Besluit van de Minister voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking van 1 november 2023, nr. Min-BuZa.2023.20012-27 tot vaststelling van beleidsregels en een subsidieplafond voor subsidiëring op grond van de Subsidieregeling Ministerie van Buitenlandse Zaken 2006 (Subsidieprogramma Contributing to Peaceful and Safe Societies 2024–2031)

Type Ministeriële regeling
Publication 2023-11-10
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

Gelet op de artikelen 6 en 7 van het Subsidiebesluit Ministerie van Buitenlandse Zaken;

Gelet op de artikelen 2.5 en 2.6, sub d, e, g en h, van de Subsidieregeling Ministerie van Buitenlandse Zaken 2006;

Besluit:

Artikel 1

Voor subsidieverlening op grond van de artikelen 2.5 en 2.6, sub d, e, g en h, van de Subsidieregeling Ministerie van Buitenlandse Zaken 2006 met het oog op de financiering van activiteiten op het gebied van veiligheid voor mensen en gemeenschappen en op het gebied van vredesopbouw en conflictbemiddeling, gelden voor de periode vanaf de datum van inwerkingtreding van dit besluit tot en met 31 december 2031 de als bijlage bij dit besluit gevoegde beleidsregels.

Artikel 2
1.

Voor het in artikel 1 genoemde tijdvak geldt een subsidieplafond van € 200 miljoen.

2.

Meerjarige subsidies worden verleend onder de voorwaarde, bedoeld in artikel 4:34 van de Algemene wet bestuursrecht, dat daarvoor in de daarop betrekking hebbende begroting voldoende middelen ter beschikking worden gesteld.

Artikel 3

Aanvragen voor een subsidie in het kader van Contributing to Peaceful and Safe Societies 2024–2031 worden ingediend vanaf de datum van inwerkingtreding van dit besluit tot en met 21 december 2023 om 11:59 uur a.m. CET, aan de hand van het daartoe door de minister vastgestelde aanvraagformulier en voorzien van de op het aanvraagformulier gevraagde bescheiden.1Het aanvraagformulier wordt geplaatst op http://www.government.nl/ministries/ministry-of-foreign-affairs/decrees/2023/11/09/subsidy-framework-contributing-to-peaceful-and-safe-societies-2024-2031

Artikel 4
1.

De verdeling van het subsidieplafond, bedoeld in artikel 2, vindt plaats op grond van een beoordeling overeenkomstig de maatstaven die in de bijlage bij dit besluit zijn neergelegd, met dien verstande dat uit alle aanvragen die voldoen aan de maatstaven, de aanvragen die daaraan het beste voldoen het eerst voor subsidieverlening in aanmerking komen, binnen het raam van een evenwichtige spreiding als bedoeld in artikel 8, derde lid, sub d, van het Subsidiebesluit Ministerie van Buitenlandse Zaken.

2.

Bij de toepassing van het eerste lid geldt dat ten hoogste vier subsidies worden verleend voor aanvragen op het gebied van veiligheid voor mensen en gemeenschappen, waarvan ten minste twee aanvragen gericht op bescherming van burgers, en ten hoogste zes subsidies voor aanvragen op het gebied van vredesopbouw en conflictbemiddeling, waarvan ten hoogste vier aanvragen gericht op vredesopbouw en ten hoogste twee aanvragen gericht op conflictbemiddeling.

Artikel 5

Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na dagtekening van de Staatscourant waarin het wordt geplaatst en vervalt met ingang van 1 januari 2032, met dien verstande dat het van toepassing blijft op subsidies die voor die tijd zijn verleend.

Bijlage. Subsidiebeleidskader Contributing to Peaceful and Safe Societies 2024–2031

Begrippenlijst

In dit subsidiebeleidskader wordt verstaan onder:

Subsidiebeleidskader Contributing to Peaceful and Safe Societies 2024–2031

1. Inleiding

Dit subsidiebeleidskader hoort bij het Besluit van de Minister voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking van 1 november 2023, nr. Min-BuZa.2023.20012-27 tot vaststelling van beleidsregels en een subsidieplafond voor subsidiëring op grond van de Subsidieregeling Ministerie van Buitenlandse Zaken 2006. Dit subsidiebeleidskader bevat beleidsregels voor het verstrekken van subsidie in het kader van Contributing to Peaceful and Safe Societies 2024–2031.

