of, wanneer de producent minder dan een jaar produceert, ten opzichte van de totale gemiddelde productie tot het moment van de aanvraag.

5.

De subsidieontvanger draagt er zorg voor dat wordt aangetoond dat de in een installatie voor de opwekking van warmte of gecombineerde opwekking van warmte en elektriciteit met een totaal nominaal thermisch ingangsvermogen gelijk aan of groter dan 2 MW gebruikte biomassa voldoet aan de broeikasgasemissiereductiecriteria bedoeld in artikel 29, eerste lid, van de richtlijn (EU) 2018/2001.

§ 3.3.5. Ketel vloeibare biomassa voor warmte en gecombineerde opwekking

Artikel 41

De minister verstrekt op aanvraag subsidie aan een producent van hernieuwbare warmte of hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte geproduceerd door een productie-installatie voor de productie van hernieuwbare warmte of hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte door middel van verbranding van vloeibare biomassa als bedoeld in de nummers 512, 514, 517, 518, 543, 545, 550 tot en met 579, 587, 594, 595 en 800 tot en met 809 van de NTA 8003:2017 met een brander in een ketel, met een nominaal thermisch vermogen gelijk aan of groter dan 0,5 MWth en een nominaal elektrisch vermogen kleiner dan of gelijk aan 100 MW voor:

Artikel 42
1.

De subsidie, bedoeld in artikel 41, wordt voor een periode van twaalf jaar verstrekt.

2.

De subsidieontvanger neemt de productie-installatie binnen vier jaar na de datum van inwerkingtreding van de beschikking tot subsidieverlening in gebruik.

3.

De subsidieontvanger draagt er zorg voor dat de opgewekte hernieuwbare warmte die voor subsidie in aanmerking komt, wordt aangewend als nuttig aangewende warmte.

4.

De subsidieontvanger draagt er zorg voor dat wordt aangetoond dat de gebruikte biomassa voldoet aan de duurzaamheids- en broeikasgasemissiereductiecriteria, bedoeld in artikel 29, eerste lid, van de richtlijn (EU) 2018/2001.

§ 3.3.6. Kleine ketel vaste of vloeibare biomassa voor warmte en gecombineerde opwekking

Artikel 43

De minister verstrekt op aanvraag subsidie aan een producent van hernieuwbare warmte of hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte geproduceerd door een productie-installatie voor de productie van warmte of hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte door middel van verbranding van vaste of vloeibare biomassa als bedoeld in de NTA 8003:2017 met uitzondering van biomassa als bedoeld in de nummers 100, 150, 170 tot en met 179 van de NTA 8003:2017 in een ketel, met een nominaal thermisch vermogen gelijk aan of groter dan 0,5 MWth en kleiner dan 5 MWth, waarbij ten minste de ketel nieuw is.

Artikel 44
1.

De subsidie, bedoeld in artikel 43, wordt voor een periode van twaalf jaar verstrekt.

2.

De subsidieontvanger neemt de productie-installatie binnen vier jaar na de datum van inwerkingtreding van de beschikking tot subsidieverlening in gebruik.

3.

De subsidieontvanger draagt er zorg voor dat de opgewekte hernieuwbare warmte die voor subsidie in aanmerking komt, wordt aangewend als nuttig aangewende warmte.

4.

De subsidieontvanger draagt er zorg voor dat ten minste 97% van de energetische waarde van de jaarlijks in de productie-installatie gebruikte brandstof biogeen is.

5.

De subsidieontvanger draagt er zorg voor dat wordt aangetoond dat de gebruikte vloeibare biomassa voldoet aan de duurzaamheids- en broeikasgasemissiereductiecriteria, bedoeld in artikel 29, eerste lid, van de richtlijn (EU) 2018/2001.

6.

Als gebruik wordt gemaakt van houtige biomassa als bedoeld in de nummers 100 tot en met 199 van de NTA 8003:2017 draagt de subsidieontvanger er zorg voor dat de geproduceerde warmte wordt gebruikt voor een industriële toepassing, niet zijnde tuinbouw, in een verwarmingssysteem met een aanvoertemperatuur aan de gebruikerszijde van ten minste 100°C.

§ 3.3.7. Grote ketel vaste of vloeibare biomassa voor warmte en gecombineerde opwekking

Artikel 45

De minister verstrekt op aanvraag subsidie aan een producent van hernieuwbare warmte, of hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte geproduceerd door een productie-installatie voor de productie van hernieuwbare warmte, of hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte, uitsluitend door middel van thermische conversie van vaste of vloeibare biomassa als bedoeld in de NTA 8003:2017 met uitzondering van biomassa als bedoeld in de nummers 100, 150, 170 tot en met 179 van de NTA 8003:2017, met een nominaal thermisch vermogen gelijk aan of groter dan 5 MWth, waarbij ten minste de ketel nieuw is en het aantal subsidiabele vollasturen:

Artikel 46
1.

De subsidie, bedoeld in artikel 45, wordt voor een periode van twaalf jaar verstrekt.

2.

De subsidieontvanger neemt de productie-installatie binnen vier jaar na de datum van inwerkingtreding van de beschikking tot subsidieverlening in gebruik.

3.

De subsidieontvanger draagt er zorg voor dat de opgewekte hernieuwbare warmte die voor subsidie in aanmerking komt, wordt aangewend als nuttig aangewende warmte.

4.

De subsidieontvanger draagt er zorg voor dat ten minste 97% van de energetische waarde van de jaarlijks in de productie-installatie gebruikte brandstof biogeen is.

5.

De subsidieontvanger draagt er zorg voor dat wordt aangetoond dat de gebruikte vloeibare biomassa, dan wel de in een installatie met een totaal nominaal thermisch ingangsvermogen gelijk aan of groter dan 7,5 MW gebruikte vaste biomassa, voldoet aan de duurzaamheids- en broeikasgasemissiereductiecriteria, bedoeld in artikel 29, eerste lid, van de richtlijn (EU) 2018/2001.

6.

Als gebruik wordt gemaakt van houtige biomassa als bedoeld in de nummers 100 tot en met 199 van de NTA 8003:2017, draagt de subsidieontvanger er zorg voor dat de geproduceerde warmte wordt gebruikt voor een industriële toepassing, niet zijnde tuinbouw, in een verwarmingssysteem met een aanvoertemperatuur aan de gebruikerszijde van ten minste 100°C.

§ 3.3.8. Grote ketel op B-Hout voor warmte en gecombineerde opwekking

Artikel 47

De minister verstrekt op aanvraag subsidie aan een producent van hernieuwbare warmte, of hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte geproduceerd door een productie-installatie voor de productie van hernieuwbare warmte of hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte, uitsluitend door middel van thermische conversie van biomassa als bedoeld in NTA 8003:2017 met een nominaal thermisch vermogen gelijk aan of groter dan 5 MWth, waarbij ten minste de ketel nieuw is.

Artikel 48
1.

De subsidie, bedoeld in artikel 47, wordt voor een periode van twaalf jaar verstrekt.

2.

De subsidieontvanger neemt de productie-installatie binnen vier jaar na de datum van inwerkingtreding van de beschikking tot subsidieverlening in gebruik.

3.

De subsidieontvanger draagt er zorg voor dat de opgewekte hernieuwbare warmte die voor subsidie in aanmerking komt, wordt aangewend als nuttig aangewende warmte.

4.

De subsidieontvanger draagt er zorg voor dat ten minste 97% van de energetische waarde van de jaarlijks in de productie-installatie gebruikte brandstof biogeen is.

5.

De subsidieontvanger draagt er zorg voor dat wordt aangetoond dat de in een installatie met een totaal nominaal thermisch ingangsvermogen gelijk aan of groter dan 7,5 MW gebruikte vaste biomassa voldoet aan de duurzaamheids- en broeikasgasemissiereductiecriteria, bedoeld in artikel 29, eerste lid, van de richtlijn (EU) 2018/2001.

6.

Als gebruik wordt gemaakt van houtige biomassa als bedoeld in de nummers 100 tot en met 199 van de NTA 8003:2017, draagt de subsidieontvanger er zorg voor dat de geproduceerde warmte wordt gebruikt voor een industriële toepassing, niet zijnde tuinbouw, in een verwarmingssysteem met een aanvoertemperatuur aan de gebruikerszijde van ten minste 100°C.

§ 3.3.9. Stoomketel op houtpellets voor warmte en gecombineerde opwekking

Artikel 49
1.

De minister verstrekt op aanvraag subsidie aan een producent van hernieuwbare warmte of hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte geproduceerd door een productie-installatie voor de productie van stoom door middel van verbranding van houtpellets in een ketel, die wordt gebruikt voor een industriële toepassing, niet zijnde tuinbouw, waarbij ten minste de stoomketel nieuw is en het nominale thermische vermogen:

2.

In de ketel worden:

Artikel 50
1.

De subsidie, bedoeld in artikel 49, eerste lid, wordt voor een periode van twaalf jaar verstrekt.

2.

De subsidieontvanger neemt de productie-installatie binnen vier jaar na de datum van inwerkingtreding van de beschikking tot subsidieverlening in gebruik.

3.

De subsidieontvanger draagt er zorg voor dat ten minste 97% van de energetische waarde van de jaarlijks in de productie-installatie gebruikte brandstof biogeen is.

4.

De subsidieontvanger draagt er zorg voor dat de opgewekte hernieuwbare warmte die voor subsidie in aanmerking komt, wordt aangewend als nuttig aangewende warmte.

5.

De subsidieontvanger draagt er zorg voor dat in voldoende mate aannemelijk wordt gemaakt dat de gebruikte biomassa voldoet aan de duurzaamheidseisen voor vaste biomassa, bedoeld in artikel 7, van de Algemene uitvoeringsregeling.

6.

De subsidieontvanger draagt er zorg voor dat de geproduceerde warmte wordt gebruikt voor een industriële toepassing, niet zijnde tuinbouw, in een verwarmingssysteem met een aanvoertemperatuur aan de gebruikerszijde van ten minste 100°C.

§ 3.3.10. Directe inzet (brander) van houtpellets voor industriële toepassingen voor warmte en gecombineerde opwekking

Artikel 51

De minister verstrekt op aanvraag subsidie aan een producent van hernieuwbare warmte of hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte geproduceerd door een productie-installatie voor de productie van hernieuwbare warmte of hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte door middel van verbranding van houtpellets met een brander in een ketel, oven of fornuis, met een nominaal thermisch vermogen gelijk aan of groter dan 5 MWth en een nominaal elektrisch vermogen kleiner dan of gelijk aan 100 MWth, die wordt gebruikt voor een industriële toepassing, niet zijnde tuinbouw, en waarin:

Artikel 52
1.

De subsidie, bedoeld in artikel 51, wordt voor een periode van twaalf jaar verstrekt.

2.

De subsidieontvanger neemt de productie-installatie binnen vier jaar na de datum van inwerkingtreding van de beschikking tot subsidieverlening in gebruik.

3.

De subsidieontvanger draagt er zorg voor dat de opgewekte hernieuwbare warmte die voor subsidie in aanmerking komt, wordt aangewend als nuttig aangewende warmte.

4.

De subsidieontvanger draagt er zorg voor dat in voldoende mate aannemelijk wordt gemaakt dat de gebruikte biomassa voldoet aan de duurzaamheidseisen voor vaste biomassa, bedoeld in artikel 7 van de Algemene uitvoeringsregeling.

§ 3.3.11. Verlengde levensduur voor ketel vaste of vloeibare biomassa voor warmte en gecombineerde opwekking

Artikel 53
1.

De minister verstrekt op aanvraag subsidie aan een producent van hernieuwbare warmte of hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte geproduceerd door een productie-installatie voor de productie van hernieuwbare warmte of hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte uitsluitend door middel van thermische conversie van vaste of vloeibare biomassa als bedoeld in de NTA 8003:2017, met uitzondering van biomassa als bedoeld in de nummers 100, 150, 170 tot en met 179 van de NTA 8003:2017, waarvoor al subsidie op grond van het Besluit SDE is verstrekt en ten minste negen jaar van de periode waarover die subsidie is verstrekt, zijn verstreken op het moment van het indienen van de aanvraag in een ketel met een nominaal thermisch vermogen van ten minste 5 MWth.

2.

De biomassa die in de productie-installatie, bedoeld in het eerste lid, wordt toegepast, is voor ten minste 97% van de energetische waarde biogeen.

Artikel 54
1.

De subsidie, bedoeld in artikel 53, eerste lid, wordt voor een periode van twaalf jaar verstrekt.

2.

De subsidieontvanger neemt de productie-installatie binnen vier jaar na de datum van inwerkingtreding van de beschikking tot subsidieverlening in gebruik.

3.

De subsidieontvanger draagt er zorg voor dat de opgewekte hernieuwbare warmte die voor subsidie in aanmerking komt, wordt aangewend als nuttig aangewende warmte.

4.

De subsidieontvanger draagt er zorg voor dat wordt aangetoond dat de gebruikte vloeibare biomassa, dan wel de in een installatie met een totaal nominaal thermisch ingangsvermogen gelijk aan of groter dan 7,5 MW gebruikte vaste biomassa, voldoet aan de duurzaamheids- en broeikasgasemissiereductiecriteria, bedoeld in artikel 29, eerste lid, van de richtlijn (EU) 2018/2001.

5.

Als gebruik wordt gemaakt van houtige biomassa als bedoeld in de nummers 100 tot en met 199 van de NTA 8003:2017, draagt de subsidieontvanger er zorg voor dat de geproduceerde warmte wordt gebruikt voor een industriële toepassing, niet zijnde tuinbouw, in een verwarmingssysteem met een aanvoertemperatuur aan de gebruikerszijde van ten minste 100°C.

§ 3.3.12. Composteringsinstallatie voor hernieuwbare warmte

Artikel 55
1.

De minister verstrekt op aanvraag subsidie aan een producent van hernieuwbare warmte geproduceerd door een productie-installatie voor de productie van hernieuwbare warmte die vrijkomt bij het composteren van uitsluitend biomassa als bedoeld in de NTA 8003:2017, met uitzondering van biomassa als bedoeld in de nummers 300 tot en met 329 van de NTA 8003:2017 in een gesloten ruimte voor compostering onder geconditioneerde omstandigheden, met een vermogen van ten minste 500 kWth.

2.

De biomassa die in de productie-installatie wordt toegepast, is voor ten minste 97% van de energetische waarde biogeen.

Artikel 56
1.

De subsidie, bedoeld in artikel 55, eerste lid, wordt voor een periode van twaalf jaar verstrekt.

2.

De subsidieontvanger neemt de productie-installatie binnen vier jaar na de datum van inwerkingtreding van de beschikking tot subsidieverlening in gebruik.

3.

De subsidieontvanger draagt er zorg voor dat de opgewekte hernieuwbare warmte die voor subsidie in aanmerking komt, wordt aangewend als nuttig aangewende warmte.

§ 3.3.13. Geothermie voor hernieuwbare warmte

Artikel 57

De minister verstrekt op aanvraag subsidie aan een producent van hernieuwbare warmte geproduceerd door:

Artikel 58
1.

De subsidie, bedoeld in artikel 57, wordt voor een periode van vijftien jaar verstrekt.

2.

De subsidieontvanger neemt de productie-installatie, bedoeld in artikel 57, onderdelen a, d, e en f, binnen vijf jaar na de datum van inwerkingtreding van de beschikking tot subsidieverlening in gebruik.

3.

De subsidieontvanger neemt de productie-installatie, bedoeld in artikel 57, onderdelen b en c, binnen zes jaar na de datum van inwerkingtreding van de beschikking tot subsidieverlening in gebruik.

4.

De subsidieontvanger draagt er zorg voor dat de opgewekte hernieuwbare warmte die voor subsidie in aanmerking komt, wordt aangewend als nuttig aangewende warmte.

§ 3.4. Andere technieken ter vermindering van broeikasgas

§ 3.4.1. Geothermie voor koolstofdioxide-arme warmte

Artikel 59

De minister verstrekt op aanvraag subsidie aan een producent die broeikasgas vermindert door:

Artikel 60
1.

De subsidie, bedoeld in artikel 59, wordt voor een periode van vijftien jaar verstrekt.

2.

De subsidieontvanger neemt de productie-installatie, bedoeld in artikel 59, onderdeel a, binnen vijf jaar na de datum van inwerkingtreding van de beschikking tot subsidieverlening in gebruik.

3.

De subsidieontvanger neemt de productie-installatie, bedoeld in artikel 59, onderdelen b en c, binnen zes jaar na de datum van inwerkingtreding van de beschikking tot subsidieverlening in gebruik.

4.

De subsidieontvanger draagt er zorg voor dat de opgewekte koolstofdioxide-arme warmte die voor subsidie in aanmerking komt, wordt aangewend als nuttig aangewende koolstofdioxide-arme warmte.

§ 3.4.2. Thermische energie uit oppervlaktewater

Artikel 61

De minister verstrekt op aanvraag subsidie aan een producent van koolstofdioxide-arme warmte geproduceerd door een productie-installatie voor de productie van warmte onttrokken uit oppervlaktewater, drinkwater of zeewater, waarbij de warmte wordt opgewaardeerd door middel van een warmtepomp op basis van een halogeenvrij koudemiddel met een COP-waarde van ten minste 3,0 met een nominaal thermisch vermogen van ten minste 500 kWth, waarbij:

Artikel 62
1.

De subsidie, bedoeld in artikel 61, wordt voor een periode van vijftien jaar verstrekt.

2.

De subsidieontvanger neemt de productie-installatie binnen vier jaar na de datum van inwerkingtreding van de beschikking tot subsidieverlening in gebruik.

3.

De subsidieontvanger draagt er zorg voor dat de opgewekte koolstofdioxide-arme warmte die voor subsidie in aanmerking komt, wordt aangewend als nuttig aangewende koolstofdioxide-arme warmte.

§ 3.4.3. Thermische energie uit afvalwater

Artikel 63
1.

De minister verstrekt op aanvraag subsidie aan een producent van koolstofdioxide-arme warmte geproduceerd door een productie-installatie voor de productie van warmte onttrokken uit afvalwater of drinkwater door middel van een warmtepomp op basis van een halogeenvrij koudemiddel met een COP-waarde van ten minste 3,0 en met een nominaal thermisch vermogen van ten minste 500 kWth.

2.

De productie-installatie, bedoeld in het eerste lid, levert uitsluitend warmte aan gebouwde omgeving en wordt niet gebruikt voor koudelevering.

Artikel 64
1.

De subsidie, bedoeld in artikel 63, eerste lid, wordt voor een periode van vijftien jaar verstrekt.

2.

De subsidieontvanger neemt de productie-installatie binnen vier jaar na de datum van inwerkingtreding van de beschikking tot subsidieverlening in gebruik.

3.

De subsidieontvanger draagt er zorg voor dat de opgewekte koolstofdioxide-arme warmte die voor subsidie in aanmerking komt, wordt aangewend als nuttig aangewende koolstofdioxide-arme warmte.

§ 3.4.4. Lucht-water-warmtepomp

Artikel 65
1.

De minister verstrekt op aanvraag subsidie aan een producent van koolstofdioxide-arme warmte geproduceerd door een productie-installatie voor de productie van warmte door middel van een lucht-water-warmtepomp op basis van een halogeenvrij koudemiddel met een COP-waarde van ten minste 3,0.

2.

De productie-installatie heeft een nominaal thermisch vermogen van ten minste 500 kWth, waarbij zowel de aanvoertemperatuur aan de gebruikerszijde van een verwarmingssysteem als de leveringstemperatuur van de warmtepomp ten minste 70°C bedragen in het stookseizoen.

Artikel 66
1.

De subsidie, bedoeld in artikel 65, eerste lid, wordt voor een periode van vijftien jaar verstrekt.

2.

De subsidieontvanger neemt de productie-installatie binnen vier jaar na de datum van inwerkingtreding van de beschikking tot subsidieverlening in gebruik.

3.

De subsidieontvanger draagt er zorg voor dat de opgewekte koolstofdioxide-arme warmte die voor subsidie in aanmerking komt, wordt aangewend als nuttig aangewende koolstofdioxide-arme warmte en wordt aangewend voor de verwarming van bestaande gebouwen of bestaande tuinbouwkassen.

§ 3.4.5. Zonthermie voor warmte met toepassing in daglichtkas

Artikel 67
1.

De minister verstrekt op aanvraag subsidie aan een producent van koolstofdioxide-arme warmte geproduceerd door een productie-installatie voor de productie van warmte uit zonne-energie die integraal onderdeel uitmaakt van een nieuwe tuinbouwkas.

2.

De productie-installatie maakt gebruik van:

3.

De productie-installatie heeft een seizoensopslag van warmte.

4.

De productie-installatie wordt niet gebruikt voor koudelevering.

Artikel 68
1.

De subsidie, bedoeld in artikel 67, eerste lid, wordt voor een periode van vijftien jaar verstrekt.

2.

De subsidieontvanger neemt de productie-installatie binnen vier jaar na de datum van inwerkingtreding van de beschikking tot subsidieverlening in gebruik.

3.

De subsidieontvanger draagt er zorg voor dat de opgewekte koolstofdioxide-arme warmte die voor subsidie in aanmerking komt, wordt aangewend als nuttig aangewende koolstofdioxide-arme warmte.

§ 3.4.6. Zonthermie voor warmte door middel van pvt-collectoren

Artikel 69
1.

De minister verstrekt op aanvraag subsidie aan een producent van koolstofdioxide-arme warmte geproduceerd door een productie-installatie voor de productie van warmte uit zonne-energie en buitenluchtwarmte door middel van zonnecollectoren die warmte en stroom produceren, waarbij de warmte wordt aangewend voor de verwarming van gebouwde omgeving.

2.

De productie-installatie maakt gebruik van een water-water-warmtepomp op basis van een halogeenvrij koudemiddel en de water-water-warmtepomp een minimaal nominaal thermisch vermogen van 500 kWth en een COP-waarde van ten minste 3,0 heeft.

3.

De oppervlakte aan fotovoltaïsch-thermische panelen bedraagt ten minste 1,2 m2 per kWth nominaal thermisch vermogen van de warmtepomp.

Artikel 70
1.

De subsidie, bedoeld in artikel 69, eerste lid, wordt voor een periode van vijftien jaar verstrekt.

2.

De subsidieontvanger neemt de productie-installatie binnen vier jaar na de datum van inwerkingtreding van de beschikking tot subsidieverlening in gebruik.

3.

De subsidieontvanger draagt er zorg voor dat de opgewekte koolstofdioxide-arme warmte die voor subsidie in aanmerking komt, wordt aangewend als nuttig aangewende koolstofdioxide-arme warmte.

§ 3.4.7. Elektroboiler voor warmte

Artikel 71
1.

De minister verstrekt op aanvraag subsidie aan een producent van koolstofdioxide-arme warmte geproduceerd door een productie-installatie waarmee elektriciteit in warmte wordt omgezet, waarbij de vrijkomende warmte direct of indirect wordt overgedragen aan een vloeistof voor:

2.

De productie-installatie heeft een nominaal thermisch vermogen van ten minste 2 MWth, waarbij de geproduceerde warmte wordt toegepast in een verwarmingssysteem met een aanvoertemperatuur aan de gebruikerszijde van ten minste 100°C in het stookseizoen of in een stoomsysteem.

3.

Het vermogen van de aansluiting op het elektriciteitsnet is ten minste even groot als het gezamenlijke vermogen van de op de locatie aanwezige elektroboilers.

Artikel 72
1.

De subsidie, bedoeld in artikel 71, eerste lid, wordt voor een periode van vijftien jaar verstrekt.

2.

De subsidieontvanger neemt de productie-installatie binnen vier jaar na de datum van inwerkingtreding van de beschikking tot subsidieverlening in gebruik.

3.

De subsidieontvanger draagt er zorg voor dat de opgewekte koolstofdioxide-arme warmte die voor subsidie in aanmerking komt, wordt aangewend als nuttig aangewende koolstofdioxide-arme warmte.

§ 3.4.8. Industriële warmtepomp

Artikel 73
1.

De minister verstrekt op aanvraag subsidie aan een producent van koolstofdioxide-arme warmte geproduceerd door een productie-installatie voor de productie van warmte door middel van:

2.

De productie-installatie produceert warmte die op dezelfde locatie wordt gebruikt voor een industriële toepassing, niet zijnde tuinbouw, en levert geen koude.

3.

De feitelijke productie van een productie-installatie als bedoeld in het eerste lid, onderdelen b en d, bedraagt ten hoogste 4.000 productie-uren per jaar.

Artikel 74
1.

De subsidie, bedoeld in artikel 73, eerste lid, wordt voor een periode van twaalf jaar verstrekt.

2.

De subsidieontvanger neemt de productie-installatie binnen vier jaar na de datum van inwerkingtreding van de beschikking tot subsidieverlening in gebruik.

3.

De subsidieontvanger draagt er zorg voor dat de opgewekte koolstofdioxide-arme warmte die voor subsidie in aanmerking komt, wordt aangewend als nuttig aangewende koolstofdioxide-arme warmte.

§ 3.4.9. Restwarmtebenutting

Artikel 75

De minister verstrekt op aanvraag subsidie aan een producent van koolstofdioxide-arme warmte geproduceerd door een productie-installatie met een thermisch vermogen van ten minste 2 MWth, waarmee restwarmte, niet zijnde stoom, wordt uitgekoppeld en naar een andere locatie wordt getransporteerd, waarbij ten minste de warmtewisselaar bij de uitkoppeling nieuw is, en:

Artikel 76
1.

De subsidie, bedoeld in artikel 75, wordt voor een periode van vijftien jaar verstrekt.

2.

De subsidieontvanger neemt de productie-installatie binnen vier jaar na de datum van inwerkingtreding van de beschikking tot subsidieverlening in gebruik.

3.

De subsidieontvanger draagt er zorg voor dat de opgewekte koolstofdioxide-arme warmte die voor subsidie in aanmerking komt, wordt aangewend als nuttig aangewende koolstofdioxide-arme warmte.

§ 3.4.10. Waterstof uit elektrolyse

Artikel 77
1.

De minister verstrekt op aanvraag subsidie aan een producent van waterstof geproduceerd door een productie-installatie die waterstof produceert met behulp van elektrolyse met een nominale capaciteit van ten minste 500 kW met:

2.

De productie-installatie is in staat om, terwijl deze gereed is voor gebruik, minder dan 1% elektriciteit te verbruiken van het maximale vermogen van de productie-installatie.

3.

Indien sprake is van een productie-installatie met een directe aansluiting als bedoeld in het eerste lid, aanhef en onderdeel b, wordt de subsidie uitsluitend verstrekt voor de waterstof die is geproduceerd met de elektriciteit die is geproduceerd door een productie-installatie voor wind- of zonne-energie waarvoor geen subsidie voor het produceren van die elektriciteit op grond van deze of een andere regeling is verstrekt.

4.

Indien sprake is van een productie-installatie met een directe aansluiting als bedoeld in het eerste lid, aanhef en onderdeel b, wordt de subsidie uitsluitend verstrekt voor de waterstof die is geproduceerd met elektriciteit die is geproduceerd door de direct aangesloten productie-installatie voor wind- of zonne-energie aangesloten.

Artikel 78
1.

De subsidie, bedoeld in artikel 77, eerste lid, wordt voor een periode van vijftien jaar verstrekt.

2.

De subsidieontvanger neemt de productie-installatie binnen vier jaar na de datum van inwerkingtreding van de beschikking tot subsidieverlening in gebruik.

§ 3.4.11. Geavanceerde hernieuwbare brandstof

Artikel 79
1.

De minister verstrekt op aanvraag subsidie aan een producent van geavanceerde hernieuwbare brandstof die wordt geproduceerd door een productie-installatie waarmee:

2.

De geavanceerde hernieuwbare brandstof wordt in Nederland wordt geleverd aan wegvoertuigen of binnenvaartschepen en wordt ingeboekt in het register hernieuwbare energie vervoer, bedoeld in paragraaf 9.7.5 van de Wet milieubeheer.

3.

De productie-installatie, bedoeld in het eerste lid, onderdelen c en d, maakt uitsluitend gebruik van grondstoffen als bedoeld in deel A van bijlage IX bij de richtlijn (EU) 2018/2001.

4.

De productie-installatie, bedoeld in het eerste lid, onderdelen a, b en e, maakt uitsluitend gebruik van vaste grondstoffen als bedoeld onder o) met uitzondering van zwart residuloog, bruin residuloog, vezelslib, lignine en tallolie, en q) van deel A van Bijlage IX bij de richtlijn (EU) 2018/2001.

Artikel 80
1.

De subsidie, bedoeld in artikel 79, eerste lid, onderdelen a, b en e, wordt voor een periode van vijftien jaar verstrekt.

2.

De subsidie, bedoeld in artikel 79, eerste lid, onderdelen c en d, wordt voor een periode van twaalf jaar verstrekt.

3.

De subsidieontvanger neemt de productie-installatie binnen vier jaar na de datum van inwerkingtreding van de beschikking tot subsidieverlening in gebruik.

§ 3.4.12. Vermindering broeikasgas door afvang en permanente opslag van koolstofdioxide voor ETS-bedrijven

Artikel 81
1.

De minister verstrekt op aanvraag subsidie aan een producent die met een productie-installatie koolstofdioxide afvangt en permanent opslaat of doet opslaan door een houder van een vergunning voor het exploiteren van een broeikasgasinstallatie als bedoeld in artikel 16.5 van de Wet milieubeheer in een ondergronds opslagvoorkomen voor koolstofdioxide, waarbij:

2.

Een productie-installatie als bedoeld in het eerste lid, aanhef en onderdeel a, subonderdeel 1°, kan worden gecombineerd met een productie-installatie als bedoeld in artikel 85, eerste lid, aanhef en onderdeel a, c, d, e, f of g.

3.

Een productie-installatie als bedoeld in het eerste lid, aanhef en onderdeel a, subonderdeel 1°, kan worden gecombineerd met een productie-installatie als bedoeld in artikel 89, eerste lid, aanhef en onderdeel a, c, d, e, f of g, van de Regeling aanwijzing categorieën duurzame energieproductie en klimaattransitie 2022.

4.

Een productie-installatie als bedoeld in het eerste lid, aanhef en onderdeel a, subonderdeel 1°, kan worden gecombineerd met een productie-installatie als bedoeld in artikel 85, eerste lid, aanhef en onderdeel a, b, c, f, g, h, l of m, van de Regeling aanwijzing categorieën duurzame energieproductie en klimaattransitie 2021.

7.

Een productie-installatie als bedoeld in het eerste lid, aanhef en onderdeel a, subonderdeel 2°, kan worden gecombineerd met een productie-installatie als bedoeld in artikel 85, eerste lid, aanhef en onderdeel a, c, f, h of l, van de Regeling aanwijzing categorieën duurzame energieproductie en klimaattransitie 2021.

8.

Een productie-installatie als bedoeld in het eerste lid, aanhef en onderdeel a, subonderdeel 3°, kan worden gecombineerd met een productie-installatie als bedoeld in artikel 85, eerste lid, aanhef en onderdeel a, subonderdeel 3°, onderdeel c, subonderdeel 3°, onderdeel d, subonderdeel 3°, onderdeel e, subonderdeel 3°, onderdeel f, subonderdeel 3° of onderdeel g, subonderdeel 2°.

10.

Een productie-installatie als bedoeld in het eerste lid, aanhef en onderdeel a, subonderdeel 3°, kan worden gecombineerd met een productie-installatie als bedoeld in artikel 85, eerste lid, aanhef en onderdeel b, g of m, van de Regeling aanwijzing categorieën duurzame energieproductie en klimaattransitie 2021.

Artikel 82
1.

De subsidie, bedoeld in artikel 81, eerste lid, wordt voor een periode van vijftien jaar verstrekt.

2.

De subsidieontvanger neemt de productie-installatie binnen zes jaar na de datum van inwerkingtreding van de beschikking tot subsidieverlening in gebruik.

3.

De afgevangen en permanent opgeslagen koolstofdioxide die voor subsidie in aanmerking komt, komt uitsluitend voort uit:

§ 3.4.13. Vermindering broeikasgas door afvang en permanente opslag van koolstofdioxide voor niet-ETS-bedrijven

Artikel 83
1.

De minister verstrekt op aanvraag subsidie aan een producent die niet valt onder het systeem van verhandelbare broeikasgasemissierechten, bedoeld in titel 16.2 van de Wet milieubeheer, en die met een productie-installatie koolstofdioxide afvangt en permanent opslaat of doet opslaan door een houder van een vergunning voor het exploiteren van een broeikasgasinstallatie als bedoeld in artikel 16.5 van de Wet milieubeheer in een ondergronds opslagvoorkomen voor koolstofdioxide, waarbij:

2.

Een productie-installatie als bedoeld in het eerste lid, aanhef en onderdeel a, subonderdeel 1°, kan worden gecombineerd met een productie-installatie als bedoeld in artikel 85, eerste lid, aanhef en onderdeel a, c, d, e, f of g.

3.

Een productie-installatie als bedoeld in het eerste lid, aanhef en onderdeel a, subonderdeel 1°, kan worden gecombineerd met een productie-installatie als bedoeld in artikel 89, eerste lid, aanhef en onderdeel a, c, d, e, f of g van de Regeling aanwijzing categorieën duurzame energieproductie en klimaattransitie 2022.

4.

Een productie-installatie als bedoeld in het eerste lid, aanhef en onderdeel a, subonderdeel 1°, kan worden gecombineerd met een productie-installatie als bedoeld artikel 85, eerste lid, aanhef en onderdeel a, b, c, f, g, h, i, j, k, l of m van de Regeling aanwijzing categorieën duurzame energieproductie en klimaattransitie 2021.

7.

Een productie-installatie als bedoeld in het eerste lid, aanhef en onderdeel a, subonderdeel 2°, kan worden gecombineerd met een productie-installatie als bedoeld in artikel 85, eerste lid, aanhef en onderdeel a, c, f, h, i, k, of l van de regeling aanwijzing categorieën duurzame energieproductie en klimaattransitie 2021.

8.

Een productie-installatie als bedoeld in het eerste lid, aanhef en onderdeel a, subonderdeel 3°, kan worden gecombineerd met een productie-installatie als bedoeld in artikel 85, eerste lid, aanhef en onderdeel a, subonderdeel 3°, onderdeel c, subonderdeel 3°, onderdeel d, subonderdeel 3°, onderdeel e, subonderdeel 3°, onderdeel f, subonderdeel 3° of onderdeel g, subonderdeel 2°.

10.

Een productie-installatie als bedoeld in het eerste lid, aanhef en onderdeel a, subonderdeel 3°, kan worden gecombineerd met een productie-installatie als bedoeld in artikel 85, eerste lid, aanhef en onderdeel b, g, j of m van de Regeling aanwijzing categorieën duurzame energieproductie en klimaattransitie 2021.

Artikel 84
1.

De subsidie, bedoeld in artikel 83, eerste lid, wordt voor een periode van vijftien jaar verstrekt.

2.

De subsidieontvanger neemt de productie-installatie binnen zes jaar na de datum van inwerkingtreding van de beschikking tot subsidieverlening in gebruik.

3.

De afgevangen en permanent opgeslagen koolstofdioxide die voor subsidie in aanmerking komt, komt uitsluitend voort uit:

§ 3.4.14. Vermindering broeikasgas door afvang en gebruik van koolstofdioxide

Artikel 85
1.

De minister verstrekt op aanvraag subsidie aan een producent die met een productie-installatie koolstofdioxide afvangt en gebruikt of doet gebruiken ter vermindering van broeikasgas door middel van nuttig aangewende koolstofdioxide, waarbij:

2.

Een productie-installatie als bedoeld in het eerste lid, aanhef en onderdeel a, c, d, e, f of g, kan worden gecombineerd met een productie-installatie als bedoeld in artikel 81, eerste lid, aanhef en onderdeel a, subonderdeel 1° of artikel 83, eerste lid, aanhef en onderdeel a, subonderdeel 1°.

3.

Een productie-installatie als bedoeld in het eerste lid, aanhef en onderdeel a, subonderdelen 1° of 2°, onderdeel c, subonderdelen 1° of 2°, onderdeel d, subonderdelen 1° of 2°, onderdeel e, subonderdelen 1° of 2°, onderdeel f, subonderdelen 1° of 2° of onderdeel g, subonderdeel 1° kan worden gecombineerd met een productie-installatie als bedoeld in artikel 81, eerste lid, aanhef en onderdeel a, subonderdeel 2° of artikel 83, eerste lid, aanhef en onderdeel a, subonderdeel 2°.

4.

Een productie-installatie als bedoeld in het eerste lid, aanhef en onderdeel a, subonderdeel 3°, onderdeel c, subonderdeel 3°, onderdeel d, subonderdeel 3°, onderdeel e, subonderdeel 3°, onderdeel f, subonderdeel 3° of onderdeel g, subonderdeel 2° kan worden gecombineerd met een productie-installatie als bedoeld in artikel 81, eerste lid, aanhef en onderdeel a, subonderdeel 3° of artikel 83, eerste lid, aanhef en onderdeel a, subonderdeel 3°.

Artikel 86
1.

De subsidie, bedoeld in artikel 85, eerste lid, wordt voor een periode van vijftien jaar verstrekt.

2.

De subsidieontvanger neemt de productie-installatie binnen zes jaar na de datum van inwerkingtreding van de beschikking tot subsidieverlening in gebruik.

§ 4. Fasebedragen

Artikel 87
1.

Voor de fase, genoemd in de eerste kolom van onderstaande tabel, wordt:

Fase Periode waarbinnen de aanvragen ontvangen moet zijn, per fase Fasebedrag in €/1.000 kg broeikasgas
1 5 september 2023, 9:00 uur, tot 11 september 2023, 17:00 uur 90
2 11 september 2023, 17:00 uur, tot 18 september 2023, 17:00 uur 180
3 18 september 2023, 17:00 uur, tot 25 september 2023, 17:00 uur 240
4 25 september 2023, 17:00 uur, tot 2 oktober 2023, 17:00 uur 300
5 2 oktober 2023, 17:00 uur, tot 5 oktober 2023, 17:00 uur 3001

1 verhoging met € 100 voor de aanvragen voor subsidies binnen het domein hoge-temperatuur-warmte, het domein lage-temperatuur-warmte en het domein moleculen.

2.

Voor de fase 1 tot en met 5, bedoeld in het eerste lid, wordt in afwijking van het fasebedrag, genoemd in de derde kolom van de tabel in het eerste lid, het omgerekende fasebedrag voor de subsidie, bedoeld in de artikelen 10, eerste lid, artikel 27, eerste lid, en 43a, eerste lid en 55e, eerste lid, van het Besluit SDEK, voor de productie van hernieuwbare elektriciteit, hernieuwbaar gas, hernieuwbare warmte en gecombineerde opwekking en vermindering van broeikasgas, vastgesteld op het respectievelijk in de derde, vierde, vijfde, zesde en zevende kolom van onderstaande tabellen genoemde bedrag.

1 2 3 4 5 6 7
Artikel regeling Categorie Fasebedrag in euro/kWh Fasebedrag in euro/kWh Fasebedrag in euro/kWh Fasebedrag in euro/kWh Fasebedrag in euro/kWh
Artikel regeling Categorie Fase 1 Fase 2 Fase 3 Fase 4 Fase 5
Artikel 13, onderdeel a Waterkracht, valhoogte < 50 cm 0,1015 0,1123 0,1195 0,1267 0,1267
Artikel 13, onderdeel b Waterkracht, valhoogte ≥ 50 cm 0,1015 0,1123 0,1195 0,1267 0,1267
Artikel 13, onderdeel c Waterkracht, valhoogte ≥ 50 cm, renovatie 0,1015 0,1123 0,1195 0,1225 0,1225
Artikel 15 Osmose 0,1015 0,1123 0,1195 0,1267 0,1267
Artikel 17, eerste lid, onderdeel b, subonderdeel 1° Wind op land, ≥ 8,5 m/s 0,0530 0,0530 0,0530 0,0530 0,0530
Artikel 17, eerste lid, onderdeel b, subonderdeel 2° Wind op land, ≥ 8 en < 8,5 m/s 0,0533 0,0533 0,0533 0,0533 0,0533
Artikel 17, eerste lid, onderdeel b, subonderdeel 3° Wind op land, ≥ 7,5 en < 8,0 m/s 0,0585 0,0585 0,0585 0,0585 0,0585
Artikel 17, eerste lid, onderdeel b, subonderdeel 4° Wind op land, ≥ 7,0 en < 7,5 m/s 0,0624 0,0624 0,0624 0,0624 0,0624
Artikel 17, eerste lid, onderdeel b, subonderdeel 5° Wind op land, ≥ 6,75 en < 7,0 m/s 0,0666 0,0666 0,0666 0,0666 0,0666
Artikel 17, eerste lid, onderdeel b, subonderdeel 6° Wind op land, < 6,75 m/s 0,0712 0,0714 0,0714 0,0714 0,0714
Artikel 19, eerste lid, onderdeel b, subonderdeel 1° Wind op land, hoogtebeperkt ≥ 8,5 m/s 0,0543 0,0543 0,0543 0,0543 0,0543
Artikel 19, eerste lid, onderdeel b, subonderdeel 2° Wind op land, hoogtebeperkt ≥ 8 en < 8,5 m/s 0,0616 0,0616 0,0616 0,0616 0,0616
Artikel 19, eerste lid, onderdeel b, subonderdeel 3° Wind op land, hoogtebeperkt ≥ 7,5 en < 8,0 m/s 0,0689 0,0689 0,0689 0,0689 0,0689
Artikel 19, eerste lid, onderdeel b, subonderdeel 4° Wind op land, hoogtebeperkt ≥ 7,0 en < 7,5 m/s 0,0712 0,0788 0,0788 0,0788 0,0788
Artikel 19, eerste lid, onderdeel b, subonderdeel 5° Wind op land, hoogtebeperkt ≥ 6,75 en < 7,0 m/s 0,0712 0,0805 0,0850 0,0850 0,0850
Artikel 19, eerste lid, onderdeel b, subonderdeel 6° Wind op land, hoogtebeperkt < 6,75 m/s 0,0712 0,0805 0,0866 0,0926 0,0926
Artikel 21, eerste lid, onderdeel c, subonderdeel 1° Wind op waterkering, ≥ 8,5 m/s 0,0590 0,0590 0,0590 0,0590 0,0590
Artikel 21, eerste lid, onderdeel c, subonderdeel 2° Wind op waterkering, ≥ 8 en < 8,5 m/s 0,0611 0,0611 0,0611 0,0611 0,0611
Artikel 21, eerste lid, onderdeel c, subonderdeel 3° Wind op waterkering, ≥ 7,5 en < 8,0 m/s 0,0665 0,0665 0,0665 0,0665 0,0665
Artikel 21, eerste lid, onderdeel c, subonderdeel 4° Wind op waterkering, ≥ 7,0 en < 7,5 m/s 0,0703 0,0703 0,0703 0,0703 0,0703
Artikel 21, eerste lid, onderdeel c, subonderdeel 5° Wind op waterkering, ≥ 6,75 en < 7,0 m/s 0,0712 0,0758 0,0758 0,0758 0,0758
Artikel 21, eerste lid, onderdeel c, subonderdeel 6° Wind op waterkering, < 6,75 m/s 0,0712 0,0804 0,0804 0,0804 0,0804
Artikel 23, eerste lid, onderdeel a, subonderdeel 1° Zon-PV ≥ 15 kWp en < 1 MWp aansluiting > 3*80 A, gebouwgebonden (net = 50%) 0,0916 0,0916 0,0916 0,0916 0,0916
Artikel 23, eerste lid, onderdeel a, subonderdeel 2° Zon-PV ≥ 1 MWp, gebouwgebonden (net = 50%) 0,0804 0,0804 0,0804 0,0804 0,0804
Artikel 23, eerste lid, onderdeel b, subonderdeel 1° Zon-PV ≥ 15 kWp en < 1 MWp aansluiting > 3*80 A, drijvend op water (net = 50%) 0,0916 0,0916 0,0916 0,0916 0,0916
Artikel 23, eerste lid, onderdeel b, subonderdeel 2° Zon-PV ≥ 1 MWp, drijvend op water (net = 50%) 0,0811 0,0811 0,0811 0,0811 0,0811
Artikel 23, eerste lid, onderdeel c, subonderdeel 1° Zon-PV ≥ 15 kWp en < 1 MWp aansluiting > 3*80 A, op land (net = 50%) 0,0916 0,0916 0,0916 0,0916 0,0916
Artikel 23, eerste lid, onderdeel c, subonderdeel 2° Zon-PV ≥ 1 MWp en < 20 MWp, op land (net = 50%) 0,0701 0,0701 0,0701 0,0701 0,0701
Artikel 23, eerste lid, onderdeel c, subonderdeel 3° Zon-PV ≥ 20 MWp, op land (net = 50%) 0,0667 0,0667 0,0667 0,0667 0,0667
Artikel 23, eerste lid, onderdeel d, subonderdeel 1° Zon-PV ≥ 1 MWp en < 20 MWp, zonvolgend op land 0,0633 0,0633 0,0633 0,0633 0,0633
Artikel 23, eerste lid, onderdeel d, subonderdeel 2° Zon-PV ≥ 20 MWp, zonvolgend op land 0,0602 0,0602 0,0602 0,0602 0,0602
Artikel 23, eerste lid, onderdeel d, subonderdeel 3° Zon-PV ≥ 1 MWp, zonvolgend op water 0,0734 0,0734 0,0734 0,0734 0,0734
Artikel 25, onderdeel a Allesvergisting, gas 0,0615 0,0779 0,0889 0,0893 0,0893
Artikel 25, onderdeel b Monomestvergisting > 450 kW, gas 0,0754 0,1057 0,1066 0,1066 0,1066
Artikel 25, onderdeel c Monomestvergisting ≤ 450 kW, gas 0,0925 0,1400 0,1523 0,1523 0,1523
Artikel 27, onderdeel a Allesvergisting verlengde levensduur, ombouw naar gas 0,0615 0,0777 0,0777 0,0777 0,0777
Artikel 27, onderdeel b Allesvergisting verlengde levensduur, gas 0,0615 0,0733 0,0733 0,0733 0,0733
Artikel 27, onderdeel c Monomestvergisting verlengde levensduur ≤ 450 kW, ombouw naar gas 0,0949 0,1309 0,1309 0,1309 0,1309
Artikel 27, onderdeel d Monomestvergisting verlengde levensduur ≤ 450 kW, gas 0,0949 0,1212 0,1212 0,1212 0,1212
Artikel 29, eerste lid RWZI verbeterde slibgisting, gas 0,0615 0,0779 0,0889 0,0999 0,1148
Artikel 31, onderdeel a Biomassavergassing (inclusief B-hout) 0,0601 0,0751 0,0797 0,0797 0,0797
Artikel 31, onderdeel b Biomassavergassing (exclusief B-hout) 0,0601 0,0751 0,0852 0,0952 0,1120
Artikel 33, eerste lid, onderdeel a Zonthermie ≥ 140 kWth en < 1 MWth 0,0873 0,1077 0,1170 0,1170 0,1170
Artikel 33, eerste lid, onderdeel b Zonthermie ≥ 1 MWth 0,0819 0,0986 0,0986 0,0986 0,0986
Artikel 35, onderdeel a Allesvergisting, warmte 0,0737 0,0737 0,0737 0,0737 0,0737
Artikel 35, onderdeel b Allesvergisting, gecombineerde opwekking 0,0853 0,0853 0,0853 0,0853 0,0853
Artikel 35, onderdeel c Monomestvergisting, warmte > 450 kW 0,0988 0,1004 0,1004 0,1004 0,1004
Artikel 35, onderdeel d Monomestvergisting, gecombineerde opwekking > 450 kW 0,1160 0,1180 0,1180 0,1180 0,1180
Artikel 35, onderdeel e Monomestvergisting, warmte ≤ 450 kW 0,1234 0,1399 0,1399 0,1399 0,1399
Artikel 35, onderdeel f Monomestvergisting, gecombineerde opwekking ≤ 450 kW 0,1746 0,2039 0,2039 0,2039 0,2039
Artikel 37, onderdeel a Allesvergisting verlengde levensduur, warmte 0,0679 0,0679 0,0679 0,0679 0,0679
Artikel 37, onderdeel b Allesvergisting verlengde levensduur, gecombineerde opwekking 0,0705 0,0705 0,0705 0,0705 0,0705
Artikel 37, onderdeel c Monomestvergisting verlengde levensduur, warmte ≤ 450 kW 0,0960 0,0960 0,0960 0,0960 0,0960
Artikel 37, onderdeel d Monomestvergisting verlengde levensduur, gecombineerde opwekking ≤ 450 kW 0,1427 0,1427 0,1427 0,1427 0,1427
Artikel 39, eerste lid, onderdeel a RWZI verbeterde slibgisting, warmte 0,0819 0,0980 0,0980 0,0980 0,0980
Artikel 39, eerste lid, onderdeel b RWZI verbeterde slibgisting, gecombineerde opwekking 0,0959 0,1105 0,1202 0,1299 0,1299
Artikel 41, onderdeel a Ketel op vloeibare biomassa, stadsverwarming 0,0819 0,0826 0,0826 0,0826 0,0826
Artikel 41, onderdeel b Ketel op vloeibare biomassa, overige toepassing 0,0819 0,0826 0,0826 0,0826 0,0826
Artikel 43 Kleine ketel op vaste of vloeibare biomassa 0,0715 0,0715 0,0715 0,0715 0,0715
Artikel 45, onderdeel a Grote ketel op vaste of vloeibare biomassa (4.500 vollasturen) 0,0553 0,0611 0,0611 0,0611 0,0611
Artikel 45, onderdeel b Grote ketel op vaste of vloeibare biomassa (5.000 vollasturen) 0,0553 0,0601 0,0601 0,0601 0,0601
Artikel 45, onderdeel c Grote ketel op vaste of vloeibare biomassa (5.500 vollasturen) 0,0553 0,0591 0,0591 0,0591 0,0591
Artikel 45, onderdeel d Grote ketel op vaste of vloeibare biomassa (6.000 vollasturen) 0,0553 0,0584 0,0584 0,0584 0,0584
Artikel 45, onderdeel e Grote ketel op vaste of vloeibare biomassa (6.500 vollasturen) 0,0553 0,0575 0,0575 0,0575 0,0575
Artikel 45, onderdeel f Grote ketel op vaste of vloeibare biomassa (7.000 vollasturen) 0,0553 0,0570 0,0570 0,0570 0,0570
Artikel 45, onderdeel g Grote ketel op vaste of vloeibare biomassa (7.500 vollasturen) 0,0553 0,0568 0,0568 0,0568 0,0568
Artikel 45, onderdeel h Grote ketel op vaste of vloeibare biomassa (8.000 vollasturen) 0,0553 0,0563 0,0563 0,0563 0,0563
Artikel 45, onderdeel i Grote ketel op vaste of vloeibare biomassa (8.500 vollasturen) 0,0553 0,0558 0,0558 0,0558 0,0558
Artikel 47 Grote ketel op B-hout 0,0338 0,0338 0,0338 0,0338 0,0338
Artikel 49, eerste lid, onderdeel a Grote stoomketel op houtpellets ≥ 5 MWth en < 50 MWth 0,0553 0,0757 0,0830 0,0830 0,0830
Artikel 49, eerste lid, onderdeel b Grote stoomketel op houtpellets ≥ 50 MWth 0,0553 0,0757 0,0892 0,0910 0,0910
Artikel 51 Directe inzet (brander) van houtpellets voor industriële toepassingen 0,0635 0,0635 0,0635 0,0635 0,0635
Artikel 53, eerste lid Grote ketel op vaste of vloeibare biomassa verlengde levensduur 0,0436 0,0436 0,0436 0,0436 0,0436
Artikel 55, eerste lid Composteringsinstallatie, warmte 0,0563 0,0563 0,0563 0,0563 0,0563
Artikel 57, onderdeel a, subonderdeel 1 en onderdeel d, subonderdeel 1 Diepe geothermie < 12 MWth, basislast 0,0595 0,0595 0,0595 0,0595 0,0595
Artikel 57, onderdeel a, subonderdeel 2 en onderdeel d, subonderdeel 2 Diepe geothermie ≥ 12 MWth en < 20 MWth, basislast 0,0531 0,0531 0,0531 0,0531 0,0531
Artikel 57, onderdeel a, subonderdeel 3 en onderdeel d, subonderdeel 3 Diepe geothermie ≥ 20 MWth, basislast 0,0471 0,0471 0,0471 0,0471 0,0471
Artikel 57, onderdeel b Diepe geothermie, middenlast, verwarming gebouwde omgeving 0,0745 0,0973 0,0973 0,0973 0,0973
Artikel 57, onderdeel c Diepe geothermie, geen basislast, verwarming gebouwde omgeving 0,0742 0,1134 0,1240 0,1240 0,1240
Artikel 57, onderdeel e Diepe geothermie, basislast, aanvullende put 0,0353 0,0353 0,0353 0,0353 0,0353
Artikel 57, onderdeel f Ultradiepe geothermie, basislast 0,0748 0,0814 0,0814 0,0814 0,0814
Artikel 59, onderdeel a Ondiepe geothermie met warmtepomp, basislast 0,0698 0,0957 0,0957 0,0957 0,0957
Artikel 59, onderdeel b Ondiepe geothermie met warmtepomp, geen basislast, verwarming gebouwde omgeving 0,0698 0,1047 0,1279 0,1506 0,1506
Artikel 59, onderdeel c Diepe geothermie met warmtepomp, basislast, verwarming gebouwde omgeving 0,0692 0,1033 0,1089 0,1089 0,1089
Artikel 61, onderdeel a Thermische energie uit oppervlaktewater met seizoensopslag, basislast, verwarming gebouwde omgeving 0,0516 0,0681 0,0792 0,0902 0,1086
Artikel 61, onderdeel b Thermische energie uit oppervlaktewater, basislast, verwarming gebouwde omgeving 0,0522 0,0695 0,0734 0,0734 0,0734
Artikel 61, onderdeel c Thermische energie uit oppervlaktewater met seizoensopslag, geen basislast, verwarming gebouwde omgeving 0,0514 0,0678 0,0788 0,0897 0,1080
Artikel 61, onderdeel d Thermische energie uit oppervlaktewater met seizoensopslag, directe toepassing 0,0523 0,0696 0,0812 0,0872 0,0872
Artikel 63, eerste lid Thermische energie uit afvalwater, basislast, verwarming gebouwde omgeving 0,0522 0,0694 0,0805 0,0805 0,0805
Artikel 65, eerste lid Lucht-water-warmtepomp, geen basislast 0,0780 0,0945 0,1054 0,1164 0,1241
Artikel 67, eerste lid Daglichtkas 0,0530 0,0709 0,0829 0,0907 0,0907
Artikel 69, eerste lid Zon-PVT systeem 0,0530 0,0530 0,0530 0,0530 0,0530
Artikel 71, eerste lid, onderdeel a Elektroboiler, stadsverwarming 0,0653 0,0857 0,0954 0,0954 0,0954
Artikel 71, eerste lid, onderdeel b Elektroboiler, overige toepassing 0,0653 0,0857 0,0954 0,0954 0,0954
Artikel 73, eerste lid, onderdeel a Industriële gesloten warmtepomp (8.000 uur) 0,0523 0,0530 0,0530 0,0530 0,0530
Artikel 73, eerste lid, onderdeel b Industriële gesloten warmtepomp (3.000 uur) 0,0523 0,0695 0,0810 0,0925 0,0970
Artikel 73, eerste lid, onderdeel c Industriële open warmtepomp (8.000 uur) 0,0525 0,0525 0,0525 0,0525 0,0525
Artikel 73, eerste lid, onderdeel d Industriële open warmtepomp (3.000 uur) 0,0538 0,0726 0,0851 0,0977 0,1176
Artikel 75, onderdeel a, subonderdeel 1° Restwarmtebenutting met warmtepomp, transportleiding ≥ 0,10 en < 0,20 km/MWth 0,0522 0,0682 0,0682 0,0682 0,0682
Artikel 75, onderdeel a, subonderdeel 2° Restwarmtebenutting met warmtepomp, transportleiding ≥ 0,20 en < 0,30 km/MWth 0,0522 0,0694 0,0755 0,0755 0,0755
Artikel 75, onderdeel a, subonderdeel 3° Restwarmtebenutting met warmtepomp, transportleiding ≥ 0,30 en < 0,40 km/MWth 0,0522 0,0694 0,0808 0,0827 0,0827
Artikel 75, onderdeel a, subonderdeel 4° Restwarmtebenutting met warmtepomp, transportleiding ≥ 0,40 km/MWth 0,0522 0,0693 0,0808 0,0899 0,0899
Artikel 75, onderdeel b, subonderdeel 1° Restwarmtebenutting, transportleiding ≥ 0,10 en < 0,20 km/MWth 0,0243 0,0243 0,0243 0,0243 0,0243
Artikel 75,onderdeel b, subonderdeel 2° Restwarmtebenutting, transportleiding ≥ 0,20 en < 0,30 km/MWth 0,0315 0,0315 0,0315 0,0315 0,0315
Artikel 75, onderdeel b, subonderdeel 3° Restwarmtebenutting, transportleiding ≥ 0, 30 en < 0,40 km/MWth 0,0387 0,0387 0,0387 0,0387 0,0387
Artikel 75, onderdeel b, subonderdeel 4° Benutting restwarmte, transportleiding ≥ 0,40 km/MWth 0,0460 0,0460 0,0460 0,0460 0,0460
Artikel 77, eerste lid, onderdeel a Waterstof uit elektrolyse, netgekoppeld 0,0840 0,1046 0,1184 0,1321 0,1550
Artikel 77, eerste lid, onderdeel b Waterstof uit elektrolyse, directe lijn met windpark of zonnepark 0,0840 0,1046 0,1184 0,1321 0,1550
Artikel 79, eerste lid, onderdeel a Geavanceerde hernieuwbare transportbrandstoffen, bioethanol uit vaste lignocellulosehoudende biomassa 0,1211 0,1467 0,1637 0,1657 0,1657
Artikel 79, eerste lid, onderdeel b Geavanceerde hernieuwbare transportbrandstoffen, biomethanol uit vaste lignocellulosehoudende biomassa 0,1181 0,1407 0,1421 0,1421 0,1421
Artikel 79, eerste lid, onderdeel c Geavanceerde hernieuwbare transportbrandstoffen, bioLNG uit monomestvergisting 0,0893 0,1253 0,1494 0,1589 0,1589
Artikel 79, eerste lid, onderdeel d Geavanceerde hernieuwbare transportbrandstoffen, bioLNG uit allesvergisting 0,0753 0,0974 0,1088 0,1088 0,1088
Artikel 79, eerste lid, onderdeel e Geavanceerde hernieuwbare transportbrandstoffen, diesel- en benzinevervangers uit vaste lignocellulose houdende biomassa 0,1171 0,1383 0,1383 0,1383 0,1383
1 2 3 4 5 6 7
--- --- --- --- --- --- ---
Artikel regeling Categorie Fasebedrag in euro/1.000 kg CO2 Fasebedrag in euro/1.000 kg CO2 Fasebedrag in euro/1.000 kg CO2 Fasebedrag in euro/1.000 kg CO2 Fasebedrag in euro/1.000 kg CO2
Artikel regeling Categorie Fase 1 Fase 2 Fase 3 Fase 4 Fase 5
Artikel 81, eerste lid, onderdeel a, subonderdeel 1° CCS – Gedeeltelijke CO2-opslag bij bestaande installaties, gasvormig transport 193,2830 193,2830 193,2830 193,2830 193,2830
Artikel 81, eerste lid, onderdeel a, subonderdeel 2° CCS – Gedeeltelijke CO2-opslag bij bestaande installaties, vloeibaar transport, nieuwe vervloeiingsinstallatie 200,2707 265,9978 265,9978 265,9978 265,9978
Artikel 81, eerste lid, onderdeel a, subonderdeel 3° CCS – Gedeeltelijke CO2-opslag bij bestaande installaties, vloeibaar transport 200,2707 219,1409 219,1409 219,1409 219,1409
Artikel 81, eerste lid, onderdeel b, subonderdeel 1° CCS – Volledige CO2-opslag bij bestaande installaties, gasvormig transport 108,8450 108,8450 108,8450 108,8450 108,8450
Artikel 81, eerste lid, onderdeel b, subonderdeel 2° CCS – Volledige CO2-opslag bij bestaande installaties, vloeibaar transport, nieuwe vervloeiingsinstallatie 146,1369 146,1369 146,1369 146,1369 146,1369
Artikel 81, eerste lid, onderdeel c, subonderdeel 1° CCS – Nieuwe pre-combustion CO2-zuivering, bestaande installatie, gasvormig transport 146,9185 146,9185 146,9185 146,9185 146,9185
Artikel 81, eerste lid, onderdeel c, subonderdeel 2° CCS – Nieuwe pre-combustion CO2-zuivering, bestaande installatie, vloeibaar transport, nieuwe vervloeiingsinstallatie 182,4241 182,4241 182,4241 182,4241 182,4241
Artikel 81, eerste lid, onderdeel d, subonderdeel 1° CCS – Nieuwe pre-combustion CO2-afvang bij waterstofproductie uit restgassen voor ondervuring, gasvormig transport 191,0295 191,0295 191,0295 191,0295 191,0295
Artikel 81, eerste lid, onderdeel d, subonderdeel 2° CCS – Nieuwe pre-combustion CO2-afvang bij waterstofproductie uit restgassen voor ondervuring, vloeibaar transport, nieuwe vervloeiingsinstallatie 199,1907 228,8453 228,8453 228,8453 228,8453
Artikel 81, eerste lid, onderdeel e, subonderdeel 1° CCS – Nieuwe post-combustion CO2-afvang, bestaande installatie, gasvormig transport 191,7169 191,7169 191,7169 191,7169 191,7169
Artikel 81, eerste lid, onderdeel e, subonderdeel 2° CCS – Nieuwe post-combustion CO2-afvang, bestaande installatie, vloeibaar transport, nieuwe vervloeiingsinstallatie 193,0093 226,5740 226,5740 226,5740 226,5740
Artikel 81, eerste lid, onderdeel f, subonderdeel 1° CCS – Nieuwe pre-combustion CO2-zuivering, nieuwe installatie, gasvormig transport 125,9515 125,9515 125,9515 125,9515 125,9515
Artikel 81, eerste lid, onderdeel f, subonderdeel 2° CCS – Nieuwe pre-combustion CO2-zuivering, nieuwe installatie, gasvormig transport 165,5532 165,5532 165,5532 165,5532 165,5532
Artikel 81, eerste lid, onderdeel g, subonderdeel 1° CCS – Nieuwe post-combustion CO2-afvang, nieuwe installatie, gasvormig transport 172,6223 172,6223 172,6223 172,6223 172,6223
Artikel 81, eerste lid, onderdeel g, subonderdeel 2° CCS – Nieuwe post-combustion CO2-afvang, nieuwe installatie, vloeibaar transport, nieuwe vervloeiingsinstallatie 194,4331 205,5177 205,5177 205,5177 205,5177
Artikel 83, eerste lid, onderdeel a, subonderdeel 1° CCS – Gedeeltelijke CO2-opslag bij bestaande installaties niet-ETS-bedrijf, gasvormig transport 81,7436 163,4872 193,2830 193,2830 193,2830
Artikel 83, eerste lid, onderdeel a, subonderdeel 2° CCS – Gedeeltelijke CO2-opslag bij bestaande installaties niet-ETS-bedrijf, vloeibaar transport, nieuwe vervloeiingsinstallatie 81,3440 162,6880 216,9173 265,9978 265,9978
Artikel 83, eerste lid, onderdeel a, subonderdeel 3° CCS – Gedeeltelijke CO2-opslag bij bestaande installaties niet-ETS-bedrijf, vloeibaar transport 81,3440 162,6880 216,9173 219,1409 219,1409
Artikel 83, eerste lid, onderdeel b, subonderdeel 1° CCS – Volledige CO2-opslag bij bestaande installaties niet-ETS-bedrijf, gasvormig transport 81,7436 108,8450 108,8450 108,8450 108,8450
Artikel 83, eerste lid, onderdeel b, subonderdeel 2° CCS – Volledige CO2-opslag bij bestaande installaties niet-ETS-bedrijf, vloeibaar transport, nieuwe vervloeiingsinstallatie 81,3440 146,1369 146,1369 146,1369 146,1369
Artikel 83, eerste lid, onderdeel c, subonderdeel 1° CCS – Nieuwe pre-combustion CO2-zuivering, bestaande installatie niet-ETS-bedrijf, gasvormig transport 81,7436 146,9185 146,9185 146,9185 146,9185
Artikel 83, eerste lid, onderdeel c, subonderdeel 2° CCS – Nieuwe pre-combustion CO2-zuivering, bestaande installatie niet-ETS-bedrijf, vloeibaar transport, nieuwe vervloeiingsinstallatie 81,3440 162,6880 182,4241 182,4241 182,4241
Artikel 83, eerste lid, onderdeel d, subonderdeel 1° CCS – Nieuwe pre-combustion CO2-afvang bij waterstofproductie uit restgassen voor ondervuring niet-ETS-bedrijf, gasvormig transport 80,6636 161,3272 191,0295 191,0295 191,0295
Artikel 83, eerste lid, onderdeel d, subonderdeel 2° CCS – Nieuwe pre-combustion CO2-afvang bij waterstofproductie uit restgassen voor ondervuring niet-ETS-bedrijf, vloeibaar transport, nieuwe vervloeiingsinstallatie 80,2640 160,5280 214,0373 228,8453 228,8453
Artikel 83, eerste lid, onderdeel e, subonderdeel 1° CCS – Nieuwe post-combustion CO2-afvang, bestaande installatie niet-ETS-bedrijf, gasvormig transport 74,4822 148,9644 191,7169 191,7169 191,7169
Artikel 83, eerste lid, onderdeel e, subonderdeel 2° CCS – Nieuwe post-combustion CO2-afvang, bestaande installatie niet-ETS-bedrijf, vloeibaar transport, nieuwe vervloeiingsinstallatie 74,0826 148,1652 197,5536 226,5740 226,5740
Artikel 83, eerste lid, onderdeel f, subonderdeel 1° CCS – Nieuwe post-combustion CO2-afvang, bestaande afvalverbrandingsinstallatie niet-ETS-bedrijf, gasvormig transport 67,2005 134,4010 179,2013 216,0474 216,0474
Artikel 83, eerste lid, onderdeel f, subonderdeel 2° CCS – Nieuwe post-combustion CO2-afvang, bestaande afvalverbrandingsinstallatie niet-ETS-bedrijf, vloeibaar transport, nieuwe vervloeiingsinstallatie 66,8009 133,6018 178,1357 222,6696 222,6696
Artikel 83, eerste lid, onderdeel g, subonderdeel 1° CCS – Nieuwe pre-combustion CO2-zuivering, nieuwe installatie niet-ETS-bedrijf, gasvormig transport 82,2928 125,9515 125,9515 125,9515 125,9515
Artikel 83, eerste lid, onderdeel g, subonderdeel 2° CCS – Nieuwe pre-combustion CO2-zuivering, nieuwe installatie niet-ETS-bedrijf, vloeibaar transport, nieuwe vervloeiingsinstallatie 81,8932 163,7863 165,5532 165,5532 165,5532
Artikel 83, eerste lid, onderdeel h, subonderdeel 1° CCS – Nieuwe post-combustion CO2-afvang, nieuwe installatie niet-ETS-bedrijf, gasvormig transport 75,9060 151,8120 172,6223 172,6223 172,6223
Artikel 83, eerste lid, onderdeel h, subonderdeel 2° CCS – Nieuwe post-combustion CO2-afvang, nieuwe installatie niet-ETS-bedrijf, vloeibaar transport, nieuwe vervloeiingsinstallatie 75,5064 151,0128 201,3504 205,5177 205,5177
Artikel 85, eerste lid, onderdeel a, subonderdeel 1° CCU – Nieuwe pre-combustion CO2-zuivering, bestaande installatie, gasvormig transport 101,2105 101,2105 101,2105 101,2105 101,2105
Artikel 85, eerste lid, onderdeel a, subonderdeel 2° CCU – Nieuwe pre-combustion CO2-zuivering, bestaande installatie, gasvormig transport, nieuwe transportleiding 115,5628 115,5628 115,5628 115,5628 115,5628
Artikel 85, eerste lid, onderdeel a, subonderdeel 3° CCU – Nieuwe pre-combustion CO2-zuivering, bestaande installatie, vloeibaar transport, nieuwe vervloeiingsinstallatie 158,3779 158,3779 158,3779 158,3779 158,3779
Artikel 85, eerste lid, onderdeel b Extra CCU – Bestaande CO2-afvang, bestaande installatie, vloeibaar transport, nieuwe vervloeiingsinstallatie 107,9342 107,9342 107,9342 107,9342 107,9342
Artikel 85, eerste lid, onderdeel c, subonderdeel 1° CCU – Nieuwe pre-combustion CO2-zuivering, nieuwe installatie, gasvormig transport 71,2260 71,2260 71,2260 71,2260 71,2260
Artikel 85, eerste lid, onderdeel c, subonderdeel 2° CCU – Nieuwe pre-combustion CO2-zuivering, nieuwe installatie, gasvormig transport, nieuwe transportleiding 85,5783 85,5783 85,5783 85,5783 85,5783
Artikel 85, eerste lid, onderdeel c, subonderdeel 3° CCU – Nieuwe pre-combustion CO2-zuivering, nieuwe installatie, vloeibaar transport, nieuwe vervloeiingsinstallatie 130,9846 130,9846 130,9846 130,9846 130,9846
Artikel 85, eerste lid, onderdeel d, subonderdeel 1° CCU – Nieuwe post-combustion CO2-afvang, bestaande installatie, gasvormig transport 167,3015 167,3015 167,3015 167,3015 167,3015
Artikel 85, eerste lid, onderdeel d, subonderdeel 2° CCU – Nieuwe post-combustion CO2-afvang, bestaande installatie, gasvormig transport, nieuwe transportleiding 172,2959 181,6538 181,6538 181,6538 181,6538
Artikel 85, eerste lid, onderdeel d, subonderdeel 3° CCU – Nieuwe post-combustion CO2-afvang, bestaande installatie, vloeibaar transport, nieuwe vervloeiingsinstallatie 171,4373 225,8159 225,8159 225,8159 225,8159
Artikel 85, eerste lid, onderdeel e, subonderdeel 1° CCU – Nieuwe post-combustion CO2-afvang, nieuwe installatie, gasvormig transport 141,2888 141,2888 141,2888 141,2888 141,2888
Artikel 85, eerste lid, onderdeel e, subonderdeel 2° CCU – Nieuwe post-combustion CO2-afvang, nieuwe installatie, gasvormig transport, nieuwe transportleiding 155,6411 155,6411 155,6411 155,6411 155,6411
Artikel 85, eerste lid, onderdeel e, subonderdeel 3° CCU – Nieuwe post-combustion CO2-afvang, nieuwe installatie, vloeibaar transport, nieuwe vervloeiingsinstallatie 172,8611 195,2963 195,2963 195,2963 195,2963
Artikel 85, eerste lid, onderdeel f, subonderdeel 1° CCU – Nieuwe post-combustion CO2-afvang bij bestaande afvalverbrandingsinstallatie, gasvormig transport 165,0142 195,9294 195,9294 195,9294 195,9294
Artikel 85, eerste lid, onderdeel f, subonderdeel 2° CCU – Nieuwe post-combustion CO2-afvang bij bestaande afvalverbrandingsinstallatie, gasvormig transport, nieuwe transportleiding 165,0142 210,2817 210,2817 210,2817 210,2817
Artikel 85, eerste lid, onderdeel f, subonderdeel 3° CCU – Nieuwe post-combustion CO2-afvang bij bestaande afvalverbrandingsinstallatie, vloeibaar transport, nieuwe vervloeiingsinstallatie 164,1556 224,6565 260,5508 260,5508 260,5508
Artikel 85, eerste lid, onderdeel g, subonderdeel 1° CCU – Nieuwe post-combustion CO2-afvang bij biomassa-installatie tuinbouw, gasvormig 130,8712 130,8712 130,8712 130,8712 130,8712
Artikel 85, eerste lid, onderdeel g, subonderdeel 2° CCU – Nieuwe post-combustion CO2-afvang bij biomassa-installatie tuinbouw, vloeibaar, nieuwe vervloeiingsinstallatie 171,6209 174,7290 174,7290 174,7290 174,7290
3.

In afwijking van de fasebedragen, genoemd in de derde, vierde, vijfde, zesde en zevende kolom van de tabel in het tweede lid, geldt voor de productie-installaties, bedoeld in de artikelen 13, 15, 17, eerste lid, 19, eerste lid, 21, eerste lid, 23, eerste lid, 25, 27, 29, eerste lid, 31, 33, eerste lid, 35, eerste lid, 37, 39, eerste lid, 41, eerste lid, 43, 45, 47, 49, 51, 53, eerste lid, 55, eerste lid, 57, 59, eerste lid, 61, 63, eerste lid, 65, eerste lid, 67, eerste lid, 69, eerste lid, 71, eerste lid, 73, eerste lid, 75, eerste lid, 77, eerste lid, en 79, eerste lid, het fasebedrag in euro per kWh in vier decimalen dat door de aanvrager bij de aanvraag in een fase is ingediend, indien dat bedrag per kWh lager is dan het fasebedrag dat van toepassing is voor de fase waarin de aanvraag is ingediend.

4.

In afwijking van de fasebedragen, genoemd in de derde, vierde, vijfde, zesde of zevende kolom van de tabel in het tweede lid, geldt voor de productie-installaties, bedoeld in de artikelen 81, eerste lid, 83, eerste lid, en 85, eerste lid, het fasebedrag in euro per 1.000 kg broeikasgas in vier decimalen dat door de aanvrager bij de aanvraag in een fase is ingediend, indien dat bedrag per 1.000 kg broeikasgas lager is dan het fasebedrag, genoemd in de respectievelijke derde, vierde, vijfde, zesde of zevende kolom van de tabel in het tweede lid, dat van toepassing is voor de fase waarin de aanvraag is ingediend.

Artikel 88
1.

Het rangschikkingsbedrag, bedoeld voor de vergelijking van de fasebedragen op grond van artikel 58, tweede lid, van het Besluit SDEK, wordt berekend volgens de formule in het tweede lid en voor de uitdrukking in euro per 1.000 kg vermindering van broeikasgas vermenigvuldigd met de factor 1.000 en afgerond op drie decimalen.

2.

De formule voor de berekening van het rangschikkingsbedrag luidt:

1 2 3 4
Artikel regeling Categorie Langetermijn energieprijs of langetermijn broeikasgasbedrag in euro/kWh Omrekenfactor in kg CO2/kWh
Artikel 13, onderdeel a Waterkracht, valhoogte < 50 cm 0,0907 0,1200
Artikel 13, onderdeel b Waterkracht, valhoogte ≥ 50 cm 0,0907 0,1200
Artikel 13, onderdeel c Waterkracht, valhoogte ≥ 50 cm, renovatie 0,0907 0,1200
Artikel 15 Osmose 0,0907 0,1200
Artikel 17, eerste lid, onderdeel b, subonderdeel 1° Wind op land, ≥ 8,5 m/s 0,0620 0,1027
Artikel 17, eerste lid, onderdeel b, subonderdeel 2° Wind op land, ≥ 8 en < 8,5 m/s 0,0620 0,1027
Artikel 17, eerste lid, onderdeel b, subonderdeel 3° Wind op land, ≥ 7,5 en < 8,0 m/s 0,0620 0,1027
Artikel 17, eerste lid, onderdeel b, subonderdeel 4° Wind op land, ≥ 7,0 en < 7,5 m/s 0,0620 0,1027
Artikel 17, eerste lid, onderdeel b, subonderdeel 5° Wind op land, ≥ 6,75 en < 7,0 m/s 0,0620 0,1027
Artikel 17, eerste lid, onderdeel b, subonderdeel 6° Wind op land, < 6,75 m/s 0,0620 0,1027
Artikel 19, eerste lid, onderdeel b, subonderdeel 1° Wind op land, hoogtebeperkt ≥ 8,5 m/s 0,0620 0,1027
Artikel 19, eerste lid, onderdeel b, subonderdeel 2° Wind op land, hoogtebeperkt ≥ 8 en < 8,5 m/s 0,0620 0,1027
Artikel 19, eerste lid, onderdeel b, subonderdeel 3° Wind op land, hoogtebeperkt ≥ 7,5 en < 8,0 m/s 0,0620 0,1027
Artikel 19, eerste lid, onderdeel b, subonderdeel 4° Wind op land, hoogtebeperkt ≥ 7,0 en < 7,5 m/s 0,0620 0,1027
Artikel 19, eerste lid, onderdeel b, subonderdeel 5° Wind op land, hoogtebeperkt ≥ 6,75 en < 7,0 m/s 0,0620 0,1027
Artikel 19, eerste lid, onderdeel b, subonderdeel 6° Wind op land, hoogtebeperkt < 6,75 m/s 0,0620 0,1027
Artikel 21, eerste lid, onderdeel c, subonderdeel 1° Wind op waterkering, ≥ 8,5 m/s 0,0620 0,1027
Artikel 21, eerste lid, onderdeel c, subonderdeel 2° Wind op waterkering, ≥ 8 en < 8,5 m/s 0,0620 0,1027
Artikel 21, eerste lid, onderdeel c, subonderdeel 3° Wind op waterkering, ≥ 7,5 en < 8,0 m/s 0,0620 0,1027
Artikel 21, eerste lid, onderdeel c, subonderdeel 4° Wind op waterkering, ≥ 7,0 en < 7,5 m/s 0,0620 0,1027
Artikel 21, eerste lid, onderdeel c, subonderdeel 5° Wind op waterkering, ≥ 6,75 en < 7,0 m/s 0,0620 0,1027
Artikel 21, eerste lid, onderdeel c, subonderdeel 6° Wind op waterkering, < 6,75 m/s 0,0620 0,1027
Artikel 23, eerste lid, onderdeel a, subonderdeel 1° Zon-PV ≥ 15 kWp en < 1 MWp aansluiting > 3*80 A, gebouwgebonden (net = 50%) 0,1003 0,0803
Artikel 23, eerste lid, onderdeel a, subonderdeel 2° Zon-PV ≥ 1 MWp, gebouwgebonden (net = 50%) 0,0923 0,0803
Artikel 23, eerste lid, onderdeel b, subonderdeel 1° Zon-PV ≥ 15 kWp en < 1 MWp aansluiting > 3*80 A, drijvend op water (net = 50%) 0,0936 0,0804
Artikel 23, eerste lid, onderdeel b, subonderdeel 2° Zon-PV ≥ 1 MWp, drijvend op water (net = 50%) 0,0749 0,0804
Artikel 23, eerste lid, onderdeel c, subonderdeel 1° Zon-PV ≥ 15 kWp en < 1 MWp aansluiting > 3*80 A, op land (net = 50%) 0,0936 0,0804
Artikel 23, eerste lid, onderdeel c, subonderdeel 2° Zon-PV ≥ 1 MWp en < 20 MWp, op land (net = 50%) 0,0749 0,0804
Artikel 23, eerste lid, onderdeel c, subonderdeel 3° Zon-PV ≥ 20 MWp, op land (net = 50%) 0,0714 0,0804
Artikel 23, eerste lid, onderdeel d, subonderdeel 1° Zon-PV ≥ 1 MWp en < 20 MWp, zonvolgend op land 0,0749 0,0800
Artikel 23, eerste lid, onderdeel d, subonderdeel 2° Zon-PV ≥ 20 MWp, zonvolgend op land 0,0714 0,0800
Artikel 23, eerste lid, onderdeel d, subonderdeel 3° Zon-PV ≥ 1 MWp, zonvolgend op water 0,0749 0,0789
Artikel 25, onderdeel a Allesvergisting, gas 0,0450 0,1830
Artikel 25, onderdeel b Monomestvergisting > 450 kW, gas 0,0450 0,3374
Artikel 25, onderdeel c Monomestvergisting ≤ 450 kW, gas 0,0450 0,5279
Artikel 27, onderdeel a Allesvergisting verlengde levensduur, ombouw naar gas 0,0450 0,1830
Artikel 27, onderdeel b Allesvergisting verlengde levensduur, gas 0,0450 0,1830
Artikel 27, onderdeel c Monomestvergisting verlengde levensduur ≤ 450 kW, ombouw naar gas 0,0450 0,5539
Artikel 27, onderdeel d Monomestvergisting verlengde levensduur ≤ 450 kW, gas 0,0450 0,5539
Artikel 29, eerste lid RWZI verbeterde slibgisting, gas 0,0450 0,1830
Artikel 31, onderdeel a Biomassavergassing (inclusief B-hout) 0,0450 0,1674
Artikel 31, onderdeel b Biomassavergassing (exclusief B-hout) 0,0450 0,1674
Artikel 33, eerste lid, onderdeel a Zonthermie ≥ 140 kWth en < 1 MWth 0,0670 0,2260
Artikel 33, eerste lid, onderdeel b Zonthermie ≥ 1 MWth 0,0616 0,2260
Artikel 35, onderdeel a Allesvergisting, warmte 0,0616 0,2260
Artikel 35, onderdeel b Allesvergisting, gecombineerde opwekking 0,0758 0,1743
Artikel 35, onderdeel c Monomestvergisting, warmte > 450 kW 0,0616 0,4128
Artikel 35, onderdeel d Monomestvergisting, gecombineerde opwekking > 450 kW 0,0822 0,3760
Artikel 35, onderdeel e Monomestvergisting, warmte ≤ 450 kW 0,0616 0,6870
Artikel 35, onderdeel f Monomestvergisting, gecombineerde opwekking ≤ 450 kW 0,0986 0,8445
Artikel 37, onderdeel a Allesvergisting verlengde levensduur, warmte 0,0616 0,2260
Artikel 37, onderdeel b Allesvergisting verlengde levensduur, gecombineerde opwekking 0,0758 0,1743
Artikel 37, onderdeel c Monomestvergisting verlengde levensduur, warmte ≤ 450 kW 0,0616 0,7218
Artikel 37, onderdeel d Monomestvergisting verlengde levensduur, gecombineerde opwekking ≤ 450 kW 0,0986 0,8963
Artikel 39, eerste lid, onderdeel a RWZI verbeterde slibgisting, warmte 0,0616 0,2260
Artikel 39, eerste lid, onderdeel b RWZI verbeterde slibgisting, gecombineerde opwekking 0,0813 0,1620
Artikel 41, onderdeel a Ketel op vloeibare biomassa, stadsverwarming 0,0616 0,2260
Artikel 41, onderdeel b Ketel op vloeibare biomassa, overige toepassingen 0,0616 0,2260
Artikel 43 Kleine ketel op vaste of vloeibare biomassa 0,0616 0,2260
Artikel 45, onderdeel a Grote ketel op vaste of vloeibare biomassa (4.500 vollasturen) 0,0350 0,2260
Artikel 45, onderdeel b Grote ketel op vaste of vloeibare biomassa (5.000 vollasturen) 0,0350 0,2260
Artikel 45, onderdeel c Grote ketel op vaste of vloeibare biomassa (5.500 vollasturen) 0,0350 0,2260
Artikel 45, onderdeel d Grote ketel op vaste of vloeibare biomassa (6.000 vollasturen) 0,0350 0,2260
Artikel 45, onderdeel e Grote ketel op vaste of vloeibare biomassa (6.500 vollasturen) 0,0350 0,2260
Artikel 45, onderdeel f Grote ketel op vaste of vloeibare biomassa (7.000 vollasturen) 0,0350 0,2260
Artikel 45, onderdeel g Grote ketel op vaste of vloeibare biomassa (7.500 vollasturen) 0,0350 0,2260
Artikel 45, onderdeel h Grote ketel op vaste of vloeibare biomassa (8.000 vollasturen) 0,0350 0,2260
Artikel 45, onderdeel i Grote ketel op vaste of vloeibare biomassa (8.500 vollasturen) 0,0350 0,2260
Artikel 47 Grote ketel op B-hout 0,0350 0,2260
Artikel 49, eerste lid, onderdeel a Grote stoomketel op houtpellets ≥ 5 MWth en < 50 MWth 0,0350 0,2260
Artikel 49, eerste lid, onderdeel b Grote stoomketel op houtpellets ≥ 50 MWth 0,0350 0,2260
Artikel 51 Directe inzet (brander) van houtpellets voor industriële toepassingen 0,0554 0,2260
Artikel 53, eerste lid Grote ketel op vaste of vloeibare biomassa verlengde levensduur 0,0350 0,2260
Artikel 55, eerste lid Composteringsinstallatie, warmte 0,0616 0,2260
Artikel 57, onderdeel a, subonderdeel 1 en onderdeel d, subonderdeel 1 Diepe geothermie < 12 MWth, basislast 0,0350 0,4388
Artikel 57, onderdeel a, subonderdeel 2 en onderdeel d, subonderdeel 2 Diepe geothermie ≥ 12 MWth en < 20 MWth, basislast 0,0350 0,4418
Artikel 57, onderdeel a, subonderdeel 3 en onderdeel d, subonderdeel 3 Diepe geothermie ≥ 20 MWth, basislast 0,0350 0,4406
Artikel 57, onderdeel b Diepe geothermie, middenlast, verwarming gebouwde omgeving 0,0350 0,4388
Artikel 57, onderdeel c Diepe geothermie, geen basislast, verwarming gebouwde omgeving 0,0350 0,4353
Artikel 57, onderdeel e Diepe geothermie, basislast, aanvullende put 0,0350 0,4418
Artikel 57, onderdeel f Ultradiepe geothermie, basislast 0,0350 0,4418
Artikel 59, onderdeel a Ondiepe geothermie met warmtepomp, basislast 0,0350 0,3871
Artikel 59, onderdeel b Ondiepe geothermie met warmtepomp, geen basislast, verwarming gebouwde omgeving 0,0350 0,3871
Artikel 59, onderdeel c Diepe geothermie met warmtepomp, basislast, verwarming gebouwde omgeving 0,0350 0,3795
Artikel 61, onderdeel a Thermische energie uit oppervlaktewater met seizoensopslag, basislast, verwarming gebouwde omgeving 0,0350 0,1841
Artikel 61, onderdeel b Thermische energie uit oppervlaktewater, basislast, verwarming gebouwde omgeving 0,0350 0,1916
Artikel 61, onderdeel c Thermische energie uit oppervlaktewater met seizoensopslag, geen basislast, verwarming gebouwde omgeving 0,0350 0,1824
Artikel 61, onderdeel d Thermische energie uit oppervlaktewater met seizoensopslag, directe toepassing 0,0350 0,1924
Artikel 63, eerste lid Thermische energie uit afvalwater, basislast, verwarming gebouwde omgeving 0,0350 0,1911
Artikel 65, eerste lid Lucht-water-warmtepomp, geen basislast 0,0616 0,1827
Artikel 67, eerste lid Daglichtkas 0,0350 0,1996
Artikel 69, eerste lid Zon-PVT systeem 0,0670 0,2068
Artikel 71, eerste lid, onderdeel a Elektroboiler, stadsverwarming 0,0450 0,2260
Artikel 71, eerste lid, onderdeel b Elektroboiler, overige toepassingen 0,0450 0,2260
Artikel 73, eerste lid, onderdeel a Industriële gesloten warmtepomp (8.000 uur) 0,0350 0,1917
Artikel 73, eerste lid, onderdeel b Industriële gesloten warmtepomp (3.000 uur) 0,0350 0,1917
Artikel 73, eerste lid, onderdeel c Industriële open warmtepomp (8.000 uur) 0,0350 0,2089
Artikel 73, eerste lid, onderdeel d Industriële open warmtepomp (3.000 uur) 0,0350 0,2089
Artikel 75, onderdeel a, subonderdeel 1° Restwarmtebenutting met warmtepomp, transportleiding ≥ 0,10 en < 0,20 km/MWth 0,0350 0,1915
Artikel 75, onderdeel a, subonderdeel 2° Restwarmtebenutting met warmtepomp, transportleiding ≥ 0,20 en < 0,30 km/MWth 0,0350 0,1913
Artikel 75, onderdeel a, subonderdeel 3° Restwarmtebenutting met warmtepomp, transportleiding ≥ 0,30 en < 0,40 km/MWth 0,0350 0,1910
Artikel 75, onderdeel a, subonderdeel 4° Restwarmtebenutting met warmtepomp, transportleiding ≥ 0,40 km/MWth 0,0350 0,1908
Artikel 75, onderdeel b, subonderdeel 1° Restwarmtebenutting, transportleiding ≥ 0,10 en < 0,20 km/MWth 0,0350 0,2258
Artikel 75, onderdeel b, subonderdeel 2° Restwarmtebenutting, transportleiding ≥ 0,20 en < 0,30 km/MWth 0,0350 0,2255
Artikel 75, onderdeel b, subonderdeel 3° Restwarmtebenutting, transportleiding ≥ 0, 30 en < 0, 40 km/MWth 0,0350 0,2253
Artikel 75, onderdeel b, subonderdeel 4° Benutting restwarmte, transportleiding ≥ 0,40 km/MWth 0,0350 0,2251
Artikel 77, eerste lid, onderdeel a Waterstof uit elektrolyse, netgekoppeld 0,0634 0,2290
Artikel 77, eerste lid, onderdeel b Waterstof uit elektrolyse, directe lijn met windpark of zonnepark 0,0634 0,2290
Artikel 79, eerste lid, onderdeel a Geavanceerde hernieuwbare transportbrandstoffen, bioethanol uit vaste lignocellulosehoudende biomassa 0,0955 0,2842
Artikel 79, eerste lid, onderdeel b Geavanceerde hernieuwbare transportbrandstoffen, biomethanol uit vaste lignocellulosehoudende biomassa 0,0955 0,2510
Artikel 79, eerste lid, onderdeel c Geavanceerde hernieuwbare transportbrandstoffen, bioLNG uit monomestvergisting 0,0532 0,4007
Artikel 79, eerste lid, onderdeel d Geavanceerde hernieuwbare transportbrandstoffen, bioLNG uit allesvergisting 0,0532 0,2453
Artikel 79, eerste lid, onderdeel e Geavanceerde hernieuwbare transportbrandstoffen, diesel- en benzinevervangers uit vaste lignocellulose houdende biomassa 0,0935 0,2620
1 2 3 4
--- --- --- ---
Artikel regeling Categorie Langetermijn broeikasgasbedrag in euro/1.000 kg CO2 Emissiefactor in kg CO2/1.000 kg CO2
Artikel 81, eerste lid, onderdeel a, subonderdeel 1° CCS – Gedeeltelijke CO2-opslag bij bestaande installaties, gasvormig transport 118,9267 908,2620
Artikel 81, eerste lid, onderdeel a, subonderdeel 2° CCS – Gedeeltelijke CO2-opslag bij bestaande installaties, vloeibaar transport, nieuwe vervloeiingsinstallatie 118,9267 903,8220
Artikel 81, eerste lid, onderdeel a, subonderdeel 3° CCS – Gedeeltelijke CO2-opslag bij bestaande installaties, vloeibaar transport 118,9267 903,8220
Artikel 81, eerste lid, onderdeel b, subonderdeel 1° CCS – Volledige CO2-opslag bij bestaande installaties, gasvormig transport 118,9267 908,2620
Artikel 81, eerste lid, onderdeel b, subonderdeel 2° CCS – Volledige CO2-opslag bij bestaande installaties, vloeibaar transport, nieuwe vervloeiingsinstallatie 118,9267 903,8220
Artikel 81, eerste lid, onderdeel c, subonderdeel 1° CCS – Nieuwe pre-combustion CO2-zuivering, bestaande installatie, gasvormig transport 118,9267 908,2620
Artikel 81, eerste lid, onderdeel c, subonderdeel 2° CCS – Nieuwe pre-combustion CO2-zuivering, bestaande installatie, vloeibaar transport, nieuwe vervloeiingsinstallatie 118,9267 903,8220
Artikel 81, eerste lid, onderdeel d, subonderdeel 1° CCS – Nieuwe pre-combustion CO2-afvang bij waterstofproductie uit restgassen voor ondervuring, gasvormig transport 118,9267 896,2620
Artikel 81, eerste lid, onderdeel d, subonderdeel 2° CCS – Nieuwe pre-combustion CO2-afvang bij waterstofproductie uit restgassen voor ondervuring, vloeibaar transport, nieuwe vervloeiingsinstallatie 118,9267 891,8220
Artikel 81, eerste lid, onderdeel e, subonderdeel 1° CCS – Nieuwe post-combustion CO2-afvang, bestaande installatie, gasvormig transport 118,9267 827,5800
Artikel 81, eerste lid, onderdeel e, subonderdeel 2° CCS – Nieuwe post-combustion CO2-afvang, bestaande installatie, vloeibaar transport, nieuwe vervloeiingsinstallatie 118,9267 823,1400
Artikel 81, eerste lid, onderdeel f, subonderdeel 1° CCS – Nieuwe pre-combustion CO2-zuivering, nieuwe installatie, gasvormig transport 118,9267 914,3640
Artikel 81, eerste lid, onderdeel f, subonderdeel 2° CCS – Nieuwe pre-combustion CO2-zuivering, nieuwe installatie, gasvormig transport 118,9267 909,9240
Artikel 81, eerste lid, onderdeel g, subonderdeel 1° CCS – Nieuwe post-combustion CO2-afvang, nieuwe installatie, gasvormig transport 118,9267 843,4000
Artikel 81, eerste lid, onderdeel g, subonderdeel 2° CCS – Nieuwe post-combustion CO2-afvang, nieuwe installatie, vloeibaar transport, nieuwe vervloeiingsinstallatie 118,9267 838,9600
Artikel 83, eerste lid, onderdeel a, subonderdeel 1° CCS – Gedeeltelijke CO2-opslag bij bestaande installaties niet-ETS-bedrijf, gasvormig transport 0,0000 908,2620
Artikel 83, eerste lid, onderdeel a, subonderdeel 2° CCS – Gedeeltelijke CO2-opslag bij bestaande installaties niet-ETS-bedrijf, vloeibaar transport, nieuwe vervloeiingsinstallatie 0,0000 903,8220
Artikel 83, eerste lid, onderdeel a, subonderdeel 3° CCS – Gedeeltelijke CO2-opslag bij bestaande installaties niet-ETS-bedrijf, vloeibaar transport 0,0000 903,8220
Artikel 83, eerste lid, onderdeel b, subonderdeel 1° CCS – Volledige CO2-opslag bij bestaande installaties niet-ETS-bedrijf, gasvormig transport 0,0000 908,2620
Artikel 83, eerste lid, onderdeel b, subonderdeel 2° CCS – Volledige CO2-opslag bij bestaande installaties niet-ETS-bedrijf, vloeibaar transport, nieuwe vervloeiingsinstallatie 0,0000 903,8220
Artikel 83, eerste lid, onderdeel c, subonderdeel 1° CCS – Nieuwe pre-combustion CO2-zuivering, bestaande installatie niet-ETS-bedrijf, gasvormig transport 0,0000 908,2620
Artikel 83, eerste lid, onderdeel c, subonderdeel 2° CCS – Nieuwe pre-combustion CO2-zuivering, bestaande installatie niet-ETS-bedrijf, vloeibaar transport, nieuwe vervloeiingsinstallatie 0,0000 903,8220
Artikel 83, eerste lid, onderdeel d, subonderdeel 1° CCS – Nieuwe pre-combustion CO2-afvang bij waterstofproductie uit restgassen voor ondervuring niet-ETS-bedrijf, gasvormig transport 0,0000 896,2620
Artikel 83, eerste lid, onderdeel d, subonderdeel 2° CCS – Nieuwe pre-combustion CO2-afvang bij waterstofproductie uit restgassen voor ondervuring niet-ETS-bedrijf, vloeibaar transport, nieuwe vervloeiingsinstallatie 0,0000 891,8220
Artikel 83, eerste lid, onderdeel e, subonderdeel 1° CCS – Nieuwe post-combustion CO2-afvang, bestaande installatie niet-ETS-bedrijf, gasvormig transport 0,0000 827,5800
Artikel 83, eerste lid, onderdeel e, subonderdeel 2° CCS – Nieuwe post-combustion CO2-afvang, bestaande installatie niet-ETS-bedrijf, vloeibaar transport, nieuwe vervloeiingsinstallatie 0,0000 823,1400
Artikel 83, eerste lid, onderdeel f, subonderdeel 1° CCS – Nieuwe post-combustion CO2-afvang, bestaande afvalverbrandingsinstallatie niet-ETS-bedrijf, gasvormig transport 0,0000 746,6720
Artikel 83, eerste lid, onderdeel f, subonderdeel 2° CCS – Nieuwe post-combustion CO2-afvang, bestaande afvalverbrandingsinstallatie niet-ETS-bedrijf, vloeibaar transport, nieuwe vervloeiingsinstallatie 0,0000 742,2320
Artikel 83, eerste lid, onderdeel g, subonderdeel 1° CCS – Nieuwe pre-combustion CO2-zuivering, nieuwe installatie niet-ETS-bedrijf, gasvormig transport 0,0000 914,3640
Artikel 83, eerste lid, onderdeel g, subonderdeel 2° CCS – Nieuwe pre-combustion CO2-zuivering, nieuwe installatie niet-ETS-bedrijf, vloeibaar transport, nieuwe vervloeiingsinstallatie 0,0000 909,9240
Artikel 83, eerste lid, onderdeel h, subonderdeel 1° CCS – Nieuwe post-combustion CO2-afvang, nieuwe installatie niet-ETS-bedrijf, gasvormig transport 0,0000 843,4000
Artikel 83, eerste lid, onderdeel h, subonderdeel 2° CCS – Nieuwe post-combustion CO2-afvang, nieuwe installatie niet-ETS-bedrijf, vloeibaar transport, nieuwe vervloeiingsinstallatie 0,0000 838,9600
Artikel 85, eerste lid, onderdeel a, subonderdeel 1° CCU – Nieuwe pre-combustion CO2-zuivering, bestaande installatie, gasvormig transport 103,6547 843,4750
Artikel 85, eerste lid, onderdeel a, subonderdeel 2° CCU – Nieuwe pre-combustion CO2-zuivering, bestaande installatie, gasvormig transport, nieuwe transportleiding 103,6547 843,4750
Artikel 85, eerste lid, onderdeel a, subonderdeel 3° CCU – Nieuwe pre-combustion CO2-zuivering, bestaande installatie, vloeibaar transport, nieuwe vervloeiingsinstallatie 103,6547 833,9350
Artikel 85, eerste lid, onderdeel b Extra CCU – Bestaande CO2-afvang, bestaande installatie, vloeibaar transport, nieuwe vervloeiingsinstallatie 103,6547 833,9350
Artikel 85, eerste lid, onderdeel c, subonderdeel 1° CCU – Nieuwe pre-combustion CO2-zuivering, nieuwe installatie, gasvormig transport 103,6547 849,3736
Artikel 85, eerste lid, onderdeel c, subonderdeel 2° CCU – Nieuwe pre-combustion CO2-zuivering, nieuwe installatie, gasvormig transport, nieuwe transportleiding 103,6547 849,3736
Artikel 85, eerste lid, onderdeel c, subonderdeel 3° CCU – Nieuwe pre-combustion CO2-zuivering, nieuwe installatie, vloeibaar transport, nieuwe vervloeiingsinstallatie 103,6547 836,4736
Artikel 85, eerste lid, onderdeel d, subonderdeel 1° CCU – Nieuwe post-combustion CO2-afvang, bestaande installatie, gasvormig transport 103,6547 762,6800
Artikel 85, eerste lid, onderdeel d, subonderdeel 2° CCU – Nieuwe post-combustion CO2-afvang, bestaande installatie, gasvormig transport, nieuwe transportleiding 103,6547 762,6800
Artikel 85, eerste lid, onderdeel d, subonderdeel 3° CCU – Nieuwe post-combustion CO2-afvang, bestaande installatie, vloeibaar transport, nieuwe vervloeiingsinstallatie 103,6547 753,1400
Artikel 85, eerste lid, onderdeel e, subonderdeel 1° CCU – Nieuwe post-combustion CO2-afvang, nieuwe installatie, gasvormig transport 103,6547 778,5000
Artikel 85, eerste lid, onderdeel e, subonderdeel 2° CCU – Nieuwe post-combustion CO2-afvang, nieuwe installatie, gasvormig transport, nieuwe transportleiding 103,6547 778,5000
Artikel 85, eerste lid, onderdeel e, subonderdeel 3° CCU – Nieuwe post-combustion CO2-afvang, nieuwe installatie, vloeibaar transport, nieuwe vervloeiingsinstallatie 103,6547 768,9600
Artikel 85, eerste lid, onderdeel f, subonderdeel 1° CCU – Nieuwe post-combustion CO2-afvang bij bestaande afvalverbrandingsinstallatie, gasvormig transport 103,6547 681,7720
Artikel 85, eerste lid, onderdeel f, subonderdeel 2° CCU – Nieuwe post-combustion CO2-afvang bij bestaande afvalverbrandingsinstallatie, gasvormig transport, nieuwe transportleiding 103,6547 681,7720
Artikel 85, eerste lid, onderdeel f, subonderdeel 3° CCU – Nieuwe post-combustion CO2-afvang bij bestaande afvalverbrandingsinstallatie, vloeibaar transport, nieuwe vervloeiingsinstallatie 103,6547 672,2320
Artikel 85, eerste lid, onderdeel g, subonderdeel 1° CCU – Nieuwe post-combustion CO2-afvang bij biomassa-installatie tuinbouw, gasvormig 103,6547 773,7800
Artikel 85, eerste lid, onderdeel g, subonderdeel 2° CCU – Nieuwe post-combustion CO2-afvang bij biomassa-installatie tuinbouw, vloeibaar, nieuwe vervloeiingsinstallatie 103,6547 755,1800

§ 5. Maximaal aantal vollasturen, basiselektriciteits- en basisenergieprijzen, basisbedragen en correctiebedragen

§ 5.1. Hernieuwbare elektriciteit

Artikel 89

Voor een productie-installatie als bedoeld in het in de eerste kolom van onderstaande tabel genoemde artikel wordt:

1 2 3 4 5 6 7
Artikel regeling Categorie Basisbedrag in euro/kWh Vollasturen Basiselektriciteitsprijs in euro/kWh Voorlopige correctie elektriciteitsprijs in 2.023 euro/kWh Voorlopige correctie waarde garanties van oorsprong in 2.023 euro/kWh
Artikel 13, onderdeel a Waterkracht, valhoogte < 50 cm 0,1267 3.700 0,0605 0,2255 0,0000
Artikel 13, onderdeel b Waterkracht, valhoogte ≥ 50 cm 0,1267 5.700 0,0605 0,2255 0,0000
Artikel 13, onderdeel c Waterkracht, valhoogte ≥ 50 cm, renovatie 0,1225 2.600 0,0605 0,2255 0,0000
Artikel 15 Osmose 0,1267 8.000 0,0605 0,2255 0,0000
Artikel 17, eerste lid, onderdeel b, subonderdeel 1° Wind op land, ≥ 8,5 m/s 0,0530 P50 0,0414 0,1860 0,0020
Artikel 17, eerste lid, onderdeel b, subonderdeel 2° Wind op land, ≥ 8 en < 8,5 m/s 0,0533 P50 0,0414 0,1860 0,0020
Artikel 17, eerste lid, onderdeel b, subonderdeel 3° Wind op land, ≥ 7,5 en < 8,0 m/s 0,0585 P50 0,0414 0,1860 0,0020
Artikel 17, eerste lid, onderdeel b, subonderdeel 4° Wind op land, ≥ 7,0 en < 7,5 m/s 0,0624 P50 0,0414 0,1860 0,0020
Artikel 17, eerste lid, onderdeel b, subonderdeel 5° Wind op land, ≥ 6,75 en < 7,0 m/s 0,0666 P50 0,0414 0,1860 0,0020
Artikel 17, eerste lid, onderdeel b, subonderdeel 6° Wind op land, < 6,75 m/s 0,0714 P50 0,0414 0,1860 0,0020
Artikel 19, eerste lid, onderdeel b, subonderdeel 1° Wind op land, hoogtebeperkt ≥ 8,5 m/s 0,0543 P50 0,0414 0,1860 0,0020
Artikel 19, eerste lid, onderdeel b, subonderdeel 2° Wind op land, hoogtebeperkt ≥ 8 en < 8,5 m/s 0,0616 P50 0,0414 0,1860 0,0020
Artikel 19, eerste lid, onderdeel b, subonderdeel 3° Wind op land, hoogtebeperkt ≥ 7,5 en < 8,0 m/s 0,0689 P50 0,0414 0,1860 0,0020
Artikel 19, eerste lid, onderdeel b, subonderdeel 4° Wind op land, hoogtebeperkt ≥ 7,0 en < 7,5 m/s 0,0788 P50 0,0414 0,1860 0,0020
Artikel 19, eerste lid, onderdeel b, subonderdeel 5° Wind op land, hoogtebeperkt ≥ 6,75 en < 7,0 m/s 0,0850 P50 0,0414 0,1860 0,0020
Artikel 19, eerste lid, onderdeel b, subonderdeel 6° Wind op land, hoogtebeperkt < 6,75 m/s 0,0926 P50 0,0414 0,1860 0,0020
Artikel 21, eerste lid, onderdeel c, subonderdeel 1° Wind op waterkering, ≥ 8,5 m/s 0,0590 P50 0,0414 0,1860 0,0020
Artikel 21, eerste lid, onderdeel c, subonderdeel 2° Wind op waterkering, ≥ 8 en < 8,5 m/s 0,0611 P50 0,0414 0,1860 0,0020
Artikel 21, eerste lid, onderdeel c, subonderdeel 3° Wind op waterkering, ≥ 7,5 en < 8,0 m/s 0,0665 P50 0,0414 0,1860 0,0020
Artikel 21, eerste lid, onderdeel c, subonderdeel 4° Wind op waterkering, ≥ 7,0 en < 7,5 m/s 0,0703 P50 0,0414 0,1860 0,0020
Artikel 21, eerste lid, onderdeel c, subonderdeel 5° Wind op waterkering, ≥ 6,75 en < 7,0 m/s 0,0758 P50 0,0414 0,1860 0,0020
Artikel 21, eerste lid, onderdeel c, subonderdeel 6° Wind op waterkering, < 6,75 m/s 0,0804 P50 0,0414 0,1860 0,0020
Artikel 23, eerste lid, onderdeel a, subonderdeel 1° Zon-PV ≥ 15 kWp en < 1 MWp aansluiting > 3*80 A, gebouwgebonden (net = 50%) 0,0916 800 Netlevering: 0,0476 Netlevering: 0,1499 Netlevering: 0,0020
Artikel 23, eerste lid, onderdeel a, subonderdeel 1° Zon-PV ≥ 15 kWp en < 1 MWp aansluiting > 3*80 A, gebouwgebonden (net = 50%) 0,0916 800 Niet-netlevering: 0,0920 Niet-netlevering: 0,1943 Niet-netlevering: 0,0000
Artikel 23, eerste lid, onderdeel a, subonderdeel 2° Zon-PV ≥ 1 MWp, gebouwgebonden (net = 50%) 0,0804 800 Netlevering: 0,0476 Netlevering: 0,1499 Netlevering: 0,0020
Artikel 23, eerste lid, onderdeel a, subonderdeel 2° Zon-PV ≥ 1 MWp, gebouwgebonden (net = 50%) 0,0804 800 Niet-netlevering: 0,0824 Niet-netlevering: 0,1847 Niet-netlevering: 0,0000
Artikel 23, eerste lid, onderdeel b, subonderdeel 1° Zon-PV ≥ 15 kWp en < 1 MWp aansluiting > 3*80 A, drijvend op water (net = 50%) 0,0916 840 Netlevering: 0,0476 Netlevering: 0,1499 Netlevering: 0,0020
Artikel 23, eerste lid, onderdeel b, subonderdeel 1° Zon-PV ≥ 15 kWp en < 1 MWp aansluiting > 3*80 A, drijvend op water (net = 50%) 0,0916 840 Niet-netlevering: 0,0920 Niet-netlevering: 0,1943 Niet-netlevering: 0,0000
Artikel 23, eerste lid, onderdeel b, subonderdeel 2° Zon-PV ≥ 1 MWp, drijvend op water (net = 50%) 0,0811 840 Netlevering: 0,0476 Netlevering: 0,1499 Netlevering: 0,0020
Artikel 23, eerste lid, onderdeel b, subonderdeel 2° Zon-PV ≥ 1 MWp, drijvend op water (net = 50%) 0,0811 840 Niet-netlevering: 0,0824 Niet-netlevering: 0,1847 Niet-netlevering: 0,0000
Artikel 23, eerste lid, onderdeel c, subonderdeel 1° Zon-PV ≥ 15 kWp en < 1 MWp aansluiting > 3*80 A, op land (net = 50%) 0,0916 840 Netlevering: 0,0476 Netlevering: 0,1499 Netlevering: 0,0020
Artikel 23, eerste lid, onderdeel c, subonderdeel 1° Zon-PV ≥ 15 kWp en < 1 MWp aansluiting > 3*80 A, op land (net = 50%) 0,0916 840 Niet-netlevering: 0,0920 Niet-netlevering: 0,1943 Niet-netlevering: 0,0000
Artikel 23, eerste lid, onderdeel c, subonderdeel 2° Zon-PV ≥ 1 MWp en < 20 MWp, op land (net = 50%) 0,0701 840 Netlevering: 0,0476 Netlevering: 0,1499 Netlevering: 0,0020
Artikel 23, eerste lid, onderdeel c, subonderdeel 2° Zon-PV ≥ 1 MWp en < 20 MWp, op land (net = 50%) 0,0701 840 Niet-netlevering: 0,0824 Niet-netlevering: 0,1847 Niet-netlevering: 0,0000
Artikel 23, eerste lid, onderdeel c, subonderdeel 3° Zon-PV ≥ 20 MWp, op land (net = 50%) 0,0667 840 Netlevering: 0,0476 Netlevering: 0,1499 Netlevering: 0,0020
Artikel 23, eerste lid, onderdeel c, subonderdeel 3° Zon-PV ≥ 20 MWp, op land (net = 50%) 0,0667 840 Niet-netlevering: 0,0824 Niet-netlevering: 0,1847 Niet-netlevering: 0,0000
Artikel 23, eerste lid, onderdeel d, subonderdeel 1° Zon-PV ≥ 1 MWp en < 20 MWp, zonvolgend op land 0,0633 1.045 Netlevering: 0,0476 Netlevering: 0,1499 Netlevering: 0,0020
Artikel 23, eerste lid, onderdeel d, subonderdeel 1° Zon-PV ≥ 1 MWp en < 20 MWp, zonvolgend op land 0,0633 1.045 Niet-netlevering: 0,0824 Niet-netlevering: 0,1847 Niet-netlevering: 0,0000
Artikel 23, eerste lid, onderdeel d, subonderdeel 2° Zon-PV ≥ 20 MWp, zonvolgend op land 0,0602 1.045 Netlevering: 0,0476 Netlevering: 0,1499 Netlevering: 0,0020
Artikel 23, eerste lid, onderdeel d, subonderdeel 2° Zon-PV ≥ 20 MWp, zonvolgend op land 0,0602 1.045 Niet-netlevering: 0,0824 Niet-netlevering: 0,1847 Niet-netlevering: 0,0000
Artikel 23, eerste lid, onderdeel d, subonderdeel 3° Zon-PV ≥ 1 MWp, zonvolgend op water 0,0734 1.190 Netlevering: 0,0476 Netlevering: 0,1499 Netlevering: 0,0020
Artikel 23, eerste lid, onderdeel d, subonderdeel 3° Zon-PV ≥ 1 MWp, zonvolgend op water 0,0734 1.190 Niet-netlevering: 0,0824 Niet-netlevering: 0,1847 Niet-netlevering: 0,0000

§ 5.2. Hernieuwbaar gas

Artikel 90

Voor een productie-installatie als bedoeld in het in de eerste kolom van onderstaande tabel genoemde artikel wordt:

1 2 3 4 5 6
Artikel regeling Categorie Basisbedrag in euro/kWh Vollasturen Basisenergieprijs in euro/kWh Voorlopige correctie energieprijs in 2.023 euro/kWh
Artikel 25, onderdeel a Allesvergisting, gas 0,0893 8.000 0,0300 0,0755
Artikel 25, onderdeel b Monomestvergisting > 450 kW, gas 0,1066 8.000 0,0300 0,0755
Artikel 25, onderdeel c Monomestvergisting ≤ 450 kW, gas 0,1523 8.000 0,0300 0,0755
Artikel 27, onderdeel a Allesvergisting verlengde levensduur, ombouw naar gas 0,0777 8.000 0,0300 0,0755
Artikel 27, onderdeel b Allesvergisting verlengde levensduur, gas 0,0733 8.000 0,0300 0,0755
Artikel 27, onderdeel c Monomestvergisting verlengde levensduur ≤ 450 kW, ombouw naar gas 0,1309 8.000 0,0300 0,0755
Artikel 27, onderdeel d Monomestvergisting verlengde levensduur ≤ 450 kW, gas 0,1212 8.000 0,0300 0,0755
Artikel 29, eerste lid RWZI verbeterde slibgisting, gas 0,1148 8.000 0,0300 0,0755
Artikel 31, onderdeel a Biomassavergassing (inclusief B-hout) 0,0797 7.500 0,0300 0,0755
Artikel 31, onderdeel b Biomassavergassing (exclusief B-hout) 0,1120 7.500 0,0300 0,0755

§ 5.3. Hernieuwbare warmte en (gecombineerde) opwekking van hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte

Artikel 91

Voor een productie-installatie als bedoeld in het in de eerste kolom van onderstaande tabel genoemde artikel wordt:

1 2 3 4 5 6 7
Artikel regeling Categorie Basisbedrag in euro/kWh Vollasturen Basisenergieprijs in euro/kWh Voorlopige correctie energieprijs in 2023 in euro/kWh Andere correctie in 2023 in euro/kWh
Artikel 33, eerste lid, onderdeel a Zonthermie ≥ 140 kWth en < 1 MWth 0,1170 600 0,0485 0,1047 0,0017
Artikel 33, eerste lid, onderdeel b Zonthermie ≥ 1 MWth 0,0986 600 0,0430 0,0993 0,0017
Artikel 35, onderdeel a Allesvergisting, warmte 0,0737 7.000 0,0430 0,0993 0,0174
Artikel 35, onderdeel b Allesvergisting, gecombineerde opwekking 0,0853 7.625 0,0515 0,1608 0,0089
Artikel 35, onderdeel c Monomestvergisting, warmte > 450 kW 0,1004 6.000 0,0430 0,0993 0,0174
Artikel 35, onderdeel d Monomestvergisting, gecombineerde opwekking > 450 kW 0,1180 6.060 0,0554 0,1888 0,0051
Artikel 35, onderdeel e Monomestvergisting, warmte ≤ 450 kW 0,1399 6.500 0,0430 0,0993 0,0174
Artikel 35, onderdeel f Monomestvergisting, gecombineerde opwekking ≤ 450 kW 0,2039 4.989 0,0726 0,1981 0,0063
Artikel 37, onderdeel a Allesvergisting verlengde levensduur, warmte 0,0679 7.000 0,0430 0,0993 0,0174
Artikel 37, onderdeel b Allesvergisting verlengde levensduur, gecombineerde opwekking 0,0705 7.625 0,0515 0,1608 0,0089
Artikel 37, onderdeel c Monomestvergisting verlengde levensduur, warmte ≤ 450 kW 0,0960 6.500 0,0430 0,0993 0,0174
Artikel 37, onderdeel d Monomestvergisting verlengde levensduur, gecombineerde opwekking ≤ 450 kW 0,1427 4.989 0,0726 0,1981 0,0063
Artikel 39, eerste lid, onderdeel a RWZI verbeterde slibgisting, warmte 0,0980 7.000 0,0430 0,0993 0,0017
Artikel 39, eerste lid, onderdeel b RWZI verbeterde slibgisting, gecombineerde opwekking 0,1299 5.728 0,0557 0,1775 0,0007
Artikel 41, onderdeel a Ketel op vloeibare biomassa, stadsverwarming 0,0826 7.000 0,0430 0,0993 0,0017
Artikel 41, onderdeel b Ketel op vloeibare biomassa, overige toepassingen 0,0826 7.000 0,0430 0,0993 0,0174
Artikel 43 Kleine ketel op vaste of vloeibare biomassa 0,0715 3.000 0,0430 0,0993 0,0174
Artikel 45, onderdeel a Grote ketel op vaste of vloeibare biomassa (4.500 vollasturen) 0,0611 4.500 0,0233 0,0588 0,0174
Artikel 45, onderdeel b Grote ketel op vaste of vloeibare biomassa (5.000 vollasturen) 0,0601 5.000 0,0233 0,0588 0,0174
Artikel 45, onderdeel c Grote ketel op vaste of vloeibare biomassa (5.500 vollasturen) 0,0591 5.500 0,0233 0,0588 0,0174
Artikel 45, onderdeel d Grote ketel op vaste of vloeibare biomassa (6.000 vollasturen) 0,0584 6.000 0,0233 0,0588 0,0174
Artikel 45, onderdeel e Grote ketel op vaste of vloeibare biomassa (6.500 vollasturen) 0,0575 6.500 0,0233 0,0588 0,0174
Artikel 45, onderdeel f Grote ketel op vaste of vloeibare biomassa (7.000 vollasturen) 0,0570 7.000 0,0233 0,0588 0,0174
Artikel 45, onderdeel g Grote ketel op vaste of vloeibare biomassa (7.500 vollasturen) 0,0568 7.500 0,0233 0,0588 0,0174
Artikel 45, onderdeel h Grote ketel op vaste of vloeibare biomassa (8.000 vollasturen) 0,0563 8.000 0,0233 0,0588 0,0174
Artikel 45, onderdeel i Grote ketel op vaste of vloeibare biomassa (8.500 vollasturen) 0,0558 8.500 0,0233 0,0588 0,0174
Artikel 47 Grote ketel op B-hout 0,0338 7.500 0,0233 0,0588 0,0174
Artikel 49, eerste lid, onderdeel a Grote stoomketel op houtpellets ≥ 5 MWth en < 50 MWth 0,0830 8.500 0,0233 0,0588 0,0174
Artikel 49, eerste lid, onderdeel b Grote stoomketel op houtpellets ≥ 50 MWth 0,0910 8.500 0,0233 0,0588 0,0174
Artikel 51 Directe inzet (brander) van houtpellets voor industriële toepassingen 0,0635 3.000 0,0387 0,0893 0,0174
Artikel 53, eerste lid Grote ketel op vaste of vloeibare biomassa verlengde levensduur 0,0436 8.000 0,0233 0,0588 0,0174
Artikel 55, eerste lid Composteringsinstallatie, warmte 0,0563 5.200 0,0430 0,0993 0,0017
Artikel 57, onderdeel a, subonderdeel 1 en onderdeel d, subonderdeel 1 Diepe geothermie < 12 MWth, basislast 0,0595 6.000 0,0233 0,0588 0,0017
Artikel 57, onderdeel a, subonderdeel 2 en onderdeel d, subonderdeel 2 Diepe geothermie ≥ 12 MWth en < 20 MWth, basislast 0,0531 6.000 0,0233 0,0588 0,0017
Artikel 57, onderdeel a, subonderdeel 3 en onderdeel d, subonderdeel 3 Diepe geothermie ≥ 20 MWth, basislast 0,0471 6.000 0,0233 0,0588 0,0017
Artikel 57, onderdeel b Diepe geothermie, middenlast, verwarming gebouwde omgeving 0,0973 5.000 0,0233 0,0588 0,0017
Artikel 57, onderdeel c Diepe geothermie, geen basislast, verwarming gebouwde omgeving 0,1240 3500 0,0233 0,0588 0,0017
Artikel 57, onderdeel e Diepe geothermie, basislast, aanvullende put 0,0353 6.000 0,0233 0,0588 0,0017
Artikel 57, onderdeel f Ultradiepe geothermie, basislast 0,0814 7.000 0,0233 0,0588 0,0174

§ 5.4. Andere technieken ter vermindering van broeikasgas

Artikel 92
1.

Voor een productie-installatie als bedoeld in het in de eerste kolom van onderstaande tabellen genoemde artikel wordt:

1 2 3 4 5 6 7 8
Artikel regeling Categorie Basisbedrag in euro/kWh Vollasturen Basisbroeikasgasbedrag in euro/kWh Voorlopige correctie productprijs in 2023 in euro/kWh Voorlopige correctie ETS in 2023 in euro/kWh Voorlopige correctie overige correcties in 2023 in euro/kWh
Artikel 59, onderdeel a Ondiepe geothermie met warmtepomp, basislast 0,0957 6.000 0,0233 0,0588 0,0016 0,0000
Artikel 59, onderdeel b Ondiepe geothermie met warmtepomp, geen basislast, verwarming gebouwde omgeving 0,1506 3.500 0,0233 0,0588 0,0016 0,0000
Artikel 59, onderdeel c Diepe geothermie met warmtepomp, basislast, verwarming gebouwde omgeving 0,1089 6.000 0,0233 0,0588 0,0016 0,0000
Artikel 61, onderdeel a Thermische energie uit oppervlaktewater met seizoensopslag, basislast, verwarming gebouwde omgeving 0,1086 6.000 0,0233 0,0588 0,0016 0,0000
Artikel 61, onderdeel b Thermische energie uit oppervlaktewater met seizoensopslag, geen basislast, verwarming gebouwde omgeving 0,0734 6.000 0,0233 0,0588 0,0016 0,0000
Artikel 61, onderdeel c Thermische energie uit oppervlaktewater, basislast, verwarming gebouwde omgeving 0,1080 3.500 0,0233 0,0588 0,0016 0,0000
Artikel 61, onderdeel d Thermische energie uit oppervlaktewater met seizoensopslag, directe toepassing 0,0872 3.500 0,0233 0,0588 0,0130 0,0000
Artikel 63, eerste lid Thermische energie uit afvalwater, basislast, verwarming gebouwde omgeving 0,0805 6.000 0,0233 0,0588 0,0016 0,0000
Artikel 65, eerste lid, onderdeel e Lucht-water-warmtepomp, geen basislast 0,1241 3.500 0,0430 0,0993 0,0016 0,0000
Artikel 67, eerste lid Daglichtkas 0,0907 3.850 0,0233 0,0588 0,0016 0,0000
Artikel 69, eerste lid Zon-PVT systeem 0,0530 3.500 0,0485 0,1047 0,0016 0,0000
Artikel 71, eerste lid, onderdeel a Elektroboiler, stadsverwarming 0,0954 3.600 0,0300 0,0755 0,0061 0,0000
Artikel 71, eerste lid, onderdeel b Elektroboiler, overige toepassingen 0,0954 3.600 0,0300 0,0755 0,0000 0,0000
Artikel 73, eerste lid, onderdeel a Industriële gesloten warmtepomp (8.000 uur) 0,0530 8.000 0,0233 0,0588 0,0125 0,0000
Artikel 73, eerste lid, onderdeel b Industriële gesloten warmtepomp (3.000 uur) 0,0970 3.000 0,0233 0,0588 0,0125 0,0000
Artikel 73, eerste lid, onderdeel c Industriële open warmtepomp (8.000 uur) 0,0525 8.000 0,0233 0,0588 0,0149 0,0000
Artikel 73, eerste lid, onderdeel d Industriële open warmtepomp (3.000 uur) 0,1176 3.000 0,0233 0,0588 0,0149 0,0000
Artikel 75, onderdeel a, subonderdeel 1° Restwarmtebenutting met warmtepomp, transportleiding ≥ 0,10 en < 0,20 km/MWth 0,0682 5.500 0,0233 0,0588 0,0037 0,0000
Artikel 75, onderdeel a, subonderdeel 2° Restwarmtebenutting met warmtepomp, transportleiding ≥ 0,20 en < 0,30 km/MWth 0,0755 5.500 0,0233 0,0588 0,0037 0,0000
Artikel 75, onderdeel a, subonderdeel 3° Restwarmtebenutting met warmtepomp, transportleiding ≥ 0,30 en < 0,40 km/MWth 0,0827 5.500 0,0233 0,0588 0,0037 0,0000
Artikel 75, onderdeel a, subonderdeel 4° Restwarmtebenutting met warmtepomp, transportleiding ≥ 0,40 km/MWth 0,0899 5.500 0,0233 0,0588 0,0037 0,0000
Artikel 75, onderdeel b, subonderdeel 1° Restwarmtebenutting, transportleiding ≥ 0,10 en < 0,20 km/MWth 0,0243 5.500 0,0233 0,0588 0,0052 0,0000
Artikel 75, onderdeel b, subonderdeel 2° Restwarmtebenutting, transportleiding ≥ 0,20 en < 0,30 km/MWth 0,0315 5.500 0,0233 0,0588 0,0052 0,0000
Artikel 75, onderdeel b, subonderdeel 3° Restwarmtebenutting, transportleiding ≥ 0,30 en < 0,40 km/MWth 0,0387 5.500 0,0233 0,0588 0,0052 0,0000
Artikel 75, onderdeel b, subonderdeel 4° Benutting restwarmte, transportleiding ≥ 0,40 km/MWth 0,0460 5.500 0,0233 0,0588 0,0052 0,0000
Artikel 77, eerste lid, onderdeel a Waterstof uit elektrolyse, netgekoppeld 0,1550 3.492 0,0448 0,1015 0,0000 0,0000
Artikel 77, eerste lid, onderdeel b Waterstof uit elektrolyse, directe lijn met windpark of zonnepark 0,1550 5.448 0,0448 0,1015 0,0000 0,0000
Artikel 79, eerste lid, onderdeel a Geavanceerde hernieuwbare transportbrandstoffen, bioethanol uit vaste lignocellulosehoudende biomassa 0,1657 8.000 0,0637 0,1074 0,0000 0,1318
Artikel 79, eerste lid, onderdeel b Geavanceerde hernieuwbare transportbrandstoffen, biomethanol uit vaste lignocellulosehoudende biomassa 0,1421 8.000 0,0637 0,1074 0,0000 0,1318
Artikel 79, eerste lid, onderdeel c Geavanceerde hernieuwbare transportbrandstoffen, bioLNG uit monomestvergisting 0,1589 8.000 0,0365 0,0871 0,0000 0,1318
Artikel 79, eerste lid, onderdeel d Geavanceerde hernieuwbare transportbrandstoffen, bioLNG uit allesvergisting 0,1088 8.000 0,0365 0,0871 0,0000 0,1318
Artikel 79, eerste lid, onderdeel e Geavanceerde hernieuwbare transportbrandstoffen, diesel- en benzinevervangers uit vaste lignocellulose houdende biomassa 0,1383 8.000 0,0624 0,1044 0,0000 0,1318
Artikel regeling Categorie Basisbedrag in euro/1.000 kg CO2 Vollasturen Basisbroeikasgasbedrag in euro/1.000 kg CO2 Voorlopige correctie productprijs in 2023 in euro/1.000 kg CO2 Voorlopige correctie ETS in 2023 in euro/1.000 kg CO2 Voorlopige correctie overige correcties in 2023 in euro/1.000 kg CO2
--- --- --- --- --- --- --- ---
Artikel 81, eerste lid, onderdeel a, subonderdeel 1° CCS – Gedeeltelijke CO2-opslag bij bestaande installaties, gasvormig transport 193,2830 4.000 79,2844 0,0000 79,2844 0,0000
Artikel 81, eerste lid, onderdeel a, subonderdeel 2° CCS – Gedeeltelijke CO2-opslag bij bestaande installaties, vloeibaar transport, nieuwe vervloeiingsinstallatie 265,9978 4.000 79,2844 0,0000 79,2844 0,0000
Artikel 81, eerste lid, onderdeel a, subonderdeel 3° CCS – Gedeeltelijke CO2-opslag bij bestaande installaties, vloeibaar transport 219,1409 4.000 79,2844 0,0000 79,2844 0,0000
Artikel 81, eerste lid, onderdeel b, subonderdeel 1° CCS – Volledige CO2-opslag bij bestaande installaties, gasvormig transport 108,8450 8.000 79,2844 0,0000 79,2844 0,0000
Artikel 81, eerste lid, onderdeel b, subonderdeel 2° CCS – Volledige CO2-opslag bij bestaande installaties, vloeibaar transport, nieuwe vervloeiingsinstallatie 146,1369 8.000 79,2844 0,0000 79,2844 0,0000
Artikel 81, eerste lid, onderdeel c, subonderdeel 1° CCS – Nieuwe pre-combustion CO2-zuivering, bestaande installatie, gasvormig transport 146,9185 8.000 79,2844 0,0000 79,2844 0,0000
Artikel 81, eerste lid, onderdeel c, subonderdeel 2° CCS – Nieuwe pre-combustion CO2-zuivering, bestaande installatie, vloeibaar transport, nieuwe vervloeiingsinstallatie 182,4241 8.000 79,2844 0,0000 79,2844 0,0000
Artikel 81, eerste lid, onderdeel d, subonderdeel 1° CCS – Nieuwe pre-combustion CO2-afvang bij waterstofproductie uit restgassen voor ondervuring, gasvormig transport 191,0295 8.000 79,2844 0,0000 79,2844 0,0000
Artikel 81, eerste lid, onderdeel d, subonderdeel 2° CCS – Nieuwe pre-combustion CO2-afvang bij waterstofproductie uit restgassen voor ondervuring, vloeibaar transport, nieuwe vervloeiingsinstallatie 228,8453 8.000 79,2844 0,0000 79,2844 0,0000
Artikel 81, eerste lid, onderdeel e, subonderdeel 1° CCS – Nieuwe post-combustion CO2-afvang, bestaande installatie, gasvormig transport 191,7169 8.000 79,2844 0,0000 79,2844 0,0000
Artikel 81, eerste lid, onderdeel e, subonderdeel 2° CCS – Nieuwe post-combustion CO2-afvang, bestaande installatie, vloeibaar transport, nieuwe vervloeiingsinstallatie 226,5740 8.000 79,2844 0,0000 79,2844 0,0000
Artikel 81, eerste lid, onderdeel f, subonderdeel 1° CCS – Nieuwe pre-combustion CO2-zuivering, nieuwe installatie, gasvormig transport 125,9515 8.000 79,2844 0,0000 79,2844 0,0000
Artikel 81, eerste lid, onderdeel f, subonderdeel 2° CCS – Nieuwe pre-combustion CO2-zuivering, nieuwe installatie, gasvormig transport 165,5532 8.000 79,2844 0,0000 79,2844 0,0000
Artikel 81, eerste lid, onderdeel g, subonderdeel 1° CCS – Nieuwe post-combustion CO2-afvang, nieuwe installatie, gasvormig transport 172,6223 8.000 79,2844 0,0000 79,2844 0,0000
Artikel 81, eerste lid, onderdeel g, subonderdeel 2° CCS – Nieuwe post-combustion CO2-afvang, nieuwe installatie, vloeibaar transport, nieuwe vervloeiingsinstallatie 205,5177 8.000 79,2844 0,0000 79,2844 0,0000
Artikel 83, eerste lid, onderdeel a, subonderdeel 1° CCS – Gedeeltelijke CO2-opslag bij bestaande installaties niet-ETS-bedrijf, gasvormig transport 193,2830 4.0.00 0,0000 0,0000 0,0000 0,0000
Artikel 83, eerste lid, onderdeel a, subonderdeel 2° CCS – Gedeeltelijke CO2-opslag bij bestaande installaties niet-ETS-bedrijf, vloeibaar transport, nieuwe vervloeiingsinstallatie 265,9978 4.000 0,0000 0,0000 0,0000 0,0000
Artikel 83, eerste lid, onderdeel a, subonderdeel 3° CCS – Gedeeltelijke CO2-opslag bij bestaande installaties niet-ETS-bedrijf, vloeibaar transport 219,1409 4.000 0,0000 0,0000 0,0000 0,0000
Artikel 83, eerste lid, onderdeel b, subonderdeel 1° CCS – Volledige CO2-opslag bij bestaande installaties niet-ETS-bedrijf, gasvormig transport 108,8450 8.000 0,0000 0,0000 0,0000 0,0000
Artikel 83, eerste lid, onderdeel b, subonderdeel 2° CCS – Volledige CO2-opslag bij bestaande installaties niet-ETS-bedrijf, vloeibaar transport, nieuwe vervloeiingsinstallatie 146,1369 8.000 0,0000 0,0000 0,0000 0,0000
Artikel 83, eerste lid, onderdeel c, subonderdeel 1° CCS – Nieuwe pre-combustion CO2-zuivering, bestaande installatie niet-ETS-bedrijf, gasvormig transport 146,9185 8.000 0,0000 0,0000 0,0000 0,0000
Artikel 83, eerste lid, onderdeel c, subonderdeel 2° CCS – Nieuwe pre-combustion CO2-zuivering, bestaande installatie niet-ETS-bedrijf, vloeibaar transport, nieuwe vervloeiingsinstallatie 182,4241 8.000 0,0000 0,0000 0,0000 0,0000
Artikel 83, eerste lid, onderdeel d, subonderdeel 1° CCS – Nieuwe pre-combustion CO2-afvang bij waterstofproductie uit restgassen voor ondervuring niet-ETS-bedrijf, gasvormig transport 191,0295 8.000 0,0000 0,0000 0,0000 0,0000
Artikel 83, eerste lid, onderdeel d, subonderdeel 2° CCS – Nieuwe pre-combustion CO2-afvang bij waterstofproductie uit restgassen voor ondervuring niet-ETS-bedrijf, vloeibaar transport, nieuwe vervloeiingsinstallatie 228,8453 8.000 0,0000 0,0000 0,0000 0,0000
Artikel 83, eerste lid, onderdeel e, subonderdeel 1° CCS – Nieuwe post-combustion CO2-afvang, bestaande installatie niet-ETS-bedrijf, gasvormig transport 191,7169 8.000 0,0000 0,0000 0,0000 0,0000
Artikel 83, eerste lid, onderdeel e, subonderdeel 2° CCS – Nieuwe post-combustion CO2-afvang, bestaande installatie niet-ETS-bedrijf, vloeibaar transport, nieuwe vervloeiingsinstallatie 226,5740 8.000 0,0000 0,0000 0,0000 0,0000
Artikel 83, eerste lid, onderdeel f, subonderdeel 1° CCS – Nieuwe post-combustion CO2-afvang, bestaande afvalverbrandingsinstallatie niet-ETS-bedrijf, gasvormig transport 216,0474 8.000 0,0000 0,0000 0,0000 0,0000
Artikel 83, eerste lid, onderdeel f, subonderdeel 2° CCS – Nieuwe post-combustion CO2-afvang, bestaande afvalverbrandingsinstallatie niet-ETS-bedrijf, vloeibaar transport, nieuwe vervloeiingsinstallatie 222,6696 8.000 0,0000 0,0000 0,0000 0,0000
Artikel 83, eerste lid, onderdeel g, subonderdeel 1° CCS – Nieuwe pre-combustion CO2-zuivering, nieuwe installatie niet-ETS-bedrijf, gasvormig transport 125,9515 8.000 0,0000 0,0000 0,0000 0,0000
Artikel 83, eerste lid, onderdeel g, subonderdeel 2° CCS – Nieuwe pre-combustion CO2-zuivering, nieuwe installatie niet-ETS-bedrijf, vloeibaar transport, nieuwe vervloeiingsinstallatie 165,5532 8.000 0,0000 0,0000 0,0000 0,0000
Artikel 83, eerste lid, onderdeel h, subonderdeel 1° CCS – Nieuwe post-combustion CO2-afvang, nieuwe installatie niet-ETS-bedrijf, gasvormig transport 172,6223 8.000 0,0000 0,0000 0,0000 0,0000
Artikel 83, eerste lid, onderdeel h, subonderdeel 2° CCS – Nieuwe post-combustion CO2-afvang, nieuwe installatie niet-ETS-bedrijf, vloeibaar transport, nieuwe vervloeiingsinstallatie 205,5177 8.000 0,0000 0,0000 0,0000 0,0000
Artikel 85, eerste lid, onderdeel a, subonderdeel 1° CCU – Nieuwe pre-combustion CO2-zuivering, bestaande installatie, gasvormig transport 101,2105 4.000 69,1032 69,1032 0,0000 0,0000
Artikel 85, eerste lid, onderdeel a, subonderdeel 2° CCU – Nieuwe pre-combustion CO2-zuivering, bestaande installatie, gasvormig transport, nieuwe transportleiding 115,5628 4.000 69,1032 69,1032 0,0000 0,0000
Artikel 85, eerste lid, onderdeel a, subonderdeel 3° CCU – Nieuwe pre-combustion CO2-zuivering, bestaande installatie, vloeibaar transport, nieuwe vervloeiingsinstallatie 158,3779 4.000 69,1032 69,1032 0,0000 0,0000
Artikel 85, eerste lid, onderdeel b Extra CCU – Bestaande CO2-afvang, bestaande installatie, vloeibaar transport, nieuwe vervloeiingsinstallatie 107,9342 4.000 69,1032 69,1032 0,0000 0,0000
Artikel 85, eerste lid, onderdeel c, subonderdeel 1° CCU – Nieuwe pre-combustion CO2-zuivering, nieuwe installatie, gasvormig transport 71,2260 4.000 69,1032 69,1032 0,0000 0,0000
Artikel 85, eerste lid, onderdeel c, subonderdeel 2° CCU – Nieuwe pre-combustion CO2-zuivering, nieuwe installatie, gasvormig transport, nieuwe transportleiding 85,5783 4.000 69,1032 69,1032 0,0000 0,0000
Artikel 85, eerste lid, onderdeel c, subonderdeel 3° CCU – Nieuwe pre-combustion CO2-zuivering, nieuwe installatie, vloeibaar transport, nieuwe vervloeiingsinstallatie 130,9846 4.000 69,1032 69,1032 0,0000 0,0000
Artikel 85, eerste lid, onderdeel d, subonderdeel 1° CCU – Nieuwe post-combustion CO2-afvang, bestaande installatie, gasvormig transport 167,3015 4.000 69,1032 69,1032 0,0000 0,0000
Artikel 85, eerste lid, onderdeel d, subonderdeel 2° CCU – Nieuwe post-combustion CO2-afvang, bestaande installatie, gasvormig transport, nieuwe transportleiding 181,6538 4.000 69,1032 69,1032 0,0000 0,0000
Artikel 85, eerste lid, onderdeel d, subonderdeel 3° CCU – Nieuwe post-combustion CO2-afvang, bestaande installatie, vloeibaar transport, nieuwe vervloeiingsinstallatie 225,8159 4.000 69,1032 69,1032 0,0000 0,0000
Artikel 85, eerste lid, onderdeel e, subonderdeel 1° CCU – Nieuwe post-combustion CO2-afvang, nieuwe installatie, gasvormig transport 141,2888 4.000 69,1032 69,1032 0,0000 0,0000
Artikel 85, eerste lid, onderdeel e, subonderdeel 2° CCU – Nieuwe post-combustion CO2-afvang, nieuwe installatie, gasvormig transport, nieuwe transportleiding 155,6411 4.000 69,1032 69,1032 0,0000 0,0000
Artikel 85, eerste lid, onderdeel e, subonderdeel 3° CCU – Nieuwe post-combustion CO2-afvang, nieuwe installatie, vloeibaar transport, nieuwe vervloeiingsinstallatie 195,2963 4.000 69,1032 69,1032 0,0000 0,0000
Artikel 85, eerste lid, onderdeel f, subonderdeel 1° CCU – Nieuwe post-combustion CO2-afvang bij bestaande afvalverbrandingsinstallatie, gasvormig transport 195,9294 4.000 69,1032 69,1032 0,0000 0,0000
Artikel 85, eerste lid, onderdeel f, subonderdeel 2° CCU – Nieuwe post-combustion CO2-afvang bij bestaande afvalverbrandingsinstallatie, gasvormig transport, nieuwe transportleiding 210,2817 4.000 69,1032 69,1032 0,0000 0,0000
Artikel 85, eerste lid, onderdeel f, subonderdeel 3° CCU – Nieuwe post-combustion CO2-afvang bij bestaande afvalverbrandingsinstallatie, vloeibaar transport, nieuwe vervloeiingsinstallatie 260,5508 4.000 69,1032 69,1032 0,0000 0,0000
Artikel 85, eerste lid, onderdeel g, subonderdeel 1° CCU – Nieuwe post-combustion CO2-afvang bij biomassa-installatie tuinbouw, gasvormig 130,8712 4.000 69,1032 69,1032 0,0000 0,0000
Artikel 85, eerste lid, onderdeel g, subonderdeel 2° CCU – Nieuwe post-combustion CO2-afvang bij biomassa-installatie tuinbouw, vloeibaar, nieuwe vervloeiingsinstallatie 174,7290 4.000 69,1032 69,1032 0,0000 0,0000
2.

De feitelijke productie van een productie-installatie als bedoeld in de artikelen 71, eerste lid, en 77, eerste lid, onderdeel a, die in aanmerking komt voor subsidie, bedraagt voor de kalenderjaren 2023 tot en met 2029 ten hoogste de productie bij het respectievelijke aantal productie-uren in de onderstaande tabel in een bepaald kalenderjaar.

Jaar Productie-uren elektroboiler Productie-uren waterstof uit elektrolyse
2023 2.540 2.180
2024 2.550 2.190
2025 3.360 2.880
2026 3.700 3.170
2027 4.710 4.040
2028 6.660 4.750
2029 8.760 5.460

§ 6. Slotbepalingen

Artikel 93

Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 september 2023.

Artikel 94

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling aanwijzing categorieën duurzame energieproductie en klimaattransitie 2023.

Bijlage 1. behorende bij artikel 7, tweede lid (Model Uitvoeringsovereenkomst)

Uitvoeringsovereenkomst tot zekerheid van het aanvangen van de afvang en permanente opslag van koolstofdioxide, de afvang en het gebruik van koolstofdioxide en van activiteiten ter zake waarvan meer dan € 400 miljoen subsidie is verleend op basis van de Regeling aanwijzing categorieën duurzame energieproductie en klimaattransitie 2023

(hierna te samen ook te noemen: Partijen);

overwegen:

Partijen komen daartoe het volgende overeen:

Artikel 1. Tijdige ingebruikname van de productie-installatie

De Ondernemer verplicht zich jegens de Staat de productie-installatie tijdig in gebruik te nemen en wel binnen de in artikel 61, eerste lid, van het Besluit stimulering duurzame energieproductie en klimaattransitie bedoelde periode of, indien op grond van artikel 62, derde lid, van het Besluit stimulering duurzame energieproductie en klimaattransitie een ontheffing is verleend, binnen de in de ontheffing opgenomen periode.

Artikel 2. Inhoud en omvang van de garantie

De Ondernemer verplicht zich om tot zekerheid voor de nakoming van de in artikel 1 bedoelde verplichting, alsmede de bij niet tijdige nakoming verschuldigde boetes, binnen vier weken nadat de Beschikking is afgegeven ten behoeve van de Staat financiële zekerheid te stellen en gesteld houden voor een bedrag groot 2% van de maximale hoogte van de subsidie, bedoeld in de artikelen 16, 33, 49 en 55k van het Besluit stimulering duurzame energieproductie en klimaattransitie, door middel van de afgifte aan de Staat van een door een binnen de Europese Unie gevestigde bank afgegeven bankgarantie welke is opgemaakt onder gebruikmaking van het model bankgarantie.

Artikel 3. Vrijval van de garantie

Artikel 4. Boetes

Artikel 5. Aanvang en einde Uitvoeringsovereenkomst

Artikel 6. Domiciliekeuze en berichtgevingen

Artikel 7. Rechtskeuze

Artikel 8. Citeertitel

Deze Uitvoeringsovereenkomst wordt tussen partijen aangeduid als ‘Uitvoeringsovereenkomst duurzame energieproductie en klimaattransitie Staat/..........’.

Aldus overeengekomen en in tweevoud ondertekend

te..........

Ondernemer

te ’s-Gravenhage op..........

De Minister voor Klimaat en Energie,

Model bankgarantie

DE ONDERGETEKENDE,

.........., gevestigd te.........., hierna te noemen de ‘Bank’,

IN AANMERKING NEMENDE DAT:

VERKLAART ALS VOLGT

Getekend te

op

De Bank

Bijlage 2. behorende bij de artikelen 17, eerste lid, onderdeel b, 19 eerste lid, onderdeel b, en 21 eerste lid, onderdeel c (Lijst windsnelheden per gemeente)

Lijst van gemeenten volgens de gemeentelijk indeling per 1 januari 2022

Gemeentenaam Provincie Windcategorie
Ameland Friesland ≥ 8,5 m/s
Den Helder Noord-Holland ≥ 8,5 m/s
Schiermonnikoog Friesland ≥ 8,5 m/s
Terschelling Friesland ≥ 8,5 m/s
Texel Noord-Holland ≥ 8,5 m/s
Vlieland Friesland ≥ 8,5 m/s
Bergen (NH.) Noord-Holland ≥ 8,0 en < 8,5 m/s
Harlingen Friesland ≥ 8,0 en < 8,5 m/s
Het Hogeland Groningen ≥ 8,0 en < 8,5 m/s
Hollands Kroon Noord-Holland ≥ 8,0 en < 8,5 m/s
Noardeast-Fryslân Friesland ≥ 8,0 en < 8,5 m/s
Rotterdam Maasvlakte (wijk 23, buurt 8) Zuid-Holland ≥ 8,0 en < 8,5 m/s
Schagen Noord-Holland ≥ 8,0 en < 8,5 m/s
Súdwest-Fryslân Friesland ≥ 8,0 en < 8,5 m/s
Waadhoeke Friesland ≥ 8,0 en < 8,5 m/s
Zandvoort Noord-Holland ≥ 8,0 en < 8,5 m/s
Achtkarspelen Friesland ≥ 7,5 en < 8,0 m/s
Alkmaar Noord-Holland ≥ 7,5 en < 8,0 m/s
Beverwijk Noord-Holland ≥ 7,5 en < 8,0 m/s
Bloemendaal Noord-Holland ≥ 7,5 en < 8,0 m/s
Castricum Noord-Holland ≥ 7,5 en < 8,0 m/s
Dantumadiel Friesland ≥ 7,5 en < 8,0 m/s
De Fryske Marren Friesland ≥ 7,5 en < 8,0 m/s
Dijk en Waard Noord-Holland ≥ 7,5 en < 8,0 m/s
Drechterland Noord-Holland ≥ 7,5 en < 8,0 m/s
Edam-Volendam Noord-Holland ≥ 7,5 en < 8,0 m/s
Eemsdelta Groningen ≥ 7,5 en < 8,0 m/s
Enkhuizen Noord-Holland ≥ 7,5 en < 8,0 m/s
Goeree-Overflakkee Zuid-Holland ≥ 7,5 en < 8,0 m/s
Heemskerk Noord-Holland ≥ 7,5 en < 8,0 m/s
Heerenveen Friesland ≥ 7,5 en < 8,0 m/s
Heiloo Noord-Holland ≥ 7,5 en < 8,0 m/s
Hillegom Zuid-Holland ≥ 7,5 en < 8,0 m/s
Hoorn Noord-Holland ≥ 7,5 en < 8,0 m/s
Katwijk Zuid-Holland ≥ 7,5 en < 8,0 m/s
Koggenland Noord-Holland ≥ 7,5 en < 8,0 m/s
Leeuwarden Friesland ≥ 7,5 en < 8,0 m/s
Lisse Zuid-Holland ≥ 7,5 en < 8,0 m/s
Medemblik Noord-Holland ≥ 7,5 en < 8,0 m/s
Noord-Beveland Zeeland ≥ 7,5 en < 8,0 m/s
Noordoostpolder Flevoland ≥ 7,5 en < 8,0 m/s
Noordwijk Zuid-Holland ≥ 7,5 en < 8,0 m/s
Oldambt Groningen ≥ 7,5 en < 8,0 m/s
Opmeer Noord-Holland ≥ 7,5 en < 8,0 m/s
Opsterland Friesland ≥ 7,5 en < 8,0 m/s
Purmerend Noord-Holland ≥ 7,5 en < 8,0 m/s
Schouwen-Duiveland Zeeland ≥ 7,5 en < 8,0 m/s
Smallingerland Friesland ≥ 7,5 en < 8,0 m/s
Stede Broec Noord-Holland ≥ 7,5 en < 8,0 m/s
Tytsjerksteradiel Friesland ≥ 7,5 en < 8,0 m/s
Uitgeest Noord-Holland ≥ 7,5 en < 8,0 m/s
Urk Flevoland ≥ 7,5 en < 8,0 m/s
Veere Zeeland ≥ 7,5 en < 8,0 m/s
Velsen Noord-Holland ≥ 7,5 en < 8,0 m/s
Wassenaar Zuid-Holland ≥ 7,5 en < 8,0 m/s
Westerkwartier Groningen ≥ 7,5 en < 8,0 m/s
Westland Zuid-Holland ≥ 7,5 en < 8,0 m/s
Westvoorne Zuid-Holland ≥ 7,5 en < 8,0 m/s
Aa en Hunze Drenthe ≥ 7,0 en < 7,5 m/s
Aalsmeer Noord-Holland ≥ 7,0 en < 7,5 m/s
Aalten Gelderland ≥ 7,0 en < 7,5 m/s
Almere Flevoland ≥ 7,0 en < 7,5 m/s
Alphen aan den Rijn Zuid-Holland ≥ 7,0 en < 7,5 m/s
Altena Noord-Brabant ≥ 7,0 en < 7,5 m/s
Amstelveen Noord-Holland ≥ 7,0 en < 7,5 m/s
Amsterdam Noord-Holland ≥ 7,0 en < 7,5 m/s
Assen Drenthe ≥ 7,0 en < 7,5 m/s
Bodegraven-Reeuwijk Zuid-Holland ≥ 7,0 en < 7,5 m/s
Borger-Odoorn Drenthe ≥ 7,0 en < 7,5 m/s
Borsele Zeeland ≥ 7,0 en < 7,5 m/s
Brielle Zuid-Holland ≥ 7,0 en < 7,5 m/s
Coevorden Drenthe ≥ 7,0 en < 7,5 m/s
Culemborg Gelderland ≥ 7,0 en < 7,5 m/s
Dalfsen Overijssel ≥ 7,0 en < 7,5 m/s
De Ronde Venen Utrecht ≥ 7,0 en < 7,5 m/s
De Wolden Drenthe ≥ 7,0 en < 7,5 m/s
Delft Zuid-Holland ≥ 7,0 en < 7,5 m/s
Diemen Noord-Holland ≥ 7,0 en < 7,5 m/s
Dronten Flevoland ≥ 7,0 en < 7,5 m/s
Emmen Drenthe ≥ 7,0 en < 7,5 m/s
Goes Zeeland ≥ 7,0 en < 7,5 m/s
Gouda Zuid-Holland ≥ 7,0 en < 7,5 m/s
Groningen Groningen ≥ 7,0 en < 7,5 m/s
Haarlem Noord-Holland ≥ 7,0 en < 7,5 m/s
Haarlemmermeer Noord-Holland ≥ 7,0 en < 7,5 m/s
Hardenberg Overijssel ≥ 7,0 en < 7,5 m/s
Hardinxveld-Giessendam Zuid-Holland ≥ 7,0 en < 7,5 m/s
Heemstede Noord-Holland ≥ 7,0 en < 7,5 m/s
Hellevoetsluis Zuid-Holland ≥ 7,0 en < 7,5 m/s
Hoeksche Waard Zuid-Holland ≥ 7,0 en < 7,5 m/s
Hoogeveen Drenthe ≥ 7,0 en < 7,5 m/s
Hulst Zeeland ≥ 7,0 en < 7,5 m/s
IJsselstein Utrecht ≥ 7,0 en < 7,5 m/s
Kaag en Braassem Zuid-Holland ≥ 7,0 en < 7,5 m/s
Kampen Overijssel ≥ 7,0 en < 7,5 m/s
Kapelle Zeeland ≥ 7,0 en < 7,5 m/s
Krimpenerwaard Zuid-Holland ≥ 7,0 en < 7,5 m/s
Landsmeer Noord-Holland ≥ 7,0 en < 7,5 m/s
Lansingerland Zuid-Holland ≥ 7,0 en < 7,5 m/s
Leiden Zuid-Holland ≥ 7,0 en < 7,5 m/s
Leiderdorp Zuid-Holland ≥ 7,0 en < 7,5 m/s
Leidschendam-Voorburg Zuid-Holland ≥ 7,0 en < 7,5 m/s
Lelystad Flevoland ≥ 7,0 en < 7,5 m/s
Lopik Utrecht ≥ 7,0 en < 7,5 m/s
Maassluis Zuid-Holland ≥ 7,0 en < 7,5 m/s
Meppel Drenthe ≥ 7,0 en < 7,5 m/s
Middelburg Zeeland ≥ 7,0 en < 7,5 m/s
Midden-Delfland Zuid-Holland ≥ 7,0 en < 7,5 m/s
Midden-Drenthe Drenthe ≥ 7,0 en < 7,5 m/s
Midden-Groningen Groningen ≥ 7,0 en < 7,5 m/s
Moerdijk Noord-Brabant ≥ 7,0 en < 7,5 m/s
Molenlanden Zuid-Holland ≥ 7,0 en < 7,5 m/s
Montfoort Utrecht ≥ 7,0 en < 7,5 m/s
Nieuwkoop Zuid-Holland ≥ 7,0 en < 7,5 m/s
Nissewaard Zuid-Holland ≥ 7,0 en < 7,5 m/s
Noordenveld Drenthe ≥ 7,0 en < 7,5 m/s
Oegstgeest Zuid-Holland ≥ 7,0 en < 7,5 m/s
Oost Gelre Gelderland ≥ 7,0 en < 7,5 m/s
Ooststellingwerf Friesland ≥ 7,0 en < 7,5 m/s
Oostzaan Noord-Holland ≥ 7,0 en < 7,5 m/s
Ouder-Amstel Noord-Holland ≥ 7,0 en < 7,5 m/s
Oudewater Utrecht ≥ 7,0 en < 7,5 m/s
Pekela Groningen ≥ 7,0 en < 7,5 m/s
Pijnacker-Nootdorp Zuid-Holland ≥ 7,0 en < 7,5 m/s
Reimerswaal Zeeland ≥ 7,0 en < 7,5 m/s
Rijswijk Zuid-Holland ≥ 7,0 en < 7,5 m/s
Rotterdam-West (wijk 17, wijk 23 excl. buurt 8, en wijk 27) Zuid-Holland ≥ 7,0 en < 7,5 m/s
's-Gravenhage Zuid-Holland ≥ 7,0 en < 7,5 m/s
Sluis Zeeland ≥ 7,0 en < 7,5 m/s
Stadskanaal Groningen ≥ 7,0 en < 7,5 m/s
Staphorst Overijssel ≥ 7,0 en < 7,5 m/s
Steenbergen Noord-Brabant ≥ 7,0 en < 7,5 m/s
Steenwijkerland Overijssel ≥ 7,0 en < 7,5 m/s
Stichtse Vecht Utrecht ≥ 7,0 en < 7,5 m/s
Terneuzen Zeeland ≥ 7,0 en < 7,5 m/s
Teylingen Zuid-Holland ≥ 7,0 en < 7,5 m/s
Tholen Zeeland ≥ 7,0 en < 7,5 m/s
Tynaarlo Drenthe ≥ 7,0 en < 7,5 m/s
Uithoorn Noord-Holland ≥ 7,0 en < 7,5 m/s
Veendam Groningen ≥ 7,0 en < 7,5 m/s
Vijfheerenlanden Utrecht ≥ 7,0 en < 7,5 m/s
Vlissingen Zeeland ≥ 7,0 en < 7,5 m/s
Voorschoten Zuid-Holland ≥ 7,0 en < 7,5 m/s
Waddinxveen Zuid-Holland ≥ 7,0 en < 7,5 m/s
Waterland Noord-Holland ≥ 7,0 en < 7,5 m/s
Weesp Noord-Holland ≥ 7,0 en < 7,5 m/s
West Betuwe Gelderland ≥ 7,0 en < 7,5 m/s
Westerveld Drenthe ≥ 7,0 en < 7,5 m/s
Westerwolde Groningen ≥ 7,0 en < 7,5 m/s
Weststellingwerf Friesland ≥ 7,0 en < 7,5 m/s
Woerden Utrecht ≥ 7,0 en < 7,5 m/s
Wormerland Noord-Holland ≥ 7,0 en < 7,5 m/s
Zaanstad Noord-Holland ≥ 7,0 en < 7,5 m/s
Zaltbommel Gelderland ≥ 7,0 en < 7,5 m/s
Zoetermeer Zuid-Holland ≥ 7,0 en < 7,5 m/s
Zoeterwoude Zuid-Holland ≥ 7,0 en < 7,5 m/s
Zuidplas Zuid-Holland ≥ 7,0 en < 7,5 m/s
Zwartewaterland Overijssel ≥ 7,0 en < 7,5 m/s
Zwolle Overijssel ≥ 7,0 en < 7,5 m/s
Alblasserdam Zuid-Holland ≥ 6,75 en < 7,0 m/s
Albrandswaard Zuid-Holland ≥ 6,75 en < 7,0 m/s
Barendrecht Zuid-Holland ≥ 6,75 en < 7,0 m/s
Bergen op Zoom Noord-Brabant ≥ 6,75 en < 7,0 m/s
Berkelland Gelderland ≥ 6,75 en < 7,0 m/s
Beuningen Gelderland ≥ 6,75 en < 7,0 m/s
Bunnik Utrecht ≥ 6,75 en < 7,0 m/s
Bunschoten Utrecht ≥ 6,75 en < 7,0 m/s
Buren Gelderland ≥ 6,75 en < 7,0 m/s
Capelle aan den IJssel Zuid-Holland ≥ 6,75 en < 7,0 m/s
Dordrecht Zuid-Holland ≥ 6,75 en < 7,0 m/s
Drimmelen Noord-Brabant ≥ 6,75 en < 7,0 m/s
Druten Gelderland ≥ 6,75 en < 7,0 m/s
Duiven Gelderland ≥ 6,75 en < 7,0 m/s
Etten-Leur Noord-Brabant ≥ 6,75 en < 7,0 m/s
Geertruidenberg Noord-Brabant ≥ 6,75 en < 7,0 m/s
Gooise Meren Noord-Holland ≥ 6,75 en < 7,0 m/s
Gorinchem Zuid-Holland ≥ 6,75 en < 7,0 m/s
Haaksbergen Overijssel ≥ 6,75 en < 7,0 m/s
Halderberge Noord-Brabant ≥ 6,75 en < 7,0 m/s
Hattem Gelderland ≥ 6,75 en < 7,0 m/s
Hellendoorn Overijssel ≥ 6,75 en < 7,0 m/s
Hendrik-Ido-Ambacht Zuid-Holland ≥ 6,75 en < 7,0 m/s
Houten Utrecht ≥ 6,75 en < 7,0 m/s
Krimpen aan den IJssel Zuid-Holland ≥ 6,75 en < 7,0 m/s
Lingewaard Gelderland ≥ 6,75 en < 7,0 m/s
Maasdriel Gelderland ≥ 6,75 en < 7,0 m/s
Neder-Betuwe Gelderland ≥ 6,75 en < 7,0 m/s
Nieuwegein Utrecht ≥ 6,75 en < 7,0 m/s
Nijkerk Gelderland ≥ 6,75 en < 7,0 m/s
Oldebroek Gelderland ≥ 6,75 en < 7,0 m/s
Olst-Wijhe Overijssel ≥ 6,75 en < 7,0 m/s
Ommen Overijssel ≥ 6,75 en < 7,0 m/s
Oss Noord-Brabant ≥ 6,75 en < 7,0 m/s
Oude IJsselstreek Gelderland ≥ 6,75 en < 7,0 m/s
Overbetuwe Gelderland ≥ 6,75 en < 7,0 m/s
Papendrecht Zuid-Holland ≥ 6,75 en < 7,0 m/s
Raalte Overijssel ≥ 6,75 en < 7,0 m/s
Ridderkerk Zuid-Holland ≥ 6,75 en < 7,0 m/s
Roosendaal Noord-Brabant ≥ 6,75 en < 7,0 m/s
Rotterdam (excl. wijk 17, wijk 23 en wijk 27) Zuid-Holland ≥ 6,75 en < 7,0 m/s
Schiedam Zuid-Holland ≥ 6,75 en < 7,0 m/s
Simpelveld Limburg ≥ 6,75 en < 7,0 m/s
Sliedrecht Zuid-Holland ≥ 6,75 en < 7,0 m/s
Tiel Gelderland ≥ 6,75 en < 7,0 m/s
Tubbergen Overijssel ≥ 6,75 en < 7,0 m/s
Twenterand Overijssel ≥ 6,75 en < 7,0 m/s
Utrecht Utrecht ≥ 6,75 en < 7,0 m/s
Vlaardingen Zuid-Holland ≥ 6,75 en < 7,0 m/s
Waalwijk Noord-Brabant ≥ 6,75 en < 7,0 m/s
West Maas en Waal Gelderland ≥ 6,75 en < 7,0 m/s
Wijchen Gelderland ≥ 6,75 en < 7,0 m/s
Wijdemeren Noord-Holland ≥ 6,75 en < 7,0 m/s
Wijk bij Duurstede Utrecht ≥ 6,75 en < 7,0 m/s
Winterswijk Gelderland ≥ 6,75 en < 7,0 m/s
Zeewolde Flevoland ≥ 6,75 en < 7,0 m/s
Zevenaar Gelderland ≥ 6,75 en < 7,0 m/s
Zundert Noord-Brabant ≥ 6,75 en < 7,0 m/s
Zwijndrecht Zuid-Holland ≥ 6,75 en < 7,0 m/s
Almelo Overijssel < 6,75 m/s
Alphen-Chaam Noord-Brabant < 6,75 m/s
Amersfoort Utrecht < 6,75 m/s
Apeldoorn Gelderland < 6,75 m/s
Arnhem Gelderland < 6,75 m/s
Asten Noord-Brabant < 6,75 m/s
Baarle-Nassau Noord-Brabant < 6,75 m/s
Baarn Utrecht < 6,75 m/s
Barneveld Gelderland < 6,75 m/s
Beek Limburg < 6,75 m/s
Beekdaelen Limburg < 6,75 m/s
Beesel Limburg < 6,75 m/s
Berg en Dal Gelderland < 6,75 m/s
Bergeijk Noord-Brabant < 6,75 m/s
Bergen (L.) Limburg < 6,75 m/s
Bernheze Noord-Brabant < 6,75 m/s
Best Noord-Brabant < 6,75 m/s
Bladel Noord-Brabant < 6,75 m/s
Blaricum Noord-Holland < 6,75 m/s
Boekel Noord-Brabant < 6,75 m/s
Borne Overijssel < 6,75 m/s
Boxtel Noord-Brabant < 6,75 m/s
Breda Noord-Brabant < 6,75 m/s
Bronckhorst Gelderland < 6,75 m/s
Brummen Gelderland < 6,75 m/s
Brunssum Limburg < 6,75 m/s
Cranendonck Noord-Brabant < 6,75 m/s
De Bilt Utrecht < 6,75 m/s
Deurne Noord-Brabant < 6,75 m/s
Deventer Overijssel < 6,75 m/s
Dinkelland Overijssel < 6,75 m/s
Doesburg Gelderland < 6,75 m/s
Doetinchem Gelderland < 6,75 m/s
Dongen Noord-Brabant < 6,75 m/s
Echt-Susteren Limburg < 6,75 m/s
Ede Gelderland < 6,75 m/s
Eemnes Utrecht < 6,75 m/s
Eersel Noord-Brabant < 6,75 m/s
Eijsden-Margraten Limburg < 6,75 m/s
Eindhoven Noord-Brabant < 6,75 m/s
Elburg Gelderland < 6,75 m/s
Enschede Overijssel < 6,75 m/s
Epe Gelderland < 6,75 m/s
Ermelo Gelderland < 6,75 m/s
Geldrop-Mierlo Noord-Brabant < 6,75 m/s
Gemert-Bakel Noord-Brabant < 6,75 m/s
Gennep Limburg < 6,75 m/s
Gilze en Rijen Noord-Brabant < 6,75 m/s
Goirle Noord-Brabant < 6,75 m/s
Gulpen-Wittem Limburg < 6,75 m/s
Harderwijk Gelderland < 6,75 m/s
Heerde Gelderland < 6,75 m/s
Heerlen Limburg < 6,75 m/s
Heeze-Leende Noord-Brabant < 6,75 m/s
Helmond Noord-Brabant < 6,75 m/s
Hengelo Overijssel < 6,75 m/s
Heumen Gelderland < 6,75 m/s
Heusden Noord-Brabant < 6,75 m/s
Hilvarenbeek Noord-Brabant < 6,75 m/s
Hilversum Noord-Holland < 6,75 m/s
Hof van Twente Overijssel < 6,75 m/s
Horst aan de Maas Limburg < 6,75 m/s
Huizen Noord-Holland < 6,75 m/s
Kerkrade Limburg < 6,75 m/s
Laarbeek Noord-Brabant < 6,75 m/s
Land van Cuijk Noord-Brabant < 6,75 m/s
Landgraaf Limburg < 6,75 m/s
Laren Noord-Holland < 6,75 m/s
Leudal Limburg < 6,75 m/s
Leusden Utrecht < 6,75 m/s
Lochem Gelderland < 6,75 m/s
Loon op Zand Noord-Brabant < 6,75 m/s
Losser Overijssel < 6,75 m/s
Maasgouw Limburg < 6,75 m/s
Maashorst Noord-Brabant < 6,75 m/s
Maastricht Limburg < 6,75 m/s
Meerssen Limburg < 6,75 m/s
Meierijstad Noord-Brabant < 6,75 m/s
Montferland Gelderland < 6,75 m/s
Mook en Middelaar Limburg < 6,75 m/s
Nederweert Limburg < 6,75 m/s
Nijmegen Gelderland < 6,75 m/s
Nuenen, Gerwen en Nederwetten Noord-Brabant < 6,75 m/s
Nunspeet Gelderland < 6,75 m/s
Oirschot Noord-Brabant < 6,75 m/s
Oisterwijk Noord-Brabant < 6,75 m/s
Oldenzaal Overijssel < 6,75 m/s
Oosterhout Noord-Brabant < 6,75 m/s
Peel en Maas Limburg < 6,75 m/s
Putten Gelderland < 6,75 m/s
Renkum Gelderland < 6,75 m/s
Renswoude Utrecht < 6,75 m/s
Reusel-De Mierden Noord-Brabant < 6,75 m/s
Rheden Gelderland < 6,75 m/s
Rhenen Utrecht < 6,75 m/s
Rijssen-Holten Overijssel < 6,75 m/s
Roerdalen Limburg < 6,75 m/s
Roermond Limburg < 6,75 m/s
Rozendaal Gelderland < 6,75 m/s
Rucphen Noord-Brabant < 6,75 m/s
Scherpenzeel Gelderland < 6,75 m/s
's-Hertogenbosch Noord-Brabant < 6,75 m/s
Sint-Michielsgestel Noord-Brabant < 6,75 m/s
Sittard-Geleen Limburg < 6,75 m/s
Soest Utrecht < 6,75 m/s
Someren Noord-Brabant < 6,75 m/s
Son en Breugel Noord-Brabant < 6,75 m/s
Stein Limburg < 6,75 m/s
Tilburg Noord-Brabant < 6,75 m/s
Utrechtse Heuvelrug Utrecht < 6,75 m/s
Vaals Limburg < 6,75 m/s
Valkenburg aan de Geul Limburg < 6,75 m/s
Valkenswaard Noord-Brabant < 6,75 m/s
Veenendaal Utrecht < 6,75 m/s
Veldhoven Noord-Brabant < 6,75 m/s
Venlo Limburg < 6,75 m/s
Venray Limburg < 6,75 m/s
Voerendaal Limburg < 6,75 m/s
Voorst Gelderland < 6,75 m/s
Vught Noord-Brabant < 6,75 m/s
Waalre Noord-Brabant < 6,75 m/s
Wageningen Gelderland < 6,75 m/s
Weert Limburg < 6,75 m/s
Westervoort Gelderland < 6,75 m/s
Wierden Overijssel < 6,75 m/s
Woensdrecht Noord-Brabant < 6,75 m/s
Woudenberg Utrecht < 6,75 m/s
Zeist Utrecht < 6,75 m/s
Zutphen Gelderland < 6,75 m/s

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.