Regeling van de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties van 1 december 2023, nr. 2023-0000712297, houdende regels die de Invoeringswet Omgevingswet en de vier aanvullingswetten van de Omgevingswet aanvullen voor een goede invoering van de Omgevingswet (Vangnetregeling Omgevingswet)

Type Ministeriële regeling
Publication 2026-01-01
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

Gelet op artikel 5.1, derde lid, van de Invoeringswet Omgevingswet;

Besluit:

Hoofdstuk 1. Aanvullingen op de Invoeringswet Omgevingswet

Artikel 1.1. (begripsbepaling)

In dit hoofdstuk wordt verstaan onder wet: Invoeringswet Omgevingswet.

Artikel 1.2. (aanvulling artikel 2.2 – beroepsmogelijkheid Wet luchtvaart)

Vervallen

Artikel 1.3. (aanvulling artikel 2.3artikel 7:235 Burgerlijk Wetboek)

In aanvulling op artikel 2.3, onder C, onder 1, van de wet geldt het bepaalde in artikel 235 van boek 7 van het Burgerlijk Wetboek ook voor een bouwactiviteit waarvoor een melding voor het in gebruik nemen is gedaan als het in gebruik nemen van het bouwwerk of de bouwwerken die het resultaat zijn van de bouwactiviteit op grond van artikel 4.3, eerste lid, aanhef en onder a, van de Omgevingswet is verboden zonder voorafgaande melding.

Artikel 1.4. (aanvulling artikel 2.53Wet waardering onroerende zaken)

In aanvulling op artikel 2.53 van de wet geldt het bepaalde in artikel 17, vierde lid, van de Wet waardering onroerende zaken ook voor bouwactiviteiten waarvoor nog geen melding voor het in gebruik nemen is gedaan als het in gebruik nemen van het bouwwerk of de bouwwerken die het resultaat zijn van de bouwactiviteit op grond van artikel 4.3, eerste lid, aanhef en onder a, van de Omgevingswet is verboden zonder voorafgaande melding.

Artikel 1.5. (aanvulling artikel 4.4 – overgangsrecht lopende procedures hemelwaterverordeningen)

In aanvulling op afdeling 4.1 van de wet is artikel 4.4 van de wet ook van toepassing op een verordening als bedoeld in artikel 10.32a van de Wet milieubeheer.

Artikel 1.6. (aanvulling artikelen 4.6 en 4.13 – overgangsbepalingen exploitatieplannen)
1.

In aanvulling op artikel 4.6, eerste lid, van de wet geldt voor de toepassing van afdeling 13.6 van de Omgevingswet dat regels als bedoeld in artikel 6.13, eerste lid, van de Wet ruimtelijke ordening in een exploitatieplan, voor zover dat op grond van artikel 4.6, eerste lid, onder m, van de wet geldt als deel van het omgevingsplan, worden aangemerkt als regels als bedoeld in artikel 13.14, eerste lid, van de Omgevingswet, met dien verstande dat burgemeester en wethouders zolang het omgevingsplan geen regels over de eindafrekening als bedoeld in artikel 13.14, eerste lid, onder e, onder 2°, van de Omgevingswet bevat, drie maanden na uitvoering van de in het exploitatieplan voorziene werken, werkzaamheden en maatregelen een afrekening van dat exploitatieplan vaststellen overeenkomstig artikel 6.20 van de Wet ruimtelijke ordening zoals dat artikel luidde voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet.

2.

In aanvulling op artikel 4.13, tweede lid, van de wet geldt voor de toepassing van afdeling 13.6 van de Omgevingswet dat regels als bedoeld in artikel 6.13, eerste lid, van de Wet ruimtelijke ordening in een exploitatieplan, voor zover dat op grond van artikel 4.13, tweede lid, onder c, van de wet geldt als een aan een omgevingsvergunning verbonden voorschrift, worden aangemerkt als voorschriften als bedoeld in artikel 13.14, derde lid, van de Omgevingswet, met dien verstande dat burgemeester en wethouders zolang de omgevingsvergunning geen voorschriften over de eindafrekening als bedoeld in artikel 13.14, eerste lid, onder e, onder 2°, van de Omgevingswet bevat, drie maanden na uitvoering van de in het exploitatieplan voorziene werken, werkzaamheden en maatregelen een afrekening van dat exploitatieplan vaststellen overeenkomstig artikel 6.20 van de Wet ruimtelijke ordening zoals dat artikel luidde voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet.

