Besluit van de Minister voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking van 7 september 2023, nr. MinBuza.2023-18814-20, tot vaststelling van beleidsregels en een subsidieplafond voor subsidiëring op grond van de Subsidieregeling Ministerie van Buitenlandse Zaken 2006 (Subsidieprogramma Orange Corners Innovation Fund 2024–2030)

Type Ministeriële regeling
Publication 2024-11-27
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

Gelet op de artikelen 6 en 7 van het Subsidiebesluit Ministerie van Buitenlandse Zaken;

Gelet op de artikel 5.1 en 7.2 van de Subsidieregeling Ministerie van Buitenlandse Zaken 2006;

Besluit:

Artikel 1

Voor subsidieverlening op grond van artikel 5.1 en artikel 7.2 van de Subsidieregeling Ministerie van Buitenlandse Zaken 2006 met het oog op het verbeteren van de toegang tot financiering voor jonge ondernemers die innovatieve en duurzame oplossingen bieden voor uitdagingen in Afrika, het Midden-Oosten en Azië (Subsidieprogramma Orange Corners Innovation Fund 2024–2030) gelden voor de periode vanaf inwerkingtreding van dit besluit tot en met 31 december 2030 de als bijlage bij dit besluit gevoegde beleidsregels.

Artikel 2
1.

Aanvragen voor subsidie in het kader van het Subsidieprogramma Orange Corners Innovation Fund 2024–2030 worden ingediend in meerdere openstellingen.

2.

Aanvragen voor subsidie in de eerste openstelling van het Subsidieprogramma Orange Corners Innovation Fund 2024–2030 zijn gericht op de doellocaties Marokko, Ivoorkust, Nigeria, Mozambique, Angola en Democratische Republiek Congo en worden ingediend van 2 oktober 2023 tot en met 20 november 2023, 12:00 uur ’s middags Nederlandse tijd.

3.

Aanvragen voor subsidie in de tweede openstelling van het Subsidieprogramma Orange Corners Innovation Fund 2024–2030 zijn gericht op de doellocaties Senegal, Jordanië, Zuid-Afrika, Ghana, Egypte, Algerije en Palestijnse gebieden en worden ingediend van 12 februari 2024 tot en met 1 april 2024, 12:00 uur ’s middags Nederlandse tijd.

4.

Aanvragen voor subsidie in de derde openstelling van het Subsidieprogramma Orange Corners Innovation Fund 2024–2030 zijn gericht op de doellocaties Bangladesh, Centraal Irak, de Koerdische Regio in Irak, Mali, Burundi, Zuid-Soedan, Soedan en Tunesië en worden ingediend van 6 mei 2024 tot en met 17 juni 2024, 12:00 uur ’s middags Nederlandse tijd.

5.

Aanvragen voor subsidies in het kader van het Subsidieprogramma Orange Corners Innovation Fund 2024–2030 worden ingediend aan de hand van een door de Minister beschikbaar gesteld formulier en voorzien van de op het aanvraagformulier gevraagde bescheiden1www.rvo.nl/ocif.

Artikel 3
1.

Voor subsidieverlening in het kader van het Subsidieprogramma Orange Corners Innovation Fund 2024–2030 geldt voor de periode vanaf de inwerkingtreding van dit besluit tot en met 31 december 2030 een subsidieplafond van € 46.200.000, waarvan voor activiteiten in elk van de doellocaties Algerije, Angola, Bangladesh, Burundi, Ivoorkust, Democratische Republiek Congo, Egypte, Ghana, Centraal Irak, Koerdische Regio in Irak, Jordanië, Mali, Marokko, Mozambique, Nigeria, de Palestijnse Gebieden, Senegal, Soedan, Tunesië, Zuid-Afrika en Zuid-Soedan maximaal € 2.200.000 beschikbaar is.

2.

Indien er middelen resteren na de eerste openstelling dan worden deze middelen naar rato beschikbaar gesteld voor activiteiten in de doellocaties van de tweede openstelling.

Artikel 4

De verdeling van de subsidieplafonds bedoeld in artikel 3, eerste lid, vindt plaats op grond van een beoordeling overeenkomstig de maatstaven die in de bijlage bij dit besluit zijn neergelegd, met dien verstande dat uit alle aanvragen die voldoen aan de maatstaven, de aanvragen die het beste voldoen aan die maatstaven het eerst voor subsidieverlening in aanmerking komen.

Artikel 5

Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin het wordt geplaatst en vervalt met ingang van 1 januari 2031, met dien verstande dat het van toepassing blijft op subsidies die voor die tijd zijn verleend.

