Regeling vierjarige subsidies literair-educatieve organisaties Nederlands Letterenfonds 2025–2028
gelet op het bepaalde in de Algemene wet bestuursrecht
gelet op artikel 10, lid 4 van de Wet op het specifiek cultuurbeleid
gelet op het Algemeen reglement Nederlands Letterenfonds, besluit:
Besluit
De volgende regeling Vierjarige subsidies literair-educatieve organisaties Nederlands Letterenfonds 2025–2028 vast te stellen
§ 1. Algemeen
Artikel 1.1. Definities
In deze regeling wordt verstaan onder:
- andere overheden: provincies of gemeenten;
- auteurs: professionele literaire makers, waaronder schrijvers, vertalers, illustratoren of performers die zich richten op presentatie van een eigen literaire creatie;
- het bestuur: het bestuur van de Stichting Nederlands Letterenfonds;
- bestuursorgaan: een bestuursorgaan in de zin van de Algemene wet bestuursrecht;
- eigen inkomsten: het totaal van de directe opbrengsten (totale publieksinkomsten, sponsorinkomsten en totale overige inkomsten), indirecte inkomsten en totale bijdragen uit private middelen. Hieronder vallen niet: overheidssubsidies, waardering vrijkaarten, baten in natura, rente-inkomsten en kapitalisatie van vrijwilligers.
- Het Letterenfonds: de Stichting Nederlands Letterenfonds;
- hij: onder hij wordt tevens verstaan iedere andere genderaanduiding die door de betreffende persoon wordt ervaren als passend;
- landelijk belang: activiteiten op het terrein van de literatuur die onderscheidend zijn in kwaliteit en bijdragen aan de pluriformiteit van de literaire infrastructuur;
- regionaal belang: activiteiten en aanbod op terrein van literatuur die onderscheidend zijn en bijdragen aan de lokale en/of regionale literaire infrastructuur buiten de Randstad;
- literatuureducatie: activiteiten gericht op het binnen- of buitenschools stimuleren van het lezen van literaire teksten en de daartoe gerekende genres. De activiteiten leiden tot literaire competentie en kunnen productief, receptief of reflectief van aard zijn;
- literair: de internationale of Nederlandstalige en Friestalige literatuur betreffende, inclusief literatuur in het Papiaments en de Nederlandse Gebarentaal;
- Nederland: Het Koninkrijk der Nederlanden, bestaande uit Nederland inclusief Bonaire, Sint-Eustatius en Saba en Aruba, Curaçao en Sint Maarten;
- subsidieperiode: de periode van 2025 tot en met 2028;
- totale baten: het totaal aan financiële middelen waarover de aanvrager jaarlijks beschikt om de voornemens met betrekking tot de activiteiten van de aanvrager, te verwezenlijken en de kosten van de organisatie te dekken.
Artikel 1.2. Doel
Het Letterenfonds beoogt door de meerjarige subsidieverlening organisaties van regionaal en landelijk belang te ondersteunen die zich vrijwel uitsluitend en op continue basis richten op het organiseren van binnenschoolse of buitenschoolse literair-educatieve activiteiten in Nederland voor de (schoolgaande) jeugd. Literaire manifestaties met een educatieve inslag die in hoofdzaak gericht zijn op jongeren, kunnen onderdeel zijn van het profiel van de organisatie. Literair-educatieve organisaties leveren een essentiële bijdrage aan een landelijk en regionaal literair-educatief aanbod op diverse onderwijsniveaus. In een groter en samenhangend leesbeleid spelen zij een belangrijke rol bij het vergroten van leesplezier van jongeren.
Artikel 1.3. Subsidieperiode
Subsidie wordt verstrekt voor de duur van de subsidieperiode, zijnde vier jaar.
Artikel 1.4. Aanvrager
Subsidie kan uitsluitend worden aangevraagd door ofwel een organisatie van landelijk belang die vrijwel uitsluitend en op continue basis gericht is op het organiseren van binnen- en buitenschoolse literatuur-educatieve activiteiten voor de jeugd en/of het organiseren van literaire manifestaties die in hoofdzaak gericht zijn op jongeren.
