Besluit van de Minister voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking van 28 september 2023, nr. Min-BuZa.2023.19913-19, tot vaststelling van beleidsregels en een subsidieplafond voor subsidiëring op grond van de Subsidieregeling Ministerie van Buitenlandse Zaken 2006 (Versterking van de Humanitaire Sector 2024–2027)
Gelet op de artikelen 6 en 7 van het Subsidiebesluit Ministerie van Buitenlandse Zaken;
Gelet op de artikelen 3.1, 3.2, sub b tot en met sub d, 3.4, 3.5 en 3.6, sub d en sub e, van de Subsidieregeling Ministerie van Buitenlandse Zaken 2006;
Besluit:
Artikel 1
Voor subsidieverlening op grond van de artikelen 3.1, 3.2, sub b tot en met sub d, 3.4, 3.5 en 3.6, sub d en sub e, van de Subsidieregeling Ministerie van Buitenlandse Zaken 2006 met het oog op de financiering van activiteiten ter versterking van de humanitaire sector gelden voor de periode vanaf de datum van inwerkingtreding van dit besluit tot en met 31 december 2027 de als bijlage bij dit besluit gevoegde beleidsregels.
Artikel 2
Voor het in artikel 1 genoemde tijdvak geldt een subsidieplafond van EUR 60 miljoen, welke middelen als volgt zijn verdeeld over de volgende beleidsdoelen:
- a). EUR 8 miljoen voor aanvragen gericht op ‘humanitaire toegang’;
- b). EUR 52 miljoen voor aanvragen gericht op ‘anticiperende humanitaire actie bij door mensen veroorzaakte of verergerde crises’ en/of op ‘lokaal leiderschap door middel van risico- en capaciteitsdeling’.
Indien middelen resteren van de middelen die beschikbaar zijn voor een van de twee categorieën beleidsdoelen als bedoeld in het eerste lid, komen deze beschikbaar voor aanvragen gericht op de andere beleidsdoel(en), indien en voor zover deze aanvragen voldoen aan de maatstaven neergelegd in de bijlage bij dit besluit.
Meerjarige subsidies worden verleend onder de voorwaarde, bedoeld in artikel 4:34 van de Algemene wet bestuursrecht, dat daarvoor in de daarop betrekking hebbende begroting voldoende middelen ter beschikking worden gesteld.
Artikel 3
Aanvragen voor een subsidie in het kader van Versterking van de humanitaire sector 2024–2027 worden ingediend in de periode vanaf de datum van inwerkingtreding van dit besluit tot en met 1 december 2023 om 11:59 uur am CET, aan de hand van het daartoe door de minister vastgestelde aanvraagformulier en voorzien van de op het aanvraagformulier gevraagde bescheiden.1https://www.government.nl/ministries/ministry-of-foreign-affairs/documents/decrees/2023/10/09/subsidy-framework-strengthening-the-humanitarian-sector-2024–2027
Artikel 4
De verdeling van de subsidieplafonds, bedoeld in artikel 2, eerste lid, vindt plaats op grond van een beoordeling overeenkomstig de maatstaven die in de bijlage bij dit besluit zijn neergelegd, met dien verstande dat uit alle aanvragen die voldoen aan de maatstaven, de aanvragen die daaraan het beste voldoen het eerst voor subsidieverlening in aanmerking komen, binnen het raam van een evenwichtige spreiding als bedoeld in artikel 8, derde lid, sub d, van het Subsidiebesluit Ministerie van Buitenlandse Zaken.
Artikel 5
Wijzigt het Besluit vaststelling beleidsregels en subsidieplafond Subsidieregeling Ministerie van Buitenlandse Zaken 2006 (Humanitaire hulp 2022–2026).
Artikel 6
Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na dagtekening van de Staatscourant waarin het wordt geplaatst en vervalt met ingang van 1 januari 2028, met dien verstande dat het van toepassing blijft op subsidies die voor die tijd zijn verleend.
Bijlage
Inhoudsopgave
Subsidiebeleidskader Versterking van de Humanitaire Sector
1. Inleiding
Dit subsidiebeleidskader hoort bij het Besluit van de Minister voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking van 28 september 2023, nr. MINBUZA-2023.19913-19, tot vaststelling van beleidsregels en een subsidieplafond voor subsidiëring op grond van de Subsidieregeling Ministerie van Buitenlandse Zaken 2006. Dit subsidiebeleidskader bevat beleidsregels voor het verstrekken van subsidie in het kader van Versterking van de Humanitaire Sector 2024–2027.
