Besluit van de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties van 21 december 2023, tot aanwijzing van toezichthouders die zijn belast met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens de Omgevingswet (Besluit aanwijzing toezichthouders Omgevingswet)

Type Ministeriële regeling
Publication 2025-07-03
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

Handelende in overeenstemming met de Minister van Infrastructuur en Waterstaat, de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, de Minister voor Natuur en Stikstof, de Staatssecretaris van Economische Zaken en Klimaat en de Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap;

Gelet op de artikelen 18.6, eerste lid, en 18.7 van de Omgevingswet;

Besluit:

Hoofdstuk 1. Aanwijzing van toezichthouders

§ 1.1. Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties

Artikel 1
1.

Als personen belast met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens de Omgevingswet, waarvoor op grond van paragraaf 18.1.1 van die wet de bestuursrechtelijke handhavingstaak berust bij de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, worden aangewezen de directeur-generaal in wiens taakpakket die wet valt of diegenen die door hem worden aangewezen.

2.

In afwijking van het eerste lid worden als personen belast met het toezicht op de naleving van regels over het energielabel, gesteld in afdeling 6.4 van het Besluit bouwwerken leefomgeving of paragraaf 5.1.2 van de Omgevingsregeling, met uitzondering van artikel 5.14 van die regeling, aangewezen diegenen die werkzaam zijn voor de Inspectie Leefomgeving en Transport.

§ 1.2. Minister van Economische Zaken en Klimaat

Artikel 2

Als personen belast met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens de Omgevingswet, waarvoor op grond van paragraaf 18.1.1 van die wet de bestuursrechtelijke handhavingstaak berust bij de Minister van Economische Zaken en Klimaat, worden aangewezen diegenen die werkzaam zijn voor:

§ 1.3. Minister van Infrastructuur en Waterstaat

Artikel 3
1.

Als personen belast met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens de Omgevingswet, waarvoor op grond van paragraaf 18.1.1 van die wet de bestuursrechtelijke handhavingstaak berust bij de Minister van Infrastructuur en Waterstaat, worden aangewezen diegenen die werkzaam zijn voor de Inspectie Leefomgeving en Transport, tenzij in het derde tot en met het vijfde lid anders is bepaald.

2.

Als personen belast met het toezicht, bedoeld in artikel 18.6a, derde lid, van de Omgevingswet, worden aangewezen diegenen die werkzaam zijn voor de Inspectie Leefomgeving en Transport.

3.

Als personen belast met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens de Omgevingswet, waarvoor op grond van paragraaf 18.1.1 van die wet de bestuursrechtelijke handhavingstaak berust bij de Minister van Infrastructuur en Waterstaat, worden aangewezen de directeuren van de bedrijfseenheden Inframanagement en Verkeersleiding en de onder hen werkzame medewerkers van ProRail B.V. ten aanzien van:

4.

Als personen belast met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens de Omgevingswet, waarvoor op grond van paragraaf 18.1.1 van die wet de bestuursrechtelijke handhavingstaak berust bij de Minister van Infrastructuur en Waterstaat, worden aangewezen diegenen die werkzaam zijn voor Rijkswaterstaat ten aanzien van:

met dien verstande dat de aanwijzing, bedoeld in de aanhef en onder b tot en met d en f, niet van toepassing is voor zover het betreft activiteiten die worden verricht door Rijkswaterstaat.

5.

Als personen belast met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens de Omgevingswet, waarvoor op grond van paragraaf 18.1.1 van die wet de bestuursrechtelijke handhavingstaak berust bij de Minister van Infrastructuur en Waterstaat, worden aangewezen diegenen die werkzaam zijn voor het Staatstoezicht op de Mijnen ten aanzien van het bepaalde bij of krachtens de paragrafen 7.2.3 en 7.2.4 van het Besluit activiteiten leefomgeving.

6.

Als personen mede belast met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens de Omgevingswet, waarvoor op grond van paragraaf 18.1.1 van die wet de bestuursrechtelijke handhavingstaak berust bij de Minister van Infrastructuur en Waterstaat, worden aangewezen diegenen die werkzaam zijn:

7.

Als personen belast met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens artikel 20.6 in verband met artikel 20.7, aanhef en onder b, van de Omgevingswet en de EG-verordening PRTR, worden ook aangewezen diegenen die werkzaam zijn voor:

8.

Als personen belast met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens de Omgevingswet, waarvoor op grond van paragraaf 18.1.1 van die wet de bestuursrechtelijke handhavingstaak berust bij de Minister van Infrastructuur en Waterstaat, worden ook aangewezen diegenen die werkzaam zijn bij het Havenbedrijf Amsterdam N.V., Divisie Havenmeester, te Amsterdam en diegenen die werkzaam zijn bij het Havenbedrijf Rotterdam N.V., Divisie Havenmeester, te Rotterdam, ten aanzien van:

§ 1.3a. Minister voor Klimaat en Energie

Artikel 4

Als personen belast met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens de Omgevingswet, waarvoor op grond van paragraaf 18.1.1 van die wet de bestuursrechtelijke handhavingstaak berust bij de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, worden aangewezen:

§ 1.4. Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit

Artikel 5
1.

Als personen belast met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens de Omgevingswet, waarvoor op grond van paragraaf 18.1.1 van die wet de bestuursrechtelijke handhavingstaak berust bij de Minister voor Natuur en Stikstof, worden aangewezen:

2.

In afwijking van het eerste lid worden als personen belast met het toezicht op de naleving van het bepaalde in de artikelen 11.87 tot en met 11.91 van het Besluit activiteiten leefomgeving aangewezen de heer R. van de Mortel, burgemeester van de gemeente Vught, en de heer R. Jager, burgemeester van de gemeente Westerveld.

§ 1.5. Minister voor Natuur en Stikstof

Artikel 6

Als personen belast met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens de Omgevingswet, waarvoor op grond van paragraaf 18.1.1 van die wet de bestuursrechtelijke handhavingstaak berust bij de Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, worden aangewezen diegenen die werkzaam zijn voor de Inspectie Overheidsinformatie en Erfgoed, met uitzondering van de personen die toezicht houden op de naleving van de Archiefwet 1995.

Hoofdstuk 2. Bevoegdheid van toezichthouders tot het binnentreden van een woning

§ 2.1. Minister van Infrastructuur en Waterstaat

Artikel 7

De personen, bedoeld in artikel 3, belast met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens de Omgevingswet, zijn bevoegd, met medeneming van de benodigde apparatuur, een woning te betreden zonder toestemming van de bewoner, ten aanzien van de activiteiten, bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, aanhef en onder a, c en d, en tweede lid, aanhef en onder b tot en met f, van de Omgevingswet, voor zover deze activiteiten betrekking hebben op gevaarlijke stoffen.

§ 2.1. Minister van Infrastructuur en Waterstaat

Artikel 8

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.