Regeling van de Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport van 30 november 2023, kenmerk 3726212-1056819-J, houdende regels inzake de verstrekking van een specifieke uitkering in verband met de compensatie van gemeenten na wijziging van het begrip woonplaatsbeginsel in de Jeugdwet (Regeling specifieke uitkering niet beoogde kosten jeugdzorg vanwege verblijf in gemeente)

Type Ministeriële regeling
Publication 2026-01-01
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

Gelet op artikelen 3 en 5 van de Kaderwet VWS-subsidies;

Besluit:

Artikel 1. Begripsbepalingen

In deze regeling wordt verstaan onder:

Artikel 2. Toepasselijkheid Algemene wet bestuursrecht

Op verstrekte uitkeringen op grond van deze regeling zijn de artikelen 4:25, 4:35, 4:37 tot en met 4:39, 4:46, 4:48 tot en met 4:50, 4:56 en 4:57 van de Algemene wet bestuursrecht van overeenkomstige toepassing.

Artikel 3. Voor een uitkering in aanmerking komende situaties
1.

De minister kan op aanvraag een uitkering verstrekken aan een gemeente die op grond de Jeugdwet verantwoordelijk is voor de bekostiging van aaneengesloten jeugdhulp met verblijf en de daarmee samenhangende kosten, die zijn ontstaan na inwerkingtreding van de Wet wijziging woonplaatsbeginsel, voor een jeugdige die:

2.

De minister kan voor de gemeenten Barneveld, Raalte en Westerkwartier afwijken van de situaties, bedoeld in het eerste lid, voor aanvragen betreffende een jeugdige ten aanzien waarvan:

Artikel 4. In aanmerking komende kosten
1.

Alleen kosten voor een jeugdige met aangesloten jeugdhulp met verblijf komen voor een uitkering in aanmerking.

2.

Alleen de door de aanvragende gemeente werkelijk gerealiseerde kosten voor jeugdhulp, jeugdreclassering als bedoeld in artikel 1.1 van de Jeugdwet en kinderbeschermingsmaatregelen als bedoeld in artikel 1.1 van de Jeugdwet komen voor een uitkering in aanmerking.

3.

Kosten die gefinancierd worden op grond van de Wet langdurige zorg, de Zorgverzekeringswet of de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 komen niet in aanmerking voor een uitkering.

4.

Alleen kosten die in het kalenderjaar 2024 en 2025 gemaakt zijn komen voor een uitkering in aanmerking.

Artikel 5. Uitkeringsplafond
1.

Het uitkeringsplafond voor aanvragen die zien op de jaren 2024 en 2025 is € 60.000.000.

2.

Het uit hoofde van het uitkeringsplafond beschikbare bedrag wordt evenredig over de ingediende aanvragen verdeeld als het totaal aangevraagde bedrag het uitkeringsplafond overschrijdt.

Artikel 6. Aanvraag
1.

Een gemeente dient een aanvraag tot verlening van de uitkering in, die kan zien op het jaar 2024, het jaar 2025 of beiden en op alle jeugdigen tezamen waarop een situatie als bedoeld in artikel 3 op van toepassing is.

2.

De aanvraag wordt ingediend in de periode van 1 mei 2026 om 9.00 uur tot en met 1 juli 2026 om 13.00 uur.

3.

Voor de aanvraag wordt een door de minister vastgesteld formulier gebruikt.

Artikel 7. Voorwaarde
1.

Een uitkering wordt slechts verstrekt als de in aanmerking komende kosten in totaal minimaal € 250.000 bedragen.

2.

Het eerste lid is niet van toepassing op kosten als bedoeld in artikel 3, tweede lid.

Artikel 8. Verlening en bevoorschotting
1.

De minister neemt binnen 13 weken na sluiting van het aanvraagtijdvak, bedoeld in artikel 6, tweede lid, een besluit omtrent de verstrekking van de uitkering.

2.

Het besluit vermeldt in ieder geval voor welke activiteiten de uitkering wordt verstrekt, het bedrag van de uitkering en de wijze van verantwoording.

3.

De minister verstrekt bij het besluit een voorschot ter hoogte van 100%, dat in één keer wordt uitbetaald in het jaar 2026.

Artikel 9. Verantwoording en terugvordering
1.

De gemeente legt verantwoording af over de besteding van de uitkering op de wijze, bedoeld in artikel 17a van de Financiële-verhoudingswet.

2.

Als uit de verantwoordingsinformatie blijkt dat de uitkering niet of niet volledig is besteed aan de activiteiten waarvoor de uitkering is verstrekt, of onrechtmatig is besteed, kan de uitkering ter hoogte van het niet of onrechtmatig bestede deel door de minister worden teruggevorderd. De minister doet binnen een jaar na ontvangst van de verantwoordingsinformatie mededeling van de terugvordering aan de ontvanger van de uitkering.

Artikel 10. Hardheidsclausule

De minister kan een of meer bepalingen van deze regeling buiten toepassing laten of daarvan afwijken voor zover toepassing gelet op het belang dat de desbetreffende bepaling beoogt te beschermen, zal leiden tot een onbillijkheid van overwegende aard.

Artikel 11. Inwerkingtreding

Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 januari 2024 en vervalt met ingang van 1 oktober 2028 met dien verstande dat deze van toepassing blijft op uitkeringen die voor die datum zijn aangevraagd.

Artikel 12. Citeertitel

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling specifieke uitkering niet beoogde kosten jeugdzorg vanwege verblijf in gemeente.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.