Regeling van de Minister voor Langdurige Zorg en Sport van 20 november 2023, kenmerk 3721349-1056574-S, houdende regels voor de subsidiëring van de bouw, de verbouwing en het onderhoud van sportaccommodaties, de aanschaf of het onderhoud van sportmaterialen en activiteiten die bijdragen aan verduurzaming en het verbeteren van de toegankelijkheid van sportaccommodaties (Subsidieregeling BOSA)

Type Ministeriële regeling
Publication 2026-01-01
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

Gelet op artikel 3 en artikel 5 van de Kaderwet VWS-subsidies;

Besluit:

Artikel 1. Definities

In deze regeling wordt verstaan onder:

Artikel 2. Toepasselijkheid Kaderregeling

Op deze regeling zijn de artikelen 1.5, 3.1 tot en met 3.5, 4.3, 6.1, 7.1 tot en met 7.8 en 10.1 van de Kaderregeling subsidies OCW, SZW en VWS niet van toepassing.

Artikel 3. Subsidiabele activiteiten
1.

De minister kan op aanvraag subsidie verstrekken aan een amateursportorganisatie voor:

2.

Subsidie wordt niet verstrekt als:

Artikel 4. Voorwaarden amateursport

Amateursport in de zin van deze regeling voldoet aan de volgende voorwaarden:

Artikel 5. Aanvullende voorwaarden
1.

Een amateursportorganisatie is een stichting of vereniging met volledige rechtsbevoegdheid, die als hoofddoel heeft om amateursport te faciliteren en die:

2.

Een sportaccommodatie is een accommodatie, bestemd en in gebruik voor amateursport, als:

3.

Subsidie wordt uitsluitend verstrekt voor activiteiten waarover de subsidieaanvrager btw heeft betaald, tenzij het om de aanschaf van tweedehands sportmaterialen of tweedehands materiaal voor onderhoud gaat.

4.

Indien subsidie wordt aangevraagd voor de aanschaf van tweedehands sportmaterialen of tweedehands materiaal voor onderhoud gaat de aanvraag daarvan vergezeld van een factuur met het KvK-nummer van de verkoper.

5.

Subsidie voor een gezamenlijke aanvraag wordt uitsluitend verstrekt indien de subsidiabele kosten waarvoor subsidie wordt aangevraagd op naam en rekening staan van de aanvragende amateursportorganisatie.

Artikel 6. Subsidiabele periode
1.

Voor de subsidiabele periode bij een subsidie die € 25.000 of meer bedraagt en de subsidiabele activiteiten nog zullen plaatsvinden, geldt dat:

2.

De subsidiabele activiteiten en de daarmee samenhangende kosten voor een subsidie als bedoeld in artikel 10 of artikel 11 zijn subsidiabel tot uiterlijk 53 weken voorafgaand aan de aanvraag tot vaststelling.

Artikel 7. Hoogte van de subsidie
1.

De subsidie voor de activiteiten, bedoeld in artikel 3, eerste lid, onder a en onder b, bedraagt ten hoogste 20% van de subsidiabele kosten, inclusief btw.

2.

De subsidie voor de activiteiten, bedoeld in artikel 3, eerste lid, onder c, bedraagt ten hoogste 30% van de subsidiabele kosten, inclusief btw.

Artikel 8. Subsidieplafond
1.

Het subsidieplafond bestaat uit het bedrag van de subsidies gezamenlijk dat ten laste van enig kalenderjaar wordt of zal worden uitbetaald op basis van een verlening of vaststelling van een subsidie en wordt in aanmerking genomen voor alle jaren waarop de uitbetaling van een te verstrekken subsidie betrekking heeft.

2.

Het subsidieplafond bedraagt voor het kalenderjaar 2024 € 113.700.000.

3.

Het subsidieplafond bedraagt voor het kalenderjaar 2025 € 74.000.000.

4.

Het subsidieplafond bedraagt voor het kalenderjaar 2026 € 43.500.000.

