Besluit van 20 december 2023, houdende regels met betrekking tot inrichtingen- en activiteiten, milieueffectrapportage en de kwaliteit van toezicht en handhaving, ter bescherming van de fysieke leefomgeving op Bonaire, Sint Eustatius en Saba (Inrichtingen- en activiteitenbesluit BES)

Type Amvb Bes
Publication 2024-04-01
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

Op de voordracht Onze Minister van Infrastructuur en Waterstaat van 18 augustus 2023, nr. IENW/BSK-2022/228899, Hoofddirectie Bestuurlijke en Juridische Zaken;

Gelet op de artikelen 1.2, derde lid, 1.3, 5.1, eerste, tweede en vierde lid, 5.4, eerste, derde en vijfde lid, 5.6, tweede lid, 5.7, tweede lid, 5.9, eerste en tweede lid, 5.14, vierde lid, 5.21, eerste, tweede en derde lid, 5.25, zesde lid, 5.39, derde lid, 6.1, eerste, tweede en vierde lid, 7.1, eerste tot en met vierde lid, 8.6, tweede lid, onderdeel a, en 10.9, eerste, tweede en derde lid, van de Wet volkshuisvesting, ruimtelijke ordening en milieubeheer BES;

De Afdeling advisering van de Raad van State gehoord (advies van 8 november 2023, nr. No. W17.23.00228/IV);

Gezien het nader rapport van de Minister van Infrastructuur en Waterstaat van 14 december 2023, nr. IenW/BSK-2023/343615, Hoofddirectie Bestuurlijke en Juridische Zaken;

Hebben goedgevonden en verstaan:

Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen

Artikel 1.1. Begripsbepalingen

In dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:

Artikel 1.2. Categorieën van inrichtingen
1.

Als categorieën van inrichtingen als bedoeld in artikel 1.2, derde lid, van de wet worden aangewezen de inrichtingen die in bijlage 1 bij dit besluit zijn genoemd.

2.

In dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder een:

Artikel 1.3. Bevoegd gezag
1.

Het bestuurscollege is het bevoegd gezag ten aanzien van inrichtingen type I, type II en type III.

2.

Onze Minister is het bevoegd gezag ten aanzien van inrichtingen type IV.

Artikel 1.4. Zorgplicht
1.

Degene die een inrichting type I, II, III of IV drijft en weet of redelijkerwijs had kunnen weten dat hiermee nadelige gevolgen voor het milieu ontstaan of kunnen ontstaan die niet of onvoldoende kunnen worden voorkomen of beperkt door naleving van de bij of krachtens dit besluit gestelde regels, is verplicht alle maatregelen te nemen die redelijkerwijs van hem kunnen worden gevraagd om die gevolgen te voorkomen.

2.

Als het voorkomen van de nadelige gevolgen, bedoeld in het eerste lid, niet mogelijk is, is diegene verplicht deze gevolgen zoveel mogelijk te beperken of ongedaan te maken.

3.

Onder het voorkomen, beperken of ongedaan maken van het ontstaan van de nadelige gevolgen wordt verstaan:

Hoofdstuk 2. Regels voor inrichtingen type i en ii

Artikel 2.1. Kwaliteitscriteria
1.

Degene die een type I of II inrichting drijft, voldoet aan de bij ministeriële regeling vast te stellen kwaliteitscriteria alsmede aan de nadere regels gesteld bij eilandsverordening.

2.

De bij ministeriële regeling vast te stellen kwaliteitscriteria hebben in elk geval betrekking op de onderwerpen:

3.

De eilandsraad stelt nadere regels als bedoeld in artikel 5.1, vierde lid, van de wet, over de kwaliteitscriteria, bedoeld in het eerste lid, die betrekking hebben op de onderwerpen, bedoeld in het tweede lid.

Artikel 2.2. Melding inrichting type II
1.

Degene die een inrichting type II opricht, verandert of de werking daarvan verandert, meldt dat bij het bevoegd gezag, bedoeld in artikel 1.3, eerste lid.

2.

De melding wordt uiterlijk vier weken voor de datum waarop de oprichting, verandering of verandering van de werking plaats zal vinden gedaan.

3.

De melding is niet vereist als overeenkomstig dit artikel al eerder een melding is gedaan en geen sprake is van een afwijking van de bij die eerdere melding verstrekte gegevens.

4.

Bij een melding worden in ieder geval de volgende gegevens verstrekt:

Artikel 2.3. Maatwerkvoorschriften als bedoeld in artikel 5.4, derde lid van de wet, voor inrichtingen type I en II
1.

Het bestuurscollege kan ambtshalve of op aanvraag van degene die een inrichting type I of II drijft, maatwerkvoorschriften als bedoeld in artikel 5.4, derde lid, van de wet, vaststellen, indien deze voorschriften betrekking hebben op bij ministeriële regeling of eilandsverordening vast te stellen kwaliteitscriteria en een hoger of gelijkwaardig niveau van bescherming van het milieu bieden dan het bepaalde op grond van artikel 2.1, eerste, tweede en derde lid.

2.

Het bevoegd gezag:

3.

Het bevoegd gezag geeft openbaar kennis van de beschikking, waarin een maatwerkvoorschrift als bedoeld in het eerste lid, wordt gesteld in één of meer plaatselijke dagbladen en voorts op de voor publicatie van officiële mededelingen gebruikelijke wijze en legt de beschikking ter inzage gedurende 6 weken.

Hoofdstuk 3. REGELS VOOR INRICHTINGEN TYPE III en IV

Artikel 3.1. Vergunningplicht

Degene die een inrichting type III of IV opricht, in werking heeft, verandert of de werking daarvan verandert, vraagt schriftelijk een vergunning als bedoeld in artikel 5.1, tweede lid, van de wet, aan bij het bevoegd gezag, bedoeld in artikel 1.3.

Artikel 3.2. De aanvraag vergunning inrichtingen type III
1.

Bij de aanvraag om een vergunning voor een inrichting type III worden de volgende gegevens verstrekt:

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.