← Geldende tekst · Geschiedenis

Regeling van de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties van 8 december 2023, nr. 2023-0000735552 houdende regels met betrekking tot het verstrekken van een specifieke uitkering ten behoeve van de financiering van soortenmanagementplannen die het voorkomen van vertraging van verduurzaming door isolatie als doel hebben

Geldende tekst a fecha 2024-07-04

Gelet op artikel 2, eerste lid, onderdeel m, en artikel 3 van het Besluit van 29 oktober 2022, houdende het stellen van regels over het verstrekken van specifieke uitkeringen aan gemeenten of provincies voor activiteiten die passen in het rijksbeleid met betrekking tot het bouwen, het wonen en de woonomgeving (Stb. 2022, 452);

Besluit:

Artikel 1. Definities

In deze regeling wordt verstaan onder:

Artikel 2. Doel en activiteiten van de specifieke uitkering

De minister verstrekt aan de provincie een specifieke uitkering ter bevordering van:

Artikel 3. Hoogte van de specifieke uitkering
1.

De specifiek uitkering bedraagt exclusief btw voor de provincie:

2.

De specifieke uitkering wordt niet verstrekt voor BTW verschuldigd over kosten voor de activiteiten bedoeld in artikel 2 voor zover het bedrag van de BTW in aanmerking komt voor compensatie op grond van de Wet op het BTW-compensatiefonds.

Artikel 4. Wijze van betaling en uitkeringsbeschikking
1.

De Minister verleent bij het besluit tot verlening van de specifieke uitkering een voorschot van 100 procent dat in één keer wordt uitbetaald.

2.

De uitkeringsbeschikking vermeldt in elk geval:

Artikel 5. Verplichtingen
1.

Gedeputeerde staten besteden het voor die provincie in de derde kolom van de tabel in bijlage I opgenomen bedrag uiterlijk 31 december 2030 aan:

2.

Gedeputeerde staten besteden ten minste zestig procent van het voor die provincie in de derde kolom van de tabel in bijlage I opgenomen bedrag aan de activiteiten genoemd in het eerste lid, onderdeel c.

3.

Gedeputeerde staten verstrekken uiterlijk 1 juli 2028 het voor die provincie in de tweede kolom van de tabel in bijlage I opgenomen bedrag aan een deel van de gemeentes binnen hun provincie ten behoeve van activiteiten die gericht zijn op het voorbereiden, opstellen, implementeren of monitoren van soortenmanagementplannen die ten minste het volledige stedelijk gebied van een gemeente beslaan, op een manier die naar hun oordeel bijdraagt aan een doelmatige versnelling van de isolatie van gebouwen.

4.

Het uitvoeren van de activiteiten genoemd in het derde lid, kan plaatsvinden op een wijze waarbij telkens een deel van het stedelijk gebied wordt beslagen, zolang dit erop is gericht dat deze delen gezamenlijk een soortenmanagementplan vormen dat het volledige stedelijk gebied van ten minste één gemeente beslaat, en deze wijze naar oordeel van gedeputeerde staten bijdraagt aan een doelmatige versnelling van de isolatie van gebouwen.

5.

Wanneer gedeputeerde staten op grond van het derde lid een bedrag verstrekken aan een gemeente, dan verstrekken zij het voor die gemeente in bijlage II opgenomen bedrag.

6.

In afwijking van het vierde lid en onverminderd het achtste en negende lid, kan aan maximaal één gemeente in een provincie een lager bedrag, dan het voor die gemeente in bijlage II opgenomen bedrag, worden verstrekt op grond van het derde lid, indien het verstrekken van het voor die gemeente in bijlage II opgenomen bedrag ertoe zou leiden dat gedeputeerde staten in totaal meer zouden verstrekken dan het bedrag opgenomen in de tweede kolom van de tabel in bijlage I.

7.

Middelen die door gedeputeerde staten worden verstrekt aan gemeenten dienen uiterlijk 31 december 2030 door gemeenten te zijn besteed.

8.

Gedeputeerde staten besteden de specifieke uitkering alleen aan activiteiten die na 1 januari 2021 zijn gestart.

9.

In afwijking van het vierde lid, kunnen gedeputeerde staten een lager bedrag, dan het voor die gemeente in bijlage II opgenomen bedrag, op grond van het derde lid aan een gemeente verstrekken, indien de op het moment van verstrekking te verwachten werkelijke kosten lager liggen dan het voor die gemeente in bijlage II opgenomen bedrag.