Bijlage

1. Achtergrond

Nederland wil graag bijdragen aan het versnellen van duurzame (economische) ontwikkeling en werkgelegenheid door het stimuleren van ondernemerschap over de gehele wereld, met een bijzondere focus op jongeren in ontwikkelingslanden. Jeugdwerkgelegenheid en jong ondernemerschap zijn bijzondere prioriteiten in het ontwikkelingsbeleid van de Minister voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking (hierna de Minister)2www.rijksoverheid.nl/documenten/beleidsnotas/2022/06/24/beleidsnotitie-buitenlandse-handel-en-ontwikkelingssamenwerking en de zogeheten ‘Youth at Heart’3www.youthatheart.nl strategie. Jonge ondernemers hebben de kracht en vindingrijkheid om concrete oplossingen voor lokale maatschappelijke uitdagingen te ontwikkelen. Dit kan werkgelegenheid en innovatie stimuleren. Dit wordt ook erkend in resolutie 73/225 ('Entrepreneurship for sustainable development')4https://digitallibrary.un.org/record/1660776, aangenomen door de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties op 20 december 2018, die de centrale rol van ondernemerschap binnen duurzame ontwikkeling benadrukt en erkent dat ondernemerschap duurzame economische groei bevordert via onder meer de creatie van eerlijke en waardige banen, duurzame landbouw en het stimuleren van innovatie.

Startups in Afrika, het Midden-Oosten en Azië hebben ondersteuning nodig op zowel kennis- als financieringsgebied, om innovaties te ontwikkelen en op te schalen. Met name in de pre-commerciële fase van een innovatietraject (Ideation, Research and Development, en Proof of Concept), waarin het idee getest en een prototype ontwikkeld wordt, is beperkt financiering aanwezig. Vaak is het voor ondernemers in ontwikkelingslanden onmogelijk om het voor deze fase benodigde kapitaal aan te trekken. Dit komt mede door het onaantrekkelijke risicoprofiel en de hoge rente op leningen bij lokale banken. In deze fase moeten ondernemingen worden ondersteund om de zogenoemde pioneer gap te overbruggen om vervolgens te kunnen groeien.

Gezien de ruime ervaring van Nederland op het gebied van ondernemerschap, is Nederland goed gepositioneerd om deze uitdagingen te helpen aanpakken en jonge ondernemers te ondersteunen in het opzetten en laten groeien van hun eigen onderneming.

Daarom heeft de Minister, als aanvulling op het bestaande Orange Corners incubatie-/acceleratiecomponent (OCIAC)5https://orangecorners.com dat jonge ondernemers toegang geeft tot trainingen, netwerken en faciliteiten om hun onderneming te starten of op te schalen, het subsidieprogramma Orange Corners Innovation Fund (hierna: subsidieprogramma) gelanceerd. Orange Corners Innovation Fund is als pilot gestart in 2019 en is sinds 2021 een subsidieprogramma. Gebleken is dat het verstrekken van vroege financiering tegen soepele voorwaarden leidt tot groei van ondernemingen en een toename van banen. Deze positieve impact maakt dat de Minister dit initiatief wil voortzetten. Hierbij wordt gebruik gemaakt van de geleerde lessen gedurende de afgelopen jaren: Er zal meer aandacht gegeven worden aan het verbeteren van de investment readiness van deelnemende ondernemingen en het verkrijgen van (commerciële) vervolgfinanciering.

Het subsidieprogramma richt zich op de ondersteuning van startups die zich in de eerste fase van een innovatietraject bevinden. De ondersteuning zal plaatsvinden in de landen waar een OCIAC actief is en in Tunesië. Per doellocatie zal op basis van specifieke wensen en behoeften maatwerk voor de deelnemende startups worden geleverd.

De voor het subsidieprogramma beschikbaar gestelde middelen zijn bestemd om een subsidie te verlenen aan aanvragers die met deze subsidie een fonds opzetten (fondsmanagers) om startups financieel te ondersteunen bij hun capaciteits- en kennisopbouw.

2. Uitvoerder

De Minister heeft de uitvoering van het subsidieprogramma opgedragen aan de RVO, agentschap van het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat. RVO zal het subsidieprogramma uitvoeren namens de Minister op grond van een aan RVO verleend mandaat.

3. Begrippen

In het subsidieprogramma wordt verstaan onder:

4. Subsidieprogramma Orange Corners Innovation Fund 2024–2030

4.1. Doel

Het subsidieprogramma heeft op de korte termijn als doel om:

Op de lange termijn heeft het subsidieprogramma als doel om jonge ondernemers in Afrika, het Midden-Oosten en Azië in staat te stellen om op te schalen, banen te creëren, het lokale ondernemerschapsecosysteem te versterken en bij te dragen aan het oplossen van lokale maatschappelijke vraagstukken.

