Reglement van de Koninklijke Bibliotheek van 1 januari 2024, houdende regels voor de subsidiëring van de activiteiten genoemd in artikel 9 van de Wet stelsel openbare bibliotheekvoorzieningen (hierna: wet)

Type ZBO-regeling
Publication 2023-12-05
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

gelet op artikel 9 en artikel 20 van de wet, en Titel 4.2. Subsidies en overige relevante bepalingen van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb).

Besluit:

1. Inleidende bepalingen

1.1. Begripsbepalingen

In dit reglement wordt verstaan onder:

1.2. Reikwijdte
1.

Dit reglement is mede van toepassing in de openbare lichamen BES.

2.

De Koninklijke Bibliotheek kan op grond van de artikelen 9 en 20 van de wet voor de volgende activiteiten subsidie verstrekken:

3.

Subsidie als bedoeld in het eerste lid, onderdeel b kan worden verstrekt voor activiteiten die strekken tot of gedienstig zijn aan de bevordering van de navolgende beleidsthema’s:

4.

De Koninklijke Bibliotheek kan naast de bepalingen van de Awb nadere en aanvullende regels stellen ten behoeve van het verstrekken van subsidies.

5.

Bekendmaking van de nadere regels vindt plaats in de Staatscourant.

1.3. Doelgroep aanvragers
1.

Subsidie kan worden aangevraagd door een instelling die aantoonbare kennis en kunde heeft op één van de volgende gebieden:

2.

Een instellingssubsidie kan uitsluitend worden aangevraagd door een instelling die naar de statutaire doelstelling en feitelijke werkzaamheden gericht is op de uitvoering van, het bijdragen aan of het ondersteunen van de activiteiten als bedoeld in artikel 1.2, tweede lid.

1.4. Subsidieplafond
1.

De Koninklijke Bibliotheek kan bij besluit periodiek een subsidieplafond vaststellen.

2.

Bij de vaststelling van een subsidieplafond wordt aangegeven op welke wijze het beschikbare bedrag wordt verdeeld bij overschrijding van het subsidieplafond en kan de uiterste datum voor indiening van de subsidieaanvraag worden vermeld.

3.

Indien een subsidieplafond niet volledig wordt uitgeput, kan de Koninklijke Bibliotheek het resterende bedrag toevoegen aan een ander subsidieplafond.

4.

Bij de bekendmaking van de subsidieplafonds wordt gewezen op de mogelijkheid van verlaging en de gevolgen daarvan voor reeds ingediende aanvragen.

5.

Bekendmaking van de besluiten als bedoeld in de leden 1 tot en met 3 vindt plaats in de Staatscourant.

2. Subsidieaanvraag

2.1. Algemeen
1.

De Koninklijke Bibliotheek kan op aanvraag een éénjarige, tweejarige en vierjarige instellingssubsidie alsmede een projectsubsidie verstrekken.

2.

Een instellingssubsidie wordt niet verstrekt voor één kalenderjaar indien het subsidiebedrag minder dan € 25.000,- bedraagt.

3.

Een instellingssubsidie wordt niet verstrekt voor twee aansluitende kalenderjaren indien het subsidiebedrag per kalenderjaar minder dan € 25.000,- bedraagt.

4.

Een instellingssubsidie wordt niet verstrekt voor vier aansluitende kalenderjaren indien het subsidiebedrag per kalenderjaar minder dan € 25.000,- bedraagt.

2.2. Aanvraagtermijnen
1.

Uiterlijk dertien weken voor aanvang van het subsidietijdvak, dient de instelling de aanvraag voor een éénjarige instellingssubsidie in.

2.

Op zijn vroegst veertien maanden en uiterlijk negen maanden voor aanvang van het tijdvak waarvoor subsidie wordt aangevraagd, dient de instelling de aanvraag voor een tweejarige of een vierjarige instellingssubsidie in.

3.

Op de uiterste datum voor indiening van de subsidieaanvraag zoals vermeld in een nadere regel als bedoeld in artikel 1.2, derde lid, of een besluit als bedoeld in artikel 1.4, tweede lid, dient de instelling de aanvraag voor een projectsubsidie in. Indien geen uiterste datum voor indiening van de subsidieaanvraag is bekendgemaakt, dient de aanvrager uiterlijk dertien weken voor de aanvang van de activiteit waarvoor subsidie kan worden verleend, de subsidieaanvraag in.

4.

De Koninklijke Bibliotheek kan in bijzondere gevallen een te laat ingediende aanvraag in behandeling nemen.

2.3. In te dienen documenten
1.

De subsidieaanvraag gaat in ieder geval vergezeld van:

2.

