Regeling Vierjarige instellingssubsidie creatieve industrie 2025–2028
gelet op artikel 10, vierde lid van de Wet op het specifiek cultuurbeleid, besluit vast te stellen de navolgende regeling, houdende regels voor het verstrekken van vierjarige instellingssubsidies aan instellingen ter bevordering van de kwaliteit van de creatieve industrie.
Hoofdstuk 1. Begripsbepalingen
Artikel 1. Taakopvatting van het Stimuleringsfonds Creatieve Industrie
Het is de taak van het Stimuleringsfonds om, vanuit het culturele perspectief, de rijke ontwerptraditie die Nederland heeft te continueren en te vernieuwen door het proces van experimenteren, onderzoeken en maken te stimuleren en goed opdrachtgeverschap te bevorderen.
Het Stimuleringsfonds Creatieve Industrie verstrekt, in overeenstemming met zijn statuten en volgens bepalingen vastgesteld in de wet en subsidieregelingen, subsidies aan natuurlijke personen en rechtspersonen die bijdragen aan het bevorderen van hoogwaardige kwaliteit, ontwikkeling en professionalisering van de hedendaagse creatieve industrie binnen het Koninkrijk.
Artikel 2. Begrippen
De in deze regeling gehanteerde begrippen hebben dezelfde betekenis als in de Regeling op het specifiek cultuurbeleid, daarbij wordt verstaan onder:
-
- Het fonds: het Stimuleringsfonds Creatieve Industrie;
-
- Het bestuur: de directeur-bestuurder van het Stimuleringsfonds Creatieve Industrie, als bedoeld in artikel 5 van de statuten;
-
- Regeling: Regeling Vierjarige instellingssubsidie creatieve industrie 2025–2028
-
- Creatieve industrie: het werkterrein van de ontwerpende disciplines vormgeving, architectuur en digitale cultuur, inclusief mogelijke cross-overs tussen deze disciplines;
-
- Koninkrijk: het Koninkrijk der Nederlanden, bestaande uit de landen Nederland, Aruba, Curaçao en Sint-Maarten en de openbare lichamen Bonaire, Sint-Eustatius en Saba;
-
- Culturele instelling: een non-profit-, privaatrechtelijke rechtspersoon met een ondersteunende, producerende of initiërende functie binnen de creatieve industrie zoals een lab of werkplaats, platform of presentatieplek;
-
- Aanvrager: een instelling die een subsidieaanvraag doet bij het Stimuleringsfonds Creatieve Industrie;
-
- Kerntaak: de primaire activiteiten die bijdragen aan het realiseren van de doelstellingen van de instelling;
-
- Rijkscultuurfondsen: Fonds Podiumkunsten, Nederlands Filmfonds, Nederlands Letterenfonds, Mondriaan Fonds, Fonds Cultuurparticipatie, Stimuleringsfonds Creatieve Industrie;
-
- Eigen inkomsten: onder eigen inkomsten worden in deze regeling de volgende in de jaarrekening aan de batenkant van de exploitatierekening terug te vinden baten verstaan:
- a. Publieksinkomsten;
- b. Overige inkomsten, namelijk: Onder eigen inkomsten worden in elk geval niet begrepen de volgende baten:
-
- Directe opbrengsten in de vorm van sponsorinkomsten;
-
- Indirecte opbrengsten;
-
- Overige bijdragen.
-
- Subsidies die zijn verstrekt door een bestuursorgaan;
-
- Overige bijdragen uit publieke middelen;
-
- Rentebaten;
-
- Bijdragen in natura, waaronder kapitalisatie van eigen uren;
-
- apitalisatie van vrijwilligers;
-
- Waardering vrijkaarten;
-
- Overige baten die geen relatie hebben met cultureel ondernemerschap.
Hoofdstuk 2. Algemene bepalingen
Artikel 3. Reikwijdte en doelstelling
Het Stimuleringsfonds Creatieve Industrie kan op grond van deze regeling vierjarige subsidies verstrekken aan culturele instellingen en organisaties binnen het Koninkrijk, die vanuit hun kerntaak met een activiteitenplan bijdragen aan de hoogwaardige kwaliteit, ontwikkeling en professionalisering van de hedendaagse creatieve industrie binnen het Koninkrijk.
Met deze regeling wordt invulling gegeven aan de onderstaande beleidsdoelstellingen van het Stimuleringsfonds Creatieve Industrie:
- a. Bevorderen van (de ontwikkeling van) ontwerpkwaliteit;
- b. Bevorderen van de inzet van ontwerpkracht bij grote maatschappelijke opgaven;
- c. Bevorderen van een gezonde en vernieuwende ontwerpinfrastructuur;
- d. Stimuleren van experiment, onderzoek, reflectie en debat;
- e. Bevorderen van talentontwikkeling;
- f. Versterken van de internationale samenwerking binnen de diverse ontwerpdisciplines.