4.2. Doelgroep

Het subsidieprogramma is gericht op financiering van activiteiten in Ivoorkust, Ghana, Marokko, Nigeria, Senegal, Centraal Irak, de Koerdische Regio in Irak, Soedan en Mozambique. En in de nieuwe doellocaties Algerije, Angola, Bangladesh, Burundi, Democratische Republiek Congo, Egypte, Jordanië, Mali, de Palestijnse Gebieden, Tunesië, Zuid-Afrika en Zuid-Soedan.

Op de website van OCIAC6https://orangecorners.com is meer informatie te vinden over de specifieke regio’s in de doellocaties.

De uiteindelijke doelgroep in deze doellocaties zijn startups met een innovatief ondernemingsplan7OECD definitie van innovatie binnen ondernemingen beschreven in de Oslo Manual 2018 zie https://www.oecd.org/science/oslo-manual-2018-9789264304604-en.htm die, bij voorkeur, deel hebben genomen aan een onderdeel van het OCIAC. Alle via het subsidieprogramma ondersteunde activiteiten dienen bij te dragen aan het verbeteren van het lokale ondernemerschapsklimaat.

4.3. Wie kunnen in aanmerking komen voor een subsidie

Voor subsidie in het kader van het subsidieprogramma kunnen in aanmerking komen:

Indien er sprake is van een samenwerkingsverband dan geldt:

Een internationale onderneming onderscheidt zich van een lokale onderneming door:

4.4. Adviestraject

De aanvrager:

Ten aanzien van de aanvrager die in het kader van het subsidieprogramma subsidie verleend krijgt voor activiteiten in Marokko geldt dat de Marokkaanse autoriteiten (specifiek het Ministerie van Buitenlandse Zaken) hierover geïnformeerd zullen worden. Deze informatie betreft de naam van de organisatie, de doelstellingen van het subsidieprogramma en de looptijd van de activiteiten waarvoor de subsidie is verleend.

4.4. Adviestraject

Voordat een aanvraag voor subsidie kan worden ingediend dient een verplicht adviestraject te worden doorlopen aan de hand van een daartoe ingediende quick scan9Zie www.rvo.nl/ocif. Het adviestraject eindigt met een advies van een RVO-adviseur. De uitkomst van het adviestraject is niet bindend. Het staat de aanvrager vrij om na het advies wel of niet een subsidieaanvraag in te dienen. Als de aanvrager vervolgens besluit om een aanvraag in te dienen, is en blijft het de verantwoordelijkheid van de aanvrager om aan te tonen dat aan de vereisten om voor subsidie in aanmerking te komen is voldaan.

Aangezien met de verwerking van een verzoek om een quick scan drie weken is gemoeid, kunnen quick scans niet later worden ingediend dan drie weken voor sluiting van de aanvraagtermijn van een openstelling.

Track II-activiteiten betreffen verdere ondersteuning van de meest veelbelovende ondernemingen die bij voorkeur de activiteiten uit Track I hebben doorlopen. Deze ondernemingen worden geselecteerd tijdens een of meerdere selectiedagen. Deze ondernemingen krijgen toegang tot een groter kapitaal. Het kapitaal kan opgebouwd worden uit een deel lening (al dan niet rentedragend) en/of een gift. De opbouw van het kapitaal is afhankelijk van de lokale context maar mag niet hoger zijn dan € 50.000,– per individuele ondernemer. Het kapitaal zal aan de ondernemer uitgekeerd worden in verschillende tranches op basis van vooraf afgestemde Key Performance Indicators (KPI’s). De subsidieaanvrager ontwikkelt hiervoor een uitvoeringsplan en selectieproces.

Voor een subsidie in het kader van het subsidieprogramma komen de volgende activiteiten in aanmerking.

Track I-activiteiten betreffen ondersteuning van deelnemers aan het OCIAC (incubatees) of, in het geval van het ontbreken van een OCIAC in de betreffende doellocatie, een ander relevant incubatie-/acceleratie programma. Ondersteuning kan zich richten op het starten en opbouwen van een onderneming. Het gaat bijvoorbeeld om het verstrekken van financiering voor bedrijfsregistratie, het ontwikkelen van een prototype of nieuwe producten en diensten, het inschakelen van derden en andere middelen benodigd om tot innovatieve en duurzame ondernemingen te komen. Gedurende Track I kan tevens ondersteuning geboden worden ter voorbereiding op de selectie voor Track II. Track I kent een looptijd die gelijk is aan het incubatie-/acceleratieprogramma in de doellocatie (gemiddeld 6 maanden). Track I financiering bestaat uit een gift van maximaal € 5.000,– voor elke individuele ondernemer.

