← Geldende tekst · Geschiedenis

Regeling van de Minister van Economische Zaken en Klimaat van 2 februari 2024, nr. WJZ/ 43374524, tot vaststelling van de aanvraag- en veilingprocedure voor vergunningen voor frequentieruimte in de 3,5 GHz-band ten behoeve van mobiele communicatietoepassingen en tot wijziging van de Capregeling frequenties mobiele communicatie 2020 en de Regeling vergoedingen Rijksinspectie Digitale Infrastructuur 2024 (Regeling aanvraag- en veilingprocedure vergunningen 3,5 GHz-band 2024)

Geldende tekst a fecha 2024-02-15

Gelet op artikel 3.11 van de Telecommunicatiewet, de artikelen 8,9 en 10 van het Frequentiebesluit 2013, en artikel 5 van het Besluit vergoedingen Telecommunicatiewet en Wet telecommunicatievoorzieningen BES;

Besluit:

Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen

Artikel 1. Begripsbepalingen

In deze regeling wordt verstaan onder:

Artikel 2. Beschikbare vergunningen
1.

Ingevolge het bekendmakingsbesluit zijn beschikbaar om door middel van een veiling te worden verdeeld:

2.

Ingevolge het bekendmakingsbesluit wordt het aantal, bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, na het eerste deel van de primaire fase verhoogd tot:

Hoofdstuk 2. De aanvraag

§ 1. Eisen aan de aanvraag en aanvrager

Artikel 3. Indiening van de aanvraag
1.

Degene die voor een vergunning in aanmerking wil komen, dient daartoe een aanvraag in bij de minister.

2.

Een aanvraag wordt ontvangen vóór 14:00 uur op de laatste dag van een periode van vier weken na de inwerkingtreding van deze regeling, waarop artikel 1, eerste lid, van de Algemene termijnenwet van overeenkomstige toepassing is:

3.

De persoonlijke overhandiging, bedoeld in het tweede lid, onderdeel b, vindt in de genoemde periode plaats op werkdagen tussen 8:30 uur en 17:00 uur. Bij persoonlijke overhandiging van de aanvraag wordt een bewijs van ontvangst afgegeven dat is voorzien van datum en tijdstip van ontvangst en ondertekening.

4.

Voor aanvragen die worden ingediend op de wijze, bedoeld in het tweede lid, onderdeel a, geldt als tijdstip van ontvangst het tijdstip waarop de aanvraag is ontvangen door de e-mailserver van de Rijksinspectie Digitale Infrastructuur.

Artikel 4. Aanvrager is rechtspersoon

De aanvrager is een privaatrechtelijke rechtspersoon naar Nederlands recht of het equivalent daarvan naar het recht van een van de overige lidstaten van de Europese Unie of een van de overige staten die partij zijn bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte, en heeft zijn statutaire zetel, zijn hoofdbestuur of zijn hoofdvestiging binnen de Europese Economische Ruimte.

Artikel 5. Geen faillissement of surseance van betaling
1.

De aanvrager:

2.

Met de eisen van het eerste lid worden gelijkgesteld zodanige eisen volgens het recht van een van de andere lidstaten van de Europese Unie of een van de andere staten die partij zijn bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte.

Artikel 6. Vorm en inhoud van de aanvraag
1.

Een aanvrager dient ten hoogste één aanvraag in.

2.

Voor de toepassing van het eerste lid worden verbonden rechtspersonen tezamen als één aanvrager gezien.

3.

In de aanvraag worden de namen vermeld van ten minste één en ten hoogste vier natuurlijke personen die ieder zelfstandig bevoegd zijn om namens de aanvrager handelingen te verrichten gedurende de veiling en die daartoe beschikken over een rechtsgeldige en toereikende volmacht.

4.

De aanvraag wordt ingediend met gebruikmaking van het in bijlage 1 opgenomen model en gaat, onverminderd de overige in deze regeling gestelde eisen, vergezeld van de in dit model genoemde gegevens en bescheiden.

5.

Met de gegevens en bescheiden, bedoeld in het vierde lid, worden gelijkgesteld zodanige gegevens en bescheiden die zijn opgesteld krachtens het recht van een van de andere lidstaten van de Europese Unie of een van de andere staten die partij zijn bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte.

6.

De aanvraag is in de Nederlandse taal gesteld.

7.

In afwijking van het zesde lid, kunnen de gegevens en bescheiden, bedoeld in het vierde lid, worden gesteld in één van de officiële talen van de Europese Unie of de Europese Economische Ruimte, mits gegevens en bescheiden die niet in de Engelse taal zijn gesteld vergezeld gaan van een Nederlandse vertaling.

8.

Een aanvraag die wordt ingediend op de wijze, bedoeld in artikel 3, tweede lid, onderdeel a, wordt:

9.

