Beleidsbesluit doorschuiffaciliteit afschaffing open CV
De Staatssecretaris van Financiën heeft het volgende besloten.
Dit besluit bevat een algemene toestemming voor de inspecteur om verzoeken af te doen als bedoeld in artikel X, tweede lid, Wet fiscaal kwalificatiebeleid rechtsvormen. De voorwaarden die de inspecteur daarbij moet stellen zijn opgenomen in een bijlage en toegelicht in dit besluit.
1. Inleiding
Het overgangsrecht in het kader van de afschaffing van de open commanditaire vennootschap regelt dat op het tijdstip onmiddellijk voorafgaand aan 1 januari 2025 – voor Nederlandse fiscale doeleinden – sprake is van een fictieve vervreemding door de open commanditaire vennootschap van haar vermogensbestanddelen aan de beherende en commanditaire vennoten (artikel IX, eerste lid, Wet fiscaal kwalificatiebeleid rechtsvormen). Artikel X biedt een doorschuiffaciliteit op grond waarvan de open commanditaire vennootschap niet hoeft af te rekenen over de fictieve vervreemdingswinst.
Dit besluit bevat een algemene toestemming voor de inspecteur om verzoeken af te doen als bedoeld in artikel X, tweede lid. De voorwaarden die de inspecteur daarbij moet stellen zijn opgenomen in bijlage 1 en toegelicht in dit besluit.
1.1. Gebruikte begrippen en afkortingen
1.1. Gebruikte begrippen en afkortingen
Dit besluit bevat de volgende onderdelen.
2. De faciliteit
In artikel IX, eerste lid, Wet fiscaal kwalificatiebeleid rechtsvormen is bepaald dat een open CV op het tijdstip onmiddellijk voorafgaand aan 1 januari 2025 geacht wordt al haar vermogensbestanddelen tegen de waarde in het economische verkeer te hebben overgedragen aan haar commanditaire en beherende vennoten. Daarnaast wordt een open CV op grond van het eerste lid geacht te zijn opgehouden in Nederland belastbare winst te genieten zodat sprake is van een verplichte eindafrekening in de vennootschapsbelasting over alle in haar onderneming aanwezige stille en fiscale reserves en goodwill.
In artikel IX, eerste lid, Wet fiscaal kwalificatiebeleid rechtsvormen is bepaald dat een open CV op het tijdstip onmiddellijk voorafgaand aan 1 januari 2025 geacht wordt al haar vermogensbestanddelen tegen de waarde in het economische verkeer te hebben overgedragen aan haar commanditaire en beherende vennoten. Daarnaast wordt een open CV op grond van het eerste lid geacht te zijn opgehouden in Nederland belastbare winst te genieten zodat sprake is van een verplichte eindafrekening in de vennootschapsbelasting over alle in haar onderneming aanwezige stille en fiscale reserves en goodwill.
In artikel X, eerste lid, Wet fiscaal kwalificatiebeleid rechtsvormen is een doorschuiffaciliteit opgenomen die erin voorziet dat de hiervoor genoemde fictieve vervreemdingswinst niet in aanmerking hoeft te worden genomen als aan bepaalde voorwaarden wordt voldaan. Als cumulatief aan de in het eerste lid genoemde voorwaarden wordt voldaan, dan behoeft de winst niet in aanmerking te worden genomen. De verkrijgende commanditaire vennoten treden in dat geval met betrekking tot al hetgeen wordt verkregen in de plaats van de open CV.
Als niet aan de voorwaarden van het eerste lid wordt voldaan, biedt het tweede lid de mogelijkheid om de winst alsnog buiten aanmerking te laten. Op gezamenlijk verzoek van de open CV en alle commanditaire vennoten, mits die op 1 januari 2025 onderworpen zijn aan de vennootschapsbelasting, zonder ervan te zijn vrijgesteld, kan alsnog de doorschuiffaciliteit worden verkregen. Het verzoek wordt schriftelijk gedaan, uiterlijk op het tijdstip van het doen van de aangifte vennootschapsbelasting van de open commanditaire vennootschap over het boekjaar dat eindigt op 31 december 2024. Als het verzoek wordt ingewilligd, worden hieraan voorwaarden verbonden. De inspecteur beslist op het verzoek bij een voor bezwaar vatbare beschikking (artikel X, tweede lid, Wet fiscaal kwalificatiebeleid rechtsvormen).
Voor de volledigheid merk ik op dat de faciliteit ook openstaat voor de maatschap, de VOF en daarmee vergelijkbare rechtsvormen naar het recht van een andere staat die met ingang van 1 januari 2025 niet langer onderworpen is aan de vennootschapsbelasting door inwerkingtreding van de Wet fiscaal kwalificatiebeleid rechtsvormen (artikel XVII Wet fiscaal kwalificatiebeleid rechtsvormen). Dit besluit is van overeenkomstige toepassing voor deze rechtsvormen.
