← Geldende tekst · Geschiedenis

Besluit van de algemeen directeur van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed van 10 oktober 2023, nr. RCE/42145325, houdende de vaststelling van het Organisatie- en ondermandaatbesluit Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed 2023 (Organisatie- en ondermandaatbesluit Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed 2023)

Geldende tekst a fecha 2023-11-01

Met goedkeuring van de directeur-generaal Cultuur en Media van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap;

Gelet op artikel 10:9 en de artikelen 10:3 en 10:6 van de Algemene wet bestuursrecht en de artikelen 2, 11, 14a, 14c en 15 van het Organisatie- en mandaatbesluit OCW 2008;

Besluit:

§ 1. Algemeen

Artikel 1. Begripsbepalingen

In dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:

Artikel 2. Mandaat, volmacht en machtiging
1.

Alle in dit besluit genoemde ondermandaat- en volmachtbevoegdheden en machtigingen worden uitgeoefend met inachtneming van het Organisatie- en mandaatbesluit OCW 2008.

2.

Voor de toepassing van dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt met de verlening van mandaat gelijkgesteld de verlening van:

§ 2. Organisatie

Artikel 3. Organisatie van de rijksdienst
1.

De rijksdienst bestaat uit:

2.

De organisatie van de rijksdienst wordt nader vastgesteld in de bijlage bij dit besluit.

3.

De invulling van specifieke ondermandaten en vervanging van functionarissen wordt nader vastgesteld in de bijlage bij dit besluit.

4.

Wijziging van de bijlage geschiedt door de algemeen directeur.

5.

Onverminderd het bepaalde in artikel 11, derde en vierde lid, van het Organisatie- en mandaatbesluit OCW 2008 draagt de algemeen directeur zorg voor bekendmaking van de managementafspraak voor zover die de vaststelling van de portefeuilleverdeling betreft, door openbare ter inzagelegging bij de rijksdienst en door plaatsing op het intranet en de internetsite van de rijksdienst.

§ 2. Algemeen mandaat

Artikel 4. Voorbehouden aan de algemeen directeur

Aan de algemeen directeur is voorbehouden:

Artikel 5. Algemeen mandaat directeur Kennis & Advies
1.

De directeur Kennis & Advies heeft, onverminderd de mandaatverlening aan de algemeen directeur op grond van het Organisatie- en mandaatbesluit OCW 2008, binnen het kader van de managementafspraak tussen de algemeen directeur en de directeur Kennis & Advies mandaat ten aanzien van de aangelegenheden die verband houden met de taken en verantwoordelijkheden op het werkterrein van de rijksdienst, behoudens de bevoegdheden genoemd in artikel 4 en het in de bijlage bij dit besluit met betrekking tot het financieel mandaat bepaalde.

2.

De directeur Kennis & Advies is budgethouder voor de hem door de algemeen directeur toegewezen budgetten.

Artikel 6. Algemeen mandaat afdelingshoofden
1.

De afdelingshoofden, genoemd in de bijlage bij dit besluit, wordt binnen hun functionele verantwoordelijkheid mandaat verleend bevoegdheden uit te oefenen tot het nemen van besluiten, het afdoen en het ondertekenen van stukken ten aanzien van aangelegenheden die voortvloeien uit hun functie.

2.

De afdelingshoofden zijn budgethouder voor de hen door de algemeen directeur toegewezen budgetten.

§ 4. Financieel en specifiek mandaat

Artikel 7. Financieel mandaat functionarissen

De functionarissen, genoemd in de bijlage bij dit besluit, wordt binnen hun functionele verantwoordelijkheid mandaat verleend financiële verplichtingen aan te gaan tot de hoogte, zoals beschreven in hoofdstuk 3 van de bijlage bij dit besluit.

Artikel 8. Specifiek mandaat functionarissen

De functionarissen, genoemd in de bijlage bij dit besluit, wordt binnen hun functionele verantwoordelijkheid mandaat verleend de specifieke bevoegdheden, als bedoeld in hoofdstuk 4 van de bijlage bij dit besluit, uit te oefenen door het nemen van besluiten of het geven van adviezen en het afdoen en ondertekenen van stukken ten aanzien van aangelegenheden die voortvloeien uit hun functie.

§ 5. Vervanging bij afwezigheid of verhindering

Artikel 9. Plaatsvervanging bij afwezigheid of verhindering

De vervanging van functionarissen wordt vastgesteld in hoofdstuk 5 van de bijlage bij dit besluit.

§ 6. Slotbepalingen

Artikel 10. Intrekking voorgaand organisatie- en ondermandaatbesluit
1.

Het Organisatie- en ondermandaatbesluit Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed 2017, met inbegrip van de bijbehorende bijlagen, wordt ingetrokken.

2.

Mandaten, volmachten en machtigingen die zijn verleend op grond van het in het eerste lid van dit artikel genoemde besluit en die gelden op de dag voor de inwerkingtreding van dit besluit worden geacht te zijn verleend op grond van dit besluit mits deze bevoegdheid ook in dit besluit zijn grondslag vindt.

Artikel 11. Inwerkingtreding

Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na publicatie in de Staatscourant.

Artikel 12. Citeertitel

Dit besluit kan worden aangehaald als: Organisatie- en ondermandaatbesluit Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed 2023.

Bijlage. bij het Organisatie- en ondermandaatbesluit Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed 2023

Hoofdstuk 1. Directie rijksdienst

De rijksdienst staat onder leiding van een tweehoofdige directie:

Hoofdstuk 2. Afdelingen van de Rijksdienst

Hoofdstuk 3. Financieel mandaat

Hoofdstuk 4. Specifiek mandaat

Het hoofd Juridische zaken wordt mandaat verleend:

Het hoofd Kunstcollecties wordt mandaat verleend:

Het hoofd Roerend Erfgoed wordt mandaat verleend:

Het hoofd Rijkserfgoedlaboratorium wordt mandaat verleend:

Het hoofd Strategie & Internationaal wordt mandaat verleend:

Het hoofd Wettelijke taken wordt mandaat verleend:

Het hoofd Archeologie wordt mandaat verleend:

Het hoofd Informatievoorziening wordt mandaat verleend:

De hoofden van de regio’s Midden-Zuid, Noord-Oost en Noord-West wordt mandaat verleend:

De adviseur bij de regio Midden-Zuid, Noord-Oost of Noord-West wordt mandaat verleend:

De jurist wordt mandaat verleend:

De specialist archeologie wordt mandaat verleend:

De specialist onderwaterbodems wordt mandaat verleend:

Ter zake van aangelegenheden waarin door bovenstaande specifieke mandaten niet wordt voorzien, wordt de bevoegdheid uitgeoefend door de algemeen directeur.

Hoofdstuk 5. Vervanging bij afwezigheid of verhindering

Dit besluit zal met de toelichting worden geplaatst in de Staatscourant en op het intranet en de internetsite van de rijksdienst.