2. Terminologie
3. Beleidsmatige context
Instabiliteit en geweld als gevolg van (geo)politieke geschillen, natuurrampen, klimaatverandering en uitbraken van infectieziektes leiden ertoe dat toenemende aantallen mensen in noodsituaties terechtkomen. De wereldwijd beschikbare middelen om hiermee om te gaan zijn onvoldoende gegroeid om alle mensen in nood van adequate en soms langdurige hulp te voorzien. Aangezien deze trend doorzet, is het noodzakelijk dat het systeem van humanitaire hulpverlening zich aanpast. Dit subsidiebeleidskader beoogt bij te dragen aan veranderingen die hiervoor nodig zijn, zoals in hoofdstuk 4 nader uiteengezet. Met dit subsidiebeleidskader wordt tevens invulling gegeven aan het derde kanaal dat aanvankelijk was voorzien onder het subsidiebeleidskader Humanitaire Hulp 2022–20264Besluit van de Minister voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking van 15 oktober 2021, Min-BuZa.2021.10296-30, tot vaststelling van beleidsregels en een subsidieplafond voor subsidiëring op grond van de Subsidieregeling Ministerie van Buitenlandse Zaken 2006 (Humanitaire hulp 2022–2026), Stcrt. 2021, nr. 44259.; het besluit waarmee de onderhavige beleidsregels worden vastgesteld voorziet daarom tegelijk ook in het laten vervallen van dit derde kanaal in het subsidiebeleidskader Humanitaire Hulp 2022–2026.
Hieronder volgt eerst een korte beschrijving van de bredere beleidscontext voor dit subsidiebeleidskader Versterking Humanitaire Sector 2024–2027.
3.1. Internationaal kader
Internationaal bestaat er een stevig fundament voor humanitaire hulpverlening, waar ook Nederland zich op baseert. De volgende internationaalrechtelijke en humanitaire uitgangspunten zijn bepalend:
3.2. Nederlands kader
Het Nederlandse beleid voor humanitaire hulp en diplomatie is onlosmakelijk onderdeel van het bredere Nederlandse buitenlandbeleid en het ontwikkelingsbeleid. De uitgangspunten hiervoor zijn verwoord in de nota Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking Doen waar Nederland goed in is9Beleidsnotitie Doen waar Nederland goed in is (2022). Het Nederlandse humanitaire beleid is uitgewerkt in de beleidsbrief Mensen eerst: Nederlandse koers humanitaire diplomatie en hulp10www.rijksoverheid.nl/documenten/beleidsnota-s/2019/03/29/mensen-eerst-nederlandse-koers-humanitaire-diplomatie-en-noodhulp. Elk jaar wordt de specifieke inzet in dat jaar toegelicht in een brief aan de Tweede Kamer over humanitaire hulp en diplomatie11Humanitaire hulp en diplomatie 2023, Kamerstuk 2023Z03119 d.d. 21 februari 2023. Ook de beleidsreactie12Kamerstukken II 2022–2023, 2023Z03057, d.d. 21/2/23 op de evaluatie van de Nederlandse humanitaire hulp en diplomatie in de jaren 2015 – 2021 van de onafhankelijke evaluatiedienst van het Ministerie van Buitenlandse Zaken, IOB, noemt een aantal uitgangspunten en prioriteiten van het Nederlandse beleid.
Het Nederlandse humanitaire beleid wordt langs twee samenhangende sporen uitgevoerd:
Nederland trekt in partnerschap op met organisaties die aan deze doelen werken. Zo draagt Nederland bij aan een humanitair systeem dat zich aanpast aan veranderende omstandigheden en toenemende uitdagingen en noden.
4. Probleem- en doelstelling
Dit subsidiebeleidskader richt zich op het tweede in paragraaf 3.2 genoemde spoor, en daarbinnen meer specifiek op initiatieven en inspanningen die effectieve, efficiënte en mensgerichte humanitaire hulpverlening mogelijk maken en/of die bijdragen aan transformatie van de wijze waarop internationale humanitaire hulpverlening functioneert.
Om dit te bereiken concentreert dit subsidiebeleidskader zich op de volgende drie humanitaire uitdagingen:
4.1. Belemmeringen voor humanitaire toegang
Het humanitair oorlogsrecht, dat o.a. in de Geneefse Conventies is vastgelegd, vormt het internationaalrechtelijk fundament onder het werk van humanitaire organisaties. Het beschermt hun ruimte om onafhankelijke en onpartijdige hulp te bieden aan eenieder die het nodig heeft. Bovendien beschermt het oorlogsrecht ook burgers tegen de ernstigste uitwassen van gewapend conflict.