3. De toestemming
Als niet is voldaan aan de vereisten van artikel X, eerste lid, Wet fiscaal kwalificatiebeleid rechtsvormen verleen ik de inspecteurs een algemene toestemming om namens mij te beslissen op verzoeken om toepassing van artikel X, tweede lid, Wet fiscaal kwalificatiebeleid rechtsvormen. Deze toestemming geldt niet voor de volgende situaties:
Als niet is voldaan aan de vereisten van artikel X, eerste lid, Wet fiscaal kwalificatiebeleid rechtsvormen verleen ik de inspecteurs een algemene toestemming om namens mij te beslissen op verzoeken om toepassing van artikel X, tweede lid, Wet fiscaal kwalificatiebeleid rechtsvormen. Deze toestemming geldt niet voor de volgende situaties:
4. Goedkeuringen aanspraken
4. Goedkeuringen aanspraken
Op grond van artikel X, tweede lid, Wet fiscaal kwalificatiebeleid rechtsvormen treden de verkrijgende commanditaire vennoten met betrekking tot de (fictief) verkregen vermogensbestanddelen volledig in de plaats van de open CV. De fiscale indeplaatstreding is echter niet van toepassing op fiscale aanspraken die onvoldoende zijn verbonden met een bepaald vermogensbestanddeel. Deze fiscale aanspraken blijven achter bij de open CV en gaan door het beëindigen van de zelfstandige belastingplicht van de open CV verloren. Ik acht dit niet wenselijk gelet op de door de wetgever beoogde fiscale geruisloosheid van de faciliteit. Daarom keur ik voor de hierna genoemde aanspraken het volgende goed.
Op grond van artikel X, tweede lid, Wet fiscaal kwalificatiebeleid rechtsvormen treden de verkrijgende commanditaire vennoten met betrekking tot de (fictief) verkregen vermogensbestanddelen volledig in de plaats van de open CV. De fiscale indeplaatstreding is echter niet van toepassing op fiscale aanspraken die onvoldoende zijn verbonden met een bepaald vermogensbestanddeel. Deze fiscale aanspraken blijven achter bij de open CV en gaan door het beëindigen van de zelfstandige belastingplicht van de open CV verloren. Ik acht dit niet wenselijk gelet op de door de wetgever beoogde fiscale geruisloosheid van de faciliteit. Daarom keur ik voor de hierna genoemde aanspraken het volgende goed.
Ik keur onder de voorwaarden goed dat de verkrijgende commanditaire vennoten in de plaats treden van de open CV met betrekking tot de volgende bij de open CV onmiddellijk voorafgaand aan het overdrachtstijdstip aanwezige aanspraken:
4.2. Achterwaartse verliesverrekening door de verkrijgende commanditaire vennoot met de vooroverdrachtswinst van de open CV
Zonder goedkeurende regeling is er geen mogelijkheid van achterwaartse verliesverrekening door de verkrijgende commanditaire vennoot met vooroverdrachtswinst van de open CV. De goedkeuring van het vorige onderdeel volstaat in dat geval niet. Daarom keur ik de achterwaartse verrekening van verliezen van de verkrijgende commanditaire vennoot met vooroverdrachtswinst van de open CV goed in de hieronder opgenomen afzonderlijke goedkeuring.
Zonder goedkeurende regeling is er geen mogelijkheid van achterwaartse verliesverrekening door de verkrijgende commanditaire vennoot met vooroverdrachtswinst van de open CV. De goedkeuring van het vorige onderdeel volstaat in dat geval niet. Daarom keur ik de achterwaartse verrekening van verliezen van de verkrijgende commanditaire vennoot met vooroverdrachtswinst van de open CV goed in de hieronder opgenomen afzonderlijke goedkeuring.
Ik keur onder de volgende voorwaarden goed dat een na het overdrachtstijdstip geleden verlies van een verkrijgende commanditaire vennoot kan worden verrekend met vooroverdrachtswinst van de open CV.
Voor deze goedkeuring gelden de volgende zeven voorwaarden:
5. Toelichting op de voorwaarden
In bijlage 1 zijn de voorwaarden opgenomen. Deze voorwaarden licht ik hieronder toe.
5.1. Voorwaarde 1: Vermogen dat verdwijnt of het bereik van de vennootschapsbelasting verlaat
Als vermogen door de overdracht ophoudt te bestaan, of het bereik van de vennootschapsbelasting verlaat, kan de vennootschapsbelasting niet worden doorgeschoven en is latere heffing niet verzekerd. De faciliteit is dan alleen mogelijk door toepassing van artikel X, tweede lid, Wet fiscaal kwalificatiebeleid rechtsvormen. Voorwaarde 1 verzekert in dat geval de heffing door te verplichten tot belaste herwaardering van het deel van het vermogen waarop de belastingclaim met de overdracht vervalt. In de voorwaarde worden ook nog enkele bijzondere situaties geregeld. Hierna volgt een toelichting op de werking van deze voorwaarde.