Artikel 1.5. Drempelnormen aanvrager
Een aanvrager die in aanmerking wil komen voor subsidie:
- a. heeft minimaal drie jaar op continue basis literair-educatieve activiteiten voor jeugd georganiseerd;
- b. toont aan dat de door hem georganiseerde activiteiten landelijk aangeboden zijn geweest.
- c. voor categorie A geldt dat de aanvrager aantoont dat een substantiële financiële bijdrage is verleend of toegezegd door andere overheden voor de structurele kosten van de organisatie voor de duur van de subsidieperiode 2025–2028.
Artikel 1.6. Weigeringsgronden
De subsidie wordt in elk geval geweigerd, indien:
- a. De aanvrager niet aan het bepaalde in deze regeling voldoet;
- b. De aanvrager geen rechtspersoon met volledige rechtsbevoegdheid is;
- c. De aanvrager zich uitsluitend bezighoudt met wetenschap, een bibliotheekinstelling of een organisatie is met winstoogmerk;
- d. De totale baten van de aanvrager in 2025–2028 minder dan € 100.00 per jaar bedragen;
- e. De aanvraag op één van de beoordelingscriteria een onvoldoende scoort;
- f. Voor de kernactiviteiten waarvoor op grond van deze regeling subsidie wordt aangevraagd, aan de aanvrager subsidie is of zal worden verleend op grond van een andere regeling van het Letterenfonds dan wel op grond van de Regeling op het specifiek cultuurbeleid of een regeling van één van de andere rijkscultuurfondsen zoals genoemd in artikel 9 van de Wet op het specifiek cultuurbeleid;
- g. De aanvrager in de aanvraag niet verklaart dat hij de Fair Practice Code, Governance Code Cultuur en de Code Diversiteit & Inclusie onderschrijft en dat hij aansluit bij bestaande afspraken over honorering en de sociale dialoog tussen werkgevers-opdrachtgevers en werknemers-opdrachtnemers.
Het bestuur kan subsidie weigeren:
- a. als de aanvrager in de voorgaande twee jaar niet heeft voldaan aan een of meer aan een subsidie verbonden voorwaarden of verplichtingen, waaronder in elk geval ook vallen het juist en tijdig afronden van de gesubsidieerde activiteiten, het tijdig melden van relevante veranderingen in de uitvoering en het juist en tijdig verantwoorden van de activiteiten;
- b. als de aanvrager in de periode 2021- 2023 geen subsidie die gelijk aan of hoger was dan in totaal € 40.000,– van het Letterenfonds ontving;
- c. als de aanvraag onvoldoende concreet is met betrekking tot de uit te voeren activiteiten;
Artikel 1.7. Categorieën en subsidiebedrag
De aanvragen worden aan de hand van de totale baten van de aanvrager geplaatst in de volgende categorieën:
- a. categorie A: een subsidiebedrag van maximaal € 380.000,– per jaar indien de totale baten van de aanvrager volgens de jaarrekening 2022 meer dan € 1.000.000,– bedroegen;
- b. categorie B: een subsidiebedrag van € 70.000,– tot € 180.000,– per jaar indien de totale baten van de aanvrager volgens de jaarrekening 2022 lager waren dan 800.000,–.
Het bestuur verstrekt volgens de verdeling genoemd in lid 1 maximaal één subsidie in categorie A.
In de aanvraag wordt onderbouwd dat het niveau van de totale baten gedurende de jaren 2025–2028 gehandhaafd blijft.
Het aangevraagde totale subsidiebedrag voor vier jaar mag niet hoger zijn dan 70% van de totale baten in 2025–2028.
Artikel 1.8. Subsidieplafond
Het subsidieplafond voor de regeling is € 900.000.
Het bestuur kan een eerder vastgesteld subsidieplafond verhogen of verlagen.
Een besluit tot het vaststellen, verhogen of verlagen van een subsidieplafond wordt bekendgemaakt via de website van het Letterenfonds.
