Regeling van de Minister van Infrastructuur en Waterstaat, van 4 december 2023, nr. IENW/BSK-2023/360435, tot verstrekking van subsidie voor de elektrificatie van binnenvaartschepen voor de kalenderjaren 2023 tot en met 2027 (Tijdelijke subsidieregeling elektrificatie binnenvaartschepen 2023–2027)

Type Ministeriële regeling
Publication 2025-05-29
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

Gelet op de artikelen 3 en 4 van de Kaderwet subsidie I en M en de artikelen 4, 8, eerste en tweede lid, onderdeel a, 9, 22 en 23, vijfde lid, van het Kaderbesluit subsidies I en M;

BESLUIT:

Artikel 1. Begripsbepalingen

In deze regeling wordt verstaan onder:

Artikel 2. Doel en toepassingsbereik van de subsidie

Om de uitstoot van CO2, stikstof en fijnstof door de binnenvaart terug te dringen, kan de Minister op aanvraag subsidie verstrekken voor activiteiten die tot doel hebben een binnenschip volledig elektrisch te kunnen laten varen binnen de toepassing van het NGF-project.

Artikel 3. Subsidiabele activiteiten
1.

Subsidie kan worden verleend voor de aanschaf en de installatie van een elektrische voortstuwingsinstallatie en de bijbehorende onderdelen als bedoeld in artikel 11.00, eerste tot en met vijfde lid, van bijlage 1.1a bij de Binnenvaartregeling die:

2.

In aanvulling op het eerste lid kan tevens subsidie worden verleend voor een industrieel onderzoeksproject ten behoeve van de verdere ontwikkeling van een elektrische voorstuwingsinstallatie.

Artikel 4. Subsidieplafond, hoogte van de subsidie en subsidiabele kosten
1.

Voor de periode tot en met 31 december 2026 is voor de subsidiëring van de activiteiten, bedoeld in artikel 3, ten hoogste € 15.100.000,– beschikbaar.

2.

Voor de periode tot en met 31 december 2025 is voor de subsidiëring van de activiteiten, bedoeld in artikel 3, ten hoogste € 7.397.000,– beschikbaar.

3.

Voor de periode van 1 januari 2026 tot en met 31 december 2026 is € 3.698.000,– beschikbaar.

4.

Een aanvraag voor een subsidie kan worden ingediend in de volgende perioden:

5.

Een subsidie ten laste van een begroting die nog niet is vastgesteld of goedgekeurd, wordt verleend onder de voorwaarde dat voldoende middelen op de begroting beschikbaar zullen worden gesteld.

6.

De subsidieverlening wordt gerechtvaardigd op grond van artikel 25, eerste lid, en artikel 36 ter, eerste lid, van de AGVV.

7.

De subsidie voor de activiteiten als bedoeld in artikel 3, eerste lid, bedraagt ten hoogste 40% van de in aanmerking komende kosten tot een maximum van:

8.

De aanvullende subsidie voor een industrieel onderzoeksproject als bedoeld in artikel 3, tweede lid, bedraagt ten hoogste € 75.000,– per aanvraag.

9.

Voor een industrieel onderzoeksproject komt 50% van de volgende rechtstreeks aan de uitvoering van het project toe te rekenen kosten voor industriële onderzoeksprojecten voor subsidie in aanmerking:

10.

De steunintensiteit van een onderzoek als bedoeld in het zesde lid kan met 10 procentpunten worden verhoogd voor subsidie aan middelgrote ondernemingen en met 20 procentpunten voor subsidie aan kleine ondernemingen.

Artikel 5. Verdelingsregime
1.

De Minister verleent subsidie voor projecten als bedoeld in artikel 3, eerste lid, op basis van een door de uitvoeringsorganisatie schriftelijk opgestelde rangschikking conform de volgende criteria:

2.

De Minister verleent subsidie voor projecten als bedoeld in artikel 3, tweede lid, op basis van een door de uitvoeringsorganisatie schriftelijk opgestelde rangschikking conform de volgende criteria, waarbij gebruik wordt gemaakt van de volgende, op het eerste lid, aanvullende criteria:

3.

Voor elk van de in het eerste lid genoemde criteria is per project een maximum van 10 punten te behalen.

4.

