Regeling van de Staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat, van 15 december 2023, nr IENW/BSK-2023/363174, houdende vaststelling algemene regels voor inrichtingen en activiteiten (Regeling inrichtingen- en activiteiten BES)
Gelet op artikel 2.1, eerste en tweede lid, van het Inrichtingen- en activiteitenbesluit BES;
BESLUIT:
Treedt in werking op het tijdstip waarop het Inrichtingen- en activiteitenbesluit BES in werking treedt.
Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen
Artikel 1.1. Begripsbepalingen
In deze regeling wordt verstaan onder:
- aaneengesloten bodembeschermende voorziening: vloer, verharding of constructie die stoffen tijdelijk keert, waarvan eventuele onderbrekingen of naden zijn gedicht;
- ADR-klasse: klasse waarin een gevaarlijke stof volgens de ADR valt vanwege het overheersende gevaar en het bijkomende gevaar;
- agrarische bedrijfsstoffen: dierlijke meststoffen die niet verpompbaar zijn, kuilvoer, bijvoedermiddelen die niet verpompbaar zijn, gebruikt substraatmateriaal van plantaardige oorsprong en restmateriaal afkomstig van de teelt van gewassen, voor zover geen sprake is van inerte goederen;
- appendages: bij machines of installaties behorende toestellen en onderdelen die dienen ter completering van deze machines of installaties;
- bedrijfsafvalwater: afvalwater dat vrijkomt bij door de mens bedrijfsmatig of in een omvang alsof zij bedrijfsmatig was, ondernomen bedrijvigheid, dat geen huishoudelijk afvalwater, afvloeiend hemelwater of grondwater is;
- bodembedreigende stoffen: bodembedreigende stoffen die de bodem kunnen verontreinigen als bedoeld in bijlage 1, onderdeel A, bij deze regeling;
- bodembeschermende voorziening: lekbak, opvangbassin, aaneengesloten bodembeschermende voorziening, of andere lekdichte voorziening;
- CMR-stoffen: stoffen opgenomen in de lijst met kankerverwekkende stoffen en processen als bedoeld in artikel 4.11 van het Arbeidsomstandighedenbesluit;
- dB(A): maat voor de geluidsterkte, gecorrigeerd naar de gevoeligheid van het menselijke oor;
- dierlijke meststoffen: uitwerpselen van voor gebruiks- of winstdoeleinden gehouden dieren, daaronder begrepen de geheel of gedeeltelijk verteerde maag- of darminhoud van deze dieren en mengsels van strooisel met de uitwerpselen, alsook producten daarvan;
- emissiegrenswaarde: massa, gerelateerd aan een parameter, concentratie of niveau van een emissie die tijdens een of meer ga
- IMDG: IMDG-Code International Maritime Dangerous Goods Code (MSC.406(96);
- intrinsiek niet-bodembedreigende stoffen: stoffen als bedoeld in bijlage 1, onderdeel B, bij deze regeling;
- kwetsbare objecten: woningen, gebouwen waarin minderjarigen, ouderen, zieken of gehandicapten de gehele dag of een gedeelte van de dag verblijven, zoals, ziekenhuizen, verzorgingstehuizen, verpleeghuizen en kinderopvanginstellingen, andere gebouwen waarin relatief grote aantallen personen een groot deel van de dag verblijven zoals kantoren en hotels, scholen, complexen met meer dan 5 winkels, supermarkten, warenhuizen en kampeer- en recreatieterreinen;
- lichtbronnen: lichtbronnen waaronder wordt verstaan:
- −. openbare verlichting;
- −. terreinverlichting;
- −. aanstraling van gebouwen en objecten;
- −. verlichting van sportvelden;
- −. terrasverlichting; reclameverlichting;
- −. verlichting van installaties;
- −. skybeamers;
- −. sierverlichting;
- −. verlichting op en van bedrijventerreinen;
- lozen: het brengen van:
