Beleidsregel van de Inspecteur-generaal van het onderwijs van 21 september 2023, nr. 41801739, houdende regels met betrekking tot het niet op regelmatige wijze afnemen van het centraal examen in het voortgezet onderwijs en van het staatsexamen (Beleidsregel onregelmatigheden centraal examen in voortgezet onderwijs en van staatsexamen 2023)
Gelet op artikel 4:81 van de Algemene wet bestuursrecht, artikel 2.61 tweede lid WVO 2020 en artikel 2.82 derde lid WVO 2020;
Besluit:
Paragraaf 1. Algemeen
Artikel 1. Definities
In deze beleidsregel wordt verstaan onder:
- College: het College voor toetsen en examens, bedoeld in artikel 2, eerste lid, van de Wet College voor toetsen en examens;
- centraal examen: het centraal examen, bedoeld in artikel 2.56 van de WVO 2020;
- centraal examen van het staatsexamen: het centraal examen van het staatsexamen of deelstaatsexamen, bedoeld in artikel 2.72 van de WVO 2020;
- examenreglement: het examenreglement, bedoeld in artikel 2.60 van de WVO 2020 of artikel 2.81 eerste lid van de WVO 2020;
- inspectie: de inspectie, bedoeld in artikel 1 van de Wet op het onderwijstoezicht;
- onregelmatigheid: het niet op regelmatige wijze plaatsvinden van het centraal examen, in de gevallen, bedoeld in artikel 2 of artikel 7.
Paragraaf 2. Centraal examen in het voortgezet onderwijs
Artikel 2. Onregelmatigheid centraal examen
Onder het niet op regelmatige wijze plaatsvinden van het centraal examen, bedoeld in artikel 2.61 tweede lid van de WVO 2020, wordt in ieder geval verstaan:
- a. het tijdens het centraal examen onrechtmatig gebruiken van, dan wel beschikken over hulpmiddelen die niet zijn toegestaan op grond van de WVO 2020, het Uitvoeringsbesluit WVO 2020 of het examenreglement, of informatie die van invloed kunnen zijn op de prestaties van een of meer kandidaten;
- b. het tijdens of voorafgaand aan het centraal examen onrechtmatig ter beschikking van een of meer kandidaten komen van niet in de WVO 2020, het Uitvoeringsbesluit WVO 2020 of in het examenreglement voorziene informatie of hulpmiddelen dienstbaar aan het beantwoorden van de examenvragen of, geheel of ten dele, de antwoorden op die vragen zelf;
- c. het tijdens het centraal examen niet of ontoereikend uitoefenen van toezicht, althans niet het nodige toezicht uitoefenen als bedoeld in artikel 3.20 eerste lid van het Uitvoeringsbesluit WVO 2020 met als gevolg dat de onder a of b bedoelde informatie of hulpmiddelen ter beschikking van een of meer kandidaten kan of kunnen komen;
- d. het tijdens het centraal examen in strijd met de artikelen 3.54 en 3.55 van het Uitvoeringsbesluit WVO 2020 of het examenreglement ter beschikking stellen van meer examentijd;
- e. het na afloop van het centraal examen zonder rechtsgrond aanbrengen van wijzigingen door een derde in het door de kandidaat aangeleverde examenwerk;
- f. het in strijd met hoofdstuk 3 paragrafen vier en vijf van het Uitvoeringsbesluit WVO 2020 toekennen van een cijfer of vaststellen van een examenuitslag.
Indien er geen sprake is van een onregelmatigheid als bedoeld in het eerste lid, beslist de directeur Toezicht VO van de inspectie of het centraal examen op niet regelmatige wijze heeft plaatsgevonden.
Artikel 3. Signaalbehandeling
Bij een signaal over een onregelmatigheid handelt de inspectie voor zover mogelijk als volgt:
- a. het signaal en de wijze van afhandeling daarvan worden geregistreerd;
- b. de inspectie beoordeelt of het signaal duidt op een mogelijke onregelmatigheid;
- c. bij deze beoordeling vraagt de inspectie de signaalgever om een toelichting op het signaal en bespreekt de inspectie de onregelmatigheid met het bevoegd gezag en de directeur of rector van de school waar de onregelmatigheid heeft plaatsgevonden en, indien van toepassing, van de school waar de onregelmatigheid is geconstateerd.
