Meerjarenregeling Talentontwikkeling 2025–2028 Fonds voor Cultuurparticipatie
gelet op artikel 10, vierde lid van de Wet op het specifiek cultuurbeleid;
gelet op artikel 4:23, eerste lid van de Algemene wet bestuursrecht;
gelet op het Algemeen Subsidiereglement van het Fonds voor Cultuurparticipatie;
met goedkeuring van de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap van 1 november 2022;
en voor de gewijzigde versie op 27 maart 2023;
besluit vast te stellen de Meerjarenregeling Talentontwikkeling 2025–2028 Fonds voor Cultuurparticipatie
Hoofdstuk 1. – Algemene bepalingen
Artikel 1.1. Gebruikte begrippen
- a. Adviescommissie: een interne of externe adviescommissie zoals bedoeld in het Huishoudelijk Reglement van Stichting Fonds voor Cultuurparticipatie;
- b. Actieve cultuurparticipatie: (De sector die zich kenmerkt door) het actief beoefenen van of betrokken zijn bij kunst en cultuur in de vrije tijd door cultuureducatie, co-creatie of amateurkunst;
- c. Activiteit: een specifieke handeling of bezigheid die door de aanvrager wordt geiniteerd en door, of met, de doelgroep (een individu, groep of organisatie) wordt uitgevoerd om een specifieke outcome te bereiken. Denk hierbij aan het brainstorms, repetities, coachingsessies, bijeenkomsten, presentaties etc.;
- d. Algemeen Subsidiereglement: Algemeen Subsidiereglement Fonds voor Cultuurparticipatie 2021;
- a. Amateurkunst: (De sector die zich kenmerkt door) de maken van kunst door individuen of groepen op een niet-professioneel niveau. Het betreft hier per definitie geen co-creatie;
- e. Caribisch deel van het Koninkrijk: de landen Aruba, Curaçao, Sint-Maarten en de drie openbare lichamen Bonaire, Sint-Eustatius en Saba;
- f. Co-creatie: (De sector die zich kenmerkt door) de methoden en benaderingen waarbij individuen, groepen of gemeenschappen actief en gelijkwaardig betrokken zijn bij besluitvorming, beleidsvorming of projectuitvoering, met als resultaat de vorming en evolutie van de cultuur van een samenleving, inclusief de taal, tradities, kunst, debat en andere culturele aspecten. Het betreft hier per definitie geen amateurkunst;
- g. Concours: een festival met een wedstrijdelement;
- h. Culturele codes: de Code Diversiteit & Inclusie, de Fair Practice Code en de Governance Code Cultuur;
- i. Culturele instelling: een instelling die zich inzet binnen de kunst en/of cultuur sector en zich alszodanig heeft kenbaar gemaakt bij de inschrijving bij de Kamer van Koophandel of soortgelijke organisatie;
- j. Cultuur: (De sector die zich kenmerkt door) het dynamische geheel van normen, waarden, tradities, regels, kunstuitingen, erfgoed, identiteiten enz. van een volk, gemeenschap of groep die tot stand komen door sociale en artistieke processen;
- k. Effect: zie ‘outcome’;
- l. Europees Nederland: Nederland, zonder de drie openbare lichamen Bonaire, Sint-Eustatius en Saba;
- m. Fonds: stichting Fonds voor Cultuurparticipatie;
- n. Festival: Een samenhangend publiekelijk programma (incl. concoursen en manifestaties) dat, gedurende een in de tijd beperkte periode en niet vaker dan één keer per jaar, onder een gemeenschappelijke noemer plaatsvindt. Dit programma heeft als doel de presentatie en uitwisseling van (inter)nationale kunst, cultuur en erfgoed, om zo bij te dragen aan kennisontwikkeling voor de relevante Nederlandse sector;
- o. Instelling: Rechtspersoonlijkheid zonder winstoogmerk, bijvoorbeeld een stichting of vereniging. Overheden en eenmanszaken zijn hier per definitie uitgesloten;
- p. Instrument: een materiëel of immateriëel middel, methodiek of systeem dat binnen een project wordt gebruikt om activiteiten en processen herhaaldelijk uit te voeren, zoals bijvoorbeeld een muziekinstrument, het planningsdocument, een digitale platform of hoorversterkers;
