Regeling van de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties van 16 januari 2024, houdende regels voor het verstrekken van een eenmalige specifieke uitkering aan de provincies van Nederland ter ontzorging van kleine en micro mkb-ondernemingen bij de verduurzaming van het gebouw, bedrijfsproces of bedrijventerrein (Regeling specifieke uitkering ontzorgingsprogramma verduurzaming kleine en micro mkb-ondernemingen en bedrijventerreinen)

Type Ministeriële regeling
Publication 2024-11-30
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

Gelet op artikel 17, vijfde lid, van de Financiële-verhoudingswet;

Besluit:

Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen

Artikel 1. Begripsbepalingen

In deze regeling wordt verstaan onder:

Hoofdstuk 2. Ontzorgingsprogramma verduurzaming kleine en micro mkb-ondernemingen

Artikel 2. Doel en activiteiten
1.

De Minister kan op aanvraag een specifieke uitkering verstrekken aan een provincie voor activiteiten ter ontzorging van een kleine en micro mkb-onderneming bij de verduurzaming van het bedrijfsproces van de onderneming of haar bedrijfsmatig vastgoed.

2.

De activiteiten, bedoeld in het eerste lid, omvatten uitsluitend:

3.

De specifieke uitkering wordt niet besteed aan:

Artikel 3. Hoogte en plafond
1.

De Minister kan in totaal ten hoogste € 32.644.420 aan specifieke uitkeringen aan provincies verstrekken voor het doel, bedoeld in artikel 2, verminderd met het bedrag aan compensabele BTW.

2.

Het totaal aan specifieke uitkeringen bedraagt ten hoogste het per provincie genoemde bedrag in bijlage I, verminderd met het bedrag aan compensabele BTW.

3.

Het bedrag aan compensabele BTW stort de Minister in het BTW compensatiefonds.

Artikel 4. Aanvraag
1.

Een specifieke uitkering als bedoeld in artikel 2 kan door de provincie worden aangevraagd van 15 februari 2024 vanaf 12.00 uur tot en met 15 maart 2024 tot 12.00 uur, dan wel zoveel eerder indien het plafond is bereikt.

2.

Een aanvraag bevat in ieder geval:

3.

Een aanvraag wordt ingediend met gebruikmaking van het aanvraagformulier dat door de Minister ter beschikking is gesteld op de website van de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland.

Artikel 5. Weigeringsgronden
1.

Een aanvraag voor een specifieke uitkering als bedoeld in artikel 4 wordt geheel of gedeeltelijk afgewezen:

2.

Er wordt geen specifieke uitkering verstrekt voor de activiteiten, bedoeld in artikel 2, tweede lid, voor zover die op andere wijze worden gesubsidieerd of gefinancierd.

Artikel 6. Verstrekking

Indien een specifieke uitkering als bedoeld in artikel 2 wordt verstrekt, vermeldt de beschikking in

ieder geval:

Artikel 7. Verplichtingen
1.

De ontvanger van de specifieke uitkering, bedoeld in artikel 2, is verplicht om:

2.

Indien de afronding van de activiteiten niet voor de datum, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, buiten de schuld van de ontvanger van de specifieke uitkering mogelijk is, kan de Minister die termijn op schriftelijk en gemotiveerd verzoek van de ontvanger eenmaal met ten hoogste een jaar verlengen.

3.

De ontvanger van de specifieke uitkering mag deze alleen besteden ten behoeve van een kleine en micro mkb-onderneming die eigenaar is van het bedrijfsmatig vastgoed waarin zij is gevestigd of waarbij de eigenaar van het bedrijfsmatig vastgoed ingestemd heeft met de activiteiten, bedoeld in artikel 2, tweede lid, onderdeel d.

4.

Indien de kleine en micro mkb-onderneming aan de energiebesparingsplicht ter verduurzaming van het energiegebruik voor gebouwgebonden maatregelen, bedoeld in 3.84 van het Besluit bouwwerken leefomgeving moet voldoen, dient zij eerst de hieraan verbonden informatieplicht, bedoeld in artikel 3.84a van dat Besluit te hebben uitgevoerd of indien sprake is van een energiebesparingsplicht voor procesgebonden maatregelen, bedoeld in artikel 5.15 van het Besluit activiteiten leefomgeving, dient zij eerst de hieraan verbonden informatie- en onderzoeksplicht, bedoeld in artikel 5.15a van dat Besluit, te hebben uitgevoerd, voordat kan worden begonnen met de activiteiten, bedoeld in artikel 2, tweede lid, van deze regeling.

5.

Op verzoek van de Minister informeert de ontvanger van de specifieke uitkering aan hem over de voortgang van de activiteiten waarvoor de specifieke uitkering is verstrekt.

6.

Op verzoek van de Minister verschaft de ontvanger van de specifieke uitkering aan hem informatie ten behoeve van de halfjaarlijkse monitoring van de provinciale ontzorgingsprogramma’s door de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland.

7.

Op verzoek van de Minister verschaft de ontvanger van de specifieke uitkering aan hem informatie ten behoeve van door de Minister ingestelde onderzoeken die erop zijn gericht informatie te verkrijgen over de doelmatigheid en doeltreffendheid van de provinciale ontzorgingsprogramma’s in relatie tot het klimaatbeleid.

Artikel 8. Voorschot

De Minister verleent een voorschot van 100% van de specifieke uitkering, bedoeld in artikel 6, onderdeel b, en betaalt dat in één keer uit.

Artikel 9. Verantwoording en terugvordering
1.

De provincies leggen verantwoording af over de besteding van de ontvangen specifieke uitkering, bedoeld in artikel 2, op de wijze bepaald in artikel 17a van de Financiële-verhoudingswet.

2.

Als uit de eindverantwoordingsinformatie blijkt dat de specifieke uitkering onrechtmatig is besteed gelet op het doel en de activiteiten, bedoeld in artikel 2, of onvolledig is besteed binnen de daartoe gestelde termijn, kan de uitkering ter hoogte van het niet of onrechtmatig bestede deel door de Minister lager worden vastgesteld en worden teruggevorderd.

3.

De Minister doet binnen een jaar na ontvangst van de eindverantwoordingsinformatie mededeling van de terugvordering aan de ontvanger van de specifieke uitkering.

Hoofdstuk 3. Ontzorgingsprogramma verduurzaming bedrijventerreinen

Artikel 10. Doel en activiteiten
1.

De Minister kan op aanvraag een specifieke uitkering verstrekken aan een provincie voor activiteiten ter ontzorging van eigenaren of huurders van bedrijfsmatig vastgoed bij het opzetten of verbeteren van de organisatiegraad op een bedrijventerrein ten behoeve van de verduurzaming ervan.

2.

De activiteiten, bedoeld in het eerste lid, omvatten uitsluitend:

3.

De specifieke uitkering wordt niet besteed aan:

Artikel 11. Hoogte en plafond
1.

De Minister kan in totaal ten hoogste € 22.220.000 aan specifieke uitkeringen aan provincies verstrekken voor het doel, bedoeld in artikel 10, verminderd met het bedrag aan compensabele BTW.

2.

Het totaal aan specifieke uitkeringen bedraagt ten hoogste het per provincie genoemde bedrag in bijlage III, verminderd met het bedrag aan compensabele BTW.

3.

Het bedrag aan compensabele BTW stort de Minister in het BTW compensatiefonds.

Artikel 12. Aanvraag

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.