Regeling van de Minister voor Langdurige Zorg en Sport van 3 augustus 2023, kenmerk 3638565-1051255-PZo, houdende regels voor het subsidiëren van patiënten- en gehandicaptenorganisaties 2024–2028 (Subsidieregeling pg-organisaties 2024–2028)

Type Ministeriële regeling
Publication 2025-08-06
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

Gelet op de artikelen 3 en 5 van de Kaderwet VWS-subsidies en artikelen 1.3 en 2.1 van de Kaderregeling subsidies OCW, SZW en VWS;

Besluit:

Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen

Artikel 1.1. Begripsbepalingen

In deze regeling wordt verstaan onder:

Artikel 1.2. Toepasselijkheid Kaderregeling

Op deze regeling is de Kaderregeling subsidies OCW, SZW en VWS van toepassing, met uitzondering van de artikelen 6.1, 8.2 en 10.1.

Artikel 1.3. Reikwijdte subsidieregeling

Deze regeling heeft betrekking op het verstrekken van:

Artikel 1.4. Niet-subsidiabele activiteiten

Subsidie wordt niet verstrekt voor activiteiten in het kader van:

Artikel 1.5. Subsidiabele kosten
1.

Personele kosten zijn subsidiabel tot ten hoogste de uurtarieven zoals opgenomen in de Handleiding Overheidstarieven van het kalenderjaar waarin de subsidieaanvraag wordt ingediend.

2.

In afwijking van het eerste lid, kan de minister besluiten een hoger uurtarief te subsidiëren indien de minister de motivering voor de noodzaak tot dit hogere uurtarief overtuigend acht.

Hoofdstuk 2. Subsidiestroom 1: Instellingssubsidie voor pg-organisaties

Artikel 2.1. Subsidiabele activiteiten
1.

De minister kan jaarlijks op aanvraag een instellingssubsidie verstrekken aan een pg-organisatie voor de volgende activiteiten:

2.

De activiteiten, bedoeld in het eerste lid, onder a tot en met c, hebben landelijk bereik.

Artikel 2.2. Subsidievoorwaarden
1.

De instellingssubsidie wordt uitsluitend verstrekt aan een pg-organisatie die:

2.

In afwijking van het eerste lid, kan de minister ook een instellingssubsidie verstrekken aan een pg-organisatie die zich richt op mensen met een ziekte, beperking, handicap of psychische kwetsbaarheid die niet is omschreven in de ICD of in de DSM, indien deze als voldoende eigenstandig onderscheiden kan worden en op weg is naar internationale erkenning.

Artikel 2.3. Aanvullende voorwaarden nieuwe toetreder
1.

Een instellingssubsidie aan een nieuwe toetreder wordt uitsluitend verstrekt indien:

2.

In afwijking van het eerste lid, onder b, kan de minister een instellingssubsidie verstrekken aan een nieuwe toetreder indien deze, op 1 september voorafgaand aan het boekjaar waarop de subsidieaanvraag betrekking heeft, over 50% meer betalende leden of over 50% meer donateurs beschikt dan de reeds gesubsidieerde pg-organisatie.

Artikel 2.4. Afbouw reeds gesubsidieerde pg-organisatie
1.

Indien toepassing wordt gegeven aan artikel 2.3, tweede lid, kan de minister de subsidieaanvraag van de reeds gesubsidieerde pg-organisatie verlenen onder de voorwaarde dat de instellingssubsidie in een periode van twee jaar wordt afgebouwd, waarbij de instellingssubsidie in het eerste afbouwjaar maximaal 75% en in het tweede afbouwjaar maximaal 50% bedraagt van het subsidiebedrag genoemd in artikel 2.5, eerste lid.

2.

Indien de situatie, als bedoeld in het eerste lid, zich voordoet, wordt er in de vier jaar na bovengenoemde verlening geen instellingssubsidie op grond van de onderhavige regeling verstrekt aan de reeds gesubsidieerde pg-organisatie, bedoeld in het eerste lid.

Artikel 2.5. Subsidiebedrag
1.

De instellingssubsidie, bedoeld in hoofdstuk 2, bedraagt ten hoogste € 80.985 per aanvrager.

2.

In afwijking van het eerste lid bedraagt de instellingssubsidie voor

Artikel 2.6. Subsidieplafond en wijze van verdeling
1.

Het subsidieplafond voor hoofdstuk 2 bedraagt voor het kalenderjaar 2024 € 17.500.000.

2.

Het subsidieplafond voor hoofdstuk 2 bedraagt voor het kalenderjaar 2025 € 18.060.000.

3.

Het subsidieplafond voor hoofdstuk 2 bedraagt voor het kalenderjaar 2026 € 19.700.000.

4.

De minister verdeelt het uit hoofde van het subsidieplafond beschikbare bedrag over de reeds gesubsidieerde pg-organisaties en de nieuwe toetreders, genoemd in artikel 2.3, tweede lid, op volgorde van ontvangst van de aanvragen.

5.

Indien na toepassing van het vierde lid het uit hoofde van het subsidieplafond beschikbare bedrag niet wordt uitgeput, verdeelt de minister het restant over de nieuwe toetreders, genoemd in artikel 2.3, eerste lid, op volgorde van ontvangst van de aanvragen.

6.

Indien het subsidieplafond voor hoofdstuk 2 in het betreffende kalenderjaar niet wordt bereikt, kan de minister het resterende bedrag van het subsidieplafond in hetzelfde kalenderjaar beschikbaar stellen ten behoeve van het subsidieplafond voor hoofdstuk 3, genoemd in artikel 3.3.

Artikel 2.7. Aanvraag tot subsidieverlening
1.

De aanvraag tot verlening van de instellingssubsidie kan jaarlijks worden ingediend in de periode van de tweede maandag van september om 9:00 uur van het boekjaar voorafgaand aan het boekjaar waarvoor de instellingssubsidie wordt aangevraagd tot en met de eerste maandag van oktober om 17:00 uur van het boekjaar voorafgaand aan het boekjaar waarvoor de instellingssubsidie wordt aangevraagd.

2.

De minister kan vrijstelling of ontheffing verlenen van de termijn, bedoeld in het eerste lid.

3.

Voor de aanvraag tot verlening van de instellingssubsidie wordt een door de minister vastgesteld formulier gebruikt.

4.

Op verzoek van de minister gaat de aanvraag in aanvulling op artikel 3.3 van de Kaderregeling subsidies OCW, SZW en VWS vergezeld van een geanonimiseerde leden- of donateursadministratie.

5.

Indien de instellingssubsidie zal worden aangewend voor het uitbesteden van backoffice taken gaat de aanvraag in aanvulling op artikel 3.3 van de Kaderregeling subsidies OCW, SZW en VWS vergezeld van:

6.

In aanvulling op artikelen 3.3 en 8.3 van de Kaderregeling subsidies OCW, SZW en VWS gaat de aanvraag van een nieuwe toetreder, die een pg-organisatie is als bedoeld in artikel 2.2, tweede lid, vergezeld van wetenschappelijke documentatie van een medische beroepsgroep waaruit blijkt dat de ziekte, beperking, handicap of psychische kwetsbaarheid die niet is omschreven in de ICD of in de DSM, als voldoende eigenstandig onderscheiden kan worden en op weg is naar internationale erkenning.

7.

De minister besluit binnen 13 weken na afloop van de periode waarin aanvragen kunnen worden ingediend over de verlening van de instellingssubsidie.

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.