Deelregeling van het bestuur van het Fonds Podiumkunsten van 11 oktober 2023, houdende meerjarige festivalsubsidies Fonds Podiumkunsten 2025-2028
Gelet op artikel 10, lid 4 van de Wet op het specifiek cultuurbeleid en artikel 2 van het Algemeen Reglement van het Nederlands Fonds voor Podiumkunsten;
Besluit:
Paragraaf 1. Algemene bepalingen
Artikel 1.1. Definities
In deze regeling wordt verstaan onder:
- bestuur: de raad van bestuur van de stichting Nederlands Fonds voor Podiumkunsten;
- festival: reeks van onderling samenhangende activiteiten die gedurende een in de tijd beperkte periode onder een gemeenschappelijke noemer worden georganiseerd;
- Fonds Podiumkunsten: de stichting Nederlands Fonds voor Podiumkunsten;
- Nederland: het Koninkrijk der Nederlanden, bestaande uit Nederland inclusief de drie bijzondere gemeenten Bonaire, Sint Eustatius en Saba en de landen Aruba, Curaçao en Sint Maarten;
- landsdelen: Noord (provincies Friesland, Groningen en Drenthe);Oost (provincies Overijssel en Gelderland);Midden (provincies Flevoland en Utrecht); Zuid (provincies Zeeland, Noord-Brabant en Limburg); West (provincies Noord-Holland en Zuid-Holland); Caribisch deel van het Koninkrijk (drie bijzondere gemeenten Bonaire, Sint Eustatius en Saba en landen Aruba, Curaçao en Sint Maarten);
- kernactiviteit: het organiseren van een festival op het gebied van professionele podiumkunsten in Nederland;
- programmeringskosten: de kosten in de vorm van uitkoopsommen, honoraria en gages voor de professionele podiumkunstprogrammering;
- programmagegevens: overzichten van de programmering van professioneel podiumkunstenaanbod;
- solvabiliteit: het eigen vermogen gedeeld door het vreemd vermogen.
Artikel 1.2. Doel
Het bestuur kan meerjarige subsidies verstrekken aan festivalorganisaties voor activiteiten die bijdragen aan de presentatie en ontwikkeling van actuele en onderscheidende podiumkunst gespreid over Nederland en de aansluiting daarvan bij een breed publiek in de jaren 2025 tot en met 2028.
Artikel 1.3. Subsidievorm
Een meerjarige festivalsubsidie kan bestaan uit een programmeringsbijdrage en een aanvullende organisatiebijdrage.
Subsidie wordt verstrekt voor een periode van vier jaar.
Het bestuur kan in afwijking van het bepaalde in het tweede lid subsidie verlenen voor een kortere periode als de financiële gegevens met betrekking tot de aanvrager daartoe aanleiding geven.
Artikel 1.4. Subsidieplafonds
Voor de periode 2025-2028 zijn per kalenderjaar de volgende bedragen beschikbaar voor het verstrekken van programmeringsbijdragen aan festivalorganisaties:
Noord: € 575.000;
Oost: € 225.000;
Midden: € 325.000;
Zuid: € 925.000;
West: € 1.075.000;
Caribisch deel van het Koninkrijk: € 130.000.
Voor de periode 2025-2028 is per kalenderjaar het volgende bedrag beschikbaar ten behoeve van organisatiebijdragen: € 4.020.000.
De bedragen genoemd in het eerste en het tweede lid gelden als subsidieplafond.
Het bestuur kan eerder vastgestelde subsidieplafonds verhogen of verlagen. Een besluit tot het vaststellen, verhogen of verlagen van een subsidieplafond wordt bekendgemaakt via de website van het Fonds Podiumkunsten.