Als vermogen door de overdracht ophoudt te bestaan, of het bereik van de vennootschapsbelasting verlaat, kan de vennootschapsbelasting niet worden doorgeschoven en is latere heffing niet verzekerd. De faciliteit is dan alleen mogelijk door toepassing van artikel X, tweede lid, Wet fiscaal kwalificatiebeleid rechtsvormen. Voorwaarde 1 verzekert in dat geval de heffing door te verplichten tot belaste herwaardering van het deel van het vermogen waarop de belastingclaim met de overdracht vervalt. In de voorwaarde worden ook nog enkele bijzondere situaties geregeld. Hierna volgt een toelichting op de werking van deze voorwaarde.
Claimverlies doet zich voor als het vermogen niet juridisch verdwijnt, maar bij de verkrijgende rechtspersoon niet is onderworpen aan Nederlandse vennootschapsbelasting. Ook in die situatie eist daarom voorwaarde 1 dat over dat deel van het vermogen wordt afgerekend.
5.2. Voorwaarde 2: Innovatiebox
Voorwaarde 2 zorgt ervoor dat bij een gefacilieerde overdracht de toepassing van de innovatiebox ongewijzigd wordt voortgezet. Voorwaarde 2 ziet in de eerste plaats op de situatie waarin tot het vermogen van de open CV een immaterieel activum behoort dat na de fiscale overdracht wordt toegerekend aan de verkrijgende commanditaire vennoot of vennoten. In de tweede plaats ziet voorwaarde 2 op de situatie dat het immaterieel actief op het overdrachtstijdstip nog in ontwikkeling is en bij de verkrijgende commanditaire vennoot of vennoten wordt voltooid.
5.3. Voorwaarde 3: Artikel 13c deelneming
Voorwaarde 3 ziet op de situatie waarin de open CV een deelneming bezit waarop artikel 13c Wet Vpb 1969 van toepassing is. Op grond van voorwaarde 3 treedt de verkrijgende commanditaire vennoot voor de toepassing van artikel 13c Wet Vpb 1969 met betrekking tot dit belang voor het geheel in de plaats van de open CV. Dit geldt ook als de deelneming over meerdere verkrijgende vennoten wordt overgedragen. In dat geval treden de verkrijgende vennoten voor de toepassing van artikel 13c Wet Vpb 1969 voor het geheel in de plaats. Op deze wijze wordt voorkomen dat door de overdracht artikel 13c niet langer werkt. Als in een bepaalde situatie de sanctie van artikel 13c meerdere malen tot uitdrukking komt, kan de inspecteur om een passende oplossing worden verzocht.
5.4. Voorwaarde 4: Opwaarderingsreserve
Voorwaarde 4 regelt de samenloop van overdracht en artikel 13ba Wet Vpb 1969. De opwaarderingsreserve is geen vermogensbestanddeel dat vatbaar is voor overdracht. De opwaarderingsreserve is daarnaast subjectgebonden. Dit betekent dat bij een eventuele plaatsvervanging door de verkrijgende commanditaire vennoot met betrekking tot de deelneming de opwaarderingsreserve niet overgaat naar de verkrijgende commanditaire vennoot. Zonder nadere regeling blijft de opwaarderingsreserve dan ook achter bij de open CV en is bij vrijstelling heffing niet verzekerd. Voorwaarde 4 verzekert in dergelijke gevallen de heffing.
Voorwaarde 4 regelt de samenloop van overdracht en artikel 13ba Wet Vpb 1969. De opwaarderingsreserve is geen vermogensbestanddeel dat vatbaar is voor overdracht. De opwaarderingsreserve is daarnaast subjectgebonden. Dit betekent dat bij een eventuele plaatsvervanging door de verkrijgende commanditaire vennoot met betrekking tot de deelneming de opwaarderingsreserve niet overgaat naar de verkrijgende commanditaire vennoot. Zonder nadere regeling blijft de opwaarderingsreserve dan ook achter bij de open CV en is bij vrijstelling heffing niet verzekerd. Voorwaarde 4 verzekert in dergelijke gevallen de heffing.
Als de deelneming waarop de opwaarderingsreserve betrekking heeft in het bezit is van de open CV, treedt de verkrijgende commanditaire vennoot aan wie de deelneming wordt overgedragen op grond van het eerste lid van voorwaarde 4 met betrekking tot de opwaarderingsreserve in de plaats van de open CV. Bij splitsing van de deelneming over meerdere verkrijgende vennoten geldt deze plaatsvervanging naar evenredigheid van de splitsing van de boekwaarde van de deelneming.