Indien de verklaring van de notaris, bedoeld in onderdeel A van bijlage 1, wordt verstrekt op de wijze, bedoeld in artikel 3, tweede lid, onderdeel a, wordt de verklaring van de notaris voorzien van een gekwalificeerde elektronische handtekening.

Artikel 7. Informeren minister over wijzigingen met betrekking tot aangeleverde gegevens en bescheiden

De aanvrager informeert de minister onmiddellijk per versleutelde e-mail of e-mail over een wijziging met betrekking tot de gegevens en bescheiden, bedoeld in artikel 6, derde tot en met vijfde lid.

§ 2. De zekerheidstelling

Artikel 8. Zekerheidstelling door de aanvrager
1.

De aanvrager verstrekt als zekerheid voor de betaling van zijn bod een waarborgsom of een bankgarantie ter grootte van:

2.

De waarborgsom wordt verstrekt voor de periode tot en met:

3.

Een aanvrager zorgt ervoor dat uiterlijk op het in artikel 3, tweede lid, bedoelde tijdstip:

4.

Een bankgarantie die wordt verstrekt op de wijze, bedoeld in artikel 3, tweede lid, onderdeel a, wordt voorzien van een gekwalificeerde elektronische handtekening.

Artikel 9. Terugstorten waarborgsom en teruggave bankgarantie aanvragen die niet worden behandeld, zijn afgewezen of zijn geweigerd
1.

Binnen twee weken nadat de aanvrager zijn aanvraag heeft ingetrokken, dan wel nadat de minister overeenkomstig artikel 11 heeft besloten de aanvraag niet te behandelen, de aanvraag op grond van artikel 12 heeft afgewezen, of de aanvraag heeft geweigerd op grond van artikel 3.18 van de wet:

2.

Indien de minister een waarborgsom terugstort als bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, vergoedt hij op de dag van terugstorten tevens de rente over de gestorte waarborgsom vanaf de dag na de dag dat de minister de waarborgsom heeft ontvangen tot en met de dag voorafgaand aan de dag waarop de waarborgsom door de minister wordt teruggestort.

§ 3. Beslissingen tijdens de aanvraagfase

Artikel 10. Verzuim en verzuimherstel
1.

Indien de aanvrager niet heeft voldaan aan de in de artikelen 6, eerste, derde, vierde, zesde tot en met negende lid, of 8, eerste, derde en vierde lid, gestelde voorschriften, deelt de minister dit de aanvrager mee en stelt hij hem in de gelegenheid het verzuim te herstellen.

2.

Het verzuimherstel wordt ontvangen vóór 17.00 uur op de zevende werkdag na de datum waarop de mededeling, bedoeld in het eerste lid, is verstuurd.

3.

De gegevens ten behoeve van het verzuimherstel worden ingediend op de wijze, bedoeld in artikel 3, tweede lid. Artikel 3, vierde lid, is van overeenkomstige toepassing.

4.

Verzuimherstel ten aanzien van de waarborgsom geschiedt met gebruikmaking van het bankrekeningnummer, bedoeld in artikel 8, derde lid, onderdeel a.

Artikel 11. Besluit indien verzuim niet of niet tijdig is hersteld

Indien een verzuim niet is hersteld binnen de termijn, bedoeld in artikel 10, tweede lid, of op de wijze, bedoeld in artikel 10, derde en vierde lid, kan de minister besluiten de aanvraag overeenkomstig artikel 4:5 van de Algemene wet bestuursrecht niet te behandelen.

Artikel 12. Afwijzing aanvraag
1.

Onverminderd het bepaalde in artikel 3.18 van de wet, wijst de minister de aanvraag af, indien niet is voldaan aan de voorschriften, bedoeld in de artikelen 3, tweede lid, 4 en 5.

2.

De minister kan een aanvraag afwijzen indien niet is voldaan aan:

Hoofdstuk 3. Toelating tot de veiling

Artikel 13. Toelating tot de veiling
1.

De minister deelt de aanvrager wiens aanvraag niet buiten behandeling is gesteld, is afgewezen of is geweigerd op grond van artikel 3.18 van de wet, schriftelijk mee:

2.

Bij de toepassing van het eerste lid, onderdeel c, wordt uitgegaan van het gebruik van frequentieruimte van de aanvrager alsmede van met de aanvrager verbonden rechtspersonen op de dag waarop de aanvraag is ingediend.

3.

De aanvrager raakt van de dag waarop de aanvraag is ingediend tot en met de dag waarop hem een vergunning wordt verleend of waarop zijn aanvraag wordt afgewezen als bedoeld in artikel 45, eerste, respectievelijk tweede lid, niet verbonden met:

Artikel 14. Mededelingen minister aan deelnemers vóór de veiling

De minister deelt de deelnemers uiterlijk drie weken voor de aanvang van de primaire fase schriftelijk mee:

Hoofdstuk 4. De veiling

§. 1. Algemene bepalingen omtrent de veiling

Artikel 15. Het veilingmodel
1.