5.

Het subsidieplafond bedraagt voor het kalenderjaar 2027 € 43.500.000.

6.

Het subsidieplafond bedraagt voor het kalenderjaar 2028 € 26.000.000.

7.

Het volgens het subsidieplafond beschikbare bedrag wordt verdeeld op volgorde van binnenkomst van complete aanvragen.

8.

Indien op de dag waarop het subsidieplafond is bereikt, meerdere volledige aanvragen tot verlening van subsidie zijn ontvangen en de volgorde van binnenkomst niet te bepalen is, wordt de onderlinge rangschikking vastgesteld door middel van loting.

Artikel 9. Subsidiabele kosten
1.

De volgende kosten komen in ieder geval in aanmerking voor subsidie:

2.

De volgende kosten komen in ieder geval niet in aanmerking voor subsidie:

3.

Wanneer bestedingen van een amateursportorganisatie door een gemeente in haar aanvraag voor een specifieke uitkering op grond van de Regeling specifieke uitkering stimulering sport 2024–2026 worden meegenomen, komt deze amateursportorganisatie voor het kalenderjaar van deze aanvraag in het geheel niet meer in aanmerking voor een subsidie op grond van onderhavige regeling.

Artikel 10. Subsidieverstrekking bij subsidies tot € 25.000
1.

Als de subsidie minder dan € 25.000 bedraagt, wordt de subsidie zonder voorafgaande verlening direct vastgesteld nadat de subsidiabele activiteiten hebben plaatsgevonden op een bedrag waarvan de hoogte door de minister bij de vaststelling wordt genoemd.

2.

De aanvraag tot vaststelling van de subsidie wordt uiterlijk 53 weken na de factuurdatum van die subsidiabele kosten ingediend.

3.

Voor de aanvraag tot vaststelling van de subsidie wordt een door de minister vastgesteld formulier gebruikt.

4.

De aanvraag tot vaststelling van de subsidie gaat vergezeld van:

5.

De minister besluit binnen 22 weken op een aanvraag tot vaststelling.

Artikel 11. Subsidieverstrekking bij subsidies van € 25.000 tot € 125.000 waarbij de subsidiabele activiteiten al hebben plaatsgevonden
1.

Als de subsidie € 25.000 of meer bedraagt, maar minder dan € 125.000 en de subsidiabele activiteiten al hebben plaatsgevonden, wordt subsidie zonder voorafgaande verlening direct vastgesteld op een bedrag waarvan de hoogte door de minister bij de vaststelling wordt genoemd.

2.

De aanvraag tot vaststelling van de subsidie wordt uiterlijk 53 weken na de factuurdatum van die subsidiabele kosten ingediend.

3.

Voor de aanvraag tot vaststelling van de subsidie wordt een door de minister vastgesteld formulier gebruikt.

4.

De aanvraag tot vaststelling van de subsidie gaat vergezeld van:

5.

De minister besluit binnen 22 weken op een aanvraag tot vaststelling.

Artikel 12. Subsidieverstrekking bij subsidies van € 25.000 tot € 125.000 waarbij de subsidiabele activiteiten nog zullen plaatsvinden
1.

Als de subsidie € 25.000 of meer bedraagt, maar minder dan € 125.000 en de subsidiabele activiteiten nog zullen plaatsvinden, wordt subsidie verstrekt door middel van een verlening voor aanvang van de periode waarvoor subsidie wordt aangevraagd en een vaststelling na de periode waarvoor subsidie wordt aangevraagd.

2.

Voor de aanvraag tot verlening van de subsidie wordt een door de minister vastgesteld formulier gebruikt.

3.

De aanvraag tot verlening van de subsidie gaat vergezeld van een offerte op naam van de subsidieaanvrager voor de subsidiabele kosten van de activiteiten, die niet ouder is dan drie maanden op het moment dat de aanvraag wordt ingediend.

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.