Een activiteitenplan als bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, omvat een overzicht van de activiteiten waarvoor subsidie wordt gevraagd, de met de activiteiten na te streven doelstellingen en de met de activiteiten te bereiken resultaten.

3.

Een document als bedoeld in het eerste lid, onderdeel c, is de laatst opgemaakte jaarrekening als bedoeld in artikel 361 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek of, indien geen jaarrekening voorhanden is, een verslag over de financiële positie van de aanvrager op het moment van de aanvraag.

4.

De Koninklijke Bibliotheek kan nadere eisen stellen aan de wijze waarop en documenten waarmee de aanvrager zijn financiële positie onderbouwt. Het verslag over de financiële positie is voorzien van een accountant als bedoeld inartikel 393, eerste lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek afkomstige schriftelijke verklaring omtrent de getrouwheid onderscheidenlijk een mededeling, inhoudende dat van onjuistheden niet is gebleken.

5.

Een document als bedoeld in het eerste lid, onderdeel c, gaat niet bij de aanvraag voor zover de aanvrager er redelijkerwijs vanuit kan gaan dat dit document al in het bezit is van de Koninklijke Bibliotheek.

6.

Indien de Koninklijke Bibliotheek hierom verzoekt, verstrekt de aanvrager tevens een afschrift van de oprichtingsakte van de rechtspersoon dan wel van de statuten zoals deze laatstelijk zijn gewijzigd.

7.

De subsidieaanvraag wordt in de Nederlandse taal ingediend.

2.4. Begroting
1.

De begroting voor de aanvraag van een instellingssubsidie behelst een overzicht van de voor het kalenderjaar onderscheidenlijk de kalenderjaren geraamde baten en lasten van de aanvrager, voor zover deze betrekking hebben op de activiteiten waarvoor een subsidie wordt gevraagd.

2.

De begroting voor de aanvraag van een projectsubsidie behelst een overzicht van de geraamde baten en lasten van de aanvrager, voor zover deze betrekking hebben op de activiteiten waarvoor subsidie wordt gevraagd.

3.

De begroting bevat een postgewijze toelichting.

4.

De begroting bij de aanvraag voor een instellingssubsidie omvat een prestatieoverzicht dat in kort bestek een inzichtelijk kwantitatief overzicht bevat van de te verrichten activiteiten in het tijdvak waarvoor de subsidie wordt gevraagd.

5.

De Koninklijke Bibliotheek kan aangeven dat de begroting uitgaat van een prijspeil van een door haar bepaald jaar.

2.5. Melden gelijke subsidieaanvragen

Voor zover de aanvrager voor dezelfde begrote lasten tevens subsidie heeft aangevraagd bij een of meer andere organisaties, maakt hij dat inzichtelijk in de aanvraag.

2.6. Subsidie voor reeds verrichte activiteiten
1.

Een subsidieaanvraag voor reeds verrichte activiteiten gaat vergezeld van een verslag van de aard, duur en omvang van de gerealiseerde activiteiten en een jaarrekening of een financieel verslag. Op de jaarrekening respectievelijk het financieel verslag zijn de artikelen 5.4 en 5.5 van overeenkomstige toepassing.

2.

Indien de Koninklijke Bibliotheek beslist tot subsidieverstrekking voor reeds verrichte activiteiten, stelt zij de subsidie zonder voorafgaande verlening vast.

3. Subsidieverlening

3.1. Beslistermijn bij subsidieverlening
1.

De Koninklijke Bibliotheek beslist op de volledige aanvraag voor een instellingssubsidie of een projectsubsidie binnen 13 weken na de uiterste datum voor indiening van de aanvraag zoals bekendgemaakt in een nadere regel als bedoeld inartikel 1.2, derde lid, of een besluit als bedoeld in artikel 1.4, tweede lid. Indien geen uiterste datum voor indiening van de aanvraag is bekendgemaakt, beslist de Koninklijke Bibliotheek binnen 13 weken na ontvangst van die aanvraag.

2.

De termijn, genoemd in het eerste lid bedraagt 22 weken indien de Koninklijke Bibliotheek over de aanvraag aanvullend advies inwint of een nader onderzoek naar de aanvraag instelt. Indien toepassing wordt gegeven aan de vorige volzin, doet de Koninklijke Bibliotheek hiervan mededeling aan de aanvrager.

3.

Een beschikking tot verlening van een subsidie vermeldt de activiteiten waarvoor subsidie wordt verleend, het subsidiebedrag en de datum waarop de activiteiten uiterlijk zijn afgerond.

3.2. Weigeringsgronden
1.

Onverminderd artikel 4:35 van de Awb, wordt de subsidieverlening in ieder geval geweigerd voor zover:

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.