Artikel 4. Subsidievormen
Een aanvrager kan op grond van deze regeling subsidie aanvragen binnen de volgende categorieën:
- a. Categorie I: bedoeld voor vierjarige subsidies aan culturele instellingen met een subsidiebehoefte van € 275.000,00 per kalenderjaar tot maximaal € 550.000,00 per kalenderjaar;
- b. Categorie II: bedoeld voor vierjarige subsidies aan culturele instellingen met een subsidiebehoefte van € 125.000,00 per kalenderjaar tot maximaal € 275.000,00 per kalenderjaar.
Artikel 5. Subsidieplafond
Een subsidie wordt altijd verleend onder de voorwaarde dat door het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap voldoende gelden aan het Stimuleringsfonds ter beschikking worden gesteld.
Het bestuur stelt bij bestuursbesluit de subsidieplafonds vast voor categorie I en II.
De besluiten zoals bedoeld in het tweede lid worden bekendgemaakt op de website van het fonds www.stimuleringsfonds.nl.
Als het subsidieplafond in categorie I niet wordt bereikt, dan kan het bestuur besluiten het subsidieplafond in categorie II met het resterende bedrag uit categorie I te verhogen.
Artikel 6. Drempelnormen
Een vierjarige instellingssubsidie wordt alleen verstrekt als aan de volgende voorwaarde is voldaan:
De instelling heeft subsidie ontvangen op grond van de ministeriële regeling Subsidieregeling culturele basisinfrastructuur 2021–2024, of heeft een positief advies ontvangen van een adviescommissie binnen een van de volgende regelingen van het Stimuleringsfonds Creatieve Industrie:
- b. Regeling 1- en 2-jarig activiteitenprogramma (betreft periode 2021–2022);
Voor het verstrekken van een vierjarige instellingssubsidie op basis van deze regeling geldt dat:
- a. de instelling is gevestigd binnen het Koninkrijk en staat ingeschreven in het Handelsregister van het betreffende land dan wel openbaar lichaam.
- b. de instelling de volgende codes toepast:
- –. Fair Practice Code;
- –. Governance Code Cultuur 2019;
- –. Code Diversiteit en Inclusie;
Voor het verstrekken van een vierjarige instellingssubsidie binnen categorie I geldt dat:
- a. de instelling nationaal toonaangevend is binnen de discipline vormgeving, architectuur of digitale cultuur;
- b. het programma van de instelling van internationale betekenis is.
Voor het verstrekken van een vierjarige instellingssubsidie binnen categorie II geldt dat:
- a. de instelling van nationale betekenis is binnen de discipline vormgeving, architectuur of digitale cultuur.
Artikel 7. Weigeringsgronden
Er wordt op basis van deze regeling geen subsidie verstrekt als de instelling voor zijn kerntaken in de periode 2025–2028 meerjarig subsidie ontvangt van:
- a. de ministeriële regeling Subsidieregeling culturele basisinfrastructuur 2025–2028;
- b. een van de andere rijkscultuurfondsen.
Voor aanvragen in categorie II geldt dat deze worden geweigerd als de instelling subsidie ontvangt op basis van deze regeling in categorie I.
Het bestuur kan subsidie weigeren:
- a. als de aanvrager in de voorgaande twee jaar niet heeft voldaan aan een of meer aan subsidie verbonden voorwaarden of verplichtingen, waaronder in elk geval vallen het goed en op tijd afronden van de gesubsidieerde activiteiten, het op tijd melden van relevante veranderingen in de uitvoering en het goed en op tijd verantwoorden van de activiteiten;
- b. als de aanvrager niet aan de bepalingen in deze regeling voldoet.
Er wordt geen subsidie verleend aan of voor:
- a. activiteiten die al hebben plaatsgevonden of die starten voorafgaand aan het jaar waarop de subsidieperiode betrekking heeft;
- b. aanvragen die niet op tijd zijn ingediend of niet volledig zijn;
- c. onderwijsprogramma’s en aanverwante activiteiten van onderwijsinstellingen;
- d. instellingen voor hbo en universiteiten;
- e. studiereizen;
- f. arbeidskosten voor medewerkers van rijks-, provinciale en gemeentelijke instellingen;
- g. het verwerven van eigendommen;
- h. reguliere bouw- en restauratiekosten;
- i. exploitatie van horeca-activiteiten.