Artikel 1.7. (aanvulling artikel 4.6 – toepasselijkheid oude recht)

In aanvulling op artikel 4.6, tweede lid, van de wet blijft, als een ontwerp van een van de besluiten genoemd in dat lid, onder a, ter inzage is gelegd, het oude recht ook van toepassing tot dat besluit van kracht is.

Artikel 1.8. (aanvulling § 4.3.11 – aanvragen vergunningen onder de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht)
1.

In aanvulling op paragraaf 4.3.11 van de wet geldt dit artikel bij een aanvraag om een omgevingsvergunning die betrekking heeft op een activiteit als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder a of b, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht:

2.

Op de beslissing op een aanvraag als bedoeld in het eerste lid blijft overeenkomstig artikel 4.3 van de wet het oude recht van toepassing, met dien verstande dat:

Artikel 1.9. (afwijking artikel 4.110 – ruimtelijke ontheffing Rijk)

In afwijking van artikel 4.110 van de wet wordt in dat artikel in plaats van Onze Minister van Infrastructuur en Waterstaat gelezen: Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties.

Artikel 1.10. (aanvulling § 4.3.19 – overgangsbepaling Woningwet voorschriften bouwverordening bouwen op verontreinigde bodem)
1.

In aanvulling op paragraaf 4.3.19 van de wet geldt dit artikel voor een locatie waarvoor:

2.

Aan een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit bestaande uit het bouwen van een bodemgevoelig gebouw op een bodemgevoelige locatie die niet in strijd is met de regels, bedoeld in het eerste lid, onder b, kan het bevoegd gezag, als het onverminderd die regels van oordeel is dat de bodem zodanig is verontreinigd dat schade of gevaar is te verwachten voor de gezondheid van de gebruikers van het gebouw, voorschriften aan de omgevingsvergunning verbinden die ertoe strekken dat de bodem alsnog geschikt wordt gemaakt voor het beoogde doel.

Hoofdstuk 2. Aanvullingen op hoofdstuk 22 van de Omgevingswet

Artikel 2.1. (begripsbepaling)

In dit hoofdstuk wordt verstaan onder bruidsschat: het tijdelijke deel van het omgevingsplan, bedoeld in artikel 22.1, onder c, van de Omgevingswet.

Artikel 2.2. (aanvulling artikel 22.33 – specifieke beoordelingsregel aanvraag binnenplanse omgevingsvergunning omgevingsplanactiviteit bouwwerken bij ruimtelijk plan in procedure)

In aanvulling op artikel 22.33, eerste lid, onder a en b, van de bruidsschat wordt de omgevingsvergunning ook geweigerd, als voor de locatie waarop de aanvraag betrekking heeft voor de dag van ontvangst van de aanvraag:

Artikel 2.3. (aanvulling artikel 22.39 – activiteit niet van rechtswege in overeenstemming met tijdelijke deel omgevingsplan)

In aanvulling op artikel 22.39, onder c, van de bruidsschat is artikel 22.36, aanhef en onder a en c, van de bruidsschat ook niet van toepassing op een activiteit die wordt verricht op een locatie binnen een afstand als bedoeld in artikel 4.963, eerste lid, onder b, van het Besluit activiteiten leefomgeving, voor zover het eerste lid, aanhef en onder b, of het tweede lid van laatstbedoeld artikel van toepassing is.

Artikel 2.4. (aanvulling artikel 22.55 – geluidsregels niet van toepassing op hoogspanningsverbindingen)

In aanvulling op artikel 22.55 van de bruidsschat is paragraaf 22.3.4 van de bruidsschat niet van toepassing op het geluid door bovengrondse hoogspanningsverbindingen met een spanning van ten minste 110 kV.

Artikel 2.5. (aanvulling artikel 22.278 – specifieke beoordelingsregel omgevingsvergunning omgevingsplanactiviteit uitvoeren van een werk, niet zijnde bouwwerk, of werkzaamheid, bij ruimtelijk plan in procedure)

In aanvulling op artikel 22.278, eerste lid, onder a en b, van de bruidsschat wordt de omgevingsvergunning ook geweigerd, als voor de locatie waarop de aanvraag betrekking heeft voor de dag van ontvangst van de aanvraag:

Hoofdstuk 3. Aanvullingen op hoofdstuk 3 van de Aanvullingswet bodem Omgevingswet

Hoofdstuk 4. Aanvullingen op hoofdstuk 3 van de Aanvullingswet geluid Omgevingswet

Artikel 4.1. (aanvulling artikelen 3.5 en 3.6 – berekenen gecumuleerd geluid bij samenloop oud en nieuw recht)

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.