Regeling van de Minister voor Klimaat en Energie van 26 september 2023, nr. WJZ/ 36713828, houdende regels over de subsidiëring van de realisatie en exploitatie van productie-installaties voor waterstof (Subsidieregeling opschaling volledig hernieuwbare waterstofproductie via elektrolyse)
Gelet op de artikelen 2, eerste lid, aanhef en onderdelen a, b en h, en 3 van de Kaderwet EZK- en LNV-subsidies;
Besluit:
§ 1. Algemeen
Artikel 1.1. (begripsbepalingen)
In deze regeling wordt verstaan onder:
- aansluiting: aansluiting als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel b, van de Elektriciteitswet 1998;
- directe lijn: directe lijn als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel ar, van de Elektriciteitswet 1998;
- direct gekoppelde waterstofproductie-installatie: waterstofproductie-installatie als bedoeld in artikel 2.2, eerste lid, onderdeel d, subonderdeel 1°;
- dubbelgekoppelde waterstofproductie-installatie: waterstofproductie als bedoeld in artikel 2.2, eerste lid, onderdeel d, subonderdeel 3°;
- elektriciteitsnet: net als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel i, van de Elektriciteitswet 1998;
- exploitatiesubsidiebedrag: bedrag van het exploitatiesubsidiedeel overeenkomstig artikel 6.4;
- exploitatiesubsidiedeel: subsidiedeel als bedoeld artikel 2.1, onderdeel b;
- garantie van oorsprong voor duurzame elektriciteit: garantie van oorsprong voor duurzame elektriciteit als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel x, van de Elektriciteitswet 1998;
- garantie van oorsprong voor hernieuwbare waterstof: garantie van oorsprong voor ander gas uit hernieuwbare bronnen, zijnde waterstof, als bedoeld in artikel 1, eerste lid, van de Wet implementatie EU-richtlijn hernieuwbare energie voor garanties van oorsprong;
- investeringssubsidiebedrag: bedrag van het investeringssubsidiedeel overeenkomstig de artikelen 5.2 en 5.3;
- investeringssubsidiedeel: subsidiedeel als bedoeld in artikel 2.1, onderdeel a;
- kleine onderneming: kleine onderneming als bedoeld in bijlage I bij Verordening (EU) nr. 651/2014 van de Europese Commissie van 17 juni 2014 waarbij bepaalde categorieën steun op grond van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag met de interne markt verenigbaar worden verklaard;
- middelgrote onderneming: middelgrote onderneming als bedoeld in bijlage I bij Verordening (EU) nr. 651/2014 van de Europese Commissie van 17 juni 2014 waarbij bepaalde categorieën steun op grond van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag met de interne markt verenigbaar worden verklaard;
- Minister: Minister voor Klimaat en Energie;
- netbeheerder: netbeheerder als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel k, van de Elektriciteitswet 1998;
- netgekoppelde waterstofproductie-installatie: waterstofproductie-installatie als bedoeld in artikel 2.2, eerste lid, onderdeel d, subonderdeel 2°;
- nominaal elektrisch inputvermogen van de elektrolyser: door de leverancier aangegeven maximale elektrische vermogen in MW van de elektrolyser dat onder nominale condities kan worden benut voor de productie van waterstof bij continu gebruik;
- onderneming: iedere eenheid, ongeacht haar rechtsvorm of wijze van financiering, die een economische activiteit uitoefent;
- productieprijs van volledig hernieuwbare waterstof: productieprijs van volledig hernieuwbare waterstof overeenkomstig artikel 6.11;
- richtlijn (EU) 2018/2001: richtlijn (EU) 2018/2001 van het Europees Parlement en de Raad van 11 december 2018 ter bevordering van het gebruik van energie uit hernieuwbare bronnen (PbEU 2018, L 328);
- gedelegeerde verordening (EU) 2023/1184: gedelegeerde verordening (EU) 2023/1184 van de Commissie van 10 februari 2023 ter aanvulling van Richtlijn (EU) 2018/2001 van het Europees Parlement en de Raad door de bepaling van een gemeenschappelijke Uniemethode die voorziet in gedetailleerde regels voor de productie van hernieuwbare vloeibare en gasvormige transportbrandstoffen van niet-biologische oorsprong (PbEU L 157/11);
- gedelegeerde verordening (EU) 2023/1185: gedelegeerde verordening (EU) 2023/1185 van de Commissie van 10 februari 2023 tot aanvulling van Richtlijn (EU) 2018/2001 van het Europees Parlement en de Raad door de vaststelling van een minimumdrempel voor broeikasgasemissiereducties door brandstoffen op basis van hergebruikte koolstof en door de methode te specificeren voor de beoordeling van broeikasgasemissiereducties door hernieuwbare vloeibare en gasvormige transportbrandstoffen van niet-biologische oorsprong en door brandstoffen op basis van hergebruikte koolstof (PbEU L 157/20);
- waterstofproductie-installatie: productie-installatie voor het produceren van waterstof, bestaande uit een elektrolyser en de voor de productie van waterstof benodigde randapparatuur.
