Regeling van de Minister van Infrastructuur en Waterstaat, van 21 september 2023, nr. IENW/BSK-276554, houdende vaststelling van regels inzake geluidwerende voorzieningen aan woningen binnen de geluidcontour voor de luchthaven Schiphol (Regeling gevelisolatie Schiphol 2023)

Type Ministeriële regeling
Publication 2024-01-01
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

Gelet op artikel 8.32 van de Wet luchtvaart;

BESLUIT:

Hoofdstuk 1. Begripsomschrijvingen

Artikel 1. (Begripsomschrijvingen)
1.

In deze regeling wordt verstaan onder:

2.

Voor de toepassing van deze regeling is de geluidcontour in dB voor Schiphol de geluidcontour behorende bij de waarde 60 dB Lden, opgenomen in bijlage 1 bij deze regeling.

Hoofdstuk 2. Reikwijdte

Artikel 2. (Algemene bepalingen)
1.

Tenzij in deze regeling anders is bepaald, worden op ’s rijks kosten geluidwerende maatregelen aangebracht aan geluidgevoelige ruimten van een woning:

2.

Onverminderd het eerste lid, kunnen op ’s rijks kosten geluidwerende maatregelen worden aangebracht aan woningen die onderdeel uitmaken van hetzelfde woonblok met woningen binnen de geluidcontour in dB voor Schiphol, als dit passend is voor de architectonische uitstraling van het geheel en de uitvoeringskosten van de woningen buiten die contour in redelijke verhouding staan tot de uitvoeringskosten van de woningen in datzelfde woonblok binnen die contour.

Artikel 3. (Situaties waarin onder bepaalde voorwaarden geluidwerende maatregelen worden aangebracht)
1.

Tot het van rijkswege aanbrengen van geluidwerende maatregelen wordt niet overgegaan voordat de uitwendige scheidingsconstructie, binnen een door de minister gestelde redelijke termijn, door en op kosten van de eigenaar van de woning in overeenstemming is gebracht met de onder a, bedoelde geluidweringsvoorschriften, indien uit het in artikel 8 bedoelde onderzoek blijkt dat:

2.

Indien het eerste lid van toepassing is, vinden de werkzaamheden tot het in overeenstemming brengen met de geluidweringsvoorschriften, bedoeld in het eerste lid, onder a, en het van rijkswege aanbrengen van de geluidwerende maatregelen gelijktijdig plaats, indien de eigenaar daarom verzoekt.

3.

Indien uit het in artikel 8 bedoelde onderzoek blijkt dat:

wordt niet tot het van rijkswege aanbrengen van geluidwerende maatregelen overgegaan, tenzij burgemeester en wethouders op verzoek van de eigenaar ermee hebben ingestemd dat het treffen van de onder a bedoelde maatregelen en het aanbrengen van de geluidwerende maatregelen gelijktijdig plaatsvindt.

Artikel 4. (gebreken en achterstallig onderhoud)
1.

Indien uit het in artikel 8 bedoelde onderzoek blijkt dat met betrekking tot de geluidgevoelige ruimten, bedoeld in artikel 2, eerste lid, of de bereikbaarheid van die ruimten, niet is voldaan aan de technische voorschriften voor bestaande bouw zoals opgenomen in het Besluit bouwwerken leefomgeving, wordt niet tot het van rijkswege aanbrengen van geluidwerende maatregelen overgegaan voordat bedoelde ruimten en bereikbaarheid, binnen een door de minister gestelde redelijke termijn, door en op kosten van de eigenaar van de woning in overeenstemming zijn gebracht met die technische voorschriften.

2.

De minister kan het eerste lid buiten toepassing laten of daarvan afwijken voor zover toepassing gelet op het belang van isolatie van de woning zal leiden tot een onbillijkheid van overwegende aard.

3.

Indien uit het onderzoek blijkt dat met betrekking tot de geluidgevoelige ruimten, bedoeld in artikel 2, sprake is van zichtbare of aantoonbare constructieve gebreken of van achterstallig onderhoud, waaronder niet wordt verstaan aanpassingen die rechtstreeks voortvloeien uit het aanbrengen van de geluidwerende maatregelen, die het aanbrengen van geluidwerende maatregelen in de weg staan, wordt niet tot het van rijkswege aanbrengen van geluidwerende maatregelen overgegaan voordat bedoelde gebreken en achterstallig onderhoud, binnen een door de minister gestelde redelijke termijn, door en op kosten van de eigenaar van de woning zijn opgeheven.

4.

Indien het eerste of het derde lid van toepassing is, vinden de werkzaamheden tot het in overeenstemming brengen met de eisen, bedoeld in het eerste lid, alsmede het opheffen van constructieve gebreken en van achterstallig onderhoud, bedoeld in het derde lid, en het van rijkswege aanbrengen van de geluidwerende maatregelen gelijktijdig plaats, indien de eigenaar daarom verzoekt.