Track II-activiteiten betreffen verdere ondersteuning van de meest veelbelovende ondernemingen die bij voorkeur de activiteiten uit Track I hebben doorlopen. Deze ondernemingen worden geselecteerd tijdens een of meerdere selectiedagen. Deze ondernemingen krijgen toegang tot een groter kapitaal. Het kapitaal kan opgebouwd worden uit een deel lening (al dan niet rentedragend) en/of een gift. De opbouw van het kapitaal is afhankelijk van de lokale context maar mag niet hoger zijn dan € 50.000,– per individuele ondernemer. Het kapitaal zal aan de ondernemer uitgekeerd worden in verschillende tranches op basis van vooraf afgestemde Key Performance Indicators (KPI’s). De subsidieaanvrager ontwikkelt hiervoor een uitvoeringsplan en selectieproces.

4.6. Looptijd van de activiteiten

Een aantal jonge ondernemers zal vervolgfinanciering nodig hebben om de onderneming verder te laten groeien. Er kunnen daarom activiteiten worden georganiseerd om ondernemers in contact te brengen met (internationale) investeerders. Dit kunnen bijvoorbeeld angel investeerders zijn, Venture Capital funds, commerciële banken of andere relevante partijen. Daarbij zal zoveel mogelijk aansluiting worden gezocht met andere programma’s en fondsen die worden gefinancierd door de Nederlandse overheid. Daarnaast ligt er een kans om de toegang tot markten te verbeteren door jonge ondernemers uit verschillende doellocaties actief met elkaar in contact te brengen.

4.7. Omvang van de subsidie

De subsidie bedraagt per aanvraag maximaal 95% van de subsidiabele kosten tot een maximum van € 2.200.000. De omvang van de aangevraagde subsidie is niet lager dan € 1.800.000.

De activiteiten waarvoor subsidie wordt gevraagd moeten een looptijd hebben van minimaal 6 jaar en uiterlijk op 31 december 2030 afgerond zijn. De activiteiten moeten starten binnen 4 maanden na subsidieverlening en dienen zoveel mogelijk parallel te lopen aan de uitvoer van het OCIAC in de doellocatie.

4.7. Omvang van de subsidie

5.1. Uitgangspunten

Het voorgaande betekent dat de eigen bijdrage minimaal 5% van de subsidiabele kosten moet zijn. Dit kan na afloop van de looptijd van de activiteiten verrekend worden met (een deel) van de terugbetaalde leningen in Track II (zie paragraaf 5.1).

5. Subsidiabele kosten

Subsidiabele kosten zijn de volgende door de aanvrager zelf te maken kosten:

Voor het bepalen van (de omvang van) de kosten die in aanmerking kunnen worden genomen bij het bepalen van de hoogte van de te verlenen subsidie gelden de volgende uitgangspunten:

5.2. Subsidiabele kosten

Subsidiabele kosten zijn de volgende door de aanvrager zelf te maken kosten:

6. Aanvraag

5.3. Niet-subsidiabele kosten

Niet subsidiabel zijn in ieder geval de volgende kosten:

De aanvraag wordt ingediend in de Engelse taal met gebruikmaking van een daartoe op de website van RVO beschikbaar gesteld formulier en voorzien van de daarin genoemde bijlagen waarvoor modellen beschikbaar worden gesteld door RVO11https://english.rvo.nl/subsidies-programmes/orange-corners-training-programmes.

De aanvraag bevat in ieder geval:

Voordat de aanvrager in het kader van het subsidieprogramma een aanvraag doet, dient deze een advies van RVO te hebben verkregen zoals beschreven in paragraaf 4.4 (advies naar aanleiding van ‘quick scan’).

6.2. Herstelperiode

De aanvraag bevat in ieder geval:

Tevens moet de aanvrager verklaren op de hoogte te zijn en te zullen handelen naar de OESO richtlijnen13www.oesorichtlijnen.nl. Ook dient de aanvrager op de hoogte te zijn van de FMO-uitsluitingslijst en geen activiteiten uit te voeren die op deze lijst benoemd staan14www.fmo.nl/exclusion-list. In aanvulling hierop gelden ook de IFC Performance Standards. De aanvrager dient te verklaren van deze richtlijnen op de hoogte te zijn en deze te onderschrijven. De aanvrager dient feiten of omstandigheden die wijzen op het schenden van deze richtlijnen onverwijld te melden bij RVO. De aanvrager moet open staan voor verbetering als dat wordt geïdentificeerd.

6.2. Herstelperiode

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.