Beleidsregel van de Staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat, van 27 december 2023, nr. ILT-2023/58667, inzake de toepassing van regels van Verordening 1071/2009/EG en Verordening (EU) 2016/403, de Wet personenvervoer 2000 en het Besluit personenvervoer 2000 houdende bepalingen in verband met de uitvoering van de evenredigheidstoets en het sanctioneren van de vervoerder en de vervoersmanager verlies van betrouwbaarheid in het busvervoer (Beleidsregel evenredigheidstoets en sanctionering bij verlies betrouwbaarheid busvervoer 2024)
Gelet op artikel 6 van Verordening 1071/2009/EG, artikel 1 van Verordening (EU) 2016/403 en van Verordening (EU) 2022/694, de artikelen 4b en 5 van de Wet personenvervoer 2000, de artikelen 23 en 23a van het Besluit personenvervoer 2000 en artikel 4:81 van de Algemene wet bestuursrecht;
Besluit:
Hoofdstuk 1. Definities en inleidende bepalingen
Artikel 1. Definitiebepaling
In deze beleidsregel wordt verstaan onder:
- a. meest ernstige overtredingen: meest ernstige inbreuken van de communautaire wetgeving als bedoeld in bijlage I van Verordening 2016/403;
- b. heel ernstige overtredingen: heel ernstige inbreuken van de communautaire wetgeving als bedoeld in bijlage I van Verordening 2016/403;
- c. ernstige overtredingen: ernstige inbreuken van de communautaire wetgeving als bedoeld in bijlage I van Verordening 2016/403;
- d. strafpunten: punten die aan de vervoerder of vervoersmanager worden toegerekend als gevolg van het plegen van een meest ernstige, heel ernstige of ernstige overtreding als bedoeld in dit artikel onder a, b en c;
- e. besluit: besluit van Onze Minister tot schorsing of intrekking van de communautaire vergunning of ongeschiktverklaring van de vervoersmanager;
- f. ILT: Inspectie Leefomgeving en Transport;
- g. onderzoeksrapport: onderzoeksrapport van Onze Minister, opgesteld door de ILT, inhoudende zijn conclusie ten aanzien van de betrouwbaarheid van de vervoerder of de vervoersmanager;
- h. evenredigheidstoets: toets die de ILT op basis van haar onderzoeksrapport uitvoert ten aanzien van de evenredigheid van een besluit en waarbij wordt onderzocht of zich feiten en omstandigheden voordoen die tot het oordeel kunnen leiden dat het verlies van betrouwbaarheid van de vervoerder of vervoersmanager een onevenredig strenge sanctie is;
- i. recidivist: vervoerder waarvan eerder op basis van deze beleidsregel de communautaire vergunning is geschorst of ingetrokken of een vervoersmanager die eerder op basis van deze beleidsregel ongeschikt is verklaard.
Artikel 2. Toepassingskader
Deze beleidsregel heeft betrekking op:
- a. het aantal strafpunten dat wordt gegeven per overtreding zoals bedoeld in artikel 1, onder a, b en c;
- b. de overschrijding van de grenswaarde van het aantal strafpunten waarbij het verlies van betrouwbaarheid wordt overwogen;
- c. de uitvoering van de evenredigheidstoets;
- d. het verlies van betrouwbaarheid waardoor de communautaire vergunning van de vervoerder kan worden geschorst of ingetrokken en de vervoersmanager ongeschikt kan worden verklaard;
- e. de rehabilitatiemaatregelen.
Hoofdstuk 2. Strafpunten
Artikel 3. Strafpunten
Een veroordeling of sanctie komt voor strafpunten in aanmerking indien deze niet ouder is dan twee jaar vanaf de datum dat de desbetreffende veroordeling of sanctie onherroepelijk is geworden.
Het aantal toe te rekenen strafpunten per overtreding is vastgesteld in de bijlage bij deze beleidsregel.
Artikel 4. Grenswaarden
Strafpunten worden aan de vervoerder en de vervoersmanager toegerekend, tenzij in het onderzoeksrapport van Onze Minister kan worden aangetoond dat de vervoerder of de vervoersmanager niet verwijtbaar is.
De door Onze Minister aan een vervoerder of een vervoersmanager toegerekende strafpunten worden bij elkaar opgeteld.
De grenswaarde van het aantal strafpunten is gerelateerd aan de omvang van de bedrijfsactiviteiten op basis van het aantal gewaarmerkte afschriften waarover de vervoerder of de vervoersmanager beschikt en is als volgt:
| Aantal gewaarmerkte afschriften | Grenswaarde aantal strafpunten |
|---|---|
| 1 | 18 |
| 2–10 | 27 |
| 11–20 | 36 |
| 21–50 | 45 |
| 51–100 | 54 |
| 101–500 | 54 + 0,40 x (aantal gewaarmerkte afschriften – 100) |
| 501 en meer | 230 + 0,20 x (aantal gewaarmerkte afschriften – 500) |
Indien een vervoersmanager de verantwoordelijkheid draagt voor het wagenpark van meerdere vervoerders, dan is de cumulatie van de verschillende wagenparken bepalend voor de voor de vervoersmanager geldende grenswaarde.