Voor elk van de in het tweede lid genoemde aanvullende criteria is per project een maximum van 10 punten te behalen.

5.

Per project als bedoeld in het eerste of tweede lid wordt een eindcijfer bepaald door het totaal aantal behaalde punten te delen door het aantal maximaal te behalen punten.

6.

Indien twee of meer projecten als bedoeld in het eerste en tweede lid na de rangschikking op dezelfde plaats in de rangschikking terechtkomen wordt door middel van loting de definitieve plaats in de rangschikking bepaald.

7.

Indien een aanvrager niet heeft voldaan aan enig wettelijk voorschrift voor het in behandeling nemen van de aanvraag en met toepassing van artikel 4:5 van de Algemene wet bestuursrecht de gelegenheid heeft gehad de aanvraag aan te vullen, geldt, de dag waarop de aanvraag voldoet aan de wettelijke voorschriften, als datum van ontvangst.

Artikel 6. Uitvoeringsinstantie
1.

Als uitvoeringsinstantie wordt aangewezen het Expertise- en InnovatieCentrum Binnenvaart van de Stichting Projecten Binnenvaart te Rotterdam. De uitvoeringsinstantie beoordeelt de aanvragen en heeft tevens een adviserende rol in de rangschikking van de aanvragen.

2.

De uitvoeringsinstantie is niet belast met het vaststellen van besluiten tot subsidieverlening of subsidievaststelling of met de administratieve afhandeling daarvan.

Artikel 7. Aanvraagvereisten
1.

Een aanvraag wordt gericht aan de Minister.

2.

Een aanvraag tot subsidieverlening wordt ingediend met gebruikmaking van een door de Minister beschikbaar gesteld digitaal formulier dat wordt geplaatst op de website van de uitvoeringsinstantie.

3.

Onverminderd artikel 10, vierde lid, van het Kaderbesluit bevat een aanvraag de gegevens, bedoeld in artikel 6, tweede lid, van de AGVV.

4.

Een aanvrager toont bij de aanvraag aan dat het vaartuig waarvoor de subsidie wordt aangevraagd wordt ingezet ter uitvoering van het NGF-project.

Artikel 8. Specifieke afwijzingsgronden

Onverminderd de in de artikelen 11 en 12 van het Kaderbesluit opgenomen afwijzingsgronden, wordt de subsidie in ieder geval afgewezen indien:

Artikel 9. Verplichtingen van de subsidie-ontvanger
1.

De subsidie-ontvanger rondt de activiteiten, bedoeld in artikel 3, binnen 18 maanden na de subsidieverlening af.

2.

De subsidieontvanger vraagt, binnen twee weken nadat het binnenschip een volledig kalenderjaar binnen het NGF-project heeft gevaren, een emissielabel aan bij de Stichting Afvalstoffen en Vaardocumenten Binnenvaart.

3.

Het label voor het binnenschip is bij eerste uitreiking minimaal B2 voor binnenschepen die aan de Stage V emissienormen voldoen en minimaal B3 voor schepen die niet aan de Stage V emissienormen voldoen.

4.

De subsidie-ontvanger toont gedurende 24 maanden na afronding van een activiteit als bedoeld in artikel 3, bij een steekproefsgewijze controle aan dat het binnenschip functioneert binnen de kaders van het NGF-project.

5.

Indien blijkt dat de subsidie-ontvanger niet voldaan heeft aan de in dit artikel opgenomen verplichtingen, kan de subsidie teruggevorderd worden.

6.

De subsidie-ontvanger is verplicht medewerking te verlenen aan controles door de uitvoeringsinstantie.

Artikel 10. Voorschot

Bij de beschikking tot subsidieverlening wordt een voorschot verleend van 100% van de subsidie.

Artikel 11. Subsidievaststelling
1.

De subsidie-ontvanger verleent medewerking aan een evaluatie van de effecten van de door hem op grond van deze titel uitgevoerde activiteiten, voor zover medewerking redelijkerwijs van hem kan worden gevergd.

2.

Binnen dertien weken nadat de activiteit is afgerond, dient de subsidie-ontvanger een aanvraag tot subsidievaststelling in met gebruikmaking van een door de Minister beschikbaar gesteld digitaal formulier dat wordt geplaatst op de website van de uitvoeringsinstantie.

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.