Regeling van de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties van 7 december 2023, houdende de aanwijzing van de DAEB flexwoningen en regels over het verlenen van subsidie in de vorm van een garantie en het vaststellen van subsidie aan investeerders bij herplaatsing van flexwoningen (Regeling tegemoetkoming herplaatsing flexwoningen 2024–2029)

Type Ministeriële regeling
Publication 2024-01-01
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

Gelet op de artikelen 6, 8 en 14 van het Kaderbesluit BZK-subsidies;

Besluit:

Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen

Artikel 1. Begripsbepalingen

In deze regeling wordt verstaan onder:

Artikel 2. Doel en activiteiten
1.

Met deze regeling wordt door de Staat een dienst van algemeen economisch belang opgedragen conform het Vrijstellingsbesluit DAEB, aangeduid als de DAEB flexwoningen.

2.

Aan iedere investeerder die een flexwoning met een in deze regeling voorgeschreven kwaliteitsniveau tijdelijk plaatst voor minimaal 10 jaar als sociale huurwoning in Nederland voor het huisvesten of doen huisvesten van de doelgroep, wordt de DAEB flexwoningen opgedragen.

3.

Met de DAEB flexwoningen wordt beoogd om te zorgen voor financieel acceptabele risico’s voor een investeerder bij de realisering van een flexwoning in Nederland, zodat een flexibele schil in de woningvoorraad ontstaat ten behoeve van de versnelde huisvesting van de doelgroep.

Artikel 3. Dienst van algemeen economisch belang
1.

Ter compensatie van de DAEB flexwoningen wordt aan de investeerder een subsidie in de vorm van een garantie verleend, indien wordt voldaan aan de voorwaarden, bedoeld in artikel 5.

2.

De investeerder maakt aanspraak op vaststelling van de subsidie, indien de flexwoning na de termijn, bedoeld in artikel 15, eerste of tweede lid, niet op een nieuwe locatie kan worden geëxploiteerd of om andere redenen met verlies moet worden verkocht, mits wordt voldaan aan de voorwaarden, bedoeld in artikel 15.

3.

De hoogte van de compensatie wordt berekend op de wijze, bedoeld in artikel 18.

4.

De opdracht, bedoeld in artikel 2, tweede lid, heeft een werkingsduur van maximaal 25 jaar.

5.

De compensatie bedraagt maximaal € 15 miljoen per investeerder per jaar.

6.

Het vijfde lid is niet van toepassing op een toegelaten instelling.

7.

De administratie, de jaarrekeningen en de jaarverslagen van de investeerder worden met inachtneming van artikel 25b, eerste lid, van de Mededingingswet ingericht.

8.

De investeerder administreert de netto kosten, bedoeld in artikel 5, tweede lid, van het Vrijstellingsbesluit DAEB, verbonden met de gerealiseerde investeringen op een zodanige wijze dat inzicht kan worden verkregen in de hoogte van deze kosten, zulks afgescheiden van de reguliere bedrijfsvoering, in relatie tot de subsidie.

Artikel 4. Plafond
1.

Het plafond voor het totaalbedrag aan subsidieverleningen bedraagt € 783 miljoen.

2.

Per 10.000 inwoners binnen een gemeente kan voor maximaal honderd flexwoningen een subsidie worden verleend.

Hoofdstuk 2. Subsidieverlening

Artikel 5. Voorwaarden
1.

Voor een subsidie in de vorm van een garantie komt alleen een grondgebonden of een gestapelde flexwoning in aanmerking:

2.

Een flexwoning dient op het moment van eerste plaatsing te voldoen aan de voorschriften van het Besluit bouwwerken leefomgeving.

3.

In aanvulling op het tweede lid dient een flexwoning die onder de categorie van tijdelijke bouwwerken uit het Besluit bouwwerken leefomgeving valt aan de volgende aanvullende technische voorschriften te voldoen:

4.

In aanvulling op het tweede lid dient een flexwoning die onder de categorie van nieuwbouw uit het Besluit bouwwerken leefomgeving valt aan de volgende aanvullende technische eisen te voldoen:

5.

In afwijking van het eerste lid, onderdeel b, komt tevens een bestaande flexwoning in aanmerking, mits daarvoor niet eerder dan op 26 augustus 2022 een opdracht voor de productie ervan is verstrekt en de subsidieaanvraag voor deze flexwoning niet later dan op 31 januari 2024 is ingediend. Indien op het moment van plaatsing het Besluit bouwwerken leefomgeving niet in werking is getreden dient de flexwoning, in afwijking van het tweede lid, te voldoen aan de technische voorschriften zoals neergelegd in het Bouwbesluit 2012.

6.

In afwijking van het tweede tot en met het vierde lid voldoet een flexwoning aan de technische voorschriften, indien door de investeerder een gelijkwaardig kwaliteitsniveau kan worden aangetoond.

Artikel 6. Aanvraag subsidieverlening
1.

Een aanvraag tot een subsidie in de vorm van een garantie wordt door de investeerder ingediend.

2.

Een aanvraag kan worden ingediend totdat het subsidieplafond is bereikt.

3.

Een aanvraag bevat in ieder geval:

4.

In afwijking van het derde lid, onderdeel d, kan ook een ander gevalideerd rapport worden overgelegd, mits daarmee een gelijkwaardig kwaliteitsniveau wordt aangetoond.

5.

Een aanvraag wordt ingediend door middel van een aanvraagmodule die door de Minister digitaal ter beschikking wordt gesteld.

Artikel 7. Rangschikking van de aanvragen

De Minister behandelt de ontvangen aanvragen op volgorde van binnenkomst.

Artikel 8. Verlening

De beschikking tot subsidieverlening bevat in ieder geval:

Artikel 9. Weigeringsgronden

De Minister wijst een aanvraag voor een subsidieverlening geheel of gedeeltelijk af, indien:

Artikel 10. Verplichtingen
1.

Indien een subsidie wordt verleend, dient de investeerder:

2.

De flexwoning dient gedurende de gehele periode waarvoor de subsidie is verleend:

3.

In afwijking van het eerste lid, onderdeel b, bedraagt de termijn maximaal 36 maanden, indien beroep is ingesteld tegen de voor het project benodigde omgevingsvergunning.

4.

Onverminderd het tweede lid, dient de flexwoning gedurende de gehele periode waarvoor de subsidie is verleend te worden verhuurd overeenkomstig artikelen 47 tot en met 49 van de Woningwet, indien de subsidie wordt verleend aan een toegelaten instelling.

Artikel 11. Verantwoording
1.

De investeerder informeert de Minister op zijn of haar verzoek over de voortgang van het project waarvoor de subsidie is verleend.

2.

Op verzoek van de Minister verleent de investeerder medewerking en verstrekt informatie ten behoeve van de voortgang en evaluatie van de doelmatigheid en doeltreffendheid van deze regeling.

Artikel 12. Intrekking
1.

De subsidieverlening wordt geheel of gedeeltelijk ingetrokken, indien de investeerder niet voldoet aan de verplichtingen, bedoeld in artikel 10.

2.

Indien de subsidieverlening wordt ingetrokken, heeft de investeerder geen recht op restitutie van de eigen bijdrage.

Artikel 13. Overdraagbaarheid
1.

Indien een flexwoning waarvoor een subsidie is verleend wordt verkocht, kan de subsidieverlening aan de nieuwe eigenaar worden overgedragen, indien:

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.