Overschrijding van de grenswaarde van het aantal strafpunten kan leiden tot het verlies van betrouwbaarheid.
Strafpunten vervallen twee jaar nadat ze zijn toegerekend.
Hoofdstuk 3. Preventie en verwijtbaarheid
Artikel 5. Preventie
Onze Minister zendt de vervoerder of de vervoersmanager een schriftelijke kennisgeving bij elke eerste registratie van strafpunten en nadat ten minste 50% van de grenswaarde van het aantal strafpunten is overschreden.
Artikel 6. Betrouwbaarheid
Bij het overschrijden van de grenswaarde van het aantal strafpunten stelt Onze Minister een onderzoeksrapport op ten aanzien van de vervoerder of de vervoersmanager.
Verlies van betrouwbaarheid is in beginsel geen onevenredig strenge sanctie indien de vervoerder of de vervoersmanager de grenswaarde van het aantal toegerekende strafpunten heeft overschreden.
Artikel 7. Onderzoek en verwijtbaarheid vervoerder
Onze Minister concludeert in het onderzoeksrapport dat het verlies van betrouwbaarheid van de vervoerder een onevenredig strenge sanctie is indien:
- a. de handelingen van een derde die ten grondslag liggen aan overtredingen van wezenlijke invloed zijn geweest;
- b. sprake is van een niet toerekenbaar gebrek aan kennis over de feiten en omstandigheden die hebben geleid tot het begaan van overtredingen terwijl kennis daarvan de overtredingen zou hebben voorkomen, of
- c. sprake is van een door de vervoerder aan te tonen andere situatie van overmacht waardoor overtredingen niet aan hem zijn te wijten.
Onze Minister concludeert in het onderzoeksrapport dat het verlies van betrouwbaarheid van de vervoerder een onevenredig strenge sanctie is indien de vervoerder kan aantonen dat hij het begaan van bedoelde overtredingen duurzaam heeft beperkt door:
- a. het geven van de nodige en kenbare instructies aan de chauffeur;
- b. het treffen van structurele maatregelen in de bedrijfsvoering gericht op het bevorderen van de naleving van de regelgeving die ten grondslag lag aan de strafpunten;
- c. het aan de chauffeur verstrekken van de nodige middelen voor de naleving van de onder b bedoelde regelgeving; en
- d. het houden van in redelijkheid te vorderen toezicht ter zake van de onderdelen a tot en met c.
Onze Minister concludeert in het onderzoeksrapport dat het verlies van betrouwbaarheid van de vervoerder een onevenredig strenge sanctie is indien de vervoersmanager door zijn solistische wijze van optreden en handelen, dat indruist tegen het bestendig bedrijfsbeleid, als enige verantwoordelijk kan worden gehouden voor het begaan of doen begaan van één of meer overtredingen.
Onze Minister concludeert in het onderzoeksrapport dat het verlies van betrouwbaarheid van de vervoerder geen onevenredig strenge sanctie is indien hij door zijn solistische wijze van optreden en handelen, dat indruist tegen het bestendig bedrijfsbeleid, als enige verantwoordelijk kan worden gehouden voor het begaan of doen begaan van de overtredingen.
Artikel 8. Onderzoek en verwijtbaarheid vervoersmanager
Onze Minister concludeert in het onderzoeksrapport dat het verlies van betrouwbaarheid van de vervoersmanager een onevenredig strenge sanctie is indien de vervoersmanager kan aantonen dat:
- a. hij op gezag van de vervoerder of een derde onder druk werd gezet om aanwijzingen of instructies te geven, of na te laten, die hebben geleid tot het begaan van de overtredingen, of;
- b. hij naar aanleiding van de eerdere onherroepelijk geworden overtredingen structurele maatregelen heeft genomen om de naleving van de regelgeving te bevorderen, of;
- c. de vervoerder door zijn solistische wijze van optreden en handelen, dat indruist tegen het bestendig bedrijfsbeleid, als enige verantwoordelijk kan worden gehouden voor het begaan of doen begaan van één of meer overtredingen.
Onze Minister concludeert in het onderzoeksrapport dat het verlies van betrouwbaarheid van de vervoersmanager geen onevenredig strenge sanctie is indien hij door zijn solistische wijze van optreden en handelen, dat indruist tegen het bestendig bedrijfsbeleid, als enige verantwoordelijk kan worden gehouden voor het begaan of doen begaan van de overtredingen.