In toenemende mate wordt het humanitair oorlogsrecht geschonden door staten en andere partijen. Zoals het multilaterale systeem in zijn geheel onder druk staat, wordt ook het internationale bestel voor humanitaire hulpverlening en bescherming ondermijnd. Spelers trachten humanitaire hulp politiek, militair strategisch of ideologisch te instrumentaliseren. De ruimte voor humanitaire organisaties om hun werk te doen, met volledige naleving van de humanitaire principes, neemt af. Steeds vaker wordt onpartijdige humanitaire toegang actief belemmerd. Veiligheid voor hulpverleners zelf en voor de mensen in nood die zij trachten te bereiken en betrekken staat onder druk. Terwijl steeds meer mensen afhankelijk worden van humanitaire bijstand, krimpt de ruimte om deze efficiënt en effectief te bieden. Nederland zet zich er daarom voor in om het respect voor het humanitair oorlogsrecht te versterken en om humanitaire ruimte te beschermen en uit te breiden.
Om adequaat en zo effectief mogelijk te kunnen opereren en reageren in situaties van onvolledige humanitaire toegang, is lokale context-specifieke informatie cruciaal. Het verkrijgen en analyseren van dit soort informatie kan niet door statenpartijen en multilaterale organisaties (alleen) verzorgd worden. Ook internationale niet-gouvernementele organisaties en netwerken en lokale organisaties zijn van groot belang om een gedegen analytische en feitelijke basis te hebben voor de noodzakelijke humanitaire diplomatie om toegang en veiligheid van hulpverleners te bevorderen.
Nederland zet zich ook in voor het versterken van het internationaalrechtelijk systeem, en op dit terrein dan met name daar waar het gericht is op vermindering van de impact van conflict op mensen en op zekerstelling van humanitaire ruimte. Ter ondersteuning van de verdere ontwikkeling van instrumenten om (ook toekomstige) schendingen van humanitair oorlogsrecht met effect tegen te gaan is evenzeer een stevige informatiebasis nodig over hoe schendingen in de praktijk tot stand komen en hoe bewijslast wordt opgebouwd. Voor ontwikkeling van effectieve internationale afspraken en mechanismen om beperking van humanitaire ruimte tegen te gaan, zijn bewijs en informatie uit de praktijk van groot belang; als die basis ontbreekt kunnen geen nieuwe jurisprudentie of instrumenten zoals resoluties ontstaan, en is de Nederlandse diplomatieke inzet op dit punt minder effectief.
Op grond van het voorgaande is het eerste beleidsdoel van dit subsidiebeleidskader:
Beleidsdoel 1: Effectievere toepassing van humanitaire principes en humanitair oorlogsrecht, waardoor meer hulpverleners veilig hun werk kunnen doen en toegang hebben tot mensen in nood
Met het oog op dit doel beoogt het subsidiebeleidskader initiatieven te steunen die het verzamelen, verwerken en toepassen van lokale, context-specifieke informatie mogelijk maken over humanitaire toegang, veiligheid van humanitaire hulpverleners en/of over naleving van (andere aspecten van) humanitair oorlogsrecht. Deze initiatieven moeten hieraan werken in meer dan een enkele specifieke crisis en daarnaast ook verzamelde informatie, inzichten en werkwijzen vertalen en operationaliseren voor gebruik in crisis-overstijgende, regionale of mondiale onderhandelingen of ontwikkelingen, ook na de subsidieperiode.
4.2. Toenemende humanitaire noden door onvoldoende analyse en gebruik van data voor anticiperende humanitaire actie bij door mensen veroorzaakte of verergerde crises
Anticiperende humanitaire actie betekent dat vooruitlopend op voorspelbare gebeurtenissen die humanitaire noden veroorzaken of verergeren, in een vroeg stadium (humanitaire) actie wordt ondernomen om die noden te voorkomen of te verminderen. Dit is relevant in geval van natuurrampen, maar ook van door de mens op kortere termijn veroorzaakte of verergerde crises. Anticiperende humanitaire actie wordt veelal in gang gezet aan de hand van onder meer prognosemechanismen, wanneer waarschuwingssignalen afgaan en vooraf bepaalde drempels voor het tijdig vrijmaken van fondsen worden overschreden. Zo kunnen organisaties proactief en doeltreffend helpen te voorkomen dat levensbedreigende situaties uitgroeien tot grootschalige rampen en zo kunnen zij gemeenschappen in staat stellen zich beter voor te bereiden op, en te weren tegen crises. Wanneer mensen minder geraakt worden door crises zijn zij weerbaarder voor toekomstige schokken. En ook helpt anticiperende humanitaire actie duurzame ontwikkelingsresultaten te beschermen en bevorderen.
