Beleidsregel van de Nationale en Internationale Wegvervoer Organisatie (NIWO) inzake toepassing van de Wet wegvervoer goederen, Verordening (EG) nr. 1071/2009 en Verordening (EG) nr. 1072/2009 ten aanzien van vergunningverlening (Beleidsregel vergunningverlening van de NIWO)

Type ZBO-regeling
Publication 2024-01-01
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

Gelet op artikelen 4.1 van de Wet wegvervoer goederen, 4.4 en 4:81 van de Algemene wet bestuursrecht;

Besluit:

Hoofdstuk 1. Algemeen

Artikel 0. Definitiebepaling

Hoofdstuk 2. Vergunningeisen

Artikel 1. Eisen aanvraag

Bij een aanvraag voor verlening of verlenging van de communautaire vergunning wordt ingevolge artikel 3 van de beroepsverordening voor het wegvervoer juncto artikel 2.8 van de wet vastgesteld of de onderneming die het beroep van wegvervoerondernemer voor rekening en risico uitoefent of wil gaan uitoefenen voldoet aan de eisen van:

Artikel 2. Werkelijke en duurzame vestiging
1.

De onderneming is werkelijk en op duurzame wijze in Nederland gevestigd indien in verhouding tot de omvang van de vervoersactiviteiten én in onderling verband en samenhang bezien:

2.

De onderneming registreert in het voertuigregister de kentekens van alle voertuigen waarmee zij feitelijk de vergunningplichtige vervoersactiviteiten uitvoert.

3.

De onderneming registreert in het voertuigregister jaarlijks en uiterlijk op 31 januari het totale aantal werknemers en het aantal chauffeurs dat op 31 december van het voorgaande jaar in dienst dan wel ter beschikking van de onderneming stond.

4.

Indien de onderneming de gegevens als bedoeld in het tweede en derde lid niet registreert, kan de communautaire vergunning worden ingetrokken.

5.

Dit artikel geldt niet voor de houders van de binnenlandse vergunning.

Artikel 3. Betrouwbaarheid
1.

De onderneming, vervoersmanager en uitvoerend directeur voldoen aan de eis van betrouwbaarheid.

2.

De betrouwbaarheid van natuurlijke personen en rechtspersonen wordt aangetoond met een verklaring omtrent het gedrag voor de functie van wegvervoerondernemer goederenvervoer, die niet ouder is dan twee maanden gerekend vanaf de datum van de aanvraag voor verlening van de communautaire vergunning of verlenging van de vergunning.

3.

Indien een bestuurder, vervoersmanager of uitvoerend directeur van een onderneming niet over de Nederlandse nationaliteit beschikt of niet in Nederland woont, wordt een door de bevoegde buitenlandse autoriteit van een lidstaat afgegeven verklaring omtrent het gedrag voor natuurlijke personen overgelegd, die niet ouder is dan twee maanden gerekend vanaf de datum van de aanvraag voor verlening van de communautaire vergunning of verlenging van de vergunning.

4.

De onderneming overlegt in elk geval een nieuwe verklaring omtrent het gedrag bij tussentijdse toetreding van een bestuurder, vervoersmanager of uitvoerend directeur of op verzoek van de NIWO.

Artikel 3a. ERRU: verlies van betrouwbaarheid en rehabilitatie
1.

Bij het verlies van betrouwbaarheid wordt de vergunning van de onderneming geschorst of ingetrokken of de vervoersmanager ongeschikt verklaard indien de NIWO oordeelt dat dit een evenredige sanctie is.

2.

Het aantal strafpunten per overtreding en de grenswaarden zijn vastgesteld in de Beleidsregel evenredigheidstoets en sanctionering bij verlies betrouwbaarheid in het goederenvervoer over de weg.

3.

Een onderneming of vervoersmanager kan de status van betrouwbaarheid verliezen indien de grenswaarde van het aantal strafpunten wordt overschreden.

4.

Een veroordeling of sanctie komt voor strafpunten in aanmerking indien deze:

5.

De onderneming waarvan de vergunning op grond van het eerste lid is geschorst of ingetrokken, is na afloop van een termijn van maximaal zes maanden respectievelijk een termijn van twee jaar gerehabiliteerd.

6.

De vervoersmanager die ongeschikt is verklaard, is na afloop van een termijn van twee jaar en nadat opnieuw de examens met succes zijn afgelegd, gerehabiliteerd.

Artikel 3b. Wet Bibob
1.

Tijdens de aanvraag- of verlengingsprocedure van de communautaire vergunning en gedurende de looptijd van de vergunning kan te allen tijde een onderzoek als bedoeld in artikel 7a van de Wet Bibob worden ingesteld.