Artikel 1.5. Weigeringsgronden
Het bestuur kan, onverminderd het bepaalde in artikel 4:35 van de Algemene wet bestuursrecht, subsidie weigeren:
- a. als de aanvraag onvoldoende concreet is met betrekking tot de uit te voeren activiteiten;
- b. als het bestuur op basis van de aanvraag onvoldoende ervan overtuigd is dat de uit te voeren activiteiten kunnen worden gerealiseerd;
- c. als de activiteiten waarvoor subsidie wordt aangevraagd niet in Nederland plaatsvinden;
- d. als de aanvrager geen rechtspersoon met volledige rechtsbevoegdheid is;
- e. als de aanvrager een rechtspersoon is met winstoogmerk;
- f. als de aanvrager in 2022 en 2023 niet heeft voldaan aan een of meer aan een subsidie verbonden voorwaarde(n) of verplichting(en), waaronder in elk geval ook vallen het juist en tijdig afronden van de gesubsidieerde activiteiten, het tijdig melden van relevante veranderingen in de realisatie en het juist en tijdig verantwoorden van de activiteiten;
- g. als aan de aanvrager voor zijn kernactiviteit subsidie is of zal worden verleend op grond van de Deelregeling meerjarige productiesubsidies Fonds Podiumkunsten 2025-2028 dan wel op grond van een meerjarige regeling van een van de andere Rijkscultuurfondsen;
- h. als de aanvraag niet aan het bepaalde in deze regeling voldoet.
Het subsidie wordt in ieder geval geweigerd:
- a. voor zover de aanvrager in de aanvraag niet verklaart dat hij de Fair Practice Code, Governance Code Cultuur en de Code Diversiteit & Inclusie toepast;
- b. als aan de aanvrager voor zijn kernactiviteit subsidie is of zal worden verleend op grond van de Regeling op het specifiek cultuurbeleid.
Paragraaf 2. Procedure
Artikel 2.1. Wie kan aanvragen
Een aanvraag voor meerjarige festivalsubsidie kan uitsluitend worden gedaan door een rechtspersoon die primair gericht is op het organiseren van een festival op het gebied van professionele podiumkunsten in Nederland.
Artikel 2.2. Indienen aanvraag
Aanvragen dienen uiterlijk 31 januari 2024 om 23.59 uur te zijn ontvangen.
Een aanvraag wordt digitaal ingediend met behulp van een door het bestuur opgesteld formulier voor de betreffende periode.
Een aanvraag wordt alleen in behandeling genomen als het volledig ingevulde aanvraagformulier tijdig is ontvangen door het Fonds Podiumkunsten en vergezeld gaat van de op het formulier vermelde bijlagen.
Er kan per rechtspersoon één aanvraag worden ingediend.
Artikel 2.3. Kosten die voor subsidie in aanmerking komen
Voor subsidie komen uitsluitend de kosten in aanmerking die in rechtstreeks verband staan tot het te organiseren festival.
Kosten zijn uitsluitend subsidiabel indien deze na indiening van de aanvraag door de subsidieontvanger zijn gemaakt.
Artikel 2.4. Beoordeling
Aanvragen worden voorgelegd aan een adviescommissie per landsdeel, mits zij voldoen aan de vereisten om voor een meerjarige festivalsubsidie in aanmerking te komen.
De adviescommissie beoordeelt de aanvragen aan de hand van de criteria in deze regeling.
De adviescommissie adviseert over de subsidiehoogte op basis van het bepaalde in deze regeling.
Artikel 2.5. Verdeling budget programmeringsbijdrage
Aanvragen die aan de vereisten voldoen om voor een programmeringsbijdrage in aanmerking te komen, worden per landsdeel onderverdeeld in:
- A:. honoreren;
- B:. honoreren voor zover het budget dat toelaat; en
- C:. niet honoreren.
Als een subsidieplafond voor een landsdeel ontoereikend is om alle aanvragen met het advies 'honoreren voor zover het budget dat toelaat' te honoreren, worden die aanvragen in een rangorde geplaatst op basis van de beoordelingen met bijbehorende waarderingen op de van toepassing zijnde criteria.
Het bestuur honoreert eerst de aanvragen met het advies 'honoreren'. Vervolgens worden de aanvragen met het advies 'honoreren voor zover het budget dat toelaat' gehonoreerd in volgorde van de rangorde. Het bestuur verdeelt het beschikbare budget volgens de rangorde, waarbij aanvragen worden toegewezen of gedeeltelijk toegewezen totdat het van toepassing zijnde subsidieplafond is bereikt. De resterende aanvragen worden afgewezen.
