Regeling van de Minister van Infrastructuur en Waterstaat, van 29 september 2023, nr. IENW/BSK-2023/271099, houdende regels voor verstrekking van specifieke uitkeringen voor bovenplanse infrastructurele voorzieningen om op korte termijn grootschalige woningbouwlocaties te realiseren (Regeling specifieke uitkering woningbouw op korte termijn door bovenplanse infrastructuur)

Type Ministeriële regeling
Publication 2024-11-20
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

Gelet op artikel 17, vijfde lid, van de Financiële-verhoudingswet, de artikelen 4 en 5 van de Kaderwet subsidies I en M en artikel 6, tweede lid, aanhef en onderdeel a, en derde lid, aanhef en onderdeel a, van de Wet Mobiliteitsfonds;

BESLUIT:

Artikel 1. Begripsbepalingen

In deze regeling wordt verstaan onder:

Artikel 2. Doel van regeling

Deze regeling heeft tot doel om gemeenten in staat te stellen bovenplanse infrastructurele voorzieningen te realiseren zodat op locaties in heel Nederland op korte termijn grootschalige woningbouw kan plaatsvinden.

Artikel 3. Verlening op aanvraag
1.

De minister kan op aanvraag van een gemeente, genoemd in de bijlage, een specifieke uitkering verlenen voor de realisatie van bovenplanse infrastructurele voorzieningen, genoemd in de bijlage, bij een grootschalige woningbouwlocatie, genoemd in de bijlage.

2.

Het bedrag van de specifieke uitkering is ten hoogste het in de bijlage bij die woningbouwlocatie genoemde maximale bedrag inclusief omzetbelasting en op basis van het prijspeil 1 juli 2022.

3.

De aanvraag bevat in ieder geval de volgende gegevens en bescheiden:

4.

Een aanvraag kan uiterlijk twee maanden na het tijdstip van inwerkingtreding van deze regeling worden ingediend met gebruikmaking van een daartoe door de minister beschikbaar gesteld digitaal aanvraagformulier.

Artikel 4. Uitkeringsplafond

Het uitkeringsplafond bedraagt € 1.435.983.605 inclusief omzetbelasting en op basis van prijspeil 1 juli 2022.

Artikel 5. Kosten die in aanmerking komen voor specifieke uitkering
1.

Voor een specifieke uitkering komen in aanmerking de kosten voor de realisatie van infrastructurele voorzieningen, genoemd in de bijlage, bij een woningbouwlocatie, genoemd in de bijlage, voor ten hoogste het maximumbedrag, genoemd in de bijlage, inclusief omzetbelasting en op basis van het prijspeil 1 juli 2022.

2.

Voor een specifieke uitkering komen niet in aanmerking:

3.

Indien een infrastructurele voorziening een mobiliteitshub behelst worden de verwachte netto-opbrengsten van een mobiliteitshub gelet op de voorziene exploitatiekosten en -inkomsten in mindering gebracht op de kosten van de mobiliteitshub die voor een specifieke uitkering in aanmerking komen.

Artikel 6. Verlening
1.

De minister besluit binnen dertien weken na ontvangst op een aanvraag.

2.

Een besluit tot verlening van een specifieke uitkering vermeldt in ieder geval:

3.

De bedragen genoemd in het tweede lid, onderdeel b, zijn de bedragen inclusief omzetbelasting en op basis van prijspeil 1 juli 2022.

Artikel 7. Afwijzingsgronden

De minister beslist geheel of gedeeltelijk afwijzend op een aanvraag indien:

Artikel 8. Indexering
1.

De in de bijlage genoemde maximumbedragen inclusief omzetbelasting, bedoeld in artikel 5, eerste lid, alsmede het bedrag inclusief omzetbelasting van de verleende specifieke uitkering, bedoeld in artikel 6, tweede lid, onderdeel b, worden jaarlijks op 1 oktober geïndexeerd overeenkomstig de door de Minister van Financiën uitgekeerde Index Bruto Overheidsinvesteringen, voor zover die bedragen op die datum nog niet als voorschot zijn uitgekeerd.

2.

Indien deze regeling inwerking is getreden na 1 oktober 2023 worden de bedragen, bedoeld in het eerste lid, tevens geïndexeerd overeenkomstig de door de Minister van Financiën uitgekeerde Index Bruto Overheidsinvesteringen zoals deze anders op 1 oktober 2023 zou hebben plaatsgehad.

Artikel 9. Verplichtingen ontvanger
1.

De ontvanger realiseert de infrastructurele voorziening of voorzieningen waarvoor de specifieke uitkering is verleend.

2.

