Regeling van de Minister voor Primair en Voortgezet Onderwijs van 5 februari 2024, nr. 43729265, houdende regels voor subsidieverstrekking ten behoeve van de verbetering van de verbinding tussen het primair en voortgezet onderwijs (Subsidieregeling verbinding po-vo)

Type Ministeriële regeling
Publication 2024-04-27
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

Gelet op artikel 71 van de Wet op het primair onderwijs, artikel 67 van de Wet primair onderwijs BES, artikel 5.11 van de Wet voortgezet onderwijs 2020 en artikel 71 van de Wet op de expertisecentra;

Besluit:

Artikel 1. Begripsbepalingen

In deze regeling wordt verstaan onder:

Artikel 2. Toepassing Kaderregeling subsidies OCW, SZW en VWS

Deze regeling geldt in aanvulling op de Kaderregeling subsidies OCW, SZW en VWS.

Artikel 3. Doel van de regeling en te subsidiëren activiteiten
1.

De minister kan op grond van deze regeling subsidie verstrekken met als doel scholen te stimuleren om actiever samen te werken, teneinde de doorstroom van het primair onderwijs naar het voortgezet onderwijs te versoepelen.

2.

De minister kan ten behoeve van het doel, bedoeld in het eerste lid, op grond van deze regeling subsidie verstrekken voor de volgende activiteiten:

Artikel 4. Coalitievorming
1.

Een coalitie bestaat uit vestigingen van ten minste twee po-scholen en één vo-school.

2.

Een po-school, vo-school of so-school kan bij ten hoogste twee coalities aansluiten.

3.

Deelname van dezelfde combinaties van po-scholen en vo-scholen aan meer dan één coalitie is niet toegestaan.

Artikel 5. Subsidieplafond

Voor subsidieverstrekking op grond van deze regeling is in totaal een bedrag van € 61.200.000 beschikbaar.

Artikel 6. Penvoerderschap
1.

De subsidie wordt verstrekt aan en verantwoord door de penvoerder.

2.

Op de penvoerder rusten alle aan de subsidie verbonden verplichtingen, ongeacht welke partij binnen de coalitie feitelijk is belast met de uitvoering van de daarop betrekking hebbende activiteiten.

3.

De penvoerder is verantwoordelijk voor het informeren van de bevoegde gezagsorganen van de betrokken scholen in de coalitie over de verplichtingen, bedoeld in artikel 11, vierde lid en artikel 14, derde, vierde en vijfde lid.

Artikel 7. Aanvraag
1.

De subsidieaanvraag kan door de penvoerder worden ingediend van 14 februari 2024 tot en met 13 maart 2024.

2.

Subsidie wordt aangevraagd met gebruikmaking van het aanvraagformulier dat is bekendgemaakt op de website www.dus-i.nl. In het aanvraagformulier is opgenomen:

3.

Bij de aanvraag wordt een samenwerkingsverklaring gevoegd, die is opgesteld met gebruikmaking van het model dat daartoe is bekendgemaakt op de website www.dus-i.nl. De samenwerkingsverklaring bevat een ondertekende verklaring van het bevoegd gezag van elke school die deelneemt aan de coalitie dat de penvoerder gemachtigd is om hen in het kader van de subsidieverstrekking in en buiten rechte te vertegenwoordigen, en dat alle gegevens die noodzakelijk zijn voor de verantwoording door de penvoerder van de besteding van de subsidie, op verzoek aan de penvoerder worden verstrekt.

Artikel 8. Inhoud verbindingsplan
1.

In het verbindingsplan, bedoeld in artikel 3, tweede lid, onderdeel a, worden in ieder geval afspraken gemaakt over:

2.

Daarnaast wordt in het verbindingsplan de inzet op ten minste drie van de volgende onderwerpen beschreven:

3.

Als onderdeel van de inzet op ten minste drie onderwerpen, bedoeld in het tweede lid, wordt in ieder geval het volgende uitgevoerd:

Artikel 9. Omvang en besteding subsidie
1.