5.

Indien zich gedurende de uitvoering van de werkzaamheden in verband met het aanbrengen van de geluidwerende maatregelen aan de woning milieutechnische of constructieve gebreken openbaren die tot gevolg hebben dat de geluidwerende maatregelen niet doelmatig kunnen worden aangebracht, en het Rijk die gebreken redelijkerwijs niet had behoeven te voorzien, worden de kosten in verband met het opheffen van die gebreken in overleg met de eigenaar op billijke wijze verdeeld tussen de eigenaar en het Rijk.

Artikel 5. (kostenbegrenzing)

De minister kan besluiten geen geluidwerende maatregelen te treffen indien er zwaarwegende bezwaren van bouwkundige aard bestaan tegen het treffen van die maatregelen. Indien andere maatregelen mogelijk zijn om de geluidwering zoveel mogelijk te verbeteren, kan de minister besluiten om die andere maatregelen wel te treffen. Deze andere maatregelen bezitten dan niet de kwaliteit, bedoeld in artikel 10. De eigenaar van de woning heeft de mogelijkheid om op eigen kosten en binnen een redelijke termijn de zwaarwegende bezwaren van bouwkundige aard weg te nemen, waardoor wel geluidwerende maatregelen kunnen worden getroffen die de kwaliteit, bedoeld in artikel 10 bezitten.

Artikel 6. (situaties waarin geen geluidwerende maatregelen worden aangebracht)

Geluidwerende maatregelen worden niet aangebracht aan de in artikel 2, eerste lid, bedoelde woningen, wanneer ten tijde van de bekendmaking van het gevelisolatieprogramma, bedoeld in artikel 7, eerste lid:

Hoofdstuk 3. Procedure

Artikel 7. (gevelisolatieprogramma)
1.

De minister stelt in een gevelisolatieprogramma vast welke woningen, bedoeld in artikel 2, eerste lid, voor het van rijkswege aanbrengen van geluidwerende maatregelen in beschouwing zullen worden genomen. Na vaststelling van het gevelisolatieprogramma, kan de minister deelprojecten vaststellen waarin wordt aangegeven voor welke woningen uit het gevelisolatieprogramma in een daarbij aangegeven periode achtereenvolgens uitvoering wordt gegeven aan de artikelen 8 en 9. De minister kan besluiten voor woningen in een deelproject geen uitvoering te geven aan de artikelen 8 en 9 indien op grond van een besluit tot het wijzigen of vervallen van de geluidcontour voor Schiphol wordt vastgesteld dat de woningen binnen twee jaar na vaststelling van het deelproject niet meer binnen de in bijlage 1 bij deze regeling bedoelde geluidcontour die behoort bij de waarde van 60 dB Lden aanwezig zullen zijn.

2.

Tot het moment waarop een geluidcontour voor Schiphol wordt gewijzigd, wordt een woning door de minister slechts éénmaal voor de toepassing van deze regeling in beschouwing genomen.

3.

De minister stelt de eigenaren van de in het eerste lid bedoelde woningen die voor het van rijkswege aanbrengen van geluidwerende maatregelen in beschouwing worden genomen, hiervan schriftelijk op de hoogte. De minister stelt de eigenaren van de woningen in de geluidcontour Schiphol die ingevolge het eerste lid niet in het isolatieprogramma worden opgenomen, schriftelijk op de hoogte van dit besluit.

4.

In verband met het opstellen en uitvoeren van het gevelisolatieprogramma of deelprojecten, kan de minister burgemeester en wethouders verzoeken met betrekking tot de in het eerste lid bedoelde woningen in ieder geval de volgende gegevens te verstrekken:

Artikel 8. (onderzoek)
1.

Aan de in artikel 7, derde lid, eerste volzin, bedoelde eigenaren wordt, zodra de geluidwerende maatregelen aan de woning die is opgenomen in het gevelisolatieprogramma of een deelproject, in uitvoering worden genomen, verzocht binnen drie weken na verzending van de mededeling, schriftelijk toestemming te verlenen tot het uitvoeren van onderzoek.

2.

Indien de toestemming niet volledig of niet binnen de in het eerste lid genoemde termijn is verleend besluit de minister dat het onderzoek niet kan worden uitgevoerd, tenzij deze schriftelijke toestemming binnen twee weken na de mededeling alsnog wordt verleend, en wordt dit de desbetreffende eigenaren schriftelijk medegedeeld.

3.

Indien toestemming tot het uitvoeren van een onderzoek is verleend, draagt de minister na ontvangst zorg voor een onderzoek. Het resultaat van het onderzoek, met in ieder geval de volgende onderwerpen, wordt aan de minister medegedeeld:

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.