Besluit van 30 oktober 2023, houdende tijdelijke regels voor experimenten met nieuwe stembiljetten (Tijdelijk experimentenbesluit nieuwe stembiljetten)
Op de voordracht van Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties van 17 juli 2023, nr. 2023-0000360559;
Gelet op artikel 3, tweede lid, artikel 4, derde lid, en artikel 16 van de Tijdelijke experimentenwet nieuwe stembiljetten;
De Afdeling advisering van de Raad van State gehoord (advies van 14 september 2023, nr. W04.23.00209/I);
Gezien het nader rapport van Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties van 30 oktober 2023, nr. 2023-0000592650;
Hebben goedgevonden en verstaan:
Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen
Artikel 1. Definities
In dit besluit wordt verstaan onder:
- Experimentenwet: Tijdelijke experimentenwet nieuwe stembiljetten;
Artikel 2. Toepassingsbereik
Dit besluit is van toepassing op een experiment met een nieuw stembiljet als bedoeld in artikel 2, eerste lid, van de Experimentenwet.
Hoofdstuk 2. Het stembiljet
Artikel 3. Het model stembiljet bij het experiment
Bij een experiment wordt een model stembiljet gebruikt, op basis waarvan een kiezer stemt door op het stembiljet eerst de lijst te kiezen waartoe de kandidaat van zijn keuze behoort, en vervolgens het nummer van de kandidaat van zijn keuze op die lijst te kiezen.
Bij een verkiezing van de leden van de Eerste Kamer der Staten-Generaal is het eerste lid van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat in plaats van «de kiezer» wordt gelezen: het statenlid of het kiescollegelid.
Bij ministeriële regeling wordt een model vastgesteld voor het stembiljet, bedoeld in het eerste lid.
Hoofdstuk 3. Experiment met een nieuw stembiljet
Artikel 4. Het aantal stembureauleden
Onverminderd het bepaalde krachtens artikel E 3, derde lid, van de Kieswet en in afwijking van artikel J 12, eerste lid, van de Kieswet, zijn gedurende de stemming steeds ten minste vier leden van het stembureau aanwezig.
Artikel 5. De stemhokjes
In elk stemhokje is een overzicht van de kandidaten, geordend per lijst beschikbaar. Bij ministeriële regeling wordt voor dit overzicht een model vastgesteld.
Bij ministeriële regeling wordt voor de handleiding een model vastgesteld dat afwijkt van het krachtens artikel J 16, derde lid, van de Kieswet vastgestelde model.
Artikel 6. Inrichting van het stemlokaal
In afwijking van artikel J 19 van de Kieswet kunnen bij ministeriële regeling nadere regels worden gesteld betreffende de inrichting van het stemlokaal.
Artikel 7. Het uitbrengen van de stem
In afwijking van artikel J 26, eerste lid, van de Kieswet stemt een kiezer door op het stembiljet:
- 1°. een wit stipje, geplaatst vóór de lijst waartoe de kandidaat van zijn keuze behoort, rood te maken; en vervolgens
- 2°. een wit stipje, geplaatst vóór het nummer van de kandidaat van zijn keuze op die lijst, rood te maken.
Artikel 8. Vergissen bij het invullen van het stembiljet
In afwijking van artikel J 27, eerste lid, tweede volzin, van de Kieswet, verstrekt de voorzitter de kiezer op zijn verzoek ten hoogste tweemaal een nieuw biljet.
Artikel 9. Het beoordelen van de stem
In afwijking van de artikelen N 7, tweede en derde lid, en N 8, eerste lid, van de Kieswet, beslist het stembureau met inachtneming van artikel N 7, eerste lid, van de Kieswet, alsmede met inachtneming van het tweede tot en met vierde lid, over de geldigheid van de stem.
Ongeldig is de stem uitgebracht op een ander stembiljet dan het stembiljet dat krachtens dit besluit mag worden gebruikt.