Artikel 4. Opnieuw afnemen van het centraal examen en ongeldig verklaren van examenwerk
Indien de inspectie naar aanleiding van het signaal, bedoeld in artikel 3, oordeelt dat er sprake is van een onregelmatigheid beslist de inspectie of het centraal examen geheel of gedeeltelijk voor een of meer kandidaten opnieuw moet worden afgenomen en verklaart zij daartoe het gemaakte examenwerk geheel of gedeeltelijk ongeldig.
De inspectie verklaart in ieder geval het gemaakte examenwerk ongeldig indien naar haar oordeel:
- a. bij het centraal examen hulpmiddelen of informatie zijn gebruikt waarvan het gebruik niet is toegestaan en waardoor de uitslag kan zijn beïnvloed;
- b. aan de kandidaat examenopgaven van de verkeerde schoolsoort zijn voorgelegd;
- c. de correctie, bedoeld in het derde lid, niet mogelijk blijkt.
Indien de inspectie tot het oordeel komt dat een personeelslid van een school verantwoordelijk kan worden gehouden voor de onregelmatigheid, bedoeld in artikel 1, handelt de inspectie voor zover mogelijk als volgt:
- a. indien de onregelmatigheid heeft plaatsgevonden op of in het gemaakte examenwerk van een kandidaat geeft de inspectie opdracht aan de gecommitteerde om het origineel van het gemaakte examenwerk te corrigeren zonder acht te slaan op de onregelmatigheid,
- b. de inspectie beoordeelt een kopie van de door de gecommitteerde ingevulde en toegezonden verklaring op juistheid, bedoeld in artikel 3.24 vierde lid van het Uitvoeringsbesluit WVO 2020, waarop de resultaten van het gecorrigeerde examenwerk zijn vermeld,
- c. indien de inspectie van oordeel is dat de ingevulde verklaring juist is, wordt deze verklaring vervolgens door de gecommitteerde aan de school gestuurd waar het centraal examen is gemaakt, en,
- d. de inspectie besluit in het geval, bedoeld onder c, dat het centraal examen niet opnieuw hoeft worden afgenomen voor deze kandidaat.
Artikel 5. Procedure opnieuw afnemen centraal examen
De inspectie volgt voor zover mogelijk de volgende procedure bij het geheel of gedeeltelijk voor een of meer kandidaten opnieuw afnemen van het centraal examen:
- a. de inspectie verzoekt het bevoegd gezag van de school waar het centraal examen gemaakt is het voorblad van het examenwerk te voorzien van een rood kruis met daarbij de tekst ‘ongeldig verklaard door de inspectie’,
- b. de inspectie stuurt het bevoegd gezag van de school waar het centraal examen gemaakt is een formulier ten behoeve van het ongeldig verklaren van het examen, met het verzoek dit formulier in te vullen,
- c. de school stuurt het voorblad als bedoeld in onderdeel a en het formulier als bedoeld in onderdeel b digitaal naar de inspectie, en
- d. de inspectie stelt het bevoegd gezag van de school en de signaalgever er schriftelijk dan wel elektronisch van in kennis dat het centraal examen geheel of gedeeltelijk voor een of meer kandidaten opnieuw moet worden afgenomen en dat daartoe het gemaakte examenwerk geheel of gedeeltelijk ongeldig is verklaard.
Onderdeel a van het eerste lid is niet van toepassing op het cspe.
Artikel 6. Specifiek onderzoek artikel 15 Wet op het onderwijstoezicht
De inspectie kan, naast het geheel of gedeeltelijk opnieuw laten afnemen van het centraal examen, een onderzoek doen als bedoeld in artikel 15 van de Wet op het onderwijstoezicht.
De inspectie doet dit onderzoek in ieder geval indien sprake is van een situatie als bedoeld in artikel 4, derde lid.
