Besluiten van de Minister van Infrastructuur en Waterstaat, de Minister voor Natuur en Stikstof, en de Minister voor Klimaat en Energie, van 20 december 2023, nr. IENW/BSK-2023/333572, houdende aanwijzing van toezichthoudende ambtenaren ter vervanging van het Besluit aanwijzing ambtenaren VROM-regelgeving, (Besluit aanwijzing toezichthouders fysieke leefomgeving)
Gelet op de artikelen 48 van de Drinkwaterwet; 18.6, 18.6a, tweede lid, en 18.7 van de Omgevingswet; 25a, zevende lid, van de Wet belastingen op milieugrondslag; 28 van de Wet bescherming Antarctica; 22, eerste lid, onderdeel b, van de Wet explosieven voor civiel gebruik; 1, eerste lid, en 18.1a, eerste lid, van de Wet milieubeheer in verband met 18.6, eerste lid, van de Omgevingswet; 5, eerste lid, van de Wet beheer rijkswaterstaatwerken; 26 van de Wet Windenergie op zee;en 1, eerste lid, van het Vuurwerkbesluit en EG-verordening indeling, etikettering en verpakking van stoffen en mengsels, EG-verordening overbrenging van afvalstoffen en EG-verordening registratie, evaluatie en autorisatie van chemische stoffen;
BESLUITEN:
Artikel 1. Inspectie Leefomgeving en Transport
Ambtenaren van de Inspectie Leefomgeving en Transport worden
- a. belast met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens:
- –. de Drinkwaterwet;
- –. de Wet bescherming Antarctica;
- –. de Wet milieubeheer voor zover het betreft:
- a. gevaarlijke afvalstoffen;
- b. hetgeen bepaald is bij of krachtens de titels 9.2, 9.3, 9.3a, 11A.1 en paragraaf 10.6.3;
- –. de EG-verordening indeling, etikettering en verpakking van stoffen en mengsels;
- –. de EG-verordening overbrenging van afvalstoffen;
- –. de EG-verordening registratie, evaluatie en autorisatie van chemische stoffen;
- b. aangewezen als inspecteur in de zin van:
- –. de Drinkwaterwet;
- c. aangewezen als ambtenaar ten aanzien van wie, in geval van levering van leidingwater door een collectieve watervoorziening of een collectief leidingnet, het ten aanzien van de inspecteur in de artikelen 35, tweede tot en met vierde lid, 36, 37, derde lid, 49, 51 en 52 van de Drinkwaterwet bepaalde van toepassing is, met uitzondering van de gevallen, bedoeld in artikel 5, onder b, van dit besluit.
Ambtenaren van de Inspectie Leefomgeving en Transport worden ten aanzien van milieubelastende activiteiten op aangewezen terreinen op grond van de artikelen 2.6 van het Besluit activiteiten leefomgeving, artikel 4.11 van het Omgevingsbesluit en artikel 5.150 van het Besluit kwaliteit leefomgeving, uitsluitend belast met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens:
- –. de Wet milieubeheer, met uitzondering van de titels 9.7 en 9.8;
- –. de EG-verordening indeling, etikettering en verpakking van stoffen en mengsels;
- –. de EG-verordening registratie, evaluatie en autorisatie van chemische stoffen.
Artikel 2. Nederlandse Emissie Autoriteit
Ambtenaren van de Nederlandse Emissieautoriteit worden belast met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens de titels 9.7 en 9.8 van de Wet milieubeheer.
Artikel 3. Ambtenaren Wetboek van Strafvordering
Ambtenaren, bedoeld in artikel 141 van het Wetboek van Strafvordering, worden mede belast met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens:
- –. het Besluit inzameling afvalstoffen en de Regeling inzameling afvalstoffen;
- –. de EG-verordening overbrenging van afvalstoffen.
Artikel 4. Korps Militaire Controleurs Gevaarlijke Stoffen
De commandant en de controleurs van het Korps Militaire Controleurs Gevaarlijke Stoffen worden, voor zover het toezicht kan worden uitgeoefend in samenhang met de werkzaamheden waartoe zij krachtens wettelijke bepalingen inzake het vervoer van stoffen en preparaten bevoegd zijn, mede belast met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens:
- –. de titels 9.2, 9.3 en 9.3a van de Wet milieubeheer;
- –. de EG-verordening indeling, etikettering en verpakking van stoffen en mengsels;
- –. de EG-verordening registratie, evaluatie en autorisatie van chemische stoffen.