Een bijzondere situatie doet zich voor als de deelneming niet in het bezit is van de open CV, maar van een met hem verbonden lichaam. Als dit lichaam ook een verbonden lichaam is van alle verkrijgende vennoten, is voortzetting van de opwaarderingsreserve mogelijk. Het derde lid van voorwaarde 4 treft hiervoor de benodigde regeling. In dat geval treden alle verkrijgende vennoten met betrekking tot de opwaarderingsreserve in de plaats van de open CV met inachtneming van een evenredige verdeling. Deze verdeling is evenredig aan de verdeling van de waarde in het economische verkeer van het vermogen van de open CV. Deze plaatsvervanging naar evenredigheid verdeelt niet alleen het bedrag van de opwaarderingsreserve, maar geldt ook voor de verdere toepassing van artikel 13ba Wet Vpb 1969. Deze verdeling geldt bij de voortgezette toepassing van artikel 13ba dus ook voor de toerekening van de waarde in het economische verkeer van het bezit van de aandelen door het verbonden lichaam.
In de situatie dat het verbonden lichaam dat de aandelen bezit een verbonden lichaam is van één of meer verkrijgende vennoten, maar niet van alle, zal op verzoek van geval tot geval worden beoordeeld of de opwaarderingsreserve kan worden voortgezet en zo ja, op welke wijze. Om in aanmerking te komen voor een dergelijke eventuele goedkeuring moet een verzoek worden gedaan namens de open CV en alle verkrijgende commanditaire vennoten. Het verzoek moet worden ingediend bij de inspecteur die belast is met de aanslagregeling vennootschapsbelasting van de open CV. Deze zendt het verzoek met een toelichting door naar de Belastingdienst/Corporate Dienst Vaktechniek, Cluster Vpb-IBwinst, Postbus 20201 2500 EE Den Haag.
5.5. Voorwaarde 5: Winstsplitsing
Voorwaarde 5 ziet op de situatie dat op het overdrachtstijdstip (31 december 2024) bij de open CV of de verkrijgende commanditaire vennoot aanspraak bestaat op voorwaartse verrekening van verliezen, waaronder begrepen een latent liquidatieverlies en een latent stakingsverlies, op toepassing van de deelnemingsverrekening, op verrekening van voorheffingen of als bij de overdracht negatieve winst ontstaat. In dat geval splitst de verkrijgende commanditaire vennoot zijn winst na overdracht in twee delen.
Voorwaarde 5 ziet op de situatie dat op het overdrachtstijdstip (31 december 2024) bij de open CV of de verkrijgende commanditaire vennoot aanspraak bestaat op voorwaartse verrekening van verliezen, waaronder begrepen een latent liquidatieverlies en een latent stakingsverlies, op toepassing van de deelnemingsverrekening, op verrekening van voorheffingen of als bij de overdracht negatieve winst ontstaat. In dat geval splitst de verkrijgende commanditaire vennoot zijn winst na overdracht in twee delen.
5.6. Voorwaarde 6: Latent liquidatieverlies deelneming
Voorwaarde 6 ziet op de situatie dat op het overdrachtstijdstip (31 december 2024) sprake is van een aanwezig latent liquidatieverlies met betrekking tot deelnemingen. Op grond van artikel 13d Wet Vpb 1969 is de deelnemingsvrijstelling niet van toepassing op een liquidatieverlies. Het moment waarop het liquidatieverlies in aftrek kan worden gebracht, wordt niet beheerst door goed koopmansgebruik. Artikel 13d, veertiende lid, Wet Vpb 1969 bepaalt namelijk dat onder voorwaarden het liquidatieverlies in aftrek komt op het tijdstip waarop de vereffening van het ontbonden lichaam is voltooid. Dit kan leiden tot oneigenlijk gebruik door verliesneming uit te stellen tot na het overdrachtstijdstip.
Voorwaarde 6 ziet op de situatie dat op het overdrachtstijdstip (31 december 2024) sprake is van een aanwezig latent liquidatieverlies met betrekking tot deelnemingen. Op grond van artikel 13d Wet Vpb 1969 is de deelnemingsvrijstelling niet van toepassing op een liquidatieverlies. Het moment waarop het liquidatieverlies in aftrek kan worden gebracht, wordt niet beheerst door goed koopmansgebruik. Artikel 13d, veertiende lid, Wet Vpb 1969 bepaalt namelijk dat onder voorwaarden het liquidatieverlies in aftrek komt op het tijdstip waarop de vereffening van het ontbonden lichaam is voltooid. Dit kan leiden tot oneigenlijk gebruik door verliesneming uit te stellen tot na het overdrachtstijdstip.
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.