- q. Koninkrijk der Nederlanden: Nederland, Aruba, Curaçao, Sint-Maarten en de openbare lichamen Bonaire, Sint-Eustatius en Saba;
- r. Kunst: (De sector die zich kenmerkt door) de materiele of immateriele uitingen binnen of rondom geformaliseerde disciplines, elk met zijn eigen geformaliseerde technieken, tradities en kenmerken, zoals erfgoed, film, podiumkunsten, beeldende kunsten, letteren, vormgeving, architectuur, digitale cultuur etc.;
- s. Meerjarige subsidie: subsidie van het Fonds die wordt toegekend aan instellingen om te werken aan zijn eigen rol en functie in het stelsel, middels een of meerdere programma's zoals in de aanvraag omschreven en die doelgericht zijn en bijdragen aan het realiseren van de subsidiedoelstellingen van het fonds;
- t. Ministerie van OCW: Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap;
- u. Nederland: Europees Nederland en de openbare lichamen Bonaire, Sint-Eustatius en Saba;
- v. Onderwijs: (de sector die zich kenmerkt door) de georganiseerde communicatie van niet-incidentele aard met als doel overdracht van kennis, vermeerdering van inzicht en/of aanleren van vaardigheden. Specifiek spreken we over het primair onderwijs, voortgezet onderwijs, middelbaarberoepsonderwijs, hoger onderwijs, speciaal en wetenschappelijk onderwijs;
- w. Proces: het bedenken, onderzoeken, experimenteren, herzien en verfijnen van activiteiten en instrumenten, waarbij een voortdurende dialoog tussen ideeën en realisatie ontstaat om een specifieke outcome te bereiken;
- x. Professional: een individu die (1) ten minste een part-time aanstelling een organisatie heeft, (2) vakbekwaam is geacht door af te studeren aan een erkende opleiding, (3) als zelfstandige ten minste drie jaar als ondernemer inschreven staat bij de Belastingdienst en Kamer van Koophandel, of een vergelijkbare organisatie of (4) financiering ontvangen van op professionals gerichte instanties zoals Rijkscultuurfondsen;
- y. Regeling: Een subsidieregeling van het fonds, zoals gepubliceerd in de Staatscourant en op de eigen website, waarbinnen aanvragen gehonoreerd kunnen worden met een subsidie;
- z. Sector: Een deel van de maatschappij waarin vergelijkbare of verwante processen worden ondernomen door een scala aan actoren, zoals instellingen, overheidsinstanties, non-profitorganisaties, bedrijven en individuen. Deze processen kunnen variëren van productie en distributie tot dienstverlening en beleidsvorming;
- aa. Subsidie: Een financiële bijdrage of toekenning van middelen door het fonds aan een aanvrager op basis van een gehonoreerde aanvraag;
- bb. Outcome: Het (on)verwachte en (on)zichtbare effect van bepaalde activiteiten, processen of programma’s die zich laat kenmerken door de verandering die is opgetreden. Idealiter is de outcome kwalitatief of kwantatief meetbaar om te kunnen beoordelen of en hoe er wordt bijgedragen aan het behalen van bepaalde doelstellingen van de aanvrager of de subsidieregeling van het fonds;
- cc. Output: de kwantitatieve uitkomsten van gerealiseerde activiteiten, processen en/of instrumenten;
- dd. Talent: een amateur, vanaf acht jaar oud, die (1) een sterke behoefte heeft om zichzelf te ontwikkeling in het maken van kunst met de ambitie om professional te worden, en/of (2) die door een talentontwikkelinstelling erkent wordt als talent;
- ee. Talentontwikkelaar: een organisatie die primair gericht is op talentontwikkeling in de amateurkunst in Nederland;
- ff. Talentontwikkeling: (De sector die zich kenmerkt door) projecten gericht op het herkennen, selecteren, begeleiden en ontwikkelen van talent. Deze projecten bereiden talenten voor op eventuele deelname aan het kunstvakonderwijs, of zijn onderdeel van een alternatieve opleidingsroute richting het zijn van een professional;
- gg. Website van het Fonds: www.cultuurparticipatie.nl.