Nederlandse ontwikkelingssamenwerking is gericht op de West-Afrikaanse Sahel, de Hoorn van Afrika, het Midden-Oosten en Noord-Afrika – regio’s waar zich momenteel enkele van de meest fragiele en door conflict getroffen staten bevinden. Gewelddadige conflicten, fragiliteit en instabiliteit hebben vaak desastreuze en zichzelf versterkende gevolgen. Landen die kampen met ernstige problemen van fragiliteit en instabiliteit blijven ver achter bij het bereiken van duurzame ontwikkeling. Data laat zien dat armoede in toenemende mate geconcentreerd is in fragiele staten: in 2030 zou tot twee derde van de extreem armen in fragiele staten kunnen leven,3Wereldbank: Fragility, Conflict and Violence Overview (worldbank.org) waarbij mensen in kwetsbare en gemarginaliseerde situaties – waaronder vrouwen en jongeren – vaak het hardst worden getroffen. Om deze redenen heeft Nederland zich ten doel gesteld in deze moeilijkste regio's en landen te werken, en bij te dragen aan de opbouw van vreedzame, rechtvaardige en inclusieve samenlevingen in fragiele staten via haar Veiligheid en Rechtsorde (V&R)-beleid en -programmering.

Gedurende de afgelopen jaren zijn er vele lessen geleerd met betrekking tot het werken in fragiele staten en conflictgebieden, en het versterken van de impact van V&R-inzet in deze complexe contexten.4Zie bijvoorbeeld: IOB 2019 Less Pretension, More Realism; Interrogating the evidence base on humanitarian localisation: a literature study; IOB 2023 Inconvenient Realities – An evaluation of Dutch contributions to stability, security and rule of law; en OESO/DAC 2023 Peer Review The Netherlands Hoe kan ontwikkelingssamenwerking effectiever bijdragen aan het voorkomen en oplossen van conflict en instabiliteit? Het belangrijkste is dat evaluaties en studies de noodzaak onderstrepen om realistisch en bescheiden te zijn over de invloedssfeer van Nederlandse V&R-programmering in fragiele staten. Simpel gezegd is het niet realistisch om te verwachten dat er alleen als gevolg van Nederlandse V&R-inspanningen een duurzame vrede zal worden bereikt in bijvoorbeeld de Sahel regio. Duurzame vrede – of in ieder geval het uitblijven van een verdere verslechtering van stabiliteit – is afhankelijk van vele factoren, waarvan de meeste gerelateerd zijn aan internationale, regionale en nationale politieke machtsverhoudingen en belangen die buiten de directe invloedssfeer van het Nederlandse V&R-portfolio liggen. Nederland is een van de vele actoren die zich bezighouden met V&R in dit soort contexten en om die reden is beleidsbeïnvloeding gericht op nationale, regionale en internationale belanghebbenden een integraal onderdeel van het bereiken van de Nederlandse V&R-doelstellingen.

Evaluaties onderstrepen dat de manier waarop V&R-activiteiten zijn opgezet in veel gevallen te top-down en te weinig flexibel is geweest om goed te kunnen inspelen op de complexe en snel veranderende contexten van fragiele staten. V&R-activiteiten – met inbegrip van beleidsbeïnvloeding – zijn in deze situaties het meest relevant en effectief als ze lokaal geleid en adaptief zijn. Bovendien kan de manier waarop beleid en programmering elkaar aanvullen worden verbeterd. Dit kan door versterken van de learning loop waarbij lessen die geleerd worden tijdens de uitvoering van programma’s worden gebruikt voor verdere beleidsontwikkeling, en beleidsveranderingen worden vertaald in programma aanpassingen.

Verder blijkt uit evaluaties dat de financiering van V&R-activiteiten in veel gevallen te gefragmenteerd is geweest: middelen waren te veel versnipperd over een groot aantal kleine en geografisch verspreide activiteiten. Zowel de budgetten als de periode waarin projecten werden uitgevoerd waren te beperkt en sloten niet aan bij de hoge ambities van het V&R-beleid en bij de complexe en dynamische omgevingen waarin ze werden uitgevoerd. Concreet betekent dit dat er scherpere en realistischere doelstellingen moeten worden geformuleerd en dat er meer ruimte moet komen voor lange termijn inzet, waarin leren en tussentijds bijsturen van de inzet een meer prominente rol krijgt.

