Regeling van de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid van 21 december 2023, nr. 5111654, houdende een specifieke uitkering voor regionale openbare lichamen, provincies of gemeenten in verband met de bekostiging van acute opvang aan ontheemden uit Oekraïne vanwege de oorlogssituatie in Oekraïne (Bekostigingsregeling eerste opvang ontheemden Oekraïne door Regionale openbare lichamen)

Type Ministeriële regeling
Publication 2026-01-01
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

De Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid,

Gelet op artikel 17, vijfde lid, van de Financiële-verhoudingswet;

Besluit:

Artikel 1. Begripsbepalingen

In deze regeling wordt verstaan onder:

Artikel 2. Verstrekking van een specifieke uitkering
1.

De Minister kan een specifieke uitkering verstrekken aan een regionaal openbaar lichaam, een provincie of een gemeente, die namens meerdere gemeenten, die tot het territoriale gebied van één of meerdere veiligheidsregio’s binnen één provincie behoren, de operationele coördinatie en eerste opvang van ontheemden uit Oekraïne uitvoert.

2.

De Minister verstrekt de specifieke uitkering ter bekostiging van de werkelijk gemaakte kosten, bedoeld in artikel 5, ten behoeve van coördinatie en eerste opvang ontheemden uit Oekraïne.

3.

De specifieke uitkering wordt verstrekt voor de periode van 1 januari 2024 tot en met 31 december 2026.

4.

De specifieke uitkering wordt op aanvraag verstrekt.

5.

Het regionaal openbaar lichaam, de provincie of de gemeente, bedoeld in het eerste lid, verstrekt op verzoek van de Minister een onderbouwing van de wijze waarop zij invulling geeft aan een continue en voldoende betrouwbare uitvoering van de taak bedoeld in het tweede lid.

Artikel 3. Voorwaarden aanvraag
1.

De aanvraag bevat in ieder geval

2.

Een aanvraag voor de periode van 1 januari 2024, of een later moment vanaf welk de werkzaamheden worden uitgevoerd, tot en met 31 december 2024, dient vóór 1 oktober 2024 te worden gedaan. Een aanvraag voor de periode van 1 januari 2025 tot en met 31 december 2025, dient vóór 1 oktober 2025 te worden gedaan. Een aanvraag voor de periode van 1 januari 2026 tot en met 31 december 2026, dient vóór 1 oktober 2026 te worden gedaan.

3.

In afwijking van het tweede lid kan de Minister een aanvraag ingediend op of na 1 oktober van het betreffende boekjaar, maar vóór 1 mei van het daaropvolgende boekjaar toekennen, indien er sprake is van:

4.

De aanvraag, bedoeld in het derde lid, wordt alleen ingewilligd indien:

Artikel 4. Verlening en bevoorschotting
1.

De Minister beslist binnen dertien weken na ontvangst van de aanvraag.

2.

De Minister verstrekt zo spoedig mogelijk na de beschikking een voorschot van 100% van de totale kosten voor de periode waarop de aanvraag betrekking heeft.

Artikel 5. Voor vergoeding in aanmerking komende kosten
1.

De specifieke uitkering wordt alleen verstrekt ter bekostiging van de in een periode als bedoeld in artikel 2, derde lid, gemaakte kosten door:

2.

Een gemeente, provincie of veiligheidsregio declareert de kosten, bedoeld in het eerste lid, onder a, bij het regionaal openbaar lichaam, dat deze kosten vervolgens opvoert in de aanvraag.

3.

Een gemeentelijke gezondheidsdienst, de geneeskundige hulpverleningsorganisatie of een ander gemeentelijk samenwerkingsverband declareren de kosten, bedoeld in het eerste lid, onder b, bij het regionaal openbaar lichaam, dat deze kosten vervolgens opvoert in de aanvraag.

4.

Er wordt geen specifieke uitkering krachtens deze regeling verstrekt voor:

Artikel 6. Verantwoording
1.

Het regionaal openbaar lichaam, de provincie of de gemeente, bedoeld in artikel 2, eerste lid, legt uiterlijk 15 juli van het jaar dat volgt op het jaar van besteding verantwoording af over de besteding van de specifieke uitkering.

2.

Daar waar sprake is van overdracht van middelen naar een medeoverheid is SiSa tussen medeoverheden van toepassing conform artikel 17a, tweede lid van de Financiële-verhoudingswet.

Artikel 7. Procedure tot vaststelling van de specifieke uitkering
1.

Nadat de minister de verantwoordingsinformatie, als bedoeld in artikel 17a van de Financiële-verhoudingswet, heeft ontvangen van de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, stelt de minister de uitkering binnen 22 weken vast.

2.

De Minister kan de specifieke uitkering lager vaststellen:

Artikel 8. Terugvordering
1.

De specifieke uitkering kan worden teruggevorderd voor het deel dat blijkens de verantwoordingsinformatie niet is uitgegeven.

2.

De specifieke uitkering kan worden teruggevorderd voor het deel dat blijkens de verantwoordingsinformatie niet rechtmatig is uitgegeven.

3.

Onverschuldigd betaalde bedragen en voorschotten kunnen worden teruggevorderd, voor zover na de dag waarop de beschikking waarbij de specifieke uitkering wordt vastgesteld is bekendgemaakt, nog geen vijf jaren zijn verstreken.

Artikel 9. Intrekking

Het Bekostigingsbesluit eerste opvang ontheemden Oekraïne door veiligheidsregio’s wordt ingetrokken met ingang van 1 januari 2024.

Artikel 10. Inwerkingtreding

Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst en werkt terug tot en met 1 januari 2024.

Artikel 11. Citeertitel

Deze regeling wordt aangehaald als: Bekostigingsregeling eerste opvang ontheemden Oekraïne door Regionale openbare lichamen.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.