Artikel 9. Besluitvorming
Onze Minister zal in beginsel een besluit nemen conform de conclusie van het onderzoeksrapport, tenzij nieuwe feiten en omstandigheden blijken die nopen tot een ander oordeel.
Bij wijze van een schriftelijk voornemen wordt aan de vervoerder of de vervoersmanager kenbaar gemaakt dat Onze Minister voornemens is een besluit te nemen en dat binnen zes weken een zienswijze naar voren kan worden gebracht.
Indien door de vervoerder of de vervoersmanager geen feiten of omstandigheden naar voren zijn gebracht, zal Onze Minister een besluit nemen conform de conclusie van het onderzoeksrapport.
Artikel 10. Evenredigheidstoets
Onze Minister beoordeelt of een voorgenomen besluit evenredig is.
Hoofdstuk 4. Verlies van betrouwbaarheid en rehabilitatie
Artikel 11. Schorsing en intrekking communautaire vergunning
Bij het verlies van betrouwbaarheid kan Onze Minister de communautaire vergunning van de vervoerder schorsen of intrekken.
Onze Minister schorst de communautaire vergunning voor ten hoogste zes maanden.
Onze Minister trekt de communautaire vergunning in indien niet kan worden volstaan met een schorsing van de communautaire vergunning.
Onze Minister trekt de communautaire vergunning in ieder geval in wanneer de vervoerder als recidivist kan worden aangemerkt.
Indien de vervoerder niet binnen vier weken na de inwerkingtreding van het besluit tot intrekking van de communautaire vergunning die vergunning en de daarbij behorende gewaarmerkte afschriften inlevert, kan Onze Minister een last onder dwangsom opleggen op grond van artikel 93 van de Wet personenvervoer 2000.
Artikel 12. Bestuurder van vervoerder
De schorsing en intrekking van de communautaire vergunning werken door naar de bestuurder die in het Handelsregister van de Kamer van Koophandel staat geregistreerd.
Artikel 13. Rehabilitatie vervoerder
De vervoerder waarvan de communautaire vergunning wegens het niet voldoen aan de betrouwbaarheidseis is geschorst, is na het verstrijken van de termijn van die schorsing, gerehabiliteerd.
De vervoerder waarvan de communautaire vergunning vanwege het niet voldoen aan de betrouwbaarheidseis is ingetrokken, is na afloop van een termijn van twee jaar gerehabiliteerd.
De vervoerder die niet is gerehabiliteerd als bedoeld in het eerste en tweede lid van dit artikel voldoet niet aan de eisen van betrouwbaarheid.
Na de schorsing of intrekking van de communautaire vergunning worden van de vervoerder de strafpunten gewist die het schorsings- of intrekkingsbesluit ten gevolge hebben gehad.
Artikel 14. Ongeschikt verklaring en rehabilitatie vervoersmanager
Bij het verlies van betrouwbaarheid kan Onze Minister de vervoersmanager voor de duur van twee jaar ongeschikt verklaren.
De vervoersmanager die ongeschikt is verklaard, is niet eerder gerehabiliteerd dan na de in het eerste lid genoemde termijn en nadat opnieuw de examens voor vakbekwaamheid met succes zijn afgelegd.
De vervoersmanager die niet is gerehabiliteerd als bedoeld in het tweede lid van dit artikel voldoet niet aan de eis van betrouwbaarheid.
Het vakdiploma van de ongeschikt verklaarde vervoersmanager is niet geldig in de lidstaten van de Europese Unie, zolang de vervoersmanager niet conform het hiervoor genoemde lid is gerehabiliteerd.
Na het ongeschikt verklaren van de vervoersmanager worden de strafpunten gewist die het besluit tot ongeschikt verklaring ten gevolge hebben gehad.
Indien de vervoersmanager ongeschikt is verklaard, wordt de vervoerder waar de vervoersmanager werkzaam was een hersteltermijn van maximaal zes maanden geboden om aan de eis van vakbekwaamheid te voldoen, alvorens de communautaire vergunning wordt ingetrokken.
Hoofdstuk 5. Bezwaar
Artikel 15. Bezwaar
Tegen een besluit van Onze Minister kan binnen zes weken schriftelijk bezwaar worden ingediend.
Het bezwaar schorst niet de werking van het besluit waartegen het bezwaar is gericht.
Hoofdstuk 6. Overige bepalingen
Artikel 16. Intrekking
De Beleidsregel evenredigheidstoets en sanctionering bij verlies betrouwbaarheid busvervoer (Stcrt. 26 februari 2021, nr. 10239) wordt ingetrokken.
Artikel 17
Deze beleidsregel treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin hij wordt geplaatst.
Artikel 18
Deze beleidsregel wordt aangehaald als: Beleidsregel evenredigheidstoets en sanctionering bij verlies betrouwbaarheid busvervoer 2024.
Bijlage. als bedoeld in artikel 3, tweede lid, van deze beleidsregel
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.