Wat het beheer van het V&R-portfolio betreft heeft Nederland er bewust voor gekozen om een onderscheid te maken tussen gecentraliseerde en gedecentraliseerde programmering. Om te komen tot betere en meer contextgevoelige resultaten, is diepgaande en grondige landen-specifieke kennis van fragiele staten en conflictgebieden nodig. Daarom heeft Nederland zich ten doel gesteld om ten minste twee derde van het beschikbare V&R-budget naar de Nederlandse ambassades in V&R-focuslanden te delegeren. De ambassades ondersteunen de programmering van dit budget, dat leidt tot landen-specifieke resultaten. Het resterende V&R-budget wordt gebruikt om programma's te ondersteunen die het individuele landenniveau overstijgen. Deze programma’s worden centraal beheerd (vanuit Den Haag) en zijn bij voorkeur meerjarig, hebben een groter budget en leiden tot uitkomsten met een sterke regionale en/of internationale beleidsbeïnvloedende component. Dit zijn programma's die de tijd hebben om effecten te sorteren op het bredere thematische gebied, waardoor de kennis van thematische kwesties en van uitvoeringsmethoden in fragiele staten en conflictgebieden wordt vergroot. Het voorliggende Contributing to Peaceful and Safe Societies subsidieprogramma wordt gefinancierd uit het centrale V&R-budget. De toegevoegde waarde van de toekomstige activiteiten die met behulp van dit subsidieprogramma worden uitgevoerd wordt dan ook gezocht in resultaten die de op landenniveau behaalde resultaten overstijgen, en (in de toekomst) breder toepasbaar zijn (i.e., ook in andere landen).

Het subsidieprogramma is ontwikkeld met de hierboven genoemde lessen in gedachten. Hierin zijn de volgende elementen vernieuwend ten opzichte van eerdere subsidieprogramma’s op het terrein van V&R:

Deze elementen worden verder uitgewerkt in de volgende hoofdstukken.

2. Beleidsachtergrond en doelstelling van het subsidieprogramma

2.1. Beleidsachtergrond

Veiligheid en Rechtsorde (V&R) is een van de speerpunten van het Nederlandse ontwikkelingssamenwerkingsbeleid. Het is een belangrijke bouwsteen voor het bereiken van de hoofddoelen van het Nederlandse ontwikkelingssamenwerkingsbeleid zoals uiteengezet in de Beleidsnota ‘Doen waar Nederland goed in is’ (2022) van de Minister voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking (BHOS). Deze hoofdoelen zijn het aanpakken van grondoorzaken van armoede, terrorisme, irreguliere migratie en klimaatverandering, en het bereiken van de Duurzame Ontwikkelingsdoelen (SDG's)van de VN.5Zie: Policy Document for Foreign Trade and Development Cooperation: Do what we do best | Policy note | Government.nl In lijn met SDG 16 is de overkoepelende doelstelling van het Nederlandse V&R-beleid om bij te dragen aan vreedzame, rechtvaardige en inclusieve samenlevingen door mensen, en groepen in staat te stellen hieraan zelf te werken. De perspectieven en behoeften van mensen, evenals hun empowerment en veerkracht, staan centraal in de V&R-aanpak.6Zie: Theory of Change - Security and Rule of Law (English, January 2023) | Publication | Government.nl, pp.7–8. Nederland werkt hierbij in de gehele conflictcyclus (voor, tijdens en na gewelddadige conflicten) en in situaties van langdurige fragiliteit.

In de beleidsnota ‘Doen waar Nederland goed in is’ wordt een aantal manieren van werken geïdentificeerd waarmee de impact van ontwikkelingsprogramma's kan worden gemaximaliseerd, met name wanneer deze plaatsvinden in fragiele staten en conflictgebieden. Voor het Contributing to Peaceful and Safe Societies subsidieprogramma wordt de nadruk gelegd op twee van deze manieren van werken: lokaal geleide ontwikkeling en adaptieve programmering.

Ten aanzien van lokaal geleide ontwikkeling stelt de beleidsnota dat Nederland streeft naar partnerschappen op basis van gelijkwaardigheid, met meer invloed van zuidelijke organisaties in de opzet en uitvoering van ontwikkelingssamenwerking. Nederland heeft zich internationaal gecommitteerd aan deze agenda.7Zie: Policy Document for Foreign Trade and Development Cooperation: Do what we do best | Policy note | Government.nl, p.39. De V&R Theory of Change (ToC) onderstreept dit verder door te stellen dat het identificeren en aanpakken van de onderliggende oorzaken van conflicten het beste kan worden geleid door mensen en gemeenschappen zelf. De behoeften, ervaringen en ideeën voor het oplossen van problemen van mensen moeten centraal staan in V&R-programmering om de relevantie en effectiviteit van deze inspanningen te versterken.8Zie SRoL ToC: Theory of Change - Security and Rule of Law (English, January 2023) | Publication | Government.nl, pp.21–22.

De beleidsnota stelt ook dat Nederland kiest voor een adaptieve aanpak van werken in fragiele gebieden. Om maximale flexibiliteit te bereiken, zullen programma's modulair worden opgezet, zodat onderdelen snel kunnen worden op- of afgeschaald als de omstandigheden dat vereisen.9Zie: Policy Document for Foreign Trade and Development Cooperation: Do what we do best | Policy note | Government.nl, p.40. De V&R ToC stelt op zijn beurt dat uitvoerende organisaties in de snel veranderende contexten van fragiele staten en conflictgebieden er tijdens de uitvoering achter kunnen komen dat de gekozen aanpak niet meer (voldoende) effectief is en aanpassing vergt. Om aanpassing van strategieën en tactieken mogelijk te maken moet V&R-programmering zorgen voor flexibiliteit, terwijl de focus op de gestelde doelen blijft.10Zie SRoL ToC: Theory of Change - Security and Rule of Law (English, January 2023) | Publication | Government.nl, p.27.