De veiling vindt plaats via internet, met behulp van een elektronisch veilingsysteem.

2.

De veiling geschiedt in twee fasen: de primaire fase en de toewijzingsfase.

3.

De primaire fase bestaat uit twee delen.

4.

Het eerste deel van de primaire fase heeft betrekking op de vergunningen, bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel a, en geschiedt door middel van een klokveiling met een eersteprijsregel en exitbiedingen.

5.

Het tweede deel van de primaire fase heeft betrekking op de vergunningen, bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel b, en geschiedt door middel van een klokveiling met een eersteprijsregel en exitbiedingen.

6.

Een deelnemer neemt uitsluitend deel aan de delen van de primaire fase waartoe hij op grond van artikel 13 is toegelaten.

7.

De toewijzingsfase heeft betrekking op de toewijzing van specifieke frequentieruimte aan winnende deelnemers en geschiedt door middel van een veiling met een gesloten bod.

Artikel 16. Rol minister

De minister leidt de veiling en draagt zorg voor een goed verloop hiervan.

Artikel 17. Veilen op werkdagen

De veiling wordt uitsluitend gehouden op werkdagen.

Artikel 18. Tijdstip, duur en einde biedronden
1.

De minister bepaalt het tijdstip en de duur van de biedronden.

2.

Een biedronde eindigt op het tijdstip waarop de door de minister bepaalde duur van de biedronde is verstreken.

Artikel 19. Biedingen, exitbiedingen en andere communicatie tussen deelnemer en minister
1.

Biedingen en exitbiedingen worden uitsluitend uitgebracht door middel van het elektronisch veilingsysteem.

2.

Andere communicatie vindt uitsluitend plaats:

Artikel 20. Bijzondere omstandigheden tijdens de veiling
1.

De minister kan de veiling opschorten indien zich naar zijn oordeel bijzondere omstandigheden voordoen die buiten de beïnvloedingssfeer liggen van de minister of de deelnemers, of indien technische problemen optreden waardoor de veiling tijdelijk geen doorgang kan vinden.

2.

Een deelnemer meldt een bijzondere omstandigheid of technisch probleem onverwijld, maar uiterlijk binnen tien minuten na afloop van een biedronde of verlengde biedronde, telefonisch aan de minister.

3.

Indien technische problemen optreden bij een deelnemer, kan de minister verlangen dat deze deelnemer zijn biedingen of exitbiedingen uitbrengt door middel van een computer die de minister ter beschikking stelt op een door hem te bepalen locatie.

4.

Indien de veiling wordt opgeschort, kan de minister ten aanzien van de biedronde of verlengde biedronde waarin of waarna de bijzondere omstandigheden of technische problemen zijn opgetreden besluiten dat die biedronde en alle daarin uitgebrachte biedingen ongeldig worden verklaard en de biedronde opnieuw moet worden gehouden.

Artikel 21. Verboden gedragingen
1.

Een aanvrager of deelnemer, inbegrepen diegene die een aanvrager of deelnemer ten behoeve van de veiling bijstaat of een met de aanvrager of deelnemer verbonden rechtspersoon:

2.

In afwijking van het eerste lid, onderdeel b, kan een aanvrager of een deelnemer de daar genoemde informatie verstrekken aan diens aandeelhouders voor zover hij daar contractueel, statutair of anderszins toe is verplicht. De aanvrager of deelnemer draagt er in dat geval zorg voor dat de informatie zo veel mogelijk vertrouwelijk wordt verstrekt om verdere verspreiding ervan te voorkomen.

3.

Een aanvrager of deelnemer, inbegrepen diegene die een aanvrager of deelnemer ten behoeve van de veiling bijstaat of een met de aanvrager of deelnemer verbonden rechtspersoon, maakt voorafgaand aan en gedurende de veilingprocedure tot de mededeling, bedoeld in artikel 44, informatie over het al dan niet deelnemen aan de veiling en de indiening van de aanvraag daartoe, onverwijld volledig openbaar, zodra deze door hem aan een of meer derden bekend is gemaakt.

4.

De minister kan de veiling beëindigen of opschorten indien naar zijn oordeel sprake is van afspraken, gedragingen, of informatieverstrekking die in strijd zijn met het eerste, tweede of derde lid, of indien de minister gegronde vermoedens heeft dat daarvan sprake is.

Artikel 22. Uitsluiting aanvragers of deelnemers
1.

Indien voorafgaande aan of tijdens de veiling blijkt dat een aanvrager of deelnemer niet of niet meer voldoet aan de artikelen 4 tot en met 7, dan wel dat een aanvrager of deelnemer naar het oordeel van de minister in strijd heeft gehandeld met artikel 21, eerste, tweede of derde lid, kan de minister:

2.