Artikel 8. Bepalingen met betrekking tot financiën, inkomstenbronnen en andere subsidierelaties
Een vierjarige instellingssubsidie binnen categorie I kan alleen worden verstrekt:
- a. Als de subsidie minimaal € 275.000,00 per kalenderjaar bedraagt;
- b. Als de subsidie per aanvrager niet meer dan € 550.000,00 per kalenderjaar bedraagt;
Een vierjarige instellingssubsidie binnen categorie II kan alleen worden verstrekt:
- a. Als de subsidie minimaal € 125.000,00 per kalenderjaar bedraagt;
- b. Als de subsidie per aanvrager niet meer dan € 275.000,00 per kalenderjaar bedraagt;
Voor categorie I en II geldt dat een vierjarige instellingssubsidie alleen kan worden verstrekt:
- a. Als de totale door het Stimuleringsfonds aan de aanvrager te verstrekken subsidie niet meer dan 65% van de voor subsidie in aanmerking komende kosten bedraagt;
- b. Als minimaal 35% van de voor subsidie in aanmerking komende kosten, binnen de totale inkomsten over de gehele periode, afkomstig is uit andere inkomstenbronnen dan een subsidie van de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap of van de andere rijkscultuurfondsen.
Instellingen die op basis van deze regeling een vierjarige instellingssubsidie in categorie I ontvangen, komen gedurende de kalenderjaren waarop deze subsidie betrekking heeft, niet in aanmerking voor subsidiëring op grond van de volgende regelingen van het Stimuleringsfonds Creatieve Industrie:
Instellingen die op basis van deze regeling een vierjarige instellingssubsidie binnen categorie II ontvangen, komen gedurende de kalenderjaren waarop deze subsidie betrekking heeft, niet in aanmerking voor subsidiëring op grond van de volgende regelingen van het Stimuleringsfonds Creatieve Industrie:
Hoofdstuk 3. Subsidieaanvraag
Artikel 9. Wijze van indiening
Het bestuur maakt via de website www.stimuleringsfonds.nl bekend binnen welke periode op grond van deze regeling een subsidieaanvraag kan worden ingediend.
De aanvraag voor subsidie wordt via de digitale aanvraagomgeving van het Stimuleringsfonds ingediend.
Aanvragen worden in de Nederlandse taal opgesteld.
De aanvrager geeft in het aanvraagformulier aan binnen welke categorie de aanvraag wordt ingediend en wat de hoofddiscipline is van de instelling.
De aanvrager kan binnen een aanvraagronde in zowel categorie I als II een subsidie aanvragen. Hiervoor moeten twee afzonderlijke aanvragen worden ingediend, waarbij rekening wordt gehouden met de verschillende hoogtes van de aangevraagde subsidie en de doorwerking daarvan in het activiteitenprogramma.
Artikel 10. Inhoud van de aanvraag
Een aanvraag bestaat uit de volgende onderdelen:
- a. Een volledig ingevuld aanvraagformulier;
- b. Een activiteitenplan (maximaal 20 pagina’s inclusief beeldmateriaal; format A4 staand; minimale tekstgrootte 10; regelafstand 1,0) met daarin;
- –. een beschrijving van de missie, visie en het profiel van de instelling, aansluitend op de drempelnorm van de betreffende categorie zoals beschreven in Artikel 6 lid 3 en 4;
- –. een reflectie op de uitvoering van de activiteiten en het functioneren van de instelling tijdens de beleidsperiode 2021–2024;
- –. een beschrijving van de activiteiten die de instelling in de periode 2025–2028 wil uitvoeren en een reflectie op de inhoudelijke lijn van deze activiteiten;
- –. een beschrijving van de communicatie- en digitale strategie voor de periode 2025–2028;
- –. een reflectie op de beoordelingscriteria van deze subsidieregeling zoals verwoord in Artikel 13.
- c. Een sluitende begroting voor de periode van vier jaar volgens het format modelbegroting van deze regeling, inclusief een kwantitatief activiteitenoverzicht en voorzien van een toelichting;
- d. Een digitaal gewaarmerkt uittreksel van maximaal één jaar oud uit het Handelsregister van de Nederlandse Kamer van Koophandel of van een van de Kamers van Koophandel die vallen binnen het Koninkrijk der Nederlanden;
- e. Een representatieve afbeelding, bestemd voor communicatie-uitingen van het Stimuleringsfonds, waarvan de benodigde rechten van de afbeelding bij de aanvrager liggen;
- f. Indien van toepassing, intentieverklaringen van of samenwerkingsovereenkomsten met de belangrijkste partners;
- g. De oprichtingsakte van de rechtspersoon dan wel de meest recente statuten
- h. Een document waaruit de financiële positie van de instelling blijkt, bij voorkeur de laatst opgemaakte jaarrekening of, als er geen jaarrekening voorhanden is, een verslag over de financiële positie van de aanvrager op het moment van de aanvraag.
- i. Het meest recente inhoudelijke jaarverslag.
Artikel 11. Indiening van de begroting, kwantitatief activiteitenoverzicht en toelichting op de begroting
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.