Artikel 1.2. Doel van de regeling
Het Fonds verstrekt in de periode 2025–2028 meerjarige stimuleringssubsidies. Het doel van deze subsidies is het duurzaam versterken van de kwaliteit van talentontwikkeling. Dit vergroot de kansengelijkheid van amateurs om zich te ontwikkelen richting een professionele praktijk, ongeacht hun achtergrond, kunstvorm, culturele stroming of voorkeur zich via informele netwerken en wegen te ontwikkelen. Manieren om dat te doen kunnen ontwikkelinstellingen of het organiseren van festivals zijn.
Artikel 1.3. Subsidieperiode
Subsidie in het kader van deze regeling wordt verstrekt voor de kalenderjaren 2025 tot en met 2028.
Artikel 1.4. Subsidieplafond
Het subsidieplafond staat in de hoofdstukken 4 en 5 vermeld. Het Fonds kan besluiten het subsidieplafond te wijzigen, onder andere met betrekking tot de hoogte, tijdvakken, thema’s, doelgroepen en regio’s. Wijzigingen van het subsidieplafond worden gepubliceerd op de website van het Fonds.
Artikel 1.5. Aantal aanvragen
Een aanvrager kan slechts voor een van de hoofdstukken 4 of 5 een aanvraag indienen. Het is niet mogelijk om voor zowel de Meerjarenregeling Talentontwikkeling als voor de Meerjarenregeling Co-creatie een aanvraag te doen.
Artikel 1.6. Maximale bijdrage van het Fonds
- a. Voor aanvragers uit Europees Nederland draagt het Fonds maximaal 50% van de totale lasten bij.
- b. Voor aanvragers uit het Caribisch deel van het Koninkrijk draagt het Fonds maximaal 80% van de totale lasten bij.
- c. De bijdrage van het Fonds ligt altijd tussen het gestelde minimum- en maximumbedrag, zoals vastgelegd in artikelen 4.4en 5.4 van deze regeling.
Hoofdstuk 2. – Voorwaarden en weigeringsgronden
Artikel 2.1. Culturele codes
De aanvrager is verplicht om de Governance Code Cultuur, de Fair Practice Code en de Code Diversiteit & Inclusie te onderschrijven en toe te passen, op een wijze die ten minste voldoet aan de volgende bepalingen:
-
- Voor de Governance Code Cultuur geldt dat de aanvrager aantoont:
- a. hoe de principes uit de code worden toegepast;
- b. hoe de bij de code behorende aanbevelingen worden opgevolgd;
- c. dat er sprake is van een scheiding tussen toezicht, bestuur en uitvoering, in die zin dat:
- i. als er sprake is van een raad van toezichtmodel: een raad van toezicht van ten minste drie leden;
- ii. als er sprake is van een bestuursmodel: een bestuur van ten minste drie bestuurders;
- d. dat de leden van de raad van toezicht of de toezichthoudende bestuurders geen onderdeel uitmaken van de begroting, behalve daar waar het gaat om de reguliere bezoldiging van deze toezichthouders;
- e. te reflecteren op de rol van toezichthouder ten aanzien van sociale veiligheid in de organisatie.
-
- Voor de Fair Practice Code geldt dat de aanvrager aantoont:
- a. hoe de principes uit de code worden toegepast en wat de ambities zijn. De aanvrager reflecteert daarop in de jaarlijkse verantwoording;
- b. dat de honorering fair pay is. Dit kan door aan te tonen dat aangesloten wordt bij de bestaande collectieve afspraken over honorering, zoals de meest voor de hand liggende CAO en/of de sociale dialoog tussen werkgevers of opdrachtgevers en werknemers of opdrachtnemers;
- c. te reflecteren op de rol die de organisatie inneemt in het werken aan fair chain: hoe kan de organisatie voorbeeldstellend zijn in de eigen omgeving?