Indien niet eerder dan na afloop van de veiling blijkt dat een deelnemer naar het oordeel van de minister in strijd heeft gehandeld met artikel 21, eerste, tweede of derde lid, kan de minister de winnende biedingen van die deelnemer ongeldig verklaren en besluiten dat de veiling opnieuw moet worden gehouden.

Artikel 23. Biedingen en exitbiedingen zijn onvoorwaardelijk en onherroepelijk

Een deelnemer is:

§. 2. Eerste deel van de primaire fase (veiling vergunningen van 60 MHz)

Artikel 24. Veiling vergunningen van 60 MHz

Deze paragraaf is van toepassing op de vergunningen, bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel a.

Artikel 25. Veilingregels in het eerste deel van de primaire fase
1.

Een deelnemer brengt een bod uit in iedere biedronde waaraan hij deelneemt.

2.

Een bod bestaat uit het aantal vergunningen dat een deelnemer voor de in de biedronde bepaalde prijs wenst te verwerven.

3.

Het aantal, bedoeld in het tweede lid, is ten hoogste één vergunning.

4.

De prijs in de eerste biedronde is € 39.220.000,- per vergunning.

5.

De minister bepaalt de prijs in de tweede en daaropvolgende biedronden.

6.

Een deelnemer die zijn bod verlaagt ten opzichte van zijn bod in de voorafgaande biedronde, kan een exitbod uitbrengen.

7.

Een exitbod bestaat uit een bedrag in hele euro’s dat:

8.

Een deelnemer die een biedronde of een voor hem verlengde biedronde laat verstrijken:

Artikel 26. Verlenging biedronden eerste deel van de primaire fase
1.

Voor een deelnemer die een biedronde laat verstrijken zonder dat hij een bod heeft uitgebracht, wordt de betreffende biedronde eenmalig van rechtswege verlengd met 30 minuten.

2.

Per deelnemer worden ten hoogste drie biedronden van rechtswege verlengd, waarbij niet worden meegerekend de biedronden waarvoor de minister op grond van de artikelen 20 of 22, heeft besloten dat deze opnieuw worden gehouden.

3.

De minister kan besluiten dat voor de bepaling van het aantal biedronden dat nog van rechtswege wordt verlengd, niet wordt meegerekend een biedronde waarin het niet uitbrengen van een bod het gevolg was van technische problemen die zijn ontstaan vóór het verstrijken van de biedronde.

4.

In afwijking van artikel 18, tweede lid, eindigt een biedronde als bedoeld in het eerste lid op het moment dat de termijn van 30 minuten is verstreken of, indien dat eerder is, op het tijdstip waarop alle deelnemers voor wie de biedronde van rechtswege is verlengd een bod hebben uitgebracht.

5.

De minister deelt de verlenging van een biedronde zo spoedig mogelijk mee aan alle deelnemers.

Artikel 27. Mededelingen minister na afloop van elke biedronde in het eerste deel van de primaire fase

Zo spoedig mogelijk na het einde van een biedronde deelt de minister elke deelnemer mee:

Artikel 28. Laatste biedronde en aanmerking winnende biedingen eerste deel van de primaire fase
1.

De laatste biedronde is de biedronde waarin het aantal vergunningen dat in totaal is geboden, gelijk is aan of kleiner is dan het aantal vergunningen, bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel a.

2.

Indien het aantal vergunningen dat in totaal is geboden gelijk is aan het aantal vergunningen, bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel a, merkt de minister alle in de laatste biedronde gedane biedingen aan als winnende biedingen.

3.

Indien het aantal vergunningen dat in totaal is geboden kleiner is dan het aantal vergunningen, bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel a, merkt de minister de volgende biedingen aan als winnende biedingen:

4.

Indien op grond van het derde lid, onderdeel b, verschillende exitbiedingen dezelfde hoogste waarde hebben, worden de exitbiedingen aangemerkt als winnende biedingen door middel van een loting tussen de betreffende exitbiedingen.

Artikel 29. Mededelingen na einde eerste deel van de primaire fase

De minister maakt zo spoedig mogelijk na het einde van het eerste deel van de primaire fase:

§. 3. Tweede deel van de primaire fase (veiling vergunningen van 10 MHz)

Artikel 30. Veiling vergunningen van 10 MHz

Deze paragraaf is van toepassing op de vergunningen, bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel b.

Artikel 31. Mededelingen minister vóór aanvang tweede deel van de primaire fase

Vóór aanvang van het tweede deel van de primaire fase deelt de minister aan elke deelnemer aan het tweede deel van de primaire fase mee:

Artikel 32. Veilingregels tweede deel van de primaire fase
1.

Een deelnemer brengt een bod uit in iedere biedronde waaraan hij deelneemt.

2.

Een bod bestaat uit het aantal vergunningen dat een deelnemer voor de in de biedronde bepaalde prijs wenst te verwerven.