Anticiperende humanitaire actie is in toenemende mate een onderdeel van het mandaat en de taakopvatting van veel humanitaire organisaties. Maar zoals de Anticipatory Action Task Force (AATF)13bestaand uit FAO, IFRC, OCHA, START Network, WFP: Terms of Reference https://www.anticipation-hub.org/Documents/Other/Anticipatory_Action_Task_Force_ToR_JAN_2021.pdf heeft vastgesteld is een systeem-brede verschuiving nodig, aangejaagd door alle spelers in de hele humanitaire keten gezamenlijk, om de impact van inspanningen op dit gebied te vergroten14https://www.anticipation-hub.org/exchange/networks-and-forums/anticipatory-action-task-force-aatf.
Inmiddels wordt ook gekeken naar mogelijkheden om humanitaire anticiperende humanitaire actie in te zetten in geval van door mensen veroorzaakte of verergerde crises. Ook voor het voorspellen van door mensen veroorzaakte of verergerde crises bestaan data-gedreven modellen. Deze modellen volstaan als zodanig echter niet om humanitaire anticiperende humanitaire actie op te baseren. Het voorspellende vermogen voor wat betreft concrete ontwikkelingen, en vooral voor wat betreft humanitaire impact daarvan, is onvoldoende om adequaat geïnformeerde, gerechtvaardigde en conflict-sensitieve anticiperende humanitaire actie op te baseren. Het OCHA Centre for Humanitarian Data evalueerde de technische haalbaarheid van conflictvoorspelling ten behoeve van anticiperende humanitaire actie15Assessing the technical feasibility of conflict prediction for anticipatory action, OCHA Humanitarian Data Centre, October 2022 en kwam op grond daarvan met een aantal aanbevelingen voor verder werk op dit gebied, die zich onder meer concentreren op de noodzaak van:
Op grond van het voorgaande is het tweede beleidsdoel van dit subsidiebeleidskader:
Beleidsdoel 2: In toenemende mate vindt ook bij door mensen veroorzaakte crises conflict-sensitieve anticiperende humanitaire actie plaats, waardoor de opwaartse druk op humanitaire noden vermindert
Met het oog op dit doel beoogt het subsidiebeleidskader initiatieven te steunen die faciliteren dat kennis en uitgangspunten voor anticiperende humanitaire actie effectiever worden toegepast in (aanloop naar) door mensen veroorzaakte, of verergerde crises. De initiatieven maken data en modellen en/of werkwijzen voor het voorspellen van crisis-veroorzakende of -verergerende menselijke dynamiek toepasbaar voor conflict-sensitieve anticiperende humanitaire actie met inachtneming van de bevindingen en aanbevelingen van de Anticipatory Action Task Force en het OCHA Humanitarian Data Centre. Opzet is bovendien dat deze modellen of werkwijzen ook toepasbaar blijven na de subsidieperiode.
4.3. Onvoldoende ruimte voor sterk lokaal leiderschap, door gebrek aan een gelijkwaardige dialoog en samenwerking door de hele humanitaire keten heen, in het bijzonder met betrekking tot het delen van capaciteit en risico’s
Mensen en gemeenschappen die door crises zijn getroffen of die leven in situaties van verhoogd risico, zijn rechthebbenden die in het centrum moeten staan van besluitvormingsprocessen over humanitaire actie die hen aangaat17A-71-353SG Report on the outcome of the World Humanitarian Summit, 23 augustus 2016. Par. 36. Internationaal wordt nagestreefd om noodhulp, gebaseerd op de humanitaire principes, zo lokaal als mogelijk uit te voeren, en zo internationaal als noodzakelijk18The Grand Bargain – A shared commitment to better serve people in need, May 2016. P.5, commitment 2. Streven is om obstakels voor samenwerking met lokale organisaties weg te nemen19Idem. P.5, commitment 2.2 en om mensen die door crises worden geraakt te betrekken bij alle aspecten van de humanitaire response20Idem. P.10, commitment 6.
In juni 2021 bracht de Directie Internationaal Onderzoek en Beleidsevaluatie (IOB) van het Ministerie van Buitenlandse Zaken een literatuurstudie uit, Interrogating the evidence on humanitarian localisation, waarin werd geconcludeerd dat
‘There is concern that the construction of the localisation discourse continues to place international actors at the centre; that localisation debates continue to be driven by international actors; and that little attention has been given to the role of local actors in transforming norms and practices.’ 21 Interrogating the evidence base on humanitarian localisation, a literature review, IOB, June 2021
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.