← Geldende tekst · Geschiedenis

Regeling van de Minister van Infrastructuur en Waterstaat, van 16 november 2023, nr. IENW/BSK-2023/60021, houdende regels voor toekenning van specifieke uitkeringen in verband met specifieke afspraken voor slim, veilig, doelmatig en duurzaam gebruik van infrastructuur (Tijdelijke stimuleringsregeling slim, veilig, doelmatig en duurzaam gebruik van mobiliteitsinfrastructuur 2023–2027)

Geldende tekst a fecha 2023-11-25

Gelet op artikel 4, eerste en tweede lid, juncto artikel 3, eerste lid, aanhef en onderdelen a, b, d en f, en artikel 5, aanhef en onderdelen a tot en met f, van de Kaderwet subsidies I en M;

BESLUIT:

Artikel 1. Begripsbepalingen

In deze regeling wordt verstaan onder:

Artikel 2. Doel van de regeling

Deze regeling heeft tot doel het stimuleren van het nemen van maatregelen die slimmer, veiliger, doelmatiger en duurzamer gebruik van mobiliteitsinfrastructuur beogen te bevorderen.

Artikel 3. Activiteiten waarvoor een specifieke uitkering kan worden verstrekt
1.

Met het oog op het in artikel 2 genoemde doel kan de minister op aanvraag een specifieke uitkering verstrekken voor:

2.

De activiteiten, bedoeld in het eerste lid, maken deel uit van een maatregel of maatregelenpakket waarover in een afsprakenlijst afspraken over de financiering zijn gemaakt en voldoen aan de volgende criteria:

Artikel 4. Kosten die in aanmerking komen voor een specifieke uitkering
1.

Voor een specifieke uitkering komen in aanmerking:

tot een maximum bedrag dat is vastgesteld in de afsprakenlijst van het betreffende bestuurlijke overleg.

2.

Kosten die voor de inwerkingtreding van deze regeling zijn gemaakt en deel uit maken van een maatregel of maatregelenpakket waarover in een Bestuurlijk Overleg dat heeft plaatsgevonden in 2022 of 2023 afspraken zijn gemaakt kunnen voor een specifieke uitkering in aanmerking komen.

Artikel 5. Kosten die niet in aanmerking komen voor een specifieke uitkering

Voor een specifieke uitkering komen niet in aanmerking:

Artikel 6. Uitkeringsplafond en wijze van verdelen
1.

De minister stelt per kalenderjaar een uitkeringsplafond vast.

2.

De verdeling van de beschikbare middelen in een kalenderjaar vindt plaats overeenkomstig de afspraken die hierover zijn gemaakt in het kader van een Bestuurlijk Overleg.

3.

In afwijking van het eerste lid stelt de minister een uitkeringsplafond vast voor de periode vanaf inwerkingtreding van deze regeling tot en met 31 december 2024.

Artikel 7. Hoogte specifieke uitkering
1.

De hoogte van de specifieke uitkering die voor de activiteiten, bedoeld in artikel 3, beschikbaar is, wordt vastgesteld overeenkomstig de afspraken die hierover zijn gemaakt in het kader van een Bestuurlijk Overleg.

2.

Een specifieke uitkering bedraagt niet meer dan het overeenkomstig het eerste lid vastgestelde bedrag verminderd met de omzetbelasting over de kosten, bedoeld in artikel 4, die in aanmerking komt voor compensatie op grond van de Wet op het BTW-compensatiefonds.

Artikel 8. Begrotingsvoorbehoud

Specifieke uitkeringen die worden verleend ten laste van een begroting die nog niet is vastgesteld, worden verleend onder de voorwaarde, bedoeld in artikel 4:34 van de Algemene wet bestuursrecht.

Artikel 9. Aanvraag tot verlening specifieke uitkering
1.

Een aanvraag tot verlening van een specifieke uitkering kan worden ingediend door een gemeente, een provincie, de Vervoerregio Amsterdam of Metropoolregio Rotterdam Den Haag waarmee afspraken zijn gemaakt in het kader van een Bestuurlijk Overleg over de financiering van maatregelen of maatregelpakketten met betrekking tot activiteiten als bedoeld in artikel 3, eerste lid.

2.

Een aanvraag om een specifieke uitkering wordt uiterlijk ingediend:

3.

Een aanvraag gaat in ieder geval vergezeld van:

4.

De aanvraag wordt ingediend met gebruikmaking van een door de minister ter beschikking gesteld digitaal formulier.

5.