3.

De prijs in de eerste biedronde is € 4.360.000,- per vergunning.

4.

De minister bepaalt de prijs in de tweede en daaropvolgende biedronden.

5.

Een deelnemer die tijdens het eerste deel van de primaire fase geen bod heeft uitgebracht, kan ten hoogste vijf vergunningen verwerven.

6.

In de eerste biedronde overschrijdt een deelnemer met zijn bod niet het aantal MHz, bedoeld in artikel 31, onderdeel d.

7.

In de tweede en daaropvolgende biedronden is het bod telkens gelijk aan of lager dan het bod dat de deelnemer heeft uitgebracht in de voorafgaande biedronde.

8.

Een deelnemer die zijn bod verlaagt ten opzichte van zijn bod in de voorafgaande biedronde, kan één of meer exitbiedingen uitbrengen.

9.

Een exitbod bestaat uit een combinatie van:

10.

Indien een deelnemer in een biedronde meerdere exitbiedingen uitbrengt, is het bedrag per vergunning, bedoeld in het negende lid, onderdeel b, behorende bij een exitbod, niet hoger dan het bedrag per vergunning van een in dezelfde ronde uitgebracht exitbod op een kleiner aantal vergunningen.

11.

Een deelnemer kan in elke biedronde waarin hij een bod uitbrengt tevens één of meer exitbiedingen intrekken.

12.

Een deelnemer die een biedronde of een voor hem verlengde biedronde laat verstrijken:

Artikel 33. Verlenging biedronden tweede deel van de primaire fase

Artikel 26 is van overeenkomstige toepassing.

Artikel 34. Mededelingen minister na afloop van elke biedronde in tweede deel van de primaire fase

Zo spoedig mogelijk na het einde van een biedronde deelt de minister elke deelnemer mee:

Artikel 35. Laatste biedronde en aanmerking winnende biedingen tweede deel van de primaire fase
1.

De laatste biedronde is de biedronde waarin het aantal vergunningen dat in totaal is geboden, gelijk is aan of kleiner is dan het aantal vergunningen, bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel b.

2.

Indien het aantal vergunningen dat in totaal is geboden gelijk is aan het aantal vergunningen, bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel b, merkt de minister alle in de laatste biedronde gedane biedingen aan als winnende biedingen.

3.

Indien het aantal vergunningen dat in totaal is geboden kleiner is dan het aantal vergunningen, bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel b, merkt de minister de volgende biedingen aan als winnende biedingen:

4.

Bij de vaststelling van de combinatie, bedoeld in het derde lid, onderdeel b, neemt de minister slechts in ogenschouw exitbiedingen van deelnemers aan wie reeds het aantal vergunningen wordt toegewezen dat zij hebben geboden in de biedronde waarin zij het betreffende exitbod hebben uitgebracht.

5.

Indien op grond van het derde en vierde lid verschillende combinaties van exitbiedingen kunnen worden vastgesteld, worden de exitbiedingen aangemerkt als winnende biedingen van de combinatie die de hoogste waarde heeft.

6.

Indien op grond van het vijfde lid verschillende combinaties dezelfde hoogste waarde hebben, worden de exitbiedingen aangemerkt als winnende biedingen van de combinatie die door loting is bepaald.

Artikel 36. Mededelingen na einde tweede deel van de primaire fase

De minister maakt zo spoedig mogelijk na het einde van het tweede deel van de primaire fase bekend:

§. 4. Toewijzingsfase

Artikel 37. Veiling alternatieve combinaties frequentieruimte
1.

De minister stelt op basis van de artikelen 29 en 36 voor iedere winnende deelnemer een lijst samen van de alternatieve combinaties van frequentieruimte waarop hij, gezien de vergunningen die hij heeft gewonnen, kan bieden in de toewijzingsfase.

2.

Bij het samenstellen van alternatieve combinaties, neemt de minister het volgende in acht:

Artikel 38. Geen veiling toewijzingsfase indien niet meer dan één combinatie mogelijk is

De toewijzingsfase vindt niet plaats indien op basis van artikel 37 voor geen van de winnende deelnemers meer dan één combinatie van frequentieruimte mogelijk is.

Artikel 39. Toelating tot toewijzingsfase

Alle winnende deelnemers zijn toegelaten tot de toewijzingsfase.

Artikel 40. Datum, tijdstip en duur toewijzingsfase
1.

Zo spoedig mogelijk na afloop van de primaire fase, deelt de minister elke winnende deelnemer mee:

2.

De toewijzingsfase vindt niet eerder plaats dan drie werkdagen na de mededeling, bedoeld in artikel 36.

Artikel 41. Veilingregels toewijzingsfase
1.

De toewijzingsfase bestaat uit één biedronde.

2.

