Besluit van de inspecteur-generaal van de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit namens de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit van 19 december 2023 tot vaststelling van het Specifiek interventiebeleid NVWA diergezondheid (IB03-SPEC 16, versie 02)
De Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit,
Gelet op artikel 4:81 van de Algemene wet bestuursrecht, artikel 8.1 van de Wet dieren, artikel 6, zevende lid, van het Besluit mandaat, volmacht en machtiging LNV 2019 en het Algemeen interventiebeleid NVWA 2024;
Besluit vast te stellen de volgende beleidsregel:
1. Onderwerp
Het Specifiek interventiebeleid NVWA diergezondheid beschrijft, binnen de kaders van het Algemeen interventiebeleid NVWA 2024 (AIB), de klasseindeling en de interventies voor de beoordeling van specifieke overtredingen van de wetgeving in het domein diergezondheid. Dit domein heeft betrekking op het houden van en de handel in dieren, inclusief de verplaatsingen naar andere lidstaten en derde landen. Dit specifiek interventiebeleid heeft onder andere betrekking op het primaire bedrijf, (dieren)vervoer, verzamelcentra en slachthuizen en ziet tevens op hobbymatig gehouden dieren. Op overtredingen met betrekking tot diergezondheid anders dan in dit document of een ander specifiek interventiebeleid beschreven, blijft het AIB van toepassing.
De Europese wetgeving over diergezondheid is samengebracht in één kader, namelijk de Diergezondheidsverordening (EU) 2016/429 en daarmee samenhangende gedelegeerde en uitvoerings- verordeningen. Daarbij ligt de focus op bevordering van diergezondheid via preventie, monitoring en bestrijding. De Verordening en de gedelegeerde- en uitvoeringsverordeningen, voorzien in uniforme, rechtstreeks werkende regels voor exploitanten, houders van dieren en voor de overheid. Aanvullende nationale bepalingen ten aanzien van diergezondheid zijn geregeld in de Wet dieren en de onderliggende besluiten en regelingen. Dit specifiek interventiebeleid ziet op alle Europese en nationale regelgeving met betrekking tot diergezondheid.
1.2. Achtergrondinformatie
De Europese regels betreffende diergezondheid zijn opgenomen in de Verordening (EU) nr. 2016/429 en zijn daarmee rechtstreeks van toepassing binnen de Europese Unie. Enerzijds betekent dit dat bepalingen uit de verordeningen niet geïmplementeerd mogen worden in nationale regelgeving, anderzijds behoeven bepalingen uitwerking in nationale regelgeving om de verordening te kunnen uitvoeren. Het gaat dan bijvoorbeeld om het strafbaar stellen van overtredingen van bepaalde voorschriften uit de verordeningen en de mogelijkheid om uitvoering te kunnen geven aan bindende onderdelen uit die verordeningen.
De Wet dieren biedt de grondslag om overtredingen van bepalingen uit de verordeningen strafbaar te stellen.
De verordeningen laten voor sommige onderwerpen, onder voorwaarden, ruimte aan lidstaten om aanvullende regels te stellen. Voor Nederland is het van belang om aanvullend op de Europese regels nationale regels te stellen om de diergezondheid te beschermen. De noodzaak voor het stellen van aanvullende nationale regels komt ook voort uit het feit dat de verordening voor sommige thema’s geen of beperkt regels stelt. Terwijl het voor een effectieve preventie, bewaking, monitoring en bestrijding wel noodzakelijk is om die aanvullende regels te stellen.
Niet alle Europese regels die zien op dieren en ziekten zijn door de Verordening (EU) nr. 2016/429 vervangen. Naast de Verordening (EU) nr. 2016/429 blijft een Europese richtlijn, een besluit en twee verordeningen van toepassing die gaan over overdraagbare ziekten, inclusief zoönosen (zie hoofdstuk 2.2).
