← Geldende tekst · Geschiedenis

Wet van 20 december 2023 tot wijziging van enkele belastingwetten en enige andere wetten (Belastingplan 2024)

Geldende tekst a fecha 2024-01-01
Artikel I

Wijzigt de Wet inkomstenbelasting 2001.

Artikel II

Wijzigt de Wet inkomstenbelasting 2001.

Artikel III

Wijzigt de Wet inkomstenbelasting 2001.

Artikel IV

Wijzigt de Wet inkomstenbelasting 2001.

Artikel V

Wijzigt de Wet inkomstenbelasting 2001.

Artikel VI

Wijzigt de Wet inkomstenbelasting 2001.

Artikel VIa

Wijzigt de Wet inkomstenbelasting 2001.

Artikel VIb

Wijzigt de Wet inkomstenbelasting 2001.

Artikel VIc

Wijzigt de Wet inkomstenbelasting 2001.

Artikel VId

Wijzigt de Wet inkomstenbelasting 2001.

Artikel VIe

Wijzigt de Wet inkomstenbelasting 2001.

Artikel VIf

Wijzigt de Wet inkomstenbelasting 2001.

Artikel VII

Wijzigt de Wet op de loonbelasting 1964.

Artikel VIII

Wijzigt de Wet op de loonbelasting 1964.

Artikel IX

Wijzigt de Wet op de loonbelasting 1964.

Artikel X

Wijzigt de Wet op de loonbelasting 1964.

Artikel XI

Wijzigt de Wet op de loonbelasting 1964.

Artikel XII

Wijzigt de Wet op de loonbelasting 1964.

Artikel XIIa

Voor de werknemer die over het laatste loontijdvak van 2023 een vergoeding genoot waarop artikel 31a, achtste lid, van de Wet op de loonbelasting 1964 zoals dat op 31 december 2023 luidde van toepassing was, blijft artikel 2.6 van de Wet inkomstenbelasting 2001 zoals dat op 31 december 2024 luidde van toepassing tot en met uiterlijk 31 december 2026. Indien de werknemer, bedoeld in de eerste zin, op enig moment na 31 december 2023 na een onderbreking opnieuw als ingekomen werknemer wordt aangemerkt, is de eerste zin slechts tot de onderbreking van toepassing.

Artikel XIII

Wijzigt de Wet op de vennootschapsbelasting 1969.

Artikel XIIIa

Wijzigt de Wet bankenbelasting.

Artikel XIV

Wijzigt de Wet op de dividendbelasting 1965.

Artikel XIVa

Wijzigt de Wet op de dividendbelasting 1965.

Artikel XV

Wijzigt de Wet op belastingen van rechtsverkeer.

Artikel XVI

Wijzigt de Wet op de omzetbelasting 1968.

Artikel XVII

Wijzigt de Wet op de belasting van personenauto’s en motorrijwielen 1992.

Artikel XVIII

Wijzigt de Wet op de belasting van personenauto’s en motorrijwielen 1992.

Artikel XIX

Wijzigt de Wet op de motorrijtuigenbelasting 1994.

Artikel XX

Wijzigt de Wet op de motorrijtuigenbelasting 1994.

Artikel XXI

Wijzigt de Wet op de motorrijtuigenbelasting 1994.

Artikel XXII

Wijzigt de Wet op de motorrijtuigenbelasting 1994.

Artikel XXIII

Wijzigt de Wet belastingen op milieugrondslag.

Artikel XXIV

Wijzigt de Wet belastingen op milieugrondslag.

Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden

Artikel XXIVa

Wijzigt de Wet belastingen op milieugrondslag.

Artikel XXIVb

Wijzigt de Wet belastingen op milieugrondslag.

Artikel XXIVc

Wijzigt de Wet belastingen op milieugrondslag.

Artikel XXIVd

Wijzigt de Wet belastingen op milieugrondslag.

Artikel XXIVe

Wijzigt de Wet belastingen op milieugrondslag.

Artikel XXIVf

Wijzigt de Wet belastingen op milieugrondslag.

Artikel XXIVg

Wijzigt de Wet belastingen op milieugrondslag.

Artikel XXIVh

Wijzigt de Wet belastingen op milieugrondslag.