Een deelnemer brengt in de toewijzingsfase ten hoogste één bod uit per alternatieve combinatie van frequentieruimte als bedoeld in artikel 37.

3.

Een bod bestaat uit een bedrag in hele euro’s nauwkeurig en bedraagt minimaal nul euro.

4.

Indien voor een alternatieve combinatie van frequentieruimte geen bod wordt ontvangen, wordt voor die alternatieve combinatie uitgegaan van een bod van nul euro.

5.

De finale combinatie van winnende biedingen is de combinatie die:

6.

Indien op grond van het vijfde lid meerdere combinaties kunnen worden aangemerkt als finale combinatie, wordt de finale combinatie vastgesteld door middel van een loting tussen de betreffende combinaties.

Artikel 42. Bepaling extra prijs
1.

Nadat de finale combinatie is vastgesteld, bepaalt de minister de extra prijzen.

2.

De extra prijs voor een deelnemer:

Artikel 43. Mededelingen na einde toewijzingsfase

De minister deelt de winnende deelnemers zo spoedig mogelijk na het bepalen van de extra prijzen, bedoeld in artikel 42, mee:

Artikel 44. Openbaarmaking resultaten
1.

De minister maakt uiterlijk de eerste werkdag na afloop van de toewijzingsfase de informatie, bedoeld in de artikelen 29, 36en 43 openbaar.

2.

De minister maakt binnen een week na afloop van de veiling een overzicht openbaar van:

Hoofdstuk 5. Vergunningverlening en afwijzing aanvragen na de veilingfase

§ 1. Algemene bepaling omtrent vergunningverlening en afwijzing aanvragen

Artikel 45. Verlening vergunningen aan winnende deelnemers en afwijzing aanvragen niet-winnende deelnemers
1.

De minister verleent de winnende deelnemers de door hen gewonnen vergunningen.

2.

De minister wijst de aanvragen af van niet-winnende deelnemers en van aanvragers die van deelname of verdere deelname waren uitgesloten.

§ 2. Winnende deelnemers

Artikel 46. Betaling en hoogte van verschuldigde bedrag
1.

Een winnende deelnemer betaalt het door hem verschuldigde bedrag binnen twee weken nadat de vergunning aan hem is verleend op de wijze die is bepaald in zijn vergunning.

2.

Het door een winnende deelnemer verschuldigde bedrag is de optelsom van de volgende bedragen:

Artikel 47. Terugstorten waarborgsommen en teruggave bankgaranties winnende deelnemers
1.

Indien de winnende deelnemer een waarborgsom heeft gestort, wordt de waarborgsom aangewend voor de betaling van het voor de vergunning of vergunningen verschuldigde bedrag, met dien verstande dat:

2.

Artikel 9, tweede lid, is van overeenkomstige toepassing op gevallen als bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, met dien verstande dat de minister slechts de rente vergoedt over het deel van de waarborgsom dat wordt teruggestort.

3.

Indien een deelnemer een bankgarantie heeft afgegeven, is artikel 9, eerste lid, onderdeel b, van overeenkomstige toepassing vanaf:

§ 3. Niet-winnende deelnemers en uitgesloten aanvragers

Artikel 48. Terugstorten waarborgsommen en teruggave bankgaranties aan niet-winnende deelnemers en uitgesloten aanvragers

Artikel 9 is van overeenkomstige toepassing op de waarborgsom of bankgarantie van niet-winnende deelnemers en van aanvragers die van deelname of verdere deelname waren uitgesloten.

Hoofdstuk 6. Slotbepalingen

Artikel 49. Wijziging Capregeling frequenties mobiele communicatie 2020

Wijzigt de Capregeling frequenties mobiele communicatie 2020.

Artikel 50. Wijziging Regeling vergoedingen Rijksinspectie Digitale Infrastructuur

Wijzigt de Regeling vergoedingen Rijksinspectie Digitale Infrastructuur 2024.

Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden

Artikel 51. Inwerkingtreding

Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst, met uitzondering van artikel 50, dat in werking treedt met ingang van 1 juli 2024.

Artikel 52. Citeertitel

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling aanvraag- en veilingprocedure vergunningen 3,5 GHz-band 2024.

Bijlage 1. Als bedoeld in artikel 6, vierde lid

Model aanvraagformulier

Onderdeel A

A.1. Algemeen

A.1.1. Gegevens aanvrager

Statutaire naam aanvrager: ..........

Correspondentieadres, postcode en plaatsnaam aanvrager:

(Adres waarop aanvrager aangetekende poststukken ontvangt)

Fysiek adres, postcode en plaatsnaam aanvrager:

(Adres aanvrager voor persoonlijke overhandiging vertrouwelijke veilingstukken)

Nummer van inschrijving in het handelsregister of daarmee vergelijkbaar register: ..........

Land van inschrijving in het handelsregister of daarmee vergelijkbaar register: ..........