2. Definitie inspectie en wettelijke basis
2.1. Definitie inspectie
Elke vorm van controle door een inspecteur van de NVWA om na te gaan of de wet- en regelgeving inzake identificatie en registratie van dieren, diergezondheid en vervoer van dieren of dierlijke producten wordt nageleefd. De inspecteur kan, als dit de efficiency van de uit te voeren inspectie ten goede komt, er voor kiezen om deze van tevoren aan te kondigen. Dit laat onverlet dat de inspecteur ook zonder aankondiging een inspectie kan uitvoeren.
2.2. Wettelijke basis
Dit specifiek interventiebeleid ziet toe op:
3. Werkwijze
3.1. Het bepalen van de ernst van de overtreding
Overtredingen worden ingedeeld naar de klassen zoals gedefinieerd in het AIB. Bij de indeling in de klassen is met name beoordeeld in hoeverre een overtreding een risico kan vormen voor de voedsel- veiligheidvoedselveiligheid (tracering), de verspreiding van dierziekten, de herstelbaarheid daarvan, ondermijning van het systeem en of er sprake is van calculerend en/of bewust risiconemend gedrag. Hoe groter het risico, hoe ernstiger de overtreding wordt gekwalificeerd.
De kwalificatie in het interventiebeleid van de boetecategorieën naar ernst kan verschillen van de kwalificatie naar ernst van de overtredingsklasse in de Regeling handhaving en overige zaken Wet dieren. Dit is verklaarbaar, want het doel van de kwalificering en de criteria zijn verschillend. In het specifiek interventiebeleid is het doel het bepalen van de overtredingsklasse en in de Regeling handhaving en overige zaken Wet dieren gaat het om het bepalen van de hoogte van de boete.
Bij een aantal overtredingen bepalen de omstandigheden van het geval of de niet naleving wordt aangemerkt als geringe lichte overtreding, middelzware overtreding of zware overtreding. De volgende indeling wordt aangehouden:
Aard en ernst van de overtreding:
Licht feit, gering risico op aantasting diergezondheid, volksgezondheid, of geringe ondermijning van het systeem. Er zijn in de bijlage een aantal feiten benoemd die onder deze categorie vallen. Voor de klasse lichte overtredingen geldt dat bij een vierde constatering van een overtreding van klasse licht wordt overgegaan naar de interventie die volgt op de constatering van een klasse middelzware overtredingen. Dat betekent dat een officiële waarschuwing dient te volgen, conform het AIB. Bij een vijfde constatering kan er overgegaan worden op een interventie conform de klasse zware overtredingen.
Middelzware overtreding/ zware overtreding
Bij de meeste overtredingen bepalen de omstandigheden van het geval dan wel de omvang van de overtreding of de niet-naleving wordt aangemerkt als middelzware overtreding of zware overtreding.
Indeling van overtredingen in verschillende overtredingsklassen heeft op een aantal verschillende manieren plaatsgevonden:
Getalsmatige criteria
Bij diverse overtredingen is de indeling in overtredingsklasse zwaar gebaseerd op getalsmatige criteria. In die gevallen is de overtreding die in categorie zwaar is ingedeeld exact geformuleerd. Overtredingen van dezelfde norm die als lichte overtreding zijn aangemerkt betreffen geringe afwijkingen. In dat geval worden kleine afwijkingen (zoals weinig dieren, of afwijkingen die een klein risico vormen) ingedeeld als lichte overtreding.
Alle overige overtredingen van diezelfde norm, die niet vallen onder de exacte omschrijving behorende bij zwaar, en geen ‘lichte overtreding’ zijn, worden beschouwd als middelzware overtreding. In het specifiek interventiebeleid zijn deze overtredingen aangeduid als ‘niet zijnde zwaar of licht’.
Structureel / incidenteel
Andere overtredingen zijn niet op basis van een getalsmatig criterium ingedeeld, maar zijn als een zware overtreding ingedeeld als er sprake is van structurele overtredingen van die norm. De tegenhanger van een structurele overtreding is een incidentele overtreding (overtredingsklasse middelzwaar). Onder incidentele overtreding wordt verstaan: een overtreding die betrekking heeft op een gering aantal dieren, of een overtreding die slechts een geringe afwijking van de norm is.