Het door een coalitie voor de gehele subsidieperiode te ontvangen subsidiebedrag wordt berekend door het aantal deelnemende po-, vo- en so-scholen in de coalitie met € 60.000 te vermenigvuldigen en door het aantal leerlingen, bedoeld inartikel 7, tweede lid, onderdeel b, te vermenigvuldigen met € 225. In afwijking van de vorige volzin wordt het subsidiebedrag, indien een po-school deelneemt aan twee coalities, berekend door het aantal leerlingen, bedoeld in artikel 7, tweede lid, onderdeel b, van de betreffende po-school te vermenigvuldigen met € 112,50.

2.

Het subsidiebedrag per aanvraag van een coalitie op Caribisch Nederland wordt omgerekend in US-dollars tegen de vastgestelde wisselkoers bij verstrekking van het voorschot.

3.

Als de activiteiten zijn uitgevoerd en aan de verplichtingen is voldaan, kan het niet aangewende deel van de subsidie worden besteed aan andere activiteiten waarvoor bekostiging wordt verstrekt.

Artikel 10. Wijze van verdeling beschikbare middelen
1.

Indien het voor subsidieverstrekking beschikbare bedrag, bedoeld in artikel 5, ontoereikend is om alle daarvoor in aanmerking komende aanvragen toe te wijzen, wordt voorrang verleend aan de aanvragen voor scholen in Caribisch Nederland.

2.

Vervolgens worden de aanvragen gerangschikt op basis van de gemiddelde relatieve achterstandsscore van een coalitie. Daartoe wordt per coalitie eerst afzonderlijk een gemiddelde achterstandsscore voor de po-scholen en voor de vo-scholen vastgesteld. Per sector worden de coalities van hoog naar laag gerangschikt. Scholen voor speciaal basisonderwijs, bedoeld in artikel 1 van de Wet op het primair onderwijs, blijven hierbij buiten beschouwing. De definitieve rangschikking voor een coalitie wordt vervolgens bepaald door het gemiddelde van de posities op de rangschikkingen per sector te berekenen. De aanvragen worden op basis van de definitieve rangschikking van hoog naar laag toegewezen.

3.

Voor de bepaling van de achterstandsscores worden de volgende gegevens gehanteerd:

4.

Indien een so-school of een school voor speciaal basisonderwijs, bedoeld in artikel 1 van de Wet op het primair onderwijs, onderdeel is van de aanvraag, stijgt de positie van een coalitie op de definitieve rangschikking met tien plaatsen.

5.

Indien niet genoeg middelen resteren om aanvragen met een gelijke definitieve rangschikking, als bedoeld in de eerste volzin van het tweede lid, te honoreren, dan wordt er tussen deze aanvragen geloot.

Artikel 11. Verplichtingen subsidie
1.

De penvoerder zendt voor 1 februari 2025 een verbindingsplan aan DUS-I, dat voldoet aan het bepaalde in artikel 8.

2.

Indien één of meerdere van de afspraken uit het verbindingsplan niet wordt nageleefd, meldt de penvoerder dit schriftelijk bij DUS-I.

3.

De coalities werken mee aan door of namens de minister ingestelde initiatieven die gericht zijn op het delen en uitwisselen van kennis en ervaring met andere coalities. Daaronder wordt in ieder geval de deelname aan terugkerende kennisdelingsactiviteiten en het delen van informatie en ervaringen ten behoeve van een kennisuitwisselingsplatform verstaan.

4.

De coalities werken mee aan door of namens de minister ingestelde onderzoeken die erop gericht zijn de minister inlichtingen te verschaffen ten behoeve van de ontwikkeling van het door of namens de minister te voeren beleid.

Artikel 12. Inzet externe partijen

In het verbindingsplan wordt opgenomen op welke wijze gebruik gemaakt wordt van externe partijen bij de uitvoering van de afspraken, bedoeld in artikel 8.

Artikel 13. Beoordeling en weigeringsgronden

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.