§ 2. Procedure
Artikel 2.1. Indieningsperiode en termijn
Aanvragen dienen uiterlijk 1 februari 2024 om 17 uur door het Letterenfonds te zijn ontvangen.
Artikel 2.2. Aanvraagformulier
Een aanvraag voor subsidie wordt ingediend met behulp van een voor deze regeling opgesteld aanvraagformulier.
Een aanvraag wordt alleen in behandeling genomen als het aanvraagformulier volledig is ingevuld, is ondertekend en vergezeld gaat van de volgende verplichte bijlagen:
- a. Meerjarenplan 2025–2028 conform het daartoe vastgestelde model;
- b. Kwantitatief activiteitenoverzicht conform het daartoe vastgestelde model;
- c. Meerjarenbegroting 2025–2028 inclusief toelichting conform het daartoe vastgestelde model;
- d. Gedetailleerde begroting 2025–2026;
- e. Jaarverslagen over 2021 en 2022;
- f. Uittreksel Kamer van Koophandel van maximaal drie maanden oud;
- g. Een verklaring waaruit blijkt dat de aanvrager de Fair Practice Code, de Governance Code Cultuur, alsmede de Code Diversiteit en Inclusie onderschrijft;
- h. Een verklaring waaruit blijkt dat de aanvrager zich met ingang van 1 januari 2025 zal aansluiten bij de bestaande collectieve afspraken over honorering binnen zijn sector, dan wel, indien er in zijn sector geen bestaande afspraken over honorering zijn, een verklaring waaruit blijkt welke honoreringsrichtlijn de aanvrager met ingang van 1 januari 2025 zal volgen; en
- i. een verklaring waaruit blijkt dat de aanvrager zich aansluit bij de sociale dialoog tussen werkgevers of opdrachtgevers en werknemers of opdrachtnemers.
In aanvulling op het tweede lid bevat het meerjarenplan een omschrijving waaruit blijkt:
- a. op welke wijze de aanvrager de Code Diversiteit en Inclusie, de Fair Practice Code en de Governance Code Cultuur naleeft; en
- b. welke doelstellingen de aanvrager heeft om de implementatie van de Code Diversiteit en Inclusie, de Fair Practice Code en de Governance Code Cultuur binnen zijn organisatie gedurende de subsidieperiode voort te zetten en welke stappen de aanvrager wil gaan zetten om deze doelstellingen te bereiken.
- c. Wat de eventuele digitale strategie van de aanvrager is.
Een aanvraag wordt alleen in behandeling genomen als het volledig ingevulde aanvraagformulier tijdig is ontvangen door het Letterenfonds en vergezeld gaat van de vereiste bijlagen.
Per aanvrager kan maximaal één aanvraag worden ingediend voor het subsidietijdvak 2025–2028.
§ 3. Beoordeling en besluit
Artikel 3.1. Adviescommissie
Aanvragen die voldoen aan de formele vereisten om voor subsidie in aanmerking te komen, worden voor advies voorgelegd aan de adviescommissie meerjarige subsidies literair-educatieve organisaties.
De adviescommissie beoordeelt per categorie de aanvragen aan de hand van de beoordelingscriteria. De adviescommissie geeft per beoordelingscriterium een inhoudelijk advies, met als conclusie het oordeel onvoldoende, zwak, voldoende, goed of zeer goed.
De adviescommissie kan daarbij gebruik maken van eerder aan het Letterenfonds uitgebrachte adviezen en rapportages.
De adviescommissie adviseert over de subsidiehoogte. De hoogte van de subsidie wordt gebaseerd op de omvang van de organisatie en de activiteiten van de aanvrager.
Artikel 3.2. Beoordelingscriteria
De adviescommissie beoordeelt de aanvragen aan de hand van de volgende criteria:
- a. Profiel en visie op literatuureducatie; maatschappelijke betekenis en inbedding
- b. Literair-educatieve kwaliteit
- c. Toegankelijkheid
- d. Bedrijfsvoering.
Indien een aanvraag op de beoordelingscriteria als bedoeld in het eerste lid, onder a, b, c en d een onvoldoende scoort, dan wijst het bestuur de aanvraag af.