Paragraaf 3. Centraal examen van het staatsexamen of deelstaatsexamen
Artikel 7. Onregelmatigheid centraal examen van het staatsexamen
Onder het niet op regelmatige wijze plaatsvinden van het centraal examen van het staatsexamen, bedoeld in artikel 2.82 derde lid van de WVO 2020, wordt in ieder geval verstaan:
- a. het tijdens het centraal examen van het staatsexamen onrechtmatig gebruiken van, dan wel beschikken over, op grond van de WVO 2020, het Uitvoeringsbesluit WVO 2020 of examenreglement niet toegestane hulpmiddelen of informatie die van invloed kunnen zijn op de prestaties van een of meer kandidaten;
- b. het tijdens of voorafgaand aan het centraal examen van het staatsexamen onrechtmatig ter beschikking van een of meer kandidaten komen van niet in de WVO 2020, het Uitvoeringsbesluit WVO 2020 of in het examenreglement voorziene informatie of hulpmiddelen dienstbaar aan het beantwoorden van de examenvragen of, geheel of ten dele, de antwoorden op die vragen zelf;
- c. het tijdens het centraal examen van het staatsexamen niet of ontoereikend uitoefenen van toezicht, althans niet het nodige toezicht uitoefenen als bedoeld in artikel 14 van het Uitvoeringsbesluit WVO 2020, met als gevolg dat dat de onder a of b bedoelde informatie of hulpmiddelen ter beschikking van een of meer kandidaten kan of kunnen komen;
- d. het tijdens het centraal examen van het staatsexamen in strijd met de artikelen 4.34 of 4.35 van het Uitvoeringsbesluit WVO 2020 of het examenreglement ter beschikking stellen van meer examentijd;
- e. het na afloop van het centraal examen van het staatsexamen zonder rechtsgrond aanbrengen van wijzigingen door een derde in het door de kandidaat aangeleverde examenwerk;
- f. het in strijd met hoofdstuk 4 paragraaf 4 van het Uitvoeringsbesluit WVO 2020 toekennen van een cijfer of vaststellen van een examenuitslag.
Indien er geen sprake is van een onregelmatigheid, bedoeld in het eerste lid, beslist de directeur Toezicht VO van de inspectie of het centraal examen van het staatsexamen op niet regelmatige wijze heeft plaatsgevonden.
Artikel 8. Signaalbehandeling
Bij een signaal over een onregelmatigheid handelt de inspectie voor zover mogelijk als volgt:
- a. het signaal en de wijze van afhandeling daarvan worden geregistreerd;
- b. de inspectie beoordeelt of het signaal duidt op een mogelijke onregelmatigheid;
- c. bij deze beoordeling vraagt de inspectie de signaalgever om een toelichting op het signaal en bespreekt de inspectie de onregelmatigheid met het College.
Artikel 9. Opnieuw afnemen van het centraal examen van het staatsexamen en ongeldig verklaren van examenwerk
Indien de inspectie naar aanleiding van het signaal, bedoeld in artikel 8, oordeelt dat er sprake is van een onregelmatigheid beslist de inspectie of het centraal examen van het staatsexamen geheel of gedeeltelijk voor een of meer kandidaten opnieuw moet worden afgenomen en verklaart zij daartoe het gemaakte examenwerk geheel of gedeeltelijk ongeldig.
De inspectie verklaart in ieder geval het gemaakte examenwerk ongeldig indien naar haar oordeel:
- a. bij het centraal examen van het staatsexamen hulpmiddelen of informatie zijn gebruikt waarvan het gebruik niet is toegestaan en waardoor de uitslag kan zijn beïnvloed;
- b. aan de kandidaat examenopgaven van de verkeerde schoolsoort zijn voorgelegd.
Artikel 10. Procedure opnieuw afnemen centraal examen van het staatsexamen
De inspectie volgt voor zover mogelijk de volgende procedure bij het geheel of gedeeltelijk voor een of meer kandidaten opnieuw afnemen van het centraal examen van het staatsexamen, met dien verstande dat DUO Examendiensten de logistiek rond het centraal examen van het staatsexamen uitvoert:
- a. de inspectie stuurt DUO Examendiensten een formulier ten behoeve van het ongeldig verklaren van het examen, met het verzoek dit formulier in te vullen,
- b. DUO Examendiensten stuurt het formulier als bedoeld in lid a naar de inspectie,
- c. de inspectie stelt het College en DUO Examendiensten er schriftelijk dan wel digitaal van in kennis dat het centraal examen van het staatsexamen geheel of gedeeltelijk voor een of meer kandidaten opnieuw moet worden afgenomen en daartoe het gemaakte examenwerk geheel of gedeeltelijk ongeldig is verklaard.
Paragraaf 4. Slotbepalingen
Artikel 11. Intrekken beleidsregel
De Beleidsregel niet op regelmatige wijze afnemen van het centraal examen in het voortgezet onderwijs wordt ingetrokken.
Artikel 12. Citeertitel
Deze beleidsregel wordt aangehaald als: Beleidsregel onregelmatigheden centraal examen in voortgezet onderwijs en van staatsexamen 2023.
Artikel 13. Inwerkingtreding beleidsregel
Deze beleidsregel treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin deze beleidsregel wordt geplaatst.
Deze beleidsregel zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.