Aanvragen met het advies ‘honoreren voor zover het budget dat toelaat’ die na toepassing van het tweede lid gelijk eindigen in de rangorde, worden gerangschikt op basis van de toegekende waardering op het criterium ‘artistieke positie’. Alsdan gelijk geëindigde aanvragen worden eerst nader gerangschikt op basis van de toegekende waardering op het criterium ‘publieksfunctie’ en vervolgens op basis van de toegekende waardering op het criterium ‘inbedding’.
Aanvragen die na toepassing van het vierde lid alsnog gelijk eindigen in de rangorde, worden gerangschikt op basis van geografische spreiding binnen het betreffende landsdeel.
Indien het bestuur een subsidieplafond verhoogt, wordt eerst de subsidie van een aanvraag die wegens ontoereikendheid van het budget gedeeltelijk was toegewezen alsnog verhoogd tot het geadviseerde bedrag. Vervolgens wordt steeds de eerstvolgende aanvraag toegewezen totdat het subsidieplafond is bereikt.
In de situatie dat in een of meer landsdelen het subsidieplafond niet wordt bereikt, kan het bestuur besluiten om het resterende budget toe te voegen aan de subsidieplafonds van een of meer van de overige landsdelen.
Artikel 2.6. Verdeling budget organisatiebijdrage
Het bestuur kan, onverminderd het bepaalde in artikel 2.5 van de regeling, aan een aanvrager een aanvullende organisatiebijdrage verstrekken vanwege de betekenis van een festival voor de landelijke culturele infrastructuur.
De adviescommissies dragen per landsdeel een beperkt aantal festivals voor dat in aanmerking komt voor een aanvullende organisatiebijdrage.
De adviescommissies prioriteren per landsdeel de festivals die zij voordragen naar de mate waarin zij van betekenis zijn voor de landelijke culturele infrastructuur.
Festivals die na toepassing van het derde lid gelijk eindigen in de rangorde, worden gerangschikt op basis van geografische spreiding binnen het betreffende landsdeel.
Festivals die na toepassing van het derde en het vierde lid alsnog gelijk eindigen in de rangorde, worden nader gerangschikt op basis van de mate waarin het festival bijdraagt aan de pluriformiteit van het festivalaanbod binnen het betreffende landsdeel.
Indien het beschikbare budget onvoldoende is om aan alle voorgedragen festivals een organisatiebijdrage toe te kennen, wordt gestreefd naar een evenwichtige spreiding van festivals over de landsdelen. Waar dat niet goed mogelijk is, kan het bestuur het aantal festivals dat wordt ondersteund op grond van de Regeling op het specifiek cultuurbeleid en het aantal inwoners van het landsdeel meewegen.
Artikel 2.7. Besluit
Het bestuur informeert de aanvrager binnen 26 weken na de uiterlijke indiendatum schriftelijk over zijn besluit. Als voor de motivering van het besluit wordt verwezen naar een over de aanvraag uitgebracht advies, wordt de tekst van het advies aan de aanvrager toegezonden.
Paragraaf 3. Meerjarige festivalsubsidie: programmeringsbijdrage
Artikel 3.1. Waarvoor kan worden aangevraagd
Een aanvraag voor een programmeringsbijdrage kan worden ingediend voor het organiseren van een festival op het gebied van de professionele podiumkunsten dat minimaal eenmaal per twee jaar plaatsvindt.
Artikel 3.2. Instapeisen
Een aanvrager die in aanmerking wil komen voor een programmeringsbijdrage dient te kunnen aantonen dat hij minimaal twee edities van het betreffende festival heeft georganiseerd.
Een aanvrager dient aan te tonen dat het bedrag aan programmeringskosten in de periode 2022-2023 per editie gemiddeld minimaal € 50.000 bedroeg.