In afwijking van het tweede lid wordt een aanvraag tot verlening van een specifieke uitkering die voortvloeit uit afspraken die zijn gemaakt in het kader van het Bestuurlijk Overleg dat heeft plaatsgevonden in 2022 of 2023 uiterlijk twaalf weken na de publicatie van deze regeling in de Staatscourant ingediend.

Artikel 10. Afwijzingsgronden

De minister beslist afwijzend op een aanvraag tot verlening van een specifieke uitkering indien:

Artikel 11. Verlening specifieke uitkering
1.

Op de aanvraag tot verlening van een specifieke uitkering beslist de minister binnen dertien weken na ontvangst.

2.

Indien een beschikking niet binnen de termijn, genoemd in het eerste lid, kan worden gegeven, kan deze termijn eenmaal met eenzelfde termijn worden verlengd. De minister doet hiervan terstond mededeling aan de aanvrager.

3.

Een beschikking tot verlening van een specifieke uitkering vermeldt in ieder geval:

4.

De minister kan in de beschikking bepalen dat het bedrag van de specifieke uitkering bij de vaststelling daarvan of tussentijds wordt geïndexeerd volgens de Index Bruto Overheidsinvesteringen, zoals geraamd in het Centraal Economisch Plan van het Centraal Planbureau, voor zover deze indexatie door de Minister van Financiën aan de minister is toegekend.

5.

Het bedrag van de specifieke uitkering, genoemd in het derde lid, onderdeel b, wordt niet geïndexeerd, tenzij dat in de beschikking tot verlening is vastgelegd.

Artikel 12. Voorschotverlening
1.

De minister kan bij een beschikking tot verlening van een specifieke uitkering besluiten tot het verstrekken van een voorschot.

2.

De hoogte van het voorschot, de termijnen waarin het wordt uitbetaald en het tijdstip van uitbetaling worden in de beschikking bepaald.

Artikel 13. Verplichtingen ontvanger
1.

De ontvanger besteedt de specifieke uitkering uitsluitend aan de activiteiten waarvoor de specifieke uitkering wordt verleend.

2.

De activiteiten waarvoor een specifieke uitkering is verleend, worden afgerond uiterlijk op het tijdstip dat in de beschikking tot verlening van een specifieke uitkering is aangegeven.

3.

De ontvanger doet onverwijld schriftelijke mededeling aan de minister zodra het aannemelijk is dat er een activiteit waarvoor een specifieke uitkering is verleend niet, niet tijdig of niet geheel zal worden verricht of niet, niet tijdig of niet geheel aan de aan de specifieke uitkering verbonden verplichtingen zal worden voldaan.

4.

De ontvanger van een specifieke uitkering werkt mee aan een door de minister ingesteld evaluatieonderzoek ten behoeve van een verslag over de doeltreffendheid en de effecten van de specifieke uitkering in de praktijk als bedoeld in artikel 4:24 van de Algemene wet bestuursrecht.

5.

Bij een beschikking tot verlening van een specifieke uitkering kan de minister nadere verplichtingen opleggen die strekken tot verwezenlijking van het doel van de specifieke uitkering.

Artikel 14. Verantwoording

Verantwoording over de besteding van een specifieke uitkering vindt plaats op de wijze die is bepaald in artikel 17a van de Financiële-verhoudingswet.

Artikel 15. Vaststelling specifieke uitkering

De minister stelt de specifieke uitkering vast uiterlijk op 31 december van het jaar waarin de activiteiten waarvoor de uitkering is verleend, volledig zijn uitgevoerd, de laatste verantwoording, bedoeld in artikel 14, heeft plaatsgevonden en volledig is voldaan aan de verplichtingen, bedoeld in artikel 13.

Artikel 16. Terugvordering

De minister kan onverschuldigd betaalde uitkeringsbedragen of voorschotten terugvorderen voor zover na de dag waarop de beschikking waarin de uitkering is vastgesteld is bekendgemaakt nog geen vijf jaren zijn verstreken.

Artikel 17. Evaluatie

De minister publiceert voor 31 december 2028 een verslag over de doeltreffendheid en de effecten van de specifieke uitkering in de praktijk.

Artikel 18. Inwerkingtreding en vervaldatum
1.

Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.

2.

Deze regeling vervalt met ingang van 1 oktober 2028, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op:

Artikel 19. Citeertitel

Deze regeling wordt aangehaald als: Tijdelijke stimuleringsregeling slim, veilig, doelmatig en duurzaam gebruik van mobiliteitsinfrastructuur 2023–2027.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.