2.

Indien toepassing wordt gegeven aan de Wet Bibob wordt er niet respectievelijk niet meer voldaan aan de eis van betrouwbaarheid en wordt de vergunning ingetrokken.

3.

Voordat toepassing wordt gegeven aan het tweede lid, kan de NIWO het Bureau bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur, als bedoeld in artikel 8 van de Wet Bibob, om een advies als bedoeld in artikel 9 van de Wet Bibob vragen.

Artikel 4. Financiële draagkracht
1.

De onderneming beschikt ter voldoening aan de eis van financiële draagkracht over kapitaal en reserves van € 9.000, – wanneer slechts één voertuig wordt gebruikt en € 5.000, – voor ieder volgend voertuig.

2.

Bij een aanvraag voor verlening van de communautaire vergunning en verlenging van de vergunning wordt als kapitaal en reserves aangemerkt het beschikbare risicodragend vermogen, bestaande uit het eigen vermogen eventueel aangevuld met een achtergestelde lening, eventuele overwaardes of een bank- of verzekeringsgarantie.

3.

De onderneming toont zijn financiële draagkracht aan door overlegging van een balans of de jaarcijfers, voorzien van een vermogensopstelling indien het eigen vermogen onvoldoende is.

4.

Bij de in het derde lid bedoelde financiële stukken wordt een verklaring gevoegd, inhoudende dat de waardering van het beschikbare risicodragend vermogen is geschied volgens normen die in het maatschappelijk verkeer als aanvaardbaar worden beschouwd en dat dit vermogen voldoet aan de in het eerste lid gestelde eisen.

5.

De in het vierde lid bedoelde verklaring wordt afgegeven door een accountant of deskundige aangesloten bij:

6.

Op verzoek overlegt de onderneming ter onderbouwing van de in het vierde lid bedoelde verklaring onderliggende stukken.

7.

Indien sprake is van een achtergestelde lening, wordt een afschrift van de achterliggende leningsovereenkomst tot achterstelling overgelegd. In de leningsovereenkomst zijn in ieder geval de volgende elementen opgenomen:

8.

Op verzoek toont de onderneming gedurende de looptijd van de vergunning van een onderneming aan dat nog steeds wordt voldaan aan de eis van financiële draagkracht.

9.

De onderneming toont haar financiële draagkracht in ieder geval opnieuw aan indien een uitbreiding van het aantal gewaarmerkte afschriften leidt tot overschrijding van het door de onderneming eerder aangetoonde risicodragend vermogen.

Artikel 5. Vakbekwaamheid
1.

De vakbekwaamheid wordt ingebracht door een natuurlijk persoon, de vervoersmanager, die door overlegging van een erkend getuigschrift aantoont dat hij de vereiste kennis bezit.

2.

Een interne vervoersmanager:

3.

Een externe vervoersmanager:

4.

De inzet van de vervoersmanager wordt beoordeeld aan de hand van te overleggen bewijsstukken die betrekking hebben op:

5.

De vervoersmanager mag bij maximaal vier vervoersondernemingen zijn vakbekwaamheid inbrengen zolang het wagenpark van de vervoersondernemingen bij elkaar niet meer bedraagt dan vijftig voertuigen.

6.

In afwijking van het vijfde lid mag een interne vervoersmanager een onbeperkt aantal voertuigen beheren indien hij werkzaam is bij:

Artikel 6. Vrijstelling van het afleggen van examens van vakbekwaamheid

(Vervallen per inwerkingstreding van deze beleidsregel.)

Hoofdstuk 3. Aanvraagprocedure

Artikel 7. Indienen aanvraag
1.

Een aanvraag tot verlening of verlenging van een communautaire vergunning kan langs elektronische weg worden ingediend, mits dit via het daartoe ingerichte ondernemersloket geschiedt.

2.

Voor de in het eerste lid bedoelde aanvraag tot verlening of verlenging van de communautaire vergunning is de vergoeding verschuldigd, zoals vastgesteld in artikel 4 van het Besluit vergoedingen NIWO.

3.

Nadat voor de in het eerste lid bedoelde aanvraag de verschuldigde vergoeding is ontvangen, wordt de aanvraag binnen acht weken behandeld en beslist.

4.

Indien een aanvraag niet voorzien is van alle noodzakelijke stukken om tot een inhoudelijke behandeling van de aanvraag te komen, wordt om overlegging van aanvullende stukken verzocht binnen een daartoe te stellen redelijke termijn.

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.