In afwijking van het tweede lid geldt:
- a. voor jaarlijkse festivals waarvan in de periode 2022-2023 slechts één editie is gerealiseerd vanwege covid-19-maatregelen in het eerste kwartaal van 2022: een aanvrager dient aan te tonen dat het bedrag aan programmeringskosten gemiddeld minimaal € 50.000 per editie bedroeg, berekend over de in de periode 2022-2023 gerealiseerde editie van het festival en de laatste gerealiseerde representatieve editie van het festival vóór 1 januari 2022;
- b. voor tweejaarlijkse festivals waarvan in de periode 2022-2023 één editie is gerealiseerd: een aanvrager dient aan te tonen dat het bedrag aan programmeringskosten gemiddeld minimaal € 50.000 per editie bedroeg, berekend over de in de periode 2022-2023 gerealiseerde editie van het festival en de laatste gerealiseerde representatieve editie van het festival vóór 1 januari 2022;
- c. voor tweejaarlijkse festivals waarvan in de periode 2022-2023 geen editie kon worden gerealiseerd vanwege covid-19-maatregelen in het eerste kwartaal van 2022: een aanvrager dient aan te tonen dat het bedrag aan programmeringskosten gemiddeld minimaal € 50.000 per editie bedroeg, berekend over de laatste twee gerealiseerde representatieve edities van het festival vóór 1 januari 2022;
- d. voor festivals waarvan in januari 2024 de tweede editie is gerealiseerd: een aanvrager dient aan te tonen dat het bedrag aan programmeringskosten gemiddeld minimaal € 50.000 per editie bedroeg, berekend over de in de periode 2022-2023 gerealiseerde editie van het festival en de in januari 2024 gerealiseerde editie van het festival.
Het bestuur kan besluiten een aanvraag die niet voldoet aan het vereiste uit het tweede of het derde lid in behandeling te nemen als sprake is van een beperkt verschil tussen het bedrag aan werkelijke programmeringskosten en de vereiste programmeringskosten.
Een aanvrager zendt complete programmagegevens en jaarrekeningen over de jaren 2022 en 2023 mee bij zijn aanvraag, tenzij deze al in het bezit zijn van het Fonds Podiumkunsten. De jaarrekening 2023 mag worden nagezonden, mits deze uiterlijk 30 april 2024 is ontvangen. Aanvragers als bedoeld in het derde lid zenden complete programmagegevens en jaarrekeningen over de jaren waarin de laatste twee edities van het festival zijn gerealiseerd mee.
Een aanvrager dient ook te voldoen aan de volgende vereisten:
- a. De aanvrager dient aan te tonen dat:
- i. het bestuur dan wel de raad van toezicht bestaat uit minimaal drie personen die onafhankelijk toezicht houden op de activiteiten;
- ii. er een directiereglement dan wel reglementen voor bestuur en raad van toezicht zijn, waarin afspraken zijn gemaakt over de taak-, verantwoordelijksheids- en bevoegdheidsverdeling;
- iii. de aanvrager een procedure heeft vastgelegd in het geval er sprake is van (mogelijke) belangenverstrengeling bij een van de leden van de directie, het bestuur of de raad van toezicht.
- b. In het kader van de toepassing van de Fair Practice Code dient een aanvrager zijn beloningsbeleid, met inachtneming van fair pay, openbaar te hebben gemaakt.
Het bestuur kan besluiten om een aanvraag die niet voldoet aan de vereisten uit het zesde lid in behandeling te nemen als de aanvrager slechts in beperkte mate niet voldoet aan deze vereisten. Het bestuur kan in dat geval voorwaarden verbinden aan het besluit om de aanvraag te honoreren. Dit is afhankelijk van de mate waarin de aanvraag niet voldoet aan de vereisten uit het zesde lid.
Artikel 3.3. Beoordeling
Aanvragen voor een programmeringsbijdrage worden beoordeeld aan de hand van de volgende criteria:
- a). artistieke positie;
- b). publieksfunctie;
- c). inbedding.
In de toelichting op deze regeling zijn de criteria en de wijze waarop de adviescommissies de criteria wegen, uitgewerkt.
Artikel 3.4. Subsidiehoogte
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.