Om bij indeling van bepaalde overtredingen rekening te houden met grote én met kleine bedrijven, komen bij een aantal normen 2 criteria voor, bijvoorbeeld minimaal 10% én minimaal 10 dieren.
3.2. Herhaalde overtreding
Met een wettelijke norm die betrekking heeft op vergelijkbare gedragingen wordt bedoeld overtredingen uit hetzelfde deel van Verordening (EU) 2016/429, zoals bijvoorbeeld tracering, monitoring, verplaatsingen, identificatie en registratie van dieren of salmonella.
3.3. Het bepalen van interventies bij een overtreding
Bestraffende sanctie
Overtredingen worden bestuursrechtelijk of strafrechtelijk afgehandeld. Aan het Openbaar Ministerie worden overtredingen voorgelegd indien de ernst van de overtreding of de omstandigheden waaronder zij zijn begaan daartoe aanleiding geven. Uitgangspunt is dat bij een zware overtreding, dan wel een herhaalde middelzware overtreding, in elk geval een bestuurlijke boete wordt opgelegd of een proces-verbaal wordt aangezegd.
De NVWA treedt met name in overleg met het Openbaar Ministerie over mogelijke gevallen van:
Bestuursrechtelijke handhaving
Op basis van de Wet dieren is de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit bevoegd om bestuursrechtelijke maatregelen te nemen die gericht zijn op het herstel van de gevolgen van de overtreding of het voorkomen van verdere overtreding. Verder is de minister bevoegd om bij bepaalde overtredingen van de Wet dieren een bestuurlijke boete op te leggen. Deze bevoegdheden zijn mede aan de NVWA gemandateerd.
In de bijlagen van dit specifiek interventiebeleid is vastgelegd op welke wijze wordt geïntervenieerd bij het constateren van een overtreding.
3.4. Stapeling
Ten aanzien van het stapelen van overtredingen geldt, bij het opleggen van de bestuurlijke boete, dat er wordt uitgegaan van maximaal vijf overtredingen per controlemoment.
3.5. Melding klachtambtenaar Veterinair Tuchtcollege
In het geval personen die zijn toegelaten tot het beroepsmatig verrichten van diergeneeskundige handelingen tekortschieten in de zorgplicht voor dieren, kan er een melding worden gedaan bij de klachtambtenaar ten behoeve van het Veterinair Tuchtcollege. Dit gelet op artikel 4.2 van de Wet dieren. Dit kan naast een bestuurlijke of strafrechtelijke interventie plaatsvinden. Personen die hier onder vallen zijn onder andere dierenartsen, dierenartsassistenten-paraveterinair en dierverloskundigen.
3.6. Erkenningen, registraties en certificaten
Een maatregel die genomen kan worden bij een omissie is het intrekken van een erkenning, registratie of het niet afgeven of intrekken van een certificaat. Ook kan de frequentie van toezicht worden verhoogd.
3.7. Meldingen aan lidstaten
Bij constatering van tekortkomingen, die in andere lidstaten zijn gemaakt of ontstaan wordt de betreffende bevoegde autoriteit van dat land, via het National Contact Point geïnformeerd over deze niet-naleving.
4. Divers
Deze beleidsregel vervangt het op 30 oktober 2023 vastgestelde Specifiek interventiebeleid NVWA diergezondheid (IB02-SPEC 16, versie 01). Hiermee wordt de inhoud van de beleidsregel in overeenstemming gebracht met het Algemeen interventiebeleid NVWA 2024.
Deze beleidsregel wordt aangehaald als ‘Specifiek interventiebeleid NVWA diergezondheid (IB03-SPEC 16, versie 02)’.
Deze beleidsregel treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin hij wordt geplaatst.
De bijlage van deze beleidsregel is te vinden op de website van de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (www.nvwa.nl/interventiebeleid).
Bijlage
Gepubliceerd op www.nvwa.nl/interventiebeleid.
Deze beleidsregel wordt in de Staatscourant geplaatst.
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.