Regeling van de Minister voor Primair en Voortgezet Onderwijs, van 22 november 2023, nr. KO/ 42384046, houdende regels voor het verstrekken van subsidie voor het inzetten van een brugfunctie (Subsidieregeling brugfunctionaris)

Type Ministeriële regeling
Publication 2024-05-07
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

Gelet op artikel 71 van de Wet op het primair onderwijs, artikel 71 van de Wet op de expertisecentra en artikel 5.11 van de Wet voortgezet onderwijs 2020;

Besluit:

Artikel 1. Begripsbepalingen

In deze regeling wordt verstaan onder:

Artikel 2. Toepassing Kaderregeling subsidies OCW, SZW en VWS

Deze regeling geldt in aanvulling op de Kaderregeling subsidies OCW, SZW en VWS.

Artikel 3. Te subsidiëren activiteiten
1.

De minister kan voor de periode van de schooljaren 2024–2025, 2025–2026 en 2026–2027 aan een bevoegd gezag subsidie verstrekken voor het inzetten van personele uren om een brugfunctie vanuit de school aan te bieden.

2.

Het doel van de brugfunctie is het laagdrempelig bereikbaar zijn voor ouders en leerlingen om vragen en zorgen op te pakken die niet direct onderwijs gerelateerd zijn, zodat deze in de thuissituatie zoveel mogelijk preventief worden aangepakt en het personeel in het schoolteam zich op hun kerntaak kan richten en leerlingen beter tot ontwikkeling en leren kunnen komen.

3.

Tot de activiteiten om bij te dragen aan het doel, bedoeld in het tweede lid kunnen behoren:

Artikel 4. Subsidieplafond

Voor subsidieverstrekking op grond van artikel 3 van deze regeling is in totaal:

Artikel 5. Verdeling beschikbare middelen en subsidiebedrag
1.

Het voor subsidiebedrag bedraagt:

2.

Indien het aantal aanvragen groter is dan het beschikbare bedrag voor een sector als bedoeld in artikel 4, worden de aanvragen per subsidieplafond als bedoeld in artikel 4, op de volgende wijze gerangschikt van hoog naar laag, waarbij de hoogste score voorrang krijgt boven de laagste score:

3.

Indien niet genoeg middelen resteren om aanvragen met een gelijke rangschikking als bedoeld in de eerste volzin van het tweede lid, te honoreren, dan wordt binnen de groep van de aanvragen met een gelijke rangschikking geloot.

4.

Indien na het verstrekken van subsidie op alle in aanmerking komende aanvragen, binnen een subsidieplafond als bedoeld in artikel 4, nog middelen resteren, worden deze middelen toegevoegd aan de aan de andere subsidieplafonds als bedoeld in artikel 4, naar rato van de hoogte van deze andere subsidieplafonds.

Artikel 6. Subsidieaanvraag
1.

Een bevoegd gezag, met uitzondering van een bevoegd gezag als bedoeld in artikel 1.1 van de Wet voortgezet onderwijs 2020, kan per vestiging een aanvraag voor subsidie indienen. Een bevoegd gezag als bedoeld in artikel 1.1 van de Wet voortgezet onderwijs 2020 kan per school een aanvraag voor subsidie indienen.

2.

Een aanvraag kan worden ingediend van 8 januari 2024 tot en met 16 februari 2024. Aanvragen die op of na 17 februari 2024 worden ingediend, worden afgewezen.

3.

De subsidie wordt aangevraagd met gebruikmaking van het aanvraagformulier dat is bekendgemaakt op www.dus-i.nl. Het bevoegd gezag vult op het formulier de volgende gegevens in:

Artikel 7. Subsidieverplichtingen
1.

De subsidieontvanger neemt actief deel aan het monitor- en effectonderzoek dat wordt uitgevoerd gedurende het subsidietraject, en levert tijdig adequate informatie aan ten behoeve van jaarlijkse tussenrapportages in het kader van het monitor- en effectonderzoek.

2.

Het bevoegd gezag kan alleen personeel als bedoeld in artikel 3, eerste lid, inzetten dat in het bezit is van een verklaring omtrent het gedrag, afgegeven op grond van de Wet justitiële en strafvorderlijke gegevens.

Artikel 8. Verlening en vaststelling
1.

Op grond van artikel 9.1, vierde lid, van de Kaderregeling subsidies OCW, SZW en VWS wordt een subsidie aan een bevoegd gezag in het primair onderwijs die minder dan € 125.000,– bedraagt direct vastgesteld. Deze subsidie wordt vastgesteld binnen dertien weken na sluiting van de aanvraagperiode, bedoeld in artikel 6, tweede lid.

2.

In afwijking van artikel 9.1, vierde lid, onderdeel a, van de Kaderregeling subsidies OCW, SZW en VWS wordt een subsidie aan een bevoegd gezag in het voortgezet onderwijs die € 125.000,– of meer bedraagt binnen 13 weken na sluiting van de aanvraagperiode verleend. De minister stelt de subsidie ambtshalve vast binnen een jaar na indiening van de jaarverslaggeving over het laatste jaar van de activiteitenperiode.

Artikel 9. Betaling en bevoorschotting
1.

De minister bepaalt het betaalritme van de subsidies, bedoeld in artikel 8, eerste lid, in de subsidiebeschikking.

2.

De minister verstrekt voor de subsidies, bedoeld in artikel 8, tweede lid, een voorschot van 100%, dat per jaar in gelijke delen wordt uitbetaald.

Artikel 10. Verantwoording
1.

De verantwoording van de subsidie geschiedt in de jaarverslaggeving overeenkomstig de Regeling jaarverslaggeving onderwijs met model G, onderdeel 1.

2.

Indien de activiteiten waarvoor subsidie is verstrekt in zijn geheel zijn verricht en volledig is voldaan aan de verplichtingen die verbonden zijn aan de verleende subsidie, kan het niet aangewende deel van de subsidie, bedoeld in artikel 8 worden besteed aan andere activiteiten waarvoor aan het bevoegd gezag bekostiging wordt verstrekt.

3.

De subsidieontvanger toont op verzoek van de minister aan dat de activiteiten waarvoor subsidie is verstrekt, zijn verricht en dat is voldaan aan de verplichtingen die aan de subsidie verbonden zijn. In dit kader vindt in ieder geval een steekproefsgewijze controle door de minister plaats. Bij de steekproefsgewijze controle toont de subsidieontvanger aan:

Artikel 11. Inwerkingtreding en vervaldatum
1.

Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.

2.

Deze regeling vervalt met ingang van 1 augustus 2028.

Artikel 12. Citeertitel

Deze regeling wordt aangehaald als: Subsidieregeling brugfunctionaris.

Bijlage 1. behorende bij artikel 5 van de Subsidieregeling brugfunctionaris

Voor het primair onderwijs zijn de achterstandsscores zoals die in de bijlagen zijn weergegeven, gebaseerd op de scores die zijn gepubliceerd door het Centraal Bureau voor de Statistiek gepubliceerd op 30 mei 2023.

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.