2.2. Doel, thema’s en manier van werken

2.2.1. Doel en beleidsthema’s

Het Contributing to Peaceful and Safe Societies subsidieprogramma beoogt bij te dragen aan het versterken van het bredere beleid en de programmering op het gebied van de volgende twee beleidsthema’s:

A. Veiligheid voor mensen en gemeenschappen 11 Sub-thema 1.i in de SRoL ToC, zie: Theory of Change - Security and Rule of Law (English, January 2023) | Publication | Government.nl, p.10.: Binnen dit beleidsthema richt Nederland zich op het werken met mensen en gemeenschappen die te maken hebben met onveiligheid (veroorzaakt door individuele of georganiseerde, gewapende en ongewapende, statelijke- of niet-statelijke actoren), door hen te ondersteunen bij het toepassen van geweldloze benaderingen van conflictpreventie en -oplossing.

Het Contributing to Peaceful and Safe Societies subsidieprogramma heeft binnen het thema veiligheid voor mensen en gemeenschappen als doel: bij te dragen aan programma’s die de inspanningen van mensen en gemeenschappen ondersteunen om gewelddadige conflictcycli te doorbreken en zo de mate van geweld en angst voor geweld te verminderen. Het gaat bij deze programma’s om:

Voor beide soorten programma’s hecht Nederland aan gender-responsieve en inclusieve veiligheidsmechanismen, geestelijke gezondheid en psychosociale ondersteuning, en de promotie van niet-gewelddadige conflictresolutie-trajecten en -infrastructuren.

B. Vredesopbouw en conflictbemiddeling 12 Sub-thema 3.ii in de SRoL ToC, zie: Theory of Change - Security and Rule of Law (English, January 2023) | Publication | Government.nl, p.20.: De inzet onder dit beleidsthema stelt belanghebbenden in staat bij te dragen aan het handhaven van vrede, zodat het uitbreken, voortduren, escaleren en opnieuw uitbreken van gewelddadige conflicten wordt voorkomen. Het onderwerp geestelijke gezondheid en psychosociale ondersteuning krijgt speciale aandacht in de inspanningen van Nederland op het gebied van vredesopbouw. Deze thematiek is belangrijk voor vertrouwen en sociale cohesie in samenlevingen, welke essentieel zijn voor duurzame vrede.

Het Contributing to Peaceful and Safe Societies subsidieprogramma heeft binnen het thema vredesopbouw en conflictbemiddeling als doel: programma’s te ondersteunen die belanghebbenden in staat stellen om bij te dragen aan conflictpreventie en vredesopbouw, teneinde gewelddadige conflicten te voorkomen en de vrede over het hele vredescontinuüm te ondersteunen. Het gaat bij deze programma’s om:

2.2.2. Manier van werken

Het ontwerp van het Contributing to Peaceful and Safe Societies subsidieprogramma neemt lokaal geleide ontwikkeling en adaptief programmeren als startpunt voor de manier van werken in fragiele staten en conflictgebieden:

Het subsidieprogramma is gericht op het ondersteunen van activiteiten die deze beide manieren van werken toepassen (en verder ontwikkelen) op de onder paragraaf 2.2.1 genoemde beleidsthema’s.

2.2.3. Samenvatting doel

Samengevat zal het Contributing to Peaceful and Safe Societies subsidieprogramma:

Visueel weergegeven ziet de aanpak om bij te dragen aan het doel er als volgt uit:

Het Ministerie van Buitenlandse Zaken benadrukt het belang van leren en innoveren in dit verband. Het is daarom de bedoeling dat aanvragers de subsidie mede gebruiken om: (i) hun methoden voor het aanpakken van de beleidsthema’s veiligheid voor mensen en gemeenschappen, of vredesopbouw en conflictbemiddeling, verder te ontwikkelen; (ii) hun methoden voor het implementeren van een learning loop zowel binnen als tussen beleidsbeïnvloeding en programmeringsactiviteiten op landenniveau (adaptieve programmering) verder te ontwikkelen; en (iii) de mate waarin hun werk (programmering en beleidsbeïnvloeding) lokaal wordt geleid verder te verdiepen.

3. Wat komt voor subsidie in aanmerking

3.1. Subsidiabele activiteiten

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.