Regeling van de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, van 17 januari 2024, nr. 37495418, houdende vaststelling van het onderwijsaccountantsprotocol voor de sectoren PO, VO en MBO in Caribisch Nederland (Regeling onderwijsaccountantsprotocol OCW BES 2023)
Gelet op artikel 125, vierde lid, tweede volzin, van de Wet primair onderwijs BES, de artikelen 6.12, derde lid, en 6.19, zevende lid, van het Uitvoeringsbesluit WVO 2020 en artikel 5, eerste lid, van het Uitvoeringsbesluit WEB BES;
Besluit:
Artikel 1. Vaststelling onderwijsaccountantsprotocol OCW BES
Het protocol voor de controle en onderzoek door de accountant over het jaar 2023 wordt vastgesteld overeenkomstig de bijlage bij deze regeling.
Artikel 2. Intrekking Regeling onderwijsaccountantsprotocol BES 2017
De Regeling onderwijsaccountantsprotocol BES 2017 wordt ingetrokken.
Artikel 3. Inwerkingtreding
Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst en werkt terug tot en met 1 januari 2023.
Deze regeling heeft betrekking op het jaar 2023 en vervalt met ingang van 1 januari 2030.
Artikel 4. Citeertitel
Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling onderwijsaccountantsprotocol OCW BES 2023.
Bijlage. bij de Regeling onderwijsaccountantsprotocol OCW 2023
Inleiding
1 juli 2019
Dit is het onderwijsaccountantsprotocol OCW BES 2023. Dit protocol is afgeleid van het onderwijsaccountantsprotocol OCW 2023 en waar nodig aangepast aan de wet- en regelgeving zoals die op de BES-eilanden van toepassing is. Met ingang van het verslagjaar 2015 is het onderwijsaccountantsprotocol OCW BES ook van toepassing voor de Expertisecentra onderwijszorg (EOZ) op de BES-eilanden.
In het accountantsprotocol wordt aangesloten op de van toepassing zijnde wet- en regelgeving.
Bij elk onderwerp is boven de daarop betrekking hebbende passages de datum vermeld waarop de tekst voor het laatst is gewijzigd. Deze datum wordt overigens niet gewijzigd als het een verhoging betreft van de jaartallen in de tekst met 1 ten opzichte van het definitieve accountantsprotocol van het voorgaande jaar.
1. Algemene uitgangspunten
1.1. Algemeen
1.1.1. Doelstelling van het accountantsprotocol
1 december 2023
Voor elke onderwijssector is geregeld dat bepaalde informatie (jaarrekening en opgave van bekostigingsgegevens of over besteding van bekostiging) moet zijn voorzien van een verklaring van de accountant. Ook is geregeld dat de minister via een ministeriële regeling aanwijzingen of voorschriften kan geven voor de controle door de instellingsaccountant. Hier is invulling aan gegeven met het onderwijsaccountantsprotocol OCW BES, hierna te noemen het accountantsprotocol. Het accountantsprotocol vormt daarmee de schakel tussen enerzijds de wet- en regelgeving en anderzijds de uit te voeren werkzaamheden door instellingsaccountants. Het geeft een toelichting op het te hanteren referentiekader, het accountantsonderzoek en de gewenste accountantsproducten.
In dit accountantsprotocol wordt de term instellingsaccountant gebruikt. Hiermee wordt bedoeld de deskundige, zoals die in artikel 121, lid 6, van het BW BES Boek 2 is gedefinieerd.
Het accountantsprotocol is opgesteld naar analogie van de door de Nederlandse Beroepsorganisatie van Accountants (NBA) uitgegeven ‘Schrijfwijzer Accountantsprotocollen’. De daarin opgenomen uitgangspunten zijn specifiek gemaakt voor de OCW-situatie op de BES-eilanden. Waar mogelijk zijn passages uit de handreiking in dit accountantsprotocol overgenomen.
Omdat de controleverklaring toeziet op de rol van de accountant en de reikwijdte rondom de werkzaamheden van de accountant, wordt de verantwoordelijkheid van het bestuur in de controleverklaring ten aanzien van de jaarrekening, het bestuursverslag en de andere informatie alleen gericht op de Regeling jaarverslaggeving onderwijs BES, de richtlijnen jaarverslaggeving en het financiële rechtmatigheidskader zoals opgenomen in het accountantsprotocol. Dit laat onverlet dat het bestuur zich aan alle van toepassing zijnde wet- en regelgeving moet houden, ook als die niet specifiek voorkomt in het accountantsprotocol.
1.1.2. Indeling van het accountantsprotocol
1 december 2018
Het accountantsprotocol heeft betrekking op het volgende controleobject en onderzoeksobject:
1.1.3. Accountantsproducten / Rapportering
1 december 2023
De accountantscontrole op het jaarverslag mondt uit in een controleverklaring. Het onderzoek naar de bekostigingsverantwoording, waaronder de leerlingentelling, leidt tot een assurance-rapport. Deze aanduidingen worden in het accountantsprotocol gehanteerd, hoewel de term ‘verklaring omtrent de getrouwheid of omtrent de juistheid’ in de BES OCW-wet- en regelgeving staat vermeld. De instellingsaccountant maakt voor beide producten gebruik van de in het accountantsprotocol opgenomen modelteksten. De instellingsaccountant mag ervoor kiezen om ten behoeve van OCW een zogenaamde ‘WG-verklaring’ af te geven, waarbij uitsluitend de naam van de instellingsaccountant met aanduiding w.g. (was getekend) wordt vermeld. De originele ondertekende verklaring/rapport met de persoonlijke handtekening van de instellingsaccountant moet in het archief van het bevoegd gezag van de school, instelling of het EOZ worden opgenomen (zie ook HRA deel III, Sectie I voorbeeldbrieven, o.a. onderdeel 3 Toestemming openbaarmaking controleverklaring voorbeeld 3.1 van de NBA).
Ten aanzien van de in het accountantsprotocol opgenomen werkzaamheden geldt een rapportagegrens. De rapportagegrens geeft aan vanaf welke omvang fouten gemeld moeten worden. Het accountantsprotocol geeft per onderdeel aan welke rapportagegrens van toepassing is zodra deze afwijkt van het standaardpercentage van 0,1% (van de totale publieke middelen). Omdat het uitgangspunt wