Subsidieregeling rechtsbijstand en aanverwante kosten Tijdelijke wet Groningen
gelet op artikel 33e, derde lid, 37b en 37c van de Wet op de rechtsbijstand, waarin is bepaald dat het bestuur van de Raad voor Rechtsbijstand subsidie kan verstrekken ten behoeve van en met het oog op de verlening van rechtsbijstand voor bijzondere doeleinden en projecten en artikel 13n Tijdelijke wet Groningen waarin als bijzondere doeleinden als hiervoor genoemd rechtsbijstand en het inroepen van advies van een bouwkundige of financiële adviseur in het kader van het verlenen van rechtsbijstand zijn aangewezen,
besluit:
Hoofdstuk I. Algemeen
Artikel 1. Begripsbepalingen
In deze subsidieregeling wordt verstaan onder:
- a. advocaat: de advocaat die op basis van artikel 10 van deze regeling is toegelaten tot deze subsidieregeling;
- b. Awb: Algemene wet bestuursrecht;
- c. bestuur: het bestuur van de raad voor rechtsbijstand, als bedoeld in artikel 3 van de Wrb;
- e. deskundige: deskundige (ook wel ‘adviseur’) zoals bedoeld in artikel 13n, tweede lid, van de TwG;
- f. Instituut: Het Instituut Mijnbouwschade Groningen, als bedoeld in artikel 2 van de TwG;
- g. mediation: mediation zoals bedoeld in artikel 1 van de Wrb in een geschil waarvoor rechtsbijstand kan worden vergoed op grond van deze regeling;
- h. mediator: de mediator als bedoeld in artikel 33a Wrb en die op basis van artikel 11 van deze regeling is toegelaten tot deze subsidieregeling;
- i. regeling: Subsidieregeling rechtsbijstand en aanverwante kosten TwG;
- j. rechtsbijstand: rechtsbijstand zoals bedoeld in artikel 1 van de Wrb in de situaties genoemd in artikel 13n, eerste lid, van de TwG;
- k. rechtzoekende: een eigenaar van een gebouw als bedoeld in artikel 1b, hoofdstuk 1 algemene bepalingen van de Woningwet – met uitzondering van de woningcorporatie – die aanspraak maakt op rechtsbijstand, mediation of advies van een deskundige, op grond van deze regeling;
- l. schade: schade waarvan redelijkerwijs kan worden aangenomen dat die is veroorzaakt door beweging van de bodem als gevolg van de aanleg of exploitatie van een mijnbouwwerk ten behoeve van het winnen van gas uit het Groningenveld of als gevolg van de gasopslag Norg of de gasopslag bij Grijpskerk;
- m. TwG: Tijdelijke wet Groningen;
- n. toevoeging: de toevoeging als bedoeld in de wet ten behoeve van mediation of rechtsbijstand zoals bedoeld onder ‘e’ respectievelijk onder ‘h’ van dit artikel;
- o. vergoeding: de op grond van deze regeling vast te stellen subsidie;
- p. Wrb: Wet op de rechtsbijstand.
Artikel 2. Doel
Deze regeling heeft tot doel subsidie te verstrekken ten behoeve van en met het oog op de verlening van rechtsbijstand als bedoeld in artikel 13n, eerste lid TwG, het bieden van mediation aan de rechtzoekende en ter vergoeding van opleidingskosten van advocaten, alsmede de vergoeding voor advies door een deskundige. Enkel de rechtsbijstand op basis van artikel 13n, lid 1 en 2 TwG komt in aanmerking voor vergoeding op basis van deze regeling.
Hoofdstuk II. De vergoeding voor rechtsbijstand
Artikel 3. De vergoedingen
Advocaten ontvangen overeenkomstig de bepalingen van deze regeling een vergoeding voor de verlening van rechtsbijstand.
De vergoeding, bedoeld in het eerste lid omvat:
- a. de overeenkomstig deze regeling vastgestelde vergoeding voor het verrichten van rechtsbijstand aan de rechtzoekende;
- b. de overeenkomstig deze regeling vastgestelde vergoeding voor kosten en tijdverlet in verband met het reizen ten behoeve van de verlening van rechtsbijstand;
- c. een vergoeding voor de administratieve kosten overeenkomstig artikel 27 Bvr;
- d. de omzetbelasting die is verschuldigd over de vergoedingen, bedoeld onder a, b en c van dit lid.
Ten behoeve van de berekening van de vergoeding worden de krachtens deze regeling toegekende punten vermenigvuldigd met het basisbedrag, genoemd in artikel 3, eerste lid, van het Besluit vergoedingen rechtsbijstand 2000. Voor de toepassing van het basisbedrag per punt is de afgiftedatum van de toevoeging bepalend.
De artikelen 3, tweede lid, 4, tweede lid met uitzondering van onderdeel b en 26 van het Besluit vergoedingen rechtsbijstand 2000 zijn van overeenkomstige toepassing.
Bij de toepassing van deze regeling wordt de financiële draagkracht van de rechtzoekende buiten beschouwing gelaten.
Artikel 4. Vergoedingen voor rechtsbijstandsverlening
Voor de rechtsbijstand aan de rechtzoekende, zoals bedoeld in deze regeling, wordt een vergoeding van 40 punten toegekend voor rechtsbijstand bij het proces, bedoeld in artikel 2 van de TwG, vanaf het indienen van een zienswijze in het kader van de aanvraag om vergoeding van schade bij het Instituut, waaronder het indienen van bezwaar.
Voor de rechtsbijstand aan de rechtzoekende, zoals bedoeld in deze regeling, wordt een vergoeding van 40 punten toegekend voor rechtsbijstand bij het proces, bedoeld in hoofdstuk 5 van de TwG, vanaf de ontvangst van de beoordeling, bedoeld in artikel 13i, tweede en derde lid, van de TwG en bij besluiten tot versterking van gebouwen of onderdelen daarvan waarop artikel 13n, eerste lid, van de TwG van overeenkomstige toepassing is verklaard. Het indienen van bezwaar is bij deze vergoeding inbegrepen.
Voor de rechtsbijstand bij het beroep tegen een beslissing op bezwaar wordt een vergoeding toegekend van 40 punten.
Voor de rechtsbijstand bij het hoger beroep tegen een uitspraak in beroep wordt een vergoeding toegekend van 40 punten, tenzij het Instituut of de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (lees: NCG) de kosten van rechtsbijstand voor zijn rekening neemt.
Voor de rechtsbijstand aan de rechtzoekende, zoals bedoeld in deze regeling, wordt een vergoeding van 40 punten toegekend terzake van een rechtsgang naar een bij verdrag met rechtspraak belast internationaal college dat niet zelf in een aanspraak op vergoeding van rechtsbijstand voorziet.
Voor de rechtsbijstand aan de rechtzoekende, zoals bedoeld in deze regeling, wordt een vergoeding van 40 punten toegekend voor privaatrechtelijke geschillen tussen rechtzoekende en zijn opdrachtnemer, indien de versterking geheel of gedeeltelijk door de rechtzoekende in eigen beheer is of wordt uitgevoerd, dan wel de schade via daadwerkelijk herstel door de rechtzoekende in eigen beheer is of wordt hersteld, over:
- a. het bouw- of ontwerpplan;
- b. de uitvoering van versterkingsmaatregelen of schadeherstelmaatregelen; of
- c. bouwfouten, waaronder ook begrepen geschillen over gebreken of meer-/minderwerk bij de uitvoering van versterkingsmaatregelen of schadeherstelmaatregelen of bouwfouten,
vanaf het treffen van een rechtsmaatregel of het starten van een procedure bij de civiele rechter, de Raad van Arbitrage in Bouwgeschillen, of daarmee vergelijkbare alternatieve geschillenprocedures.
Indien een procedure zoals bedoeld in lid 3, 4 en 5 voortijdig is beëindigd, geldt de regeling voor advieszaken zoals in artikel 12 Bvr is opgenomen.
Indien de advocaat in het kader van de in het eerste tot en met zesde lid van dit artikel bedoelde procedure meer dan één zitting bij de bezwaarschiftenadviescommissie of gerechtelijke instantie heeft bijgewoond, wordt voor de tweede en elke daaropvolgende zitting telkens 2,5 punten vergoed.
Voor de rechtsbijstand bij een verzoek tot voorlopige voorziening in het kader van bezwaar, alsmede beroep, alsmede hoger beroep, wordt voor ieder verzoek tot een voorlopige voorziening een toeslag van 4 punten toegekend.
Indien de rechtsbijstand zoals bedoeld in deze regeling opvolgend is verleend door twee of meer advocaten die niet behoren tot hetzelfde samenwerkingsverband wordt het aantal toe te kennen punten éénmaal met 2 punten verhoogd.
In geval rechtsbijstand is verleend door opvolgende advocaten zoals bedoeld in het tiende lid van dit artikel, wordt de vergoeding betaald aan de advocaat die het laatst is toegevoegd. De advocaten verdelen het bedrag in onderling overleg naar verhouding van de verrichte werkzaamheden.
Artikel 32 van de Wrb is van overeenkomstige toepassing op de in het eerste tot en met zesde lid genoemde fases in de procedure.
Artikel 5. Vergoeding voor reiskosten en reistijdverlet
Voor vergoeding van de kosten in verband met het reizen ten behoeve van de verlening van rechtsbijstand tijdens de zitting van de bezwaarschriftenadviescommissie, alsmede de zitting bij de rechtbank, alsmede de zitting bij de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State is artikel 25 Bvr van overeenkomstige toepassing.
Voor het tijdverlet in verband met het reizen ten behoeve van de verlening van rechtsbijstand zoals bedoeld in het eerste lid wordt een vergoeding toegekend van halve punt per volle gereisde 50 kilometer.
Indien een reis, zoals bedoeld in het eerste en tweede lid, wordt afgelegd ten behoeve van de verlening van rechtsbijstand aan meerdere rechtzoekenden op dezelfde locatie, wordt in verband met deze reis slechts eenmaal de vergoeding van reiskosten en reistijdverlet toegekend.
De Raad bepaalt de reisafstand op gestandaardiseerde wijze.
Artikel 6. Onkostenvergoeding
Voor gemaakte kosten vanwege deelname aan deze regeling wordt een vergoeding van 2 punten per zaak toegekend.
Artikel 7. Kosteloze rechtsbijstand voor de rechtzoekende
De rechtsbijstand is voor de rechtzoekende kosteloos. Er wordt geen eigen bijdrage opgelegd.
De advocaat brengt de rechtzoekende geen kosten in rekening.
De aan de rechtzoekende toegekende schadevergoeding of andere hersteltegemoetkoming kan nooit leiden tot intrekking van de toevoeging. Artikel 34g Wrb is niet van toepassing.
Aan de rechtzoekende toegekende vergoedingen voor proceskosten in de bezwaar- of (hoger) beroepsprocedure, alsmede andere kosten voor rechtsbijstand, worden in mindering gebracht op de voor die fase van toepassing zijnde vergoedingen.
Hoofdstuk III. De vergoeding voor mediation
Artikel 8. Kosteloze mediation voor de rechtzoekende en vergoeding voor mediation
De (advocaat van de) rechtzoekende en het Instituut of de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (lees: NCG) kunnen met elkaar afspreken om mediation in te zetten.
Voor de mediation aan de rechtzoekende, zoals bedoeld in deze regeling, wordt een vergoeding van 20 punten toegekend voor de verleende mediation aan beide partijen. Artikel 8, derde lid van het Besluit toevoeging mediation is van overeenkomstige toepassing.
De mediation is voor de rechtzoekende kosteloos; er wordt geen eigen bijdrage opgelegd.
Hoofdstuk IV. De vergoeding voor financieel en/of bouwkundig advies
Artikel 9. Vergoeding voor advies door een deskundige
De advocaat en de mediator kunnen namens de rechtzoekende het advies van een deskundige, die is beoordeeld op de daarvoor van toepassing zijnde kwaliteitsvereisten door het Instituut of de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (lees: NCG), inroepen.
De advocaat of mediator kan om vergoeding verzoeken met het formulier ‘Aanvraag vergoeding deskundigen’. Bij het verzoek stuurt de advocaat of mediator de factuur van de deskundige mee. De maximumvergoeding per advies bedraagt € 3.316,- inclusief btw. Indien vergoeding van een derde of verder advies wordt verzocht, wordt dit in het verzoek gemotiveerd. Het bestuur vergoedt de factuur aan de advocaat of mediator als aan de voorwaarden van deze regeling is voldaan.
Hoofdstuk V. Voorwaarden
Artikel 10. Voorwaarden tot deelname voor advocaten
De regeling is van toepassing op advocaten die zaken doen:
- a. onder artikel 4, eerste tot en met het vijfde lid en die voldoen aan de in de bijlage onder I en II genoemde deelnamecriteria; of
⋯
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.