- −. afvalwater of andere afvalstoffen, verontreinigende of schadelijke stoffen in een oppervlaktewaterlichaam;
- −. afvalwater op of in de bodem;
- −. afvalwater of andere afvalstoffen in een openbaar afvalwaterstelsel;
- grondstoffen: natuurlijke grondstoffen zoals (zoet) water, zand, mineralen en hout;
- koelinstallatie: combinatie van met koudemiddel gevulde onderdelen die met elkaar zijn verbonden en die tezamen een gesloten koudemiddelcircuit vormen waarin het koudemiddel circuleert met het doel warmte op te nemen of af te staan;
- natuurlijke koudemiddelen: kooldioxide, ammoniak of koolwaterstoffen niet zijnde een gefluoreerd broeikasgas voor zover toegepast als koudemiddel als bedoeld in bijlage 2 bij deze regeling;
- normaal kubieke meter: afgashoeveelheid bij 273,15 kelvin en 101,3 kilo pascal en betrokken op droge lucht;
- onderhoud en inspectie: activiteiten, uitgezonderd terugwinning zoals bedoeld in artikel 2.13.2 en controles op lekkages overeenkomstig artikel 2.13.3 van deze regeling, die met zich brengen dat de circuits die gefluoreerde broeikasgassen bevatten of daartoe ontworpen zijn, worden geopend, met name het toevoegen aan het systeem van gefluoreerde broeikasgassen, het verwijderen van één of meer onderdelen van het circuit of de apparatuur, het opnieuw monteren van twee of meer onderdelen van het circuit of de apparatuur, alsook het repareren van lekkages;
- opslagvoorziening: vaste ruimte bestemd voor de opslag van verpakte gevaarlijke stoffen of CMR-stoffen uitgevoerd als een brandcompartiment met een weerstand tegen branddoorslag en brandoverslag van 60 minuten (60 WBDBO);
- openbaar afvalwaterstelsel: een voorziening voor de inzameling en het transport van afvalwater, in beheer bij het bestuurscollege of een rechtspersoon die door het eilandsraad met het beheer is belast;
- oplosmiddelen: oplosmiddelen die worden gebruikt bij het chemisch reinigen van textiel;
- ondergronds: geheel of gedeeltelijk in de bodem gelegen of ingeterpt;
- PER: tetrachlooretheen;
- standaardbrandstoffen: propaan, butaan en vloeibare brandstoffen, inclusief biodiesel die voldoet aan NEN-EN 14214;
- synthetische koudemiddelen: gefluoreerde broeikasgassen; fluorkoolwaterstoffen (HFK’S) voor zover toegepast als koudemiddel als bedoeld in bijlage 2 bij deze regeling;
- terugwinning: verzamelen en opslaan van gefluoreerde broeikasgassen uit producten, waaronder houders, en apparatuur gedurende het onderhoud of de service, dan wel voorafgaand aan de verwijdering van de producten of de apparatuur;
- UN nummer: stofidentificatienummer tijdens vervoer;
- vloeistofdichte bodembeschermende voorziening: vloer, verharding of constructie waardoor stoffen niet in de bodem terecht kunnen komen;
- werkvoorraad: voorraad verpakte gevaarlijke stoffen of CMR-stoffen als bedoeld in voorschrift 3.1.3 van PGS 15;
- zee: zee als bedoeld in artikel 1, onderdeel j, van de Wet maritiem beheer BES;
- zuiveringstechnisch werk: voor de zuivering van afvalwater bestemd werk dat in beheer is bij het bestuurscollege of bij een rechtspersoon die door de eilandsraad met het beheer is belast;
- zuiveringsvoorziening: werk voor het zuiveren van afvalwater dat geen zuiveringstechnisch werk is.
Artikel 1.2. Normadressaat
Aan de hoofdstukken 2 tot en met 3 wordt voldaan door degene die een inrichting type I of type II opricht, in werking heeft, verandert of de werking daarvan verandert of de inrichting beëindigt.