§ 2. Criteria voor subsidieverstrekking
Artikel 2.1. (verstrekken van subsidie)
De Minister verstrekt op aanvraag aan een onderneming subsidie bestaande uit:
- a. een subsidiedeel voor de realisatie van een waterstofproductie-installatie; en
- b. een subsidiedeel voor de productie van volledig hernieuwbare waterstof met die waterstofproductie-installatie.
Artikel 2.2. (criteria)
De subsidie wordt uitsluitend verstrekt indien:
- a. het nominale elektrische inputvermogen van de elektrolyser minimaal 0,5 MW en maximaal 50 MW is;
- b. de volledig hernieuwbare waterstof wordt geproduceerd door elektrolyse van water tot zuurstof en waterstof;
- c. de broeikasgasemissiereductie van het totaal aan de geproduceerde volledig hernieuwbare waterstof en waterstof die niet volledig hernieuwbaar is samen ten minste 70% is gedurende de periode die het exploitatiesubsidiedeel beslaat in het geval ook waterstof die niet volledig hernieuwbaar is, wordt geproduceerd; en
- d. de waterstofproductie-installatie:
- 1°. met een directe lijn is gekoppeld aan een productie-installatie voor de productie van hernieuwbare elektriciteit uit wind- of zonne-energie;
- 2°. met een aansluiting is gekoppeld aan het elektriciteitsnet; of
- 3°. zowel met een directe lijn is gekoppeld aan een productie-installatie voor de productie van hernieuwbare elektriciteit uit wind- of zonne-energie als met een aansluiting is gekoppeld aan het elektriciteitsnet.
Bij het aantonen dat wordt voldaan aan het eerste lid, onderdeel c, is voor de subsidieontvanger gedelegeerde verordening (EU) 2023/1185 van overeenkomstige toepassing.
Artikel 2.3. (volledig hernieuwbare waterstof)
Indien de subsidie wordt verstrekt voor een direct gekoppelde waterstofproductie-installatie, wordt de geproduceerde waterstof voor de toepassing van deze regeling als volledig hernieuwbaar aangemerkt indien de subsidieontvanger voldoet aan de artikelen 3 en 8 van gedelegeerde verordening (EU) 2023/1184.
Indien de subsidie wordt verstrekt voor een netgekoppelde waterstofproductie-installatie, wordt de geproduceerde waterstof voor de toepassing van deze regeling als volledig hernieuwbaar aangemerkt indien de subsidieontvanger:
- a. voldoet aan de artikelen 4 tot en met 8, 10 en 11 van gedelegeerde verordening (EU) 2023/1184, waarbij de hernieuwbare stroomafnameovereenkomsten, bedoeld in de artikelen 5, 6 en 7, van die verordening betrekking hebben op de levering van hernieuwbare elektriciteit uit wind- of zonne-energie; en
- b. beschikt over het bewijs van afboeking van garanties van oorsprong voor duurzame elektriciteit.
Indien de subsidie wordt verstrekt voor een dubbelgekoppelde waterstofproductie-installatie, wordt de geproduceerde waterstof voor de toepassing van deze regeling als volledig hernieuwbaar aangemerkt indien de subsidieontvanger:
- a. voldoet aan de artikelen 3 tot en 8, 10 en 11 van gedelegeerde verordening (EU) 2023/1184, waarbij de hernieuwbare stroomafnameovereenkomsten, bedoeld in de artikelen 5, 6 en 7, van die verordening betrekking hebben op de levering van hernieuwbare elektriciteit uit wind- of zonne-energie; en
- b. beschikt over het bewijs van afboeking van garanties van oorsprong voor duurzame elektriciteit.
De garanties van oorsprong voor duurzame elektriciteit, bedoeld in het tweede lid, onderdeel b, en derde lid, onderdeel b, zijn uitgegeven voor productie-installaties voor de productie van hernieuwbare elektriciteit uit wind- of zonne-energie waarvoor hernieuwbare stroomafnameovereenkomsten als bedoeld in het tweede lid, onderdeel a, en derde lid, onderdeel a, zijn getekend.
Artikel 2.4. (subsidieplafond en openstellingstermijn)
Het subsidieplafond bedraagt € 245.600.000.
Een aanvraag voor subsidie kan worden ingediend in de periode van donderdag 30 november 2023, 9:00 uur, tot donderdag 14 december 2023, 17:00 uur.
Per adres, of bij het ontbreken daarvan per kadastrale aanduiding, waarop de waterstofproductie-installatie wordt geplaatst, kan in de periode, bedoeld in het tweede lid, ten hoogste één aanvraag voor subsidie worden ingediend.