Voorts is ongeldig de stem die niet als blanco wordt aangemerkt, maar waarbij de kiezer op het stembiljet niet, door het geheel of gedeeltelijk rood maken van zowel het witte stipje, geplaatst vóór een lijst, als het witte stipje, geplaatst vóór het nummer van een kandidaat op die lijst, op ondubbelzinnige wijze heeft kenbaar gemaakt op welke kandidaat hij zijn stem uitbrengt, of waarbij op het stembiljet bijvoegingen zijn geplaatst waardoor de kiezer kan worden geïdentificeerd.
Onverminderd het derde lid geldt een stem als uitgebracht op de eerste kandidaat van een lijst indien:
- a. de kiezer wél het witte stipje, geplaatst vóór een lijst, geheel of gedeeltelijk rood heeft gemaakt, maar geen wit stipje, geplaatst vóór een kandidaatsnummer, geheel of gedeeltelijk rood heeft gemaakt; en
- b. ondubbelzinnig blijkt dat de kiezer niet op een andere kandidaat heeft willen stemmen.
Artikel 10. Opmaken proces-verbaal
Het stembureau maakt in het proces-verbaal aantekening van de reden of redenen van ongeldigheid van een uitgebrachte stem.
Bij ministeriële regeling wordt voor het proces-verbaal een model vastgesteld dat afwijkt van het krachtens artikel N 10, derde lid, van de Kieswet vastgestelde model.
Artikel 11. Controle processen-verbaal door gemeentelijk stembureau
In afwijking van artikel Na 13 van de Kieswet vindt de nieuwe stemopneming plaats met inachtneming van hetgeen bij of krachtens de Kieswet is bepaald ten aanzien van de stemopneming door een stembureau voor zover daarvan niet bij dit besluit wordt afgeweken.
In aanvulling op artikel Na 14, eerste lid, van de Kieswet is artikel 10, eerste lid, van overeenkomstige toepassing.
Bij ministeriële regeling wordt voor het corrigendum een model vastgesteld dat afwijkt van het krachtens artikel Na 14, vijfde lid, van de Kieswet vastgestelde model.
Artikel 12. Centrale stemopneming
In afwijking van artikel Na 19, eerste lid, laatste volzin, beslissen de leden van het gemeentelijk stembureau over de geldigheid van de stem met inachtneming van artikel N 7, eerste lid, van de Kieswet en artikel 9.
Artikel 10, eerste lid, is van overeenkomstige toepassing.
Artikel 13. Proces-verbaal gemeentelijk stembureau
Bij ministeriële regeling kan voor het proces-verbaal van het gemeentelijk stembureau een model vastgesteld worden dat afwijkt van het krachtens artikel Na 31, derde lid, van de Kieswet vastgestelde model.
Artikel 14. Een nieuwe opneming van stembiljetten
Indien op grond van de artikelen P 1e, eerste lid, P 21, eerste lid, of V 4a, eerste lid, van de Kieswet wordt overgegaan tot een nieuwe opneming van de stembiljetten als bedoeld in artikel 3, vindt de beoordeling van de stembiljetten plaats met toepassing van artikel 9.
Artikel 15. Het experiment bij de verkiezing van de leden van de Eerste Kamer der Staten Generaal
Dit hoofdstuk en de daarop berustende bepalingen zijn van overeenkomstige toepassing op de verkiezing van de leden van de Eerste Kamer der Staten-Generaal, met dien verstande dat in plaats van «de kiezer» wordt gelezen: het statenlid.
De artikelen T 4, eerste en derde lid, voor zover het betreft de toepassing van artikel J 27, eerste lid, tweede volzin, en T 8, tweede en derde lid van de Kieswet, zijn niet van toepassing bij een experiment.
Voor de toepassing van artikel 14 wordt in plaats van «de artikelen P 1e, eerste lid, P 21, eerste lid, of V 4a, eerste lid, van de Kieswet» gelezen «de artikelen U 17 of V 4a, eerste lid, van de Kieswet».
