Besluit van de Minister van Economische Zaken en Klimaat van 7 augustus 2023, nr. WJZ/ 33562140, tot vaststelling van algemene richtlijnen die houders van concessies die zijn verleend op grond van de Wet telecommunicatievoorzieningen BES gehouden zijn op te volgen (Besluit algemene richtlijnen houders van een concessie Wet telecommunicatievoorzieningen BES)

Type Ministeriele Regeling Bes
Publication 2024-09-01
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

Gelet op artikel 7, eerste en tweede lid, van de Wet telecommunicatievoorzieningen BES;

Besluit:

§ 1. Algemene bepaling

Artikel 1. Definities

In dit besluit wordt verstaan onder:

§ 2. Dienstverlening

Artikel 2. Levering diensten
1.

De houder van een concessie biedt zijn diensten overal binnen zijn verzorgingsgebied tegen gelijke voorwaarden aan.

2.

De houder van een concessie kan het leveren van diensten weigeren of beëindigen indien door een contractant niet wordt voldaan aan de bij of krachtens de wet voor hem geldende voorschriften met betrekking tot de instandhouding van een goede dienstverlening, of de in paragraaf 6 bedoelde algemene voorwaarden.

Artikel 3. Gebruik alarmnummers

De houder van een concessie stelt het gebruik van alarmnummers kosteloos en zonder toegangsbelemmeringen ter beschikking aan alle gebruikers van zijn dienst. Onder een alarmnummer wordt verstaan het nummer dat in het in artikel 8 bedoelde nummerplan bestemd is als alarmnummer.

Artikel 4. Zorgplichten
1.

De houder van een concessie draagt er zorg voor dat binnen tien werkdagen na ontvangst van een verzoek tot levering, beëindiging of wijziging van een aansluiting op een dienst, de aanvrager wordt medegedeeld of de aanvraag op grond van de algemene voorwaarden is geaccepteerd en wanneer de gevraagde activiteit zal plaatsvinden.

2.

De houder van een concessie draagt er zorg voor dat, indien de benodigde technische voorzieningen in vooraanleg aanwezig en beschikbaar zijn, het in het eerste lid genoemde geaccepteerde verzoek binnen twee weken na acceptatie wordt uitgevoerd, of binnen een met de verzoeker overeengekomen andere periode.

3.

De houder van een concessie draagt er zorg voor dat, indien de benodigde technische voorzieningen niet in vooraanleg aanwezig of beschikbaar zijn, het in het eerste lid genoemde geaccepteerde verzoek binnen drie maanden na acceptatie wordt uitgevoerd, of binnen een met de verzoeker overeengekomen andere periode.

4.

De houder van een concessie draagt er zorg voor dat, als een contractant meldt dat de dienstverlening op het aansluitpunt niet voldoet aan het ter zake in de algemene voorwaarden gestelde, binnen twee werkdagen een onderzoek wordt ingesteld.

5.

De houder van een concessie draagt er zorg voor dat binnen vijf werkdagen na ontvangst van een melding als genoemd in het vierde lid dusdanige voorzieningen worden getroffen dat de dienstverlening weer voldoet aan het ter zake in de algemene voorwaarden gestelde.

6.

De houder van een concessie draagt er zorg voor dat een contractant op diens verzoek kosteloos een per in de algemene voorwaarden aan te geven periode gespecificeerde telefoonrekening wordt aangeboden.

§ 3. Toegang en interconnectie

Artikel 5. Voorzieningen ten behoeve van toegang
1.

De houder van een concessie voldoet aan redelijke verzoeken van dienstaanbieders om voorzieningen ten behoeve van toegang ter beschikking te stellen voor zover dit ten behoeve is van of direct verband houdt met het door deze dienstaanbieders aan derden aanbieden van telecommunicatiediensten.

2.

De houder van een concessie stelt de in het eerste lid bedoelde voorzieningen ter beschikking op door hem daarvoor te bepalen en bekend te maken objectieve en niet-discriminatoire voorwaarden betreffende tarieven en technische specificaties.

3.

De houder van een concessie gaat bij zijn aanbod uit van de door de dienstaanbieder gevraagde voorzieningen, tenzij deze technisch niet mogelijk zijn, de integriteit van de telecommunicatie-infrastructuur van de houder van een concessie in gevaar brengen of redelijkerwijs niet noodzakelijk zijn voor een doelmatige verzorging van de diensten van de verzoekende dienstaanbieder.

4.

De voorzieningen worden binnen vier weken nadat er een verzoek ter zake aan de concessiehouder is gedaan, ter beschikking gesteld indien de gevraagde voorzieningen reeds aanwezig of in vooraanleg reeds aanwezig zijn.

5.

Indien de verzochte voorzieningen, bedoeld in het vierde lid, niet in vooraanleg aanwezig zijn, brengt de houder van een concessie binnen vier weken een bindende offerte uit waarin in ieder geval is opgenomen:

Artikel 6. Voorzieningen ten behoeve van interconnectie
1.

De houder van een concessie draagt er zorg voor dat hij andere houders van een concessie voorziet van koppelingen met zijn telecommunicatie-infrastructuur ten behoeve van interconnectie.

2.

De houder van een concessie stelt voorzieningen voor de koppelingen ter beschikking op basis van de daartoe door hem te bepalen en bekend te maken objectieve en niet-discriminatoire voorwaarden betreffende tarieven en technische specificaties.

3.

Artikel 5, derde tot en met vijfde lid, is van overeenkomstige toepassing.

4.