Hoofdstuk 2. Kwaliteitscriteria bedrijfsbranche overschrijdend
Afdeling 2.1. Kwaliteitscriteria afvalstoffen
Artikel 2.1.1. Omgaan met afvalstoffen
Ten behoeve van een doelmatig beheer van afvalstoffen worden, onverminderd Hoofdstuk 4 van de wet, in ieder geval geen:
- a. gevaarlijke afvalstoffen vermengd met andere afvalstoffen;
- b. afvalstoffen gemengd met stoffen die geen afvalstof zijn;
- c. afvalstoffen gemengd die gescheiden worden ingezameld of afgevoerd;
- d. afvalstoffen verbrand;
- e. afvalstoffen gestort;
- f. afvalstoffen begraven.
De volgende afvalstoffen worden in ieder geval gescheiden ingezameld:
- a. karton en papier;
- b. plastic;
- c. aluminium;
- d. glas.
Afvalstoffen worden zo vaak als nodig uit de inrichting afgevoerd naar of ingezameld door een door het bestuurscollege aangewezen inzamelaar.
Artikel 2.1.2. Autowrakken
In een inrichting, niet zijnde een inrichting voor onderhoud en reparatie van motorrijtuigen als bedoeld in bijlage 1, hoofdstuk 2, onderdeel 10, bij het besluit, is geen autowrak aanwezig.
Artikel 2.1.3. Verwijderd asbest
Verwijderd asbest of een verwijderd asbesthoudend product, niet zijnde grond, bodem of sloopschepen, wordt aangeboden aan een door het bestuurscollege aangewezen inzameldienst.
Afdeling 2.2. Kwaliteitscriteria afvalwater
Artikel 2.2.1. Lozingsroute
Ter bescherming van het aquatisch milieu wordt ongezuiverd afvalwater niet geloosd op een oppervlaktewaterlichaam of op of in de bodem.
In afwijking van het eerste lid wordt afvloeiend hemelwater, dat niet afkomstig is van een bodembeschermende voorziening, nuttig gebruikt of geloosd in of op de bodem of in het oppervlaktewaterlichaam, niet zijnde de zee.
In afwijking van het eerste lid mag afvalwater dat is geleid door een zuiveringsvoorziening, worden geloosd op of in de bodem of op een oppervlaktewaterlichaam.
Ter bescherming van de kwaliteit van de bodem en van het oppervlaktewaterlichaam, wordt huishoudelijk afvalwater geloosd op het openbaar afvalwaterstelsel of op een zuiveringsvoorziening.
Bedrijfsafvalwater is na zuivering door een zuiveringsvoorziening zodanig gezuiverd dat het:
- a. in samenstelling overeenkomt met huishoudelijk afvalwater en geschikt is om geloosd te worden op het openbaar afvalwaterstelsel; of
- b. geschikt is voor hergebruik of voor lozing op of in de bodem.
Bedrijfsafvalwater dat niet kan worden gezuiverd en niet kan worden verwerkt door een zuiveringstechnisch werk, wordt niet geloosd op het openbaar afvalwaterstelsel en wordt afgevoerd per as.
Artikel 2.2.2. Bescherming van de werking van het openbare afvalwaterstelsel en zuiveringsvoorzieningen
Voor een goede doorstroming en het behoud van de kwaliteit van het openbaar afvalwaterstelsel bevat het afvalwater dat hierin geloosd wordt in enig steekmonster niet meer dan 300 mg/l onopgeloste stoffen.
Aan het eerste lid wordt in ieder geval voldaan als het afvalwater wordt geleid door een goed onderhouden bezinkvoorziening met een capaciteit die is afgestemd op de hoeveelheid en de mate van verontreiniging van het afvalwater.
Voor een goede doorstroming en het behoud van de kwaliteit van het openbaar afvalwaterstelsel en voor de goede werking van een zuiveringsvoorziening wordt vethoudend afvalwater dat wordt geloosd in het openbaar afvalwaterstelsel of op een zuiveringsvoorziening voor vermenging met ander afvalwater, geleid door een goed gedimensioneerde en goed onderhouden vetafscheider en slibvangput.
Artikel 2.2.3. Lozen van afvalwater van een bodembeschermende voorziening
Het afvalwater afkomstig van een bodembeschermende voorziening wordt geloosd op het openbaar afvalwaterstelsel of op een zuiveringsvoorziening.