§ 3. Algemene bepalingen over de aanvraag voor subsidieverlening en de besluitvorming daarover
Artikel 3.1. (verdeling subsidieplafond)
De Minister verdeelt het subsidieplafond in de volgorde van rangschikking van de aanvragen voor subsidie waarop niet met toepassing van artikel 3.11 afwijzend wordt beslist.
De rangschikking vindt plaats op rangschikkingsbedrag waarbij geldt dat hoe lager het rangschikkingsbedrag van een aanvraag is, hoe hoger de aanvraag wordt gerangschikt, met inachtneming van het derde tot en met zesde lid.
Indien de hoogst gerangschikte aanvraag een direct gekoppelde waterstofproductie-installatie of een dubbelgekoppelde waterstofproductie-installatie betreft, is de tweede aanvraag in de rangschikking de aanvraag die het laagste rangschikkingsbedrag heeft van de aanvragen voor netgekoppelde waterstofproductie-installaties.
Indien de hoogst gerangschikte aanvraag een netgekoppelde waterstofproductie-installatie betreft, is de tweede aanvraag in de rangschikking de aanvraag die het laagste rangschikkingsbedrag heeft van alle aanvragen voor direct gekoppelde waterstofproductie-installaties en alle aanvragen voor dubbelgekoppelde waterstofproductie-installaties.
Indien blijkt dat twee of meer aanvragen in aanmerking komen als eerste of tweede in de rangschikking, bedoeld in het derde of vierde lid, stelt de Minister de onderlinge rangschikking van deze aanvragen vast met loting.
Op het moment dat het subsidieplafond zou worden overschreden door honorering van twee of meer aanvragen met hetzelfde rangschikkingsbedrag, stelt de Minister de onderlinge rangschikking van deze aanvragen vast met loting.
Artikel 3.2. (rangschikkingsbedrag €/MW)
Het rangschikkingsbedrag, bedoeld in artikel 3.1, is het aangevraagde subsidiebedrag in € per MW nominaal elektrisch inputvermogen van de elektrolyser.
Het rangschikkingsbedrag wordt berekend met de formule:
rangschikkingsbedrag = (investeringssubsidiebedrag in € + het maximum exploitatiesubsidiebedrag in €) : nominaal elektrisch inputvermogen van de elektrolyser.
Bij het bepalen van het investeringssubsidiebedrag, bedoeld in het tweede lid, blijft een eventuele verhoging voor een kleine of middelgrote onderneming als bedoeld in artikel 5.3, derde lid, buiten beschouwing.
Artikel 3.3. (gegevens aanvraag)
Een aanvraag voor subsidie wordt ingediend bij de Minister met gebruikmaking van een middel dat door de Minister beschikbaar wordt gesteld.
De aanvraag bevat in ieder geval:
- a. de naam, het adres en het rekeningnummer van de subsidieaanvrager;
- b. het adres, of bij het ontbreken daarvan de kadastrale aanduiding, waarop de waterstofproductie-installatie wordt geplaatst;
- c. de periode die het exploitatiesubsidiedeel zal beslaan, bestaande uit ten minste zeven en ten hoogste vijftien achtereenvolgende, hele jaren;
- d. een projectplan waarin is opgenomen:
- 1°. de activiteiten ter realisatie van de waterstofproductie-installatie met ten minste drie mijlpalen en een tijdschema met de geplande startdatum van de activiteiten en de geplande datum waarop de waterstofproductie-installatie zal zijn gerealiseerd;
- 2°. een begroting, per component, van de subsidiabele kosten, bedoeld in artikel 5.4;
- e. indien van toepassing: gegevens waarmee de subsidieaanvrager kan aantonen dat hij een kleine of middelgrote onderneming is.
Bij de aanvraag vermeldt de subsidieaanvrager of voor hem opbrengsten of vermeden kosten voortvloeien uit het systeem van verhandelbare broeikasgasemissierechten, bedoeld in titel 16.2 van de Wet milieubeheer.
Artikel 3.4. (gegevens subsidieparameters)
Bij een aanvraag voor subsidie wordt vermeld:
- a. het nominale elektrische inputvermogen van de elektrolyser;
- b. het investeringssubsidiebedrag;
- c. het maximum exploitatiesubsidiebedrag;
- d. de totale hoeveelheid te produceren volledig hernieuwbare waterstof in kg in de periode die het exploitatiesubsidiedeel zal beslaan;
- e. de totale hoeveelheid te produceren waterstof die niet volledig hernieuwbaar is in kg in de periode die het exploitatiesubsidiedeel zal beslaan;
- f. de productieprijs van volledig hernieuwbare waterstof.
De aanvraag gaat vergezeld van de technische specificatie van de leverancier van de elektrolyser waarop het nominale elektrische inputvermogen van de elektrolyser is aangegeven.
Artikel 3.5. (vergunningen)
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.