Onverminderd artikel Ya 30, derde lid, van de Kieswet vindt de verkiezing van de leden van de Eerste Kamer door de leden van de kiescolleges in Bonaire, Sint Eustatius en Saba plaats overeenkomstig het bepaalde in het eerste tot en met derde lid, met dien verstande dat in plaats van «het statenlid» wordt gelezen: het kiescollegelid.
Artikel 16. Het experiment bij de verkiezing van de leden van het Europees Parlement
Dit hoofdstuk en de daarop berustende bepalingen zijn in aanvulling op artikel Y 2 van de Kieswet van overeenkomstige toepassing op de verkiezing van de Nederlandse leden van het Europees Parlement.
Artikel 17. Logo’s
Bij ministeriële regeling wordt een model vastgesteld voor het verzoek om registratie van een logo.
Op het stembiljet en het overzicht van de kandidaten wordt het logo van een politieke groepering geplaatst, indien:
- a. dat logo is geregistreerd; en
- b. de aanduiding van die groepering boven een lijst is geplaatst.
Op het stembiljet en het overzicht van de kandidaten worden de logo’s van twee of meer politieke groeperingen gezamenlijk geplaatst, indien:
- a. die logo’s zijn geregistreerd; en
- b. boven een lijst een aanduiding staat, gevormd door samenvoeging van geregistreerde aanduidingen of afkortingen daarvan, van deze politieke groeperingen.
Indien op het stembiljet en het overzicht van de kandidaten een aanduiding staat, gevormd door samenvoeging van geregistreerde aanduidingen of afkortingen van twee of meer politieke groeperingen, en niet door al deze politieke groeperingen een logo is geregistreerd, worden bij deze lijst geen logo’s op het stembiljet en het overzicht van de kandidaten geplaatst.
Hoofdstuk 4. Overige bepalingen
Artikel 18. Evaluatie
Onder verantwoordelijkheid van Onze Minister vindt een evaluatie plaats van elk experiment.
De evaluatie heeft tot doel inzicht te verkrijgen in de volgende aspecten:
- a. het aantal ongeldige stemmen en de redenen hiervoor;
- b. de wijze waarop de kiezer zijn stemvoorkeur tot uitdrukking brengt;
- c. de wijze waarop de kiezer zijn keuze bepaalt voor een kandidaat van een lijst met behulp van het overzicht van de kandidatenlijsten;
- d. de waardering van de kiezer omtrent het gemak van het gebruik van het stembiljet in het stemhokje;
- e. de waardering van de kiezer voor het gebruik van het overzicht van de kandidatenlijsten;
- f. de perceptie van de kiezer over de waarborging van zijn stemgeheim;
- g. of en in welke mate het tellen van de stembiljetten is versneld;
- h. of en in welke mate de stembureauleden het tellen van de nieuwe stembiljetten eenvoudiger vinden dan het tellen van de huidige stembiljetten;
- i. de tijd die de kiezer nodig heeft om in het stemhokje zijn keuze te bepalen;
- j. hoe vaak de kiezer zich vergist en om een nieuw stembiljet verzoekt;
- k. de waardering van de kiezer voor de uitleg, de oefenvoorziening en het oefenmateriaal; en
- l. de waardering van de stembureauleden voor het instructiemateriaal.
Bij de evaluatie worden tevens de volgende aspecten in beeld gebracht:
- a. de omstandigheden waaronder het experiment heeft plaatsgevonden;
- b. de kosten van het experiment; en
- c. de organisatorische consequenties voor het verkiezingsproces van het gebruik van het nieuwe stembiljet.
De evaluatie bevat conclusies omtrent de voortzetting van het experiment.
Artikel 19. Inwerkingtreding en verval
Dit besluit treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip.
Dit besluit vervalt met ingang van de dag dat de Experimentenwet vervalt.
Artikel 20. Citeertitel
Dit besluit wordt aangehaald als: Tijdelijk experimentenbesluit nieuwe stembiljetten.
Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.