Het afvalwater dat wordt geloosd op het openbaar afvalwaterstelsel of op een zuiveringsvoorziening wordt voor vermenging met ander afvalwater geleid door een goed gedimensioneerde en goed onderhouden slibvangput en olieafscheider.
De oliefractie wordt als gevaarlijk afval afgevoerd door een door het bestuurscollege aangewezen erkende verwerker.
Afdeling 2.3. Kwaliteitscriteria bodem
Artikel 2.3.1. Preventieve bodembescherming algemeen
Ter voorkoming of beperking van bodemverontreiniging worden bodembedreigende stoffen:
- a. niet op of in de bodem geloosd;
- b. gebruikt of afgeleverd boven een bodembeschermende voorziening;
- c. zodanig gebruikt dat zweten, lekkage of wegspatten van die stoffen wordt voorkomen of tot het minimum wordt beperkt;
- d. adequaat verpakt.
Als zweten, lekkage of wegspatten van bodembedreigende stoffen niet is of niet kan worden voorkomen, worden deze stoffen onmiddellijk met behulp van absorptiemiddelen van de vloer verwijderd.
Een apparaat dat of een installatie die een vloeistofcircuit bevat wordt geplaatst boven een aaneengesloten bodembeschermende voorziening.
Wanneer de bodembeschermende voorziening, bedoeld in het derde lid, is uitgevoerd als een lekbak dan kan deze tenminste 110% van de inhoud van het apparaat of installatie opvangen.
Alle tankinstallaties, leidingsystemen en appendages zijn vloeistofdicht.
Artikel 2.3.2. Bodembescherming ondergrondse tanks
De bovengrondse delen van installaties worden tenminste eenmaal per jaar visueel geïnspecteerd op in elk geval lekkages en indien nodig onderhouden.
De ondergrondse leidingsystemen worden tenminste eenmaal per vijf jaar geïnspecteerd op lekdichtheid door een hiervoor deskundig geacht bedrijf.
De resultaten van de inspectie worden bewaard totdat de resultaten van de eerstvolgende inspectie beschikbaar zijn, maar tenminste voor vijf jaar.
Artikel 2.3.3. Preventie bodemerosie
Handelingen aan, op of in de bodem die erosie bevorderen, worden vermeden.
Afdeling 2.4. Kwaliteitscriteria licht
Artikel 2.4.1. Voorkomen en beperken van lichthinder
Ter bescherming en bevordering van de duisternis en het donkere landschap wordt ter voorkoming van lichthinder het gebruik van lichtbronnen tot een aanvaardbaar niveau beperkt.
Afdeling 2.5. Kwaliteitscriteria geluid
Artikel 2.5.1. Voorkomen en beperken geluidhinder
Ter voorkoming en beperking van geluidhinder worden luide werkzaamheden zoveel mogelijk binnen een gebouw van de inrichting uitgevoerd, waarbij de deuren en ramen zo mogelijk gesloten blijven.
Artikel 2.5.2. Grenswaarden geluid
Ter verkoming van geluidhinder worden de onderstaande grenswaarden niet overschreden:
| Gebiedstypen | 07:00–19:00 | 19:00–07:00 |
|---|---|---|
| Landelijke omgeving, stille recreatie/ agrarisch/kunuku-gebied | 40 dB(A) | 35 dB(A) |
| Woongebied buiten de bebouwde kom | 45 dB(A) | 40 dB(A) |
| Woongebied in bebouwde kom (gemengd gebied) | 50 dB(A) | 45 dB(A) |
| Centrum (gebied met woon- en werkfuncties) | 55 dB(A) | 50 dB(A) |
| Bedrijventerrein/zware bedrijven | 65 dB(A) | 60 dB(A) |
Afdeling 2.6. Kwaliteitscriteria geur
Artikel 2.6.1. Voorkomen en beperken geurhinder
Geurhinder bij kwetsbare objecten wordt voorkomen en voor zover dat niet mogelijk is tot een aanvaardbaar niveau beperkt.
Afdeling 2.7. Kwaliteitscriteria trilling
Artikel 2.7.1. Preventie trillinghinder
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.