Artikel 3.3. Honorering en verdeling budget
De adviescommissie verdeelt de aanvragen per categorie onder in twee groepen: de Groep Honoreren en de Groep Niet Honoreren.
Als het subsidieplafond ontoereikend is om alle subsidiabele aanvragen te honoreren, worden de aanvragen in een rangorde geplaatst op basis van de van toepassing zijnde criteria.
Het bestuur verdeelt het beschikbare subsidieplafond volgens de rangorde binnen de groep Honoreren, waarbij aanvragen worden toegewezen of gedeeltelijk toegewezen totdat het in artikel 1.8 eerste lid genoemde subsidieplafond is bereikt. Indien het resterende bedrag minder dan € 50.000,– bedraagt, dan wordt de aanvraag afgewezen.
In geval meerdere organisaties op de laagste positie in de rangorde uitkomen en er nog ruimte is binnen het beschikbare subsidiebudget voordat het subsidieplafond is bereikt, wordt prioriteit gegeven aan de aanvraag die het meest bijdraagt aan geografische spreiding over het hele land.
Indien het bestuur een subsidieplafond verhoogt, wordt eerst het subsidiebedrag van een aanvraag die wegens ontoereikendheid van het budget gedeeltelijk was toegewezen alsnog verhoogd tot het geadviseerde bedrag. Vervolgens wordt steeds de eerstvolgende aanvraag in de Groep Honoreren toegewezen voor het geadviseerde subsidiebedrag totdat het subsidieplafond is bereikt.
Artikel 3.4. Besluit
Het bestuur informeert de aanvrager binnen 22 weken na de uiterlijke indieningsdatum schriftelijk over zijn besluit.
§ 4. Overige bepalingen
Artikel 4.1. Aan subsidie verbonden verplichtingen
De ontvanger van subsidie meldt onverwijld aan het bestuur als:
- a. de activiteiten waarvoor subsidie is verstrekt niet of niet geheel zullen doorgaan;
- b. niet of niet geheel aan de aan de subsidie verbonden verplichtingen zal worden voldaan; en
- c. er aanzienlijke artistieke of zakelijke wijzigingen zijn ten opzichte van het plan op basis waarvan subsidie is verstrekt.
Indien de subsidieverlening lager is dan het aangevraagde subsidiebedrag, wordt bij de verleningsbeschikking de verplichting opgelegd dat de aanvrager een aangepast meerjarenplan en aangepaste begroting moet indienen.
Op alle publiciteitsuitingen die betrekking hebben op de gesubsidieerde activiteiten plaatst de ontvanger van subsidie het logo van het Letterenfonds.
De ontvanger van subsidie zendt het Letterenfonds tijdig uitnodigingen voor de gesubsidieerde activiteiten.
Het bestuur kan bij beschikking andere dan de in het eerste en tweede lid opgenomen verplichtingen aan subsidie verbinden.
Artikel 4.2. Beperking
De ontvanger van subsidie op basis van deze regeling kan in de periode waarop die subsidie betrekking heeft, geen aanspraak maken op subsidie voor dezelfde activiteiten op basis van andere deelregelingen van het Letterenfonds.
Artikel 4.3. Verantwoording
De aanvrager stuurt jaarlijks voor 1 april een verantwoording in van de uitgevoerde activiteiten in het vorige kalenderjaar.
De verantwoording omvat een inhoudelijk en een financieel deel. De inhoudelijke verantwoording bestaat uit een verslag over de verrichte activiteiten waarmee kan worden aangetoond dat de gesubsidieerde activiteiten volgens plan hebben plaatsgevonden.
De financiële verantwoording sluit aan op de ingediende begroting en gaat bij subsidies die voor twee jaar tezamen een bedrag van € 125.000 overstijgen vergezeld van een verklaring omtrent de getrouwheid en de rechtmatigheid afgegeven door een accountant als bedoeld in artikel 393, eerste lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek. De verklaring dient te zijn opgesteld overeenkomstig een door het bestuur vast te stellen protocol.
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.