Beherende instantie van het handelsregister of daarmee vergelijkbaar register: ..........

A.1.2. Contactgegevens aanvrager tijdens de veiling (artikel 19)

Het telefoonnummer waarop de vertegenwoordigingsbevoegde tijdens de veiling bereikbaar is: ..........

Het e-mailadres waarop de vertegenwoordigingsbevoegde tijdens de veiling bereikbaar is en de bijbehorende publieke beveiligingssleutel:

..........

Verstrek de publieke beveiligingssleutel via Veiling3.5GHz@rdi.nl

A.1.3. Verklaring ontvangst elektronische berichten tijdens de aanvraagprocedure en vergunningverlening

Kruis aan indien van toepassing:

A.1.4. Recent uittreksel uit het handelsregister

A2. Vertegenwoordigingsbevoegdheid

Opgave van degene(n) die volledig zelfstandig bevoegd zijn (is) om de aanvrager rechtsgeldig te vertegenwoordigen in verband met deze aanvraag en alle handelingen gedurende de veilingprocedure:

A.2.1. Functionaris 1

Naam: ..........

Volledige voornamen: ..........

Functie bij aanvrager: ..........

Soort identiteitsbewijs: ..........

Nummer identiteitsbewijs: ..........

Vertegenwoordigingsbevoegdheid:

Bevoegdheid blijkt uit: ..........

Handtekening: ..........

A.2.2. Functionaris 2

Naam: ..........

Volledige voornamen: ..........

Functie bij aanvrager: ..........

Soort identiteitsbewijs: ..........

Nummer identiteitsbewijs: ..........

Vertegenwoordigingsbevoegdheid: ..........

Bevoegdheid blijkt uit: ..........

Handtekening..........

A.2.3. Functionaris 3

Naam: ..........

Volledige voornamen: ..........

Functie bij aanvrager: ..........

Soort identiteitsbewijs: ..........

Nummer identiteitsbewijs: ..........

Vertegenwoordigingsbevoegdheid: ..........

Bevoegdheid blijkt uit: ..........

Handtekening..........

A.2.4. Functionaris 4

Naam: ..........

Volledige voornamen: ..........

Functie bij aanvrager: ..........

Soort identiteitsbewijs: ..........

Nummer identiteitsbewijs: ..........

Vertegenwoordigingsbevoegdheid: ..........

Bevoegdheid blijkt uit: ..........

Handtekening..........

Indien de vertegenwoordigingsbevoegdheid niet blijkt uit het handelsregister of een daarmee vergelijkbaar register, maar uit een volmacht, moet een kopie van de volmacht worden bijgevoegd.

A.3. Verbonden rechtspersonen

A.3.1 overzicht en bijbehorende informatie verbonden rechtspersonen

Gebruik een bijlage en verstrek alle relevante bewijsstukken, waaronder ten minste:

A.3.2 Verklaring inzake verbondenheid

A.3.2.1 Huidige situatie

Hierbij verklaart [aanvrager/moedermaatschappij(en) aanvrager*] dat geen enkele van de met de aanvrager verbonden rechtspersonen, als bedoeld in artikel 3 van de Capregeling frequenties mobiele communicatie 2020, tevens een aanvraag heeft ingediend.

A.3.2.2 Toekomstige situatie

Ook verklaart [aanvrager/moedermaatschappij(en) aanvrager*] hierbij dat geen enkele van de met de aanvrager verbonden rechtspersonen, als bedoeld in artikel 3 van de Capregeling frequenties mobiele communicatie 2020, tevens een aanvraag zal indienen op grond van deze Regeling.

A.3.2.3 Houders/gebruikers vergunningen mobiele communicatie

Tevens verklaart (aanvrager/moedermaatschappij(en) aanvrager*) dat uitsluitend de onderstaande met de aanvrager verbonden rechtspersonen als bedoeld in artikel 3 van de Capregeling frequenties mobiele communicatie 2020 houder/gebruiker zijn van een vergunning voor het gebruik van frequentieruimte voor mobiele communicatie als bedoeld in artikel 1 van die Capregeling:

...

....

...

(Invullen de namen van de rechtspersonen die verbonden zijn met de aanvrager en houder/gebruiker zijn van vergunningen voor het gebruik van frequentieruimte voor mobiele communicatie als bedoeld in artikel 1 van de Capregeling frequenties mobiele communicatie 2020)

*in geval aanvrager onderdeel is van een concern dient de rechtspersoon die de zeggenschap heeft over het gehele concern waarvan de aanvrager onderdeel uit maakt deze verklaring af te geven.

A.4. Schriftelijke verklaring omtrent de juistheid van gegevens

A.4.1 De aanvrager is een rechtspersoon, opgericht in overeenstemming met het recht van een van de lidstaten van de Europese Unie of een van de overige staten die partij zijn bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte en heeft zijn statutaire zetel, zijn hoofdbestuur of zijn hoofdvestiging binnen de Europese Economische Ruimte.