Artikel 5. Staatstoezicht op de Mijnen
Ambtenaren van het Staatstoezicht op de Mijnen worden:
- a. ten aanzien van mijnbouwwerken en windparken als bedoeld in de Omgevingswet en de Wet Windenergie op zee, mede belast met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens:
- –. de Wet milieubeheer, met uitzondering van de titels 9.7 en 9.8;
- –. de EG-verordening registratie, evaluatie en autorisatie van chemische stoffen;
- –. de EG-verordening indeling, etikettering en verpakking van stoffen en mengsels;
- b. ten aanzien van mijnbouwwerken aangewezen als ambtenaren ten aanzien van wie, in geval van levering van leidingwater door collectieve watervoorzieningen die aanwezig zijn op een mijnbouwinstallatie, als bedoeld inde Mijnbouwwet, het ten aanzien van de inspecteur in de artikelen 35, tweede tot en met vierde lid, 36, 37, derde lid, 49, 51 en 52 van de Drinkwaterwet bepaalde van toepassing is.
Artikel 6. Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit
De ambtenaren van de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit worden, voor zover het de beleidsterreinen van het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit betreft, mede belast met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens:
- –. de Wet bescherming Antarctica;
- –. de EG-verordening registratie, evaluatie, en autorisatie van chemische stoffen;
- –. de EG-verordening indeling, etikettering en verpakking van stoffen en mengsels.
Artikel 7. Nederlandse Arbeidsinspectie
Ambtenaren van de Nederlandse Arbeidsinspectie worden, voor zover het de bescherming van werknemers betreft, mede belast met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens:
- –. de titels 9.2, 9.3, 9.3a en 9.5 van de Wet milieubeheer;
- –. de EG-verordening registratie, evaluatie en autorisatie van chemische stoffen;
- –. de EG-verordening indeling, etikettering en verpakking van stoffen en mengsels.
Artikel 8. Rijkswaterstaat
Ambtenaren van het Directoraat-Generaal Rijkswaterstaat worden mede belast met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens de Wet milieubeheer ten aanzien van gevaarlijke afvalstoffen en de Wet bescherming Antarctica.
Artikel 9. Bevoegdheid tot binnentreden
Ambtenaren die zijn belast met het toezicht op de naleving of de opsporing van strafbaar gestelde feiten ter zake van het bepaalde bij of krachtens de Wet milieubeheer:
- a. ten aanzien van gevaarlijke afvalstoffen;
- b. ten behoeve van de uitoefening van de bevoegdheden, bedoeld in artikel 14, vierde lid, onderdelen a, d en e, van EU Verordening (EU) nr. 2019/1020 van het Europees parlement en de Raad van 20 juni 2019 betreffende markttoezicht en conformiteit van producten en tot wijziging van Richtlijn 2004/42/EG en Verordeningen (EG) nr. 765/2008 en (EU) nr. 305/2011 (PbEU 2019 L169), voor zover het gaat om handhaving van het bepaalde bij of krachtens:
- –. de titels 9.3, 9.3a en 9.4;
- –. de EG-verordening registratie, evaluatie en autorisatie van chemische stoffen;
- –. de EG-verordening indeling, etikettering en verpakking van stoffen en mengsels;
- –. de EG-verordening EU-milieukeur;
- –. de titels 2.5, 9.2 en 9.5, voor zover daarbij uitvoering wordt gegeven aan een internationale verplichting,
zijn bevoegd, met medeneming van de benodigde apparatuur, een woning te betreden zonder toestemming van de bewoner.
Artikel 10. Overgangsrecht
Het Besluit aanwijzing ambtenaren VROM-regelgeving zoals dit luidde onmiddellijk voorafgaand aan het tijdstip van inwerkingtreding van dit besluit, blijft van toepassing op de gevallen waarin de Omgevingswet in overgangsrecht voorziet voor de wetten, algemene maatregelen van bestuur en ministeriële regelingen waarvoor in het Besluit aanwijzing ambtenaren VROM-regelgeving toezichthouders zijn aangewezen en als gevolg van dat overgangsrecht de aanwijzing van toepassing moet blijven.
Artikel 11. Intrekking
Het Besluit aanwijzing ambtenaren VROM-regelgeving wordt ingetrokken.
Artikel 12. Inwerkingtreding
Dit besluit treedt in werking met ingang van 1 januari 2024.
Artikel 13
Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit aanwijzing toezichthouders fysieke leefomgeving.
Dit besluit zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.