De in het tweede lid bedoelde voorzieningen omvatten in ieder geval:

Artikel 7. Redelijke tarieven

De door de houder van een concessie te hanteren tarieven, bedoeld in artikel 5, tweede lid, en 6, tweede lid, voor de levering van de gevraagde voorzieningen respectievelijk koppelingen aan andere houders van een concessie, zijn redelijk en staan in verhouding tot de gemaakte kosten.

§. 4. Nummerbeheer

Artikel 8. Nummeruitgifte

Nummerreeksen kunnen uitsluitend in gebruik genomen worden door de houder van een concessie na toekenning door de Autoriteit Consument en Markt.

§. 5. Geheimhouding

Artikel 9. Geheimhouding
1.

De houder van een concessie draagt er zorg voor, dat bij de bedrijfsvoering met betrekking tot de telecommunicatie-infrastructuur en de diensten het wettelijk telefoongeheim wordt nageleefd.

2.

Onverminderd het in de Wet bescherming persoonsgegevens BES bepaalde draagt de houder van een concessie zorg voor de bescherming van persoonsgegevens en de bescherming van de persoonlijke levenssfeer van contractanten en gebruikers van zijn netwerk, onderscheidenlijk zijn dienst.

§. 6. Algemene voorwaarden en contractantenbescherming

Artikel 10. Algemene voorwaarden
1.

De houder van een concessie stelt voor iedere dienst, voor eenieder en overal binnen het verzorgingsgebied geldende, algemene voorwaarden vast, die in overeenstemming zijn met de bepalingen van dit besluit.

2.

De algemene voorwaarden bevatten naast een beschrijving van de dienst, ten minste regelingen met betrekking tot levering, opzegging, betaling, service, aansprakelijkheden, wanbetaling, misbruik, weigeringsgronden, geschillenregeling en beëindiging van dienstverlening.

3.

De algemene voorwaarden worden op zodanige wijze bekendgemaakt dat alle belanghebbenden daarvan kennis kunnen nemen.

4.

De algemene voorwaarden worden aan de minister ter kennisneming aangeboden.

Artikel 11. Verstrekken samenvatting overeenkomst
1.

De houder van een concessie verstrekt een contractant kosteloos en voorafgaand aan het sluiten van de overeenkomst een beknopte en gemakkelijk leesbare samenvatting van de overeenkomst. In die samenvatting zijn de belangrijkste elementen van de overeenkomst opgenomen, waaronder ten minste:

2.

In afwijking van het eerste lid wordt de samenvatting onverwijld na het sluiten van de overeenkomst verstrekt indien het om objectieve technische redenen niet mogelijk is de samenvatting voorafgaand aan het sluiten van de overeenkomst te verstrekken. In dat geval wordt de overeenkomst van kracht zodra de contractant na ontvangst van de samenvatting zijn akkoord heeft bevestigd.

3.

De informatie, bedoeld in het eerste en tweede lid, maakt integraal deel uit van de overeenkomst en kan uitsluitend worden gewijzigd indien de partijen dit uitdrukkelijk overeenkomen.

Artikel 12. Wijziging bedingen in overeenkomst
1.

Ten minste een maand voordat een voorgenomen wijziging van een beding dat is opgenomen in een overeenkomst van kracht wordt:

2.

De overeenkomst tussen een houder van een concessie en een contractant kan worden aangegaan voor bepaalde of onbepaalde duur.

3.

De houder van een concessie biedt een contractant de mogelijkheid een overeenkomst voor een bepaalde duur met een looptijd van ten hoogste twaalf maanden aan te gaan.

4.

De looptijd van een overeenkomst voor een bepaalde duur bedraagt ten hoogste 24 maanden.

5.

De overeenkomst die is aangegaan voor een onbepaalde duur kan door de contractant te allen tijde kosteloos worden opgezegd met inachtneming van een opzegtermijn van ten hoogste een maand.

6.

De overeenkomst die is aangegaan voor een bepaalde duur, kan na verloop van die duur stilzwijgend worden verlengd of vernieuwd, mits de contractant de overeenkomst hierna te allen tijde kosteloos kan opzeggen met inachtneming van een opzegtermijn van ten hoogste een maand.

7.

Ten minste een maand voordat de initiële contractduur afloopt informeert de houder van een concessie de contractant op genoegzame wijze en op een duurzame drager over het einde van de initiële contractduur van de overeenkomst en over de mogelijkheid om de overeenkomst kosteloos te beëindigen en geeft hem advies over de voordeligste tarieven met betrekking tot zijn diensten.

8.

De houder van een concessie geeft de contractant ten minste een keer per jaar informatie over de voordeligste tarieven.

9.

Een contractant kan een overeenkomst kosteloos opzeggen indien sprake is van een significante discrepantie tussen de werkelijke prestaties van die dienst en de in de overeenkomst vermelde prestaties van die dienst.

§. 7. Financiële aspecten en retailtarieven

Artikel 13. Financiële verantwoording
1.

Indien na het van kracht worden van de concessie de minister de houder van een concessie verzoekt om enigerlei voorziening te treffen, of een activiteit te verrichten, die uit bedrijfseconomische overwegingen niet, of nog niet verantwoord kunnen worden geacht, dan zullen de daarmee samenhangende kosten door de minister worden vergoed.

2.

Voor de activiteiten ter zake van de uitvoering van de concessie en van de diensten dient de financiële verantwoording gescheiden te zijn van die van de overige activiteiten van de houder van een concessie. Ter toetsing of aan deze bepaling is voldaan, legt de houder van een concessie jaarlijks deze verantwoording alsook een verklaring van een onafhankelijke accountant over aan de Autoriteit Consument en Markt.

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.