A.4.2 De aanvrager is wel/niet* ontbonden.

A.4.3 De aanvrager is wel/niet* failliet verklaard.

A.4.4 De aanvrager heeft wel/niet* eigen aangifte tot faillissement gedaan.

A.4.5 Een verzoek tot faillissement van de aanvrager is wel/niet* ingediend.

A.4.6 Aan de aanvrager is wel/geen* surseance van betaling verleend.

A.4.7 De aanvrager heeft wel/geen* aanvraag tot surseance van betaling gedaan.

A.4.8 Op de aanvrager rust wel/geen* verplichting om informatie als bedoeld in artikel 21, tweede lid, te delen met aandeelhouders.

Indien een dergelijke verplichting op de aanvrager rust: wat is de grondslag voor deze verplichting en tot het delen van welke informatie is de aanvrager verplicht en op welk moment: ..........

Verstrek het document waarin de verplichting tot het delen van informatie als bedoeld in artikel 21, tweede lid, is opgenomen. Indien dit niet in een document is vastgelegd maar anders is overeengekomen dient hier een schriftelijke verklaring over te worden verstrekt.

A.4.9 De aanvrager heeft wel/geen* informatie als bedoeld in artikel 21, tweede lid, met aandeelhouders gedeeld.

Indien informatie genoemd in artikel 21, tweede lid, is gedeeld: welke informatie en met wie:

..........

Verklaring notaris

Ondergetekende, notaris te.......... (plaatsnaam)

Verklaart, zonder voorbehoud, dat:

Naam: ..........

Plaats: ..........

Datum: ..........

(Gekwalificeerde elektronische) handtekening*

..........

De verklaring van de notaris mag desgewenst door middel van een bijlage, in ongewijzigde tekst, worden verstrekt.

Onderdeel B

Aanvraag

Ik vraag één of meer vergunningen aan in 3,5 GHz band en verzoek om toegelaten te worden tot

voor het aantal MHz dat ik op grond van artikel 3 van de capregeling mag verwerven.

Ik dien hierbij wel/niet * een verzoek in om uitstel van betaling als bedoeld in artikel 4:94 van de Algemene wet bestuursrecht ter grootte van de helft van het verschuldigde bedrag bedoeld in artikel 46, tweede lid, voor de duur van één jaar gerekend vanaf de dag na verlening van de vergunning. Op grond van artikel 4:101 van de Algemene wet bestuursrecht is over dit deel wettelijke rente verschuldigd, te rekenen vanaf de datum waarop het bedrag op grond van artikel 46, eerste lid, dient te zijn betaald tot en met de datum waarop het bedrag wordt betaald.

Bestuurdersverklaring

Ondergetekende* verklaart dat

Naam: ..........

Plaats: ..........

Datum: ..........

(Gekwalificeerde elektronische) handtekening: ..........

Naam: ..........

Plaats: ..........

Datum: ..........

(Gekwalificeerde elektronische) handtekening: ..........

Naam: ..........

Plaats: ..........

Datum: ..........

(Gekwalificeerde elektronische) handtekening: ..........

Naam: ..........

Plaats: ..........

Datum: ..........

(Gekwalificeerde elektronische) handtekening: ..........

Bijlage 2. als bedoeld in artikel 8, derde lid, onderdeel b

Onderdeel A

Model bankgarantie

In aanmerking nemende:

Plaats: ..........

Datum: ..........

Naam Bank en (gekwalificeerde elektronische) ondertekening**

..........

** In geval de bankgarantie niet is voorzien van een gekwalificeerde elektronische handtekening, dient de originele schriftelijke bankgarantie per aangetekende post of door persoonlijke overhandiging te worden ingediend op de wijze bedoeld in artikel 3, tweede lid, en onderdeel b.

Onderdeel B

Model bank guarantee

Whereas:

Town/city: ..........

Date: ..........

Name of Bank and (qualified electronic) signature**

..........

** If the bank guarantee does not include a qualified electronic signature, the original written bank guarantee must be submitted by registered mail or by delivery by hand in the manner referred to in Article 3, second paragraph, and part b.

Bijlage 3. als bedoeld in artikel 42, tweede lid, onderdeel b

Berekening extra prijzen

Door toepassing van artikel 42 zijn n winnende biedingen wb1, wb2, wb3,..., wbn bepaald, uitgebracht door de deelnemers w1, w2, w3,..., wn. Voor een winnende bieding wbi is het bedrag pi geboden. De totale opbrengst van de winnende biedingen wb1, wb2, wb3,..., wbn is gelijk aan T, ofwel

De extra prijs wordt vastgesteld overeenkomstig het bepaalde onder 1 en 2:

is minimaal.

, met dien verstande dat:

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.