-
- Voor de Code Diversiteit & Inclusie geldt dat de aanvrager aantoont:
- a. hoe de principes uit de code worden toegepast;
- b. dat in voortgangsgesprekken de voortgang en monitoring wordt toegelicht.
Artikel 2.2. Weigeringsgronden
Het Fonds weigert in ieder geval subsidie als voor hetzelfde programma in dezelfde periode reeds subsidie is of zal worden verleend:
- a. op grond van de regeling op het specifiek cultuurbeleid;
- b. door het Fonds; of
- c. door een van de andere Rijkscultuurfondsen.
Subsidie kan worden geweigerd op basis van inhoudelijke gronden, of als:
- a. als de aanvraag onvoldoende concreet is met betrekking tot de te bereiken outcome en resultaten en de activiteiten die daartoe leiden;
- b. de aanvrager geen rechtspersoon met volledige rechtsbevoegdheid is;
- c. de aanvrager in de voorgaande jaren niet heeft voldaan aan een of meer aan een subsidie verbonden voorwaarden of verplichtingen, waaronder in elk geval vallen het juist en tijdig afronden van de gesubsidieerde activiteiten, het tijdig melden van relevante veranderingen in de uitvoering en het juist en tijdig verantwoorden van de activiteiten;
- d. de aanvrager in de aanvraag niet verklaart de volgende codes te onderschrijven: Fair Practice Code, Governance Code Cultuur en Code Diversiteit & Inclusie zoals hierboven toegelicht in artikel 2.1 van deze regeling;
- e. de aanvraag niet aansluit bij het doel van de regeling;
- f. de aanvraag primair gericht is op activiteiten die plaatsvinden binnen het onderwijs;
- g. de aanvraag gericht is op activiteiten die kunnen worden aangemerkt als reguliere activiteiten van een lokale of regionale kunsteducatie-instelling;
- h. er sprake is van de (overige) in artikel 4:35 Algemene wet bestuursrecht opgenomen weigeringsgronden;
- i. het aangevraagde bedrag niet ligt binnen het gestelde minimum- en maximumbedrag zoals gesteld in artikel 4.4 en 5.4.
Hoofdstuk 3. – Aanvraagprocedure en verantwoording
Artikel 3.1. De aanvraagprocedure
Een aanvraag wordt ingediend via het digitale systeem Mijn Fonds, dat bereikbaar is via de website van het Fonds.
Een aanvraag bestaat in ieder geval uit de volgende documenten:
- •. Het digitale aanvraagformulier;
- •. Een inhoudelijk plan voor de jaren 2025–2028;
- •. Begroting 2025–2028;
- •. Bijlagen specifiek per onderdeel.
Een onvolledige aanvraag wordt niet in behandeling genomen totdat de aanvraag volledig is. Het moment dat de aanvraag volledig is, wordt beschouwd als het moment waarop de aanvraag is ingediend.
Zoals vermeld in artikel 4, achtste lid, van het Algemeen Subsidiereglement kunnen aanvragers gevestigd in het Caribisch deel van het Koninkrijk de kosten voor het omwisselen van valuta voor het uitvoeren van het project opnemen in de subsidieaanvraag.
Artikel 3.2. Indiening aanvraag
Aanvragen kunnen vanaf 1 december 2023, 13:00 Amsterdamse tijd worden ingediend en dienen voor 31 januari 2024, 16:00 Amsterdamse tijd door het Fonds te zijn ontvangen.
Het Fonds beslist gelijktijdig over alle aanvragen. Dit doet het Fonds op basis van een vergelijking van hun geschiktheid om bij te dragen aan de doelstellingen van deze regeling. De beoordeling van die geschiktheid wordt door de adviescommissie uitgevoerd, zoals bedoeld in artikel 3.3.
Een te laat ingediende aanvraag wordt niet in behandeling genomen.
Artikel 3.3. Beoordeling
Aanvragen die volledig en op tijd zijn ingediend en voldoen aan de voorwaarden van de regeling, worden voor advies voorgelegd aan een adviescommissie.
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.