Besluit van 12 december 2023, tot regeling van de bestuurlijke boete Visserijwet 1963 (Besluit bestuurlijke boete Visserijwet 1963)

Type AMvB
Publication 2024-04-01
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

Op de voordracht van Onze Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit van 11 juli 2023, nr. WJZ / 33376640;

Gelet op artikel 54c, tweede lid, van de Visserijwet 1963;

De Afdeling advisering van de Raad van State gehoord (advies van 20 september 2023, nr. W11.23.00192/IV);

Gezien het nader rapport van Onze Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit van 1 december 2023, nr. WJZ / 41128694;

Hebben goedgevonden en verstaan:

Hoofdstuk 1. Begripsbepalingen

Artikel 1

In dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:

Hoofdstuk 2. De bestuurlijke boete

Artikel 2
1.

Onze Minister stelt de hoogte van de bestuurlijke boete die voor een overtreding kan worden opgelegd vast overeenkomstig de volgende categorieën boetebedragen:

2.

De berekening van de omzet, bedoeld in het eerste lid, onderdeel k, geschiedt op voet van het bepaalde voor de netto-omzet in artikel 377, zesde lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek.

Artikel 3

Onze Minister maakt bij het bepalen van de hoogte van de bestuurlijke boete onderscheid tussen de volgende categorieën overtreders:

Artikel 4
1.

Onze Minister maakt bij het bepalen van de hoogte van de bestuurlijke boete voorts onderscheid tussen de volgende categorieën overtredingen:

2.

Bij ministeriële regeling wordt bepaald tot welke categorie van overtredingen als bedoeld in het eerste lid een overtreding behoort.

3.

In afwijking van het eerste lid, kan Onze Minister regelen dat een overtreding als bedoeld in het eerste lid, onderdeel c, die niet volgt uit bindende besluiten van instellingen van de Europese Unie en die in de zee- of kustvisserij wordt begaan, behoort tot de categorie overtredingen, bedoeld in het eerste lid, onderdelen d, e of f.

4.

Bij ministeriële regeling wordt bepaald wanneer een gedraging als ernstige inbreuk wordt beschouwd indien:

Artikel 5

Onze Minister bepaalt de hoogte van de bestuurlijke boete aan de hand van de in de bijlage bij dit besluit vastgestelde tabel, indien het een overtreding betreft die is opgenomen in de regeling, bedoeld in artikel 4, tweede lid.

Artikel 6
1.

Indien de hoogte van de bestuurlijke boete door het met de overtreding behaalde economisch voordeel aanmerkelijk wordt overschreden, kan Onze Minister ten hoogste het bedrag, bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel k, opleggen. Indien van toepassing neemt Onze Minister hierbij artikel 90, derde lid, van de controleverordening of de artikelen 44, tweede lid, en 46 van Verordening (EG) nr. 1005/2008 van de Raad van 29 september 2008 houdende de totstandbrenging van een communautair systeem om illegale, ongemelde en ongereglementeerde visserij te voorkomen, tegen te gaan en te beëindigen, tot wijziging van Verordeningen (EEG) nr. 2847/93, (EG) nr. 1936/2001 en (EG) nr. 601/2004 en tot intrekking van Verordeningen (EG) nr. 1093/94 en (EG) nr. 1447/1999 (PbEU 2008, L 286) in acht.

2.

Indien ten tijde van het begaan van een overtreding nog geen drie jaren zijn verstreken sinds een eerder aan de overtreder opgelegde bestuurlijke boete voor eenzelfde overtreding onherroepelijk is geworden, is de boete, in afwijking van artikel 5, gelijk aan de som van de op grond van artikel 5 voor de overtreding op te leggen bestuurlijke boete en de voor die eerdere overtreding opgelegde bestuurlijke boete.

3.

Indien de boete wordt verhoogd op grond van het tweede lid, wordt geen hogere boete opgelegd dan zeven maal de boete die op grond van artikel 5 voor de overtreding zou worden opgelegd.

4.

Bij ministeriële regeling kunnen soortgelijke overtredingen worden aangewezen waarop het tweede lid van overeenkomstige toepassing is.

Hoofdstuk 3. Overige en slotbepalingen

Artikel 7

Dit besluit treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip.

Artikel 8

Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit bestuurlijke boete Visserijwet 1963.

Bijlage. bij artikel 5

Categorie overtreder → Artikel 3, onderdeel a Artikel 3, onderdeel b Artikel 3, onderdeel c Artikel 3, onderdeel d
Categorie overtreding ↓
Artikel 4, eerste lid, onderdeel a Boetebedrag 1, als bedoeld in artikel 2, eerste lid Boetebedrag 2, als bedoeld in artikel 2, eerste lid Boetebedrag 3, als bedoeld in artikel 2, eerste lid Boetebedrag 4, als bedoeld in artikel 2, eerste lid
Artikel 4, eerste lid, onderdeel b Niet van toepassing Boetebedrag 3, als bedoeld in artikel 2, eerste lid Boetebedrag 5, als bedoeld in artikel 2, eerste lid Boetebedrag 6, als bedoeld in artikel 2, eerste lid
Artikel 4, eerste lid, onderdeel c Boetebedrag 3, als bedoeld in artikel 2, eerste lid Boetebedrag 5, als bedoeld in artikel 2, eerste lid Boetebedrag 6, als bedoeld in artikel 2, eerste lid Boetebedrag 7 als bedoeld in artikel 2, eerste lid
Artikel 4, eerste lid, onderdeel d Niet van toepassing Boetebedrag 7, als bedoeld in artikel 2, eerste lid Boetebedrag 8, als bedoeld in artikel 2, eerste lid Boetebedrag 9, als bedoeld in artikel 2, eerste lid
Artikel 4, eerste lid, onderdeel e Niet van toepassing Boetebedrag 8, als bedoeld in artikel 2, eerste lid Boetebedrag 9, als bedoeld in artikel 2, eerste lid Boetebedrag 10, als bedoeld in artikel 2, eerste lid
Artikel 4, eerste lid, onderdeel f Niet van toepassing Boetebedrag 9, als bedoeld in artikel 2, eerste lid Boetebedrag 10, als bedoeld in artikel 2, eerste lid Boetebedrag 11, als bedoeld in artikel 2, eerste lid

Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.