Beleidskader van de Minister voor Rechtsbescherming van 12 oktober 2023, houdende bijdrageregeling begeleiden van ex-gedetineerden voor wonen en werken 2024
1. Inleiding
Sinds 2014 worden gemeenten gestimuleerd bij het opzetten van trajecten voor begeleiding van (ex-)gedetineerde burgers. De aanleiding hiervoor is een aangenomen motie van het Tweede Kamerlid Van der Staaij, waardoor structureel € 2,5 mln. per jaar beschikbaar is voor gemeenten.1Kamerstukken II 2013/14, nr. 33 750 VI. Per 2023 is de ‘Bijdrageregeling begeleiden van ex-gedetineerden voor wonen en werken’ structureel verhoogd tot in totaal € 4,5 mln. Met die regeling kunnen gemeenten extra projecten starten om ex-gedetineerden aan een woning en werk te helpen. In de afgelopen jaren is gebleken dat deze gelden een stimulans zijn voor gemeenten om gezamenlijk of met particuliere organisaties trajecten op het terrein van wonen en werken voor (ex-)gedetineerde burgers op te zetten of te financieren.
De onderhavige bijdrageregeling is in lijn met de visie op gevangenisstraffen2Visie op gevangenisstraffen: ‘Recht doen, kansen bieden. Naar effectievere gevangenisstraffen‘, Kamerstukken II 2017/18, 29 279 nr. 439.van juni 2018, waarin de samenwerking tussen DJI en verschillende netwerkpartners een belangrijke plaats inneemt. Eén van die netwerkpartners is de gemeente, die een grote rol heeft bij het op orde krijgen van de vijf basisvoorwaarden voor een succesvolle re-integratie: werk & inkomen, wonen, zorg, identiteitsbewijs en schuldhulpverlening. Ook is bekend dat veel gemeenten al voorafgaand aan een detentie vormen van hulp of ondersteuning bieden en dat zij die hulp of ondersteuning tijdens en na detentie voortzetten.
Deze bijdrageregeling is een stimulans voor het realiseren van de ambities uit het bestuurlijk akkoord ‘Kansen bieden voor re-integratie’. In dit akkoord, dat op 1 juli 2019 is ondertekend door de Minister voor Rechtsbescherming, de VNG, de reclasseringsorganisaties en de DJI, hebben deze partijen hun gezamenlijke maatschappelijke ambities vastgelegd.3Bestuurlijk Akkoord ‘Kansen bieden voor re-integratie’. Nieuwsbericht 2 juli 2019: https://www.dji.nl/pers-media/nieuws/2019/ondertekening-bestuurlijk-akkoord-kansen-bieden-voor-re-integratie.aspx. De kern hiervan is om nauw samen te werken aan een succesvolle re-integratie van gedetineerden en om hen optimaal voor te bereiden op terugkeer naar de maatschappij.4Alleen gemeenten kunnen een bijdrage op grond van deze regeling aanvragen. Gemeenten kunnen ervoor kiezen om bij het vormgeven van trajecten gericht op wonen en werken de samenwerking te zoeken met maatschappelijke organisaties, bijvoorbeeld de reclasseringsorganisaties. Hiervoor heeft het gevangeniswezen in samenwerking met de gemeente de regie op de voorbereiding van de re-integratie tijdens de detentie. Na het verblijf heeft de gemeente de volledige regie op de re-integratie. Al tijdens het verblijf in de penitentiaire inrichting maken het gevangeniswezen en de gemeenten afspraken over de re-integratiedoelen en re-integratieactiviteiten.
Gelet op het hoge aantal gezamenlijke aanvragen van gemeenten onderling en namens gemeenten voor maatschappelijke instellingen, is ervoor gekozen om ook voor 2024 eenzelfde opzet te hanteren als in de voorgaande beleidskaders. Sinds 2019 bestaat bovendien de mogelijkheid om de niet uitgeputte gelden te verdelen onder gemeenten die aangeven dat zij voor een hogere bijdrage in aanmerking willen komen.
Voor 2024 worden de bijdragen verdeeld op grond van de uitstroom van gedetineerden in 2021.
In paragraaf 2 wordt aandacht geschonken aan de doelstelling en de uitgangspunten van het beleidskader. Paragraaf 3 geeft de reikwijdte van het beleidskader weer aan de hand van de beoordelingscriteria en in paragraaf 4 wordt helderheid geboden over de verdeelsleutel. Paragraaf 5 gaat over de toekenning, paragraaf 6 over de verantwoording en paragraaf 7 over de bewaartermijn.
2. Doelstelling en uitgangspunten
Een goede opvang van ex-gedetineerden in de samenleving na de detentie vermindert de kans op recidive. Het JenV-beleid is daarom mede gericht op het ondersteunen en faciliteren van (ex-)gedetineerde burgers bij hun maatschappelijke re-integratie. Daarbij is een belangrijke rol weggelegd voor de ketenpartners van DJI. De motie Van der Staaij is daarom nog steeds een stimulans voor het huidige beleid.
In aansluiting op de beleidskaders van voorgaande jaren is de doelstelling van dit beleidskader om trajecten op het terrein van wonen en werken voor ex-gedetineerden te stimuleren. Aan gemeenten wordt ruimte gegeven om te bepalen welke trajecten op het terrein van wonen en werken zij willen inzetten voor deze doelgroep. Uitgangspunt is de gemeentelijke beleidsautonomie: zij bepalen welke trajecten passen binnen het gemeentelijk nazorgbeleid. De gemeente kan het beste beoordelen welke trajecten noodzakelijk zijn voor ex-gedetineerde burgers die zich vestigen in de desbetreffende gemeente.
