Regeling Cultuureducatie met Kwaliteit 2025–2028

Type ZBO-regeling
Publication 2023-11-23
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

gelet op artikel 10, vierde lid van de Wet op het specifiek cultuurbeleid;

gelet op artikel 4:23, eerste lid van de Algemene wet bestuursrecht;

gelet op het Algemeen Subsidiereglement van het Fonds voor Cultuurparticipatie;

met goedkeuring van de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap van 13 november 2023;

besluit:

vast te stellen de: Regeling Cultuureducatie met Kwaliteit 2025–2028 Fonds voor Cultuurparticipatie

Hoofdstuk 1. – Algemene bepalingen

Artikel 1.1. Gebruikte begrippen
Artikel 1.2. Doel van de regeling

Het Fonds verstrekt in de periode 2025–2028 meerjarige stimuleringssubsidies. Het doel van deze subsidies is het duurzaam versterken van de kwaliteit van cultuureducatie, onder andere door middel van intensieve samenwerking tussen onderwijs en de culturele sector. Deze samenwerking is gebaseerd op een onderwijskundige visie op cultuureducatie, vergroot de kansengelijkheid van kinderen en jongeren en stelt de culturele ontwikkeling van leerlingen en studenten centraal.

Artikel 1.3. Subsidieperiode

Subsidie wordt verstrekt voor een periode van vier kalenderjaren, namelijk van 2025 tot en met 2028.

Artikel 1.4. Subsidieplafond en beschikbare bedragen
1.

Het subsidieplafond voor het totaal van de aanvragen is € 15.231.238 per kalenderjaar.

2.

Voor aanvragen van penvoerders uit de provincies en gemeenten is per kalenderjaar beschikbaar:

3.

Het aantal inwoners van een provincie of gemeente wordt voor de volledige looptijd van de regeling vastgesteld op basis van de CBS-gegevens van 1 januari 2023.

4.

Subsidie wordt verleend onder voorbehoud van verstrekking van de bijbehorende middelen door de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap.

Artikel 1.5. Matching met provincie en gemeente
1.

De aan het Fonds gevraagde subsidie bedraagt de som van het aantal inwoners per provincie of gemeente, vermenigvuldigd met € 0,85 per jaar. Indien er gerekend wordt met de som van het aantal inwoners per provincie worden de gemeenten of regio's die zelfstandig penvoerderschap voeren niet meegerekend. Het bedrag wordt gematcht door de provincie of gemeente.

2.

In afwijking van het eerste lid kan in bijzondere gevallen worden afgeweken van het bedrag. In de intentieverklaring maken het Rijk en de matchende overheden hier dan een afspraak over.

3.

De subsidie van het Fonds bedraagt nooit meer dan 100% van de bijdrage afkomstig van provincie of gemeente.

4.

Het door provincie of gemeente gematchte bedrag mag niet afkomstig zijn uit de onderwijsmiddelen die scholen van het Rijk ontvangen. Ook kunnen de middelen die verbonden zijn aan de Brede Specifieke Uitkering of het programma School en Omgeving niet als matching worden opgevoerd.

5.

Het door provincie of gemeente gematchte bedrag mag mede worden gefinancierd door andere partners.

Hoofdstuk 2. – Weigeringsgronden en voorwaarden

Artikel 2.1. Weigeringsgronden
1.

Het Fonds weigert in ieder geval subsidie als voor dezelfde activiteiten in dezelfde periode reeds subsidie is of zal worden verleend:

2.

Subsidie kan worden geweigerd op basis van inhoudelijke gronden, of

Artikel 2.2. Voorwaarden
1.

De aanvrager dient aan te tonen dat hij in 2020, 2021 en 2022 subsidie heeft ontvangen van de lokale overheid, tenzij dit reeds bekend is bij het Fonds.

2.

De aanvrager die niet kan voldoen aan het bepaalde in het eerste lid, kan desondanks een aanvraag indienen als de aanvrager:

Artikel 2.3. Aanvullende voorwaarden
1.

De penvoerder, scholen en culturele instellingen zijn verplicht samen te werken met een of meerdere instellingen voor hoger onderwijs.

2.

Alleen als een penvoerder, naar het oordeel van het Fonds, voldoende gemotiveerd kan toelichten dat een samenwerking met een instelling voor hoger onderwijs redelijkerwijs niet haalbaar is, kan het Fonds ertoe overgaan de in het eerste lid bedoelde samenwerking niet verplicht te stellen.

Artikel 2.4. Beperking

Een instelling die op basis van deze regeling subsidie ontvangt, kan voor de activiteiten waarop die subsidie betrekking heeft, in de periode waarop die subsidie betrekking heeft, geen aanspraak maken op subsidie voor deze activiteiten op basis van andere regelingen van het Fonds.

Hoofdstuk 3. – De aanvraag

Artikel 3.1. De aanvrager

Een aanvraag voor een meerjarige subsidie kan uitsluitend worden ingediend door een culturele instelling gevestigd in Europees Nederland.

Artikel 3.2. Waarvoor kan worden aangevraagd
1.

Een aanvraag voor meerjarige subsidie wordt ingediend voor het organiseren van het duurzaam versterken van de kwaliteit van cultuureducatie, onder andere door middel van intensieve samenwerking tussen onderwijs en de culturele sector. De samenwerking is gebaseerd op een onderwijskundige visie op cultuureducatie, vergroot de kansengelijkheid van kinderen en jongeren en stelt de culturele ontwikkeling van de leerling en student centraal. Het doel wordt gerealiseerd door middel van:

2.

Subdoelen, en daarmee facultatief na te streven, zijn de volgende:

Artikel 3.3. Beoordelingscriteria
1.

Aanvragen worden beoordeeld aan de hand van de volgende criteria:

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.