Artikel XXIVi

Wijzigt de Wet belastingen op milieugrondslag.

Artikel XXV

Wijzigt de Wet op de accijns.

Artikel XXVI

Wijzigt de Wet op de accijns.

Artikel XXVII

Wijzigt de Wet aanpak fraude toeslagen en fiscaliteit.

Artikel XXVIII

Wijzigt de Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen.

Artikel XXVIIIa

Wijzigt de Algemene wet inzake rijksbelastingen.

Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden

Artikel XXIX

Wijzigt de Invorderingswet 1990.

Artikel XXIXa

Wijzigt de Wet op de kansspelbelasting.

Artikel XXX

Wijzigt de Wet luchtvaart.

Artikel XXXI

Wijzigt de Mijnbouwwet.

Artikel XXXII

Wijzigt het Belastingplan 2023.

Artikel XXXIIa

Wijzigt de Wet fiscale maatregelen Klimaatakkoord.

Artikel XXXIII

Artikel 9.5, vijfde lid, van de Wet inkomstenbelasting 2001 en de artikelen 6, eerste lid, 7, eerste lid, 24, derde, vijfde en zesde lid, 27a, tweede en derde lid, en 31 en 70b van de Invorderingswet 1990 en de daarop berustende bepalingen zoals die luidden op 31 december 2023 blijven van toepassing op voorlopige aanslagen inkomstenbelasting die betrekking hebben op belastingschulden over een tijdvak dat vóór 1 januari 2024 is aangevangen.

Artikel XXXIV

Na toepassing van de artikelen II, onderdeel A, III, IV, onderdeel A, V, onderdeel A en VI, onderdeel A, of de artikelen VIII, IX, X, XI en XII worden de bedragen in kolom III van de tabellen in de artikelen 2.10, eerste lid, en 2.10a, eerste lid, van de Wet inkomstenbelasting 2001, onderscheidenlijk in de artikelen 20a, eerste lid, en 20b, eerste lid, van de Wet op de loonbelasting 1964, bij ministeriële regeling gewijzigd in de bedragen die na toepassing van die artikelen voortvloeien uit de aan het begin van de betreffende jaren in de kolommen I en II van die tabellen vermelde bedragen en de in de kolom IV van die tabellen vermelde percentages.

Artikel XXXV

Voor zover de artikelen 10.1 en 10.2 van de Wet inkomstenbelasting 2001, met inachtneming van artikel XXXVA, bij het begin van de kalenderjaren 2024 tot en met 2034 worden toegepast op het in artikel 8.14a, tweede lid, Wet IB 2001 als tweede vermelde bedrag, worden met overeenkomstige toepassing van die artikelen gewijzigd:

Artikel XXXVa
1.

Bij de toepassing van de artikelen 10.1, eerste lid, 10.3, tweede lid, en 10bis.12 van de Wet inkomstenbelasting 2001 en artikel 7, derde en vierde lid, van de Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen bij het begin van het kalenderjaar 2024 worden de te vervangen bedragen niet vermenigvuldigd met de tabelcorrectiefactor, maar met 1,094941. De eerste zin is van overeenkomstige toepassing met betrekking tot artikel 22d van de Wet op de loonbelasting 1964.

2.

Bij de toepassing van artikel 10.1, tweede lid, van de Wet inkomstenbelasting 2001 bij het begin van het kalenderjaar 2024 worden de te vervangen bedragen niet vermenigvuldigd met de uitkomst van de daarin opgenomen formule, maar met 1,07120575.

Artikel XXXVI

Bij de toepassing van artikel 10.1 van de Wet inkomstenbelasting 2001 en artikel 22d van de Wet op de loonbelasting 1964 bij het begin van het kalenderjaar 2024 met betrekking tot het in artikel 8.11, tweede lid, eerste zin, onderdeel b, van de Wet inkomstenbelasting 2001 en artikel 22a, tweede lid, onderdeel b, van de Wet op de loonbelasting 1964 als tweede vermelde bedrag wordt dat bedrag berekend door het vóór toepassing van artikel I, onderdeel S, in artikel 8.11, tweede lid, eerste zin, onderdeel b, van de Wet inkomstenbelasting 2001 als tweede vermelde bedrag te vermenigvuldigen met 1,094941 en vervolgens te verhogen met het in artikel I, onderdeel S, vermelde bedrag.