10.

Indien gedeputeerde staten op grond van het achtste lid een lager bedrag verstrekken dan het bedrag opgenomen in bijlage II, dan kunnen zij het verschil tussen het verstrekte bedrag en het voor die gemeente in bijlage II opgenomen bedrag verstrekken aan een andere gemeente, of andere gemeentes, voor activiteiten als bedoeld in het derde lid, op een wijze die naar opvatting van gedeputeerde staten bijdraagt aan een doelmatige versnelling van de isolatie van gebouwen, ook als daarmee in totaal een ander bedrag wordt verstrekt dan het voor die andere gemeente, of andere gemeentes, in bijlage II opgenomen bedrag.

Artikel 6. Informatievoorziening na uitkering
1.

Gedeputeerde staten informeren de Minister op verzoek over de voortgang van de activiteiten waarvoor de specifieke uitkering is verstrekt.

2.

Gedeputeerde staten verlenen op verzoek van de Minister medewerking en verstrekken op verzoek van de Minister informatie ten behoeve van de voortgang en evaluatie van de doelmatigheid en doeltreffendheid van de activiteiten waarvoor de specifieke uitkering is verstrekt.

3.

Gedeputeerde staten informeren de Minister, in het jaar dat de provincie de in artikel 7, tweede lid, bedoelde eindverantwoording aan de Minister heeft verstrekt, over het aantal gemeenten dat de middelen heeft ontvangen voor het opstellen dan wel het uitvoeren van het soortenmanagementplan.

Artikel 7. Verantwoording, terugvordering en vaststelling
1.

Gedeputeerde staten leggen verantwoording af over de besteding van de specifieke uitkering op de wijze bepaald in artikel 17a van de Financiële-verhoudingswet.

2.

Indien uit de verantwoordingsinformatie, bedoeld in artikel 17a, eerste lid, van de Financiële-verhoudingswet, blijkt dat de specifieke uitkering niet volledig of onrechtmatig is besteed, kan de uitkering ter hoogte van het niet of onrechtmatig bestede deel door de Minister worden teruggevorderd. De Minister doet binnen een jaar na ontvangst van de verantwoordingsinformatie mededeling van de terugvordering aan gedeputeerde staten.

3.

De Minister stelt de specifieke uitkering vast uiterlijk op 31 december van het jaar waarin de gedeputeerde staten, op de in het eerste lid bedoelde wijze, de eindverantwoording aan de Minister hebben verstrekt.

Artikel 8. Inwerkingtreding

Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst en vervalt met ingang van 1 januari 2029, met dien verstande dat deze regeling van toepassing blijft op specifieke uitkeringen die voor die datum zijn verstrekt.

Artikel 9. Citeertitel

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling specifieke uitkering versnelling natuurinclusief isoleren.

Bijlage I. met de bedragen als bedoeld in artikel 5, eerste, tweede, derde en vijfde lid

Provincie Verdeling middelen ter verstrekking aan gemeenten voor SMP’s (excl. btw) Verdeling middelen voor ondersteunende taken provincies (excl. btw) Totale specifieke uitkering per provincie (excl. btw)
Drenthe € 1.137.712 € 419.177 € 1.556.889
Flevoland € 568.213 € 209.267 € 777.480
Fryslân € 1.556.107 € 553.478 € 2.109.585
Gelderland € 4.447.204 € 1.587.319 € 6.034.523
Groningen € 1.161.414 € 456.056 € 1.617.470
Limburg € 2.817.647 € 1.022.107 € 3.839.754
Noord-Brabant € 5.378.403 € 1.990.727 € 7.369.130
Noord-Holland € 5.048.213 € 1.975.621 € 7.023.834
Overijssel € 2.344.949 € 860.634 € 3.205.584
Utrecht € 2.522.416 € 936.926 € 3.459.343
Zeeland € 1.061.392 € 368.479 € 1.429.871
Zuid-Holland € 6.173.512 € 2.463.645 € 8.637.157
Totaal 34.217.182 12.843.436 47.060.618

Bijlage II. met de bedragen als bedoeld in artikel 5, vierde, vijfde, achtste en negende lid

De bedragen exclusief btw die gemeenten ontvangen, indien zij door de gedeputeerde staten zijn geselecteerd voor een verstrekking:

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.