Met dit beleidskader wordt aansluiting gezocht bij het gemeentelijke beleid op het terrein van nazorg voor ex-gedetineerden. Het doel is een integrale aanpak te bevorderen op de vijf basisvoorwaarden voor maatschappelijke re-integratie en nazorg: werk & inkomen, wonen, zorg, identiteitsbewijs en schuldhulpverlening. De motie Van der Staaij richt zich op trajecten voor begeleiding van ex-gedetineerden naar wonen en werken. Deze motie wordt zo opgevat dat zij een integrale aanpak op de vijf basisvoorwaarden voor re-integratie stimuleert met als uiteindelijk doel dat een duurzame oplossing voor de ex-gedetineerde burger wordt bewerkstelligd op het terrein van wonen en werken. Dit betekent dat de trajecten niet uitsluitend betrekking behoeven te hebben op het terrein van wonen en werken. Het is onder andere mogelijk dat trajecten gericht zijn op andere basisvoorwaarden, bijvoorbeeld het al tijdens detentie verkrijgen van een identiteitsbewijs, schuldhulpverlening of trajecten die het sociale netwerk van de ex-gedetineerde versterken waardoor de kans van de ex-gedetineerde op een duurzame oplossing op het gebied van wonen en werken wordt verhoogd.
Dit beleidskader neemt tot uitgangspunt dat gemeenten een cruciale rol spelen bij de nazorg voor ex-gedetineerde burgers. Daarbij bestaat de mogelijkheid dat gemeenten samenwerking zoeken met maatschappelijke organisaties. Gemeenten kunnen een bijdrage aanvragen, ook met het oog op dergelijke samenwerking. Dit kan bijvoorbeeld binnen de regio van een Zorg- en Veiligheidshuis en/of met maatschappelijke organisaties. De Zorg- en Veiligheidshuizen waarin de partners in de strafrecht- en zorgketen samenwerken, kunnen op verzoek van de gemeenten een faciliterende rol op zich nemen bij het bieden van nazorg. De gemeente kan dat in haar aanvraag aangeven.
Een ander uitgangspunt is om de administratieve lasten bij de verstrekking van de bijdrage zo laag mogelijk te houden. Het minimaal aan te vragen bijdragebedrag is € 5.000. Als gemeenten onder dit bedrag uitkomen, maar toch in aanmerking willen komen voor de bijdrage, zullen zij de samenwerking met andere gemeenten moeten opzoeken om in gezamenlijkheid met één gemeente als penvoerder een bijdrageaanvraag in te dienen.
3. Beoordelingscriteria
Aan de hand van de onderstaande criteria worden de aanvragen voor de bijdragen beoordeeld en kan de omvang van de bijdrage worden bepaald. Voor iedere gemeente geldt een maximumbedrag dat voor het betreffende jaar aan bijdrage kan worden aangevraagd en verstrekt.
Legaal in Nederland verblijvende gedetineerden van wie de detentie of de justitiële titel in 2023 of 2024 eindigt en die zich in 2023 of 2024 na detentie vestigen in een Nederlandse gemeente, behorende tot het Europese grondgebied van het Koninkrijk. Voor dit beleidskader geldt dat uitsluitend een gedetineerde in de zin van de Penitentiaire beginselenwet in aanmerking komt voor een in dit beleidskader gefinancierd traject.
4. Verdeelsleutel
Per gemeente wordt maximaal het volgende bedrag aan bijdrage toegekend (exclusief een eventueel aangevraagde verhoging vanwege niet-gebruikte middelen van andere gemeenten):
In de bijlage wordt een overzicht van de maximale bijdrage per gemeente gegeven op basis van de verdeelsleutel.
5. Beschikking
In de periode van 15 december 2023 tot 15 februari 2024 wordt bekend gemaakt welke aanvragen van welke gemeenten voor een bijdrage in aanmerking komen. Bekendmaking vindt plaats door middel van het toezenden van een beschikking. In het geval dat een incomplete en/of onjuiste aanvraag wordt ontvangen, kan dit leiden tot verzending van de beschikking na 15 februari 2024.
6. Verantwoording
In deze paragraaf wordt verstaan onder aanvrager: de gemeente aan wie de bijdrage is verleend.
6.1. Aanvragers waaraan een bijdrage tot € 25.000 wordt toegekend
Voor een aanvrager die een bijdrage ontvangt tot € 25.000 wordt de bijdrage bij eenmalige beschikking vastgesteld en zo spoedig mogelijk na 15 februari 2024 uitbetaald.
De aanvrager is verplicht om:
6.2. Aanvragers waaraan een bijdrage gelijk aan of boven de € 25.000 wordt toegekend
Aan een aanvrager die een bijdrage boven de € 25.000 ontvangt, uitgaande van de maximale bijdrage per aanvragende gemeente inclusief de eventuele verhoging daarvan, wordt een voorschot van 90% van de bijdrage uitbetaald. Uiterlijk 1 juni 2024 wordt de bijdrage definitief vastgesteld.
De aanvrager is verplicht om:
Definitieve vaststelling van de bijdrage vindt uiterlijk plaats op 1 juni 2025 op basis van de na afloop van het kalenderjaar afgelegde verantwoording over de uitgevoerde activiteiten en het totale bedrag aan gerealiseerde kosten. Indien de gerealiseerde kosten lager zijn dan de verleende bijdrage, wordt de bijdrage lager vastgesteld. Een eventueel lagere vaststelling wordt verrekend met het voorschot, dan wel van de aanvrager teruggevorderd. Indien de bijdrage voor de gerealiseerde kosten hoger is dan het voorschot, wordt het nog niet uitbetaalde deel overgemaakt.
7. Bewaartermijn
De aanvrager is verplicht gedurende zeven jaar de schriftelijke stukken in relatie tot de onderhavige regeling te bewaren.
Bijlage
Niet opgenomen.
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.