Artikel XXXVII

Met betrekking tot een gebouw in eigen gebruik dat vóór 1 januari 2024 reeds tot het ondernemingsvermogen of resultaatvermogen van de belastingplichtige behoorde en waarop de belastingplichtige reeds vóór 1 januari 2024 heeft afgeschreven doch nog niet over drie volledige jaren heeft kunnen afschrijven, vindt de in artikel I, onderdeel H, opgenomen wijziging van artikel 3.30a, derde lid, van de Wet inkomstenbelasting 2001 voor het eerst toepassing met ingang van het boekjaar dat volgt op het boekjaar waarin die periode van drie volledige jaren is geëindigd.

Artikel XXXVIIa

Artikel 31a, achtste lid, van de Wet op de loonbelasting 1964 zoals dat luidde op 31 december 2023 en de daarop berustende bepalingen zoals die luidden op 31 december 2023 blijven van toepassing op een werknemer die uiterlijk over het laatste loontijdvak van 2023 een vergoeding genoot waarop artikel 31a, achtste lid, van de Wet op de loonbelasting 1964 zoals dat luidde op 31 december 2023 van toepassing was. Indien de werknemer, bedoeld in de eerste zin, op enig moment na 31 december 2023 na een onderbreking opnieuw als ingekomen werknemer wordt aangemerkt, is de eerste zin slechts tot de onderbreking van toepassing.

Artikel XXXVIII
1.

Artikel 15, elfde lid, van de Wet op belastingen van rechtsverkeer zoals dat luidt met ingang van 1 januari 2025 blijft op verzoek van de beoogde verkrijger, te doen op een door de inspecteur voorgeschreven wijze, buiten toepassing op de verkrijging, bedoeld in artikel 4, eerste lid, onderdeel a, van die wet, die voor 1 januari 2030 plaatsvindt, indien:

2.

De inspecteur beslist op het verzoek bij voor bezwaar vatbare beschikking.

Artikel XXXIX

Artikel 10.1 van de Wet inkomstenbelasting 2001 vindt met betrekking tot artikelen 2.10,2.10a en 5.5 van de Wet inkomstenbelasting 2001 geen toepassing bij het begin van het kalenderjaar 2024.

Artikel XXXIXa

Artikel 27a van de Wet op de accijns vindt bij het begin van het kalenderjaar 2024 geen toepassing op de bedragen, genoemd in artikel 27, eerste lid, onderdeel a, tweede bedrag, onderdeel b, tweede bedrag, en onderdeel d, van die wet.

Artikel XL

Artikel 84a van de Wet op de accijns vindt geen toepassing op de in artikel XXV, onderdeel E opgenomen verhoging van de accijns.

Artikel XLI

Ingeval de samenloop van wetten die in 2023 in het Staatsblad zijn of worden gepubliceerd en wijzigingen aanbrengen in één of meer belastingwetten, niet of niet juist is geregeld, of indien als gevolg van die samenloop onjuistheden ontstaan in de aanduiding van artikelen, artikelonderdelen, verwijzingen en dergelijke in de desbetreffende wetten, kunnen die wetten op dit punt bij ministeriële regeling worden gewijzigd.

Artikel XLII
1.

Deze wet treedt in werking met ingang van 1 januari 2024, met dien verstande dat:

2.

In afwijking van het eerste lid treedt artikel XXIV in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip.

3.

In afwijking van het eerste lid treedt artikel XXIII, onderdeel G, in werking met ingang van 1 juli 2024.

4.

In afwijking van het eerste lid treedt artikel XXVIIIA in werking met ingang van 31 december 2025 of op een bij koninklijk besluit te bepalen eerder tijdstip.

Artikel XLIII

Deze wet wordt aangehaald als: Belastingplan 2024.

Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:

Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is fiscale maatregelen te treffen die voortvloeien uit de koopkrachtbesluitvorming voor het jaar 2024 en dat het ook in het kader van het fiscale beleid voor het jaar 2024 en volgende jaren wenselijk is in een aantal belastingwetten en enige andere wetten wijzigingen aan te brengen;

Zo is het, dat Wij, de Afdeling advisering van de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren die zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.