De ontvanger besteedt de specifieke uitkering uitsluitend aan de infrastructurele voorzieningen waarvoor de specifieke uitkering is verleend.

3.

De ontvanger start de realisatie van de woningen op de woningbouwlocatie uiterlijk 31 december 2027.

4.

De ontvanger start de realisatie van de laatst te realiseren woning op de woningbouwlocatie uiterlijk 31 december 2030.

5.

De ontvanger start de realisatie van de infrastructurele voorzieningen op de woningbouwlocatie uiterlijk 31 december 2027 en rondt deze af uiterlijk 31 december 2035.

6.

Op het moment dat de woningen op de woningbouwlocatie zijn gerealiseerd bedraagt het aantal op de woningbouwlocatie gerealiseerde betaalbare woningen ten minste 50% van het totaal van de op de woningbouwlocatie gerealiseerde woningen.

7.

De ontvanger doet onverwijld mededeling aan de minister zodra aannemelijk is dat:

8.

De ontvanger verstrekt, onverminderd het zevende lid, jaarlijks uiterlijk op 1 juli beleidsinformatie over de beheersing van de risico’s en de voortgang van de voorbereidingen en de realisatie van de infrastructurele voorzieningen waarvoor een specifieke uitkering is verleend alsmede van de realisatie van de woningen op de woningbouwlocatie.

9.

De ontvanger verleent op verzoek van de minister alle gevraagde medewerking aan een evaluatieonderzoek als bedoeld in artikel 14.

10.

De minister kan nadere voorschriften aan de specifieke uitkering verbinden, waarbij in bijzondere omstandigheden kan worden afgeweken van het zesde lid.

Artikel 10. Bevoorschotting en wijze van uitkering
1.

De minister verleent bij een besluit tot verlening van een specifieke uitkering een voorschot ter hoogte van het totaalbedrag van de specifieke uitkering, bedoeld in artikel 6, tweede lid, onderdeel b.

2.

Een voorschot als bedoeld in het eerste lid wordt uitgekeerd overeenkomstig de in het besluit tot verlening van de specifieke uitkering bepaalde termijnen.

3.

Het voorschot, bedoeld in het eerste lid, en de termijnen, bedoeld in het tweede lid, worden voor zover deze nog niet zijn uitgekeerd jaarlijks op 1 oktober geïndexeerd overeenkomstig de door de Minister van Financiën uitgekeerde Index Bruto Overheidsinvesteringen. Artikel 8, tweede lid, is van overeenkomstige toepassing.

4.

De minister kan de uitkering van het voorschot opschorten indien niet wordt voldaan aan de bij deze regeling of bij het besluit tot verlening van de specifieke uitkering gestelde verplichtingen.

Artikel 11. Wijziging specifieke uitkering op aanvraag
1.

Op aanvraag van een gemeente aan wie een specifieke uitkering is verleend, kan de minister het besluit tot verlening van de specifieke uitkering wijzigen.

2.

Een aanvraag als bedoeld in het eerste lid heeft betrekking op:

3.

In geval van een situatie als bedoeld in artikel 9, zevende lid, kan de minister, mits er sprake is van bijzondere omstandigheden, bij een besluit tot wijziging van het besluit tot verlening van een specifieke uitkering bepalen dat de realisatie van de woningen op de betreffende woningbouwlocatie of de realisatie van de infrastructurele voorzieningen uiterlijk wordt gestart of afgerond op een ander moment dan genoemd in artikel 9, derde tot en met vijfde lid.

4.

Een wijziging als bedoeld in het tweede lid, onderdeel b, kan afwijken van een infrastructurele voorziening, genoemd in de bijlage, mits dezelfde woningbouwlocatie wordt ontsloten en de infrastructurele voorziening ziet op dezelfde vervoersmodaliteit als waarvoor eerder de specifieke uitkering is verleend. De aanvraag, bedoeld in het tweede lid, aanhef en onderdeel b, kan uiterlijk worden ingediend tot de start van de realisatie van de infrastructurele voorziening waarop het oorspronkelijke besluit ziet.

5.

Het bedrag van een gewijzigde specifieke uitkering is niet hoger dan het bedrag van de oorspronkelijke specifiek uitkering.

6.

Het percentage van het bedrag van de specifieke uitkering in het voorziene resterende tekort per woningbouwlocatie is in het gewijzigde besluit niet hoger dan in het oorspronkelijke besluit.

Artikel 12. Verantwoording

De verantwoording door de ontvanger over de besteding van de specifieke uitkering vindt plaats op de wijze die is bepaald in artikel 17a van de Financiële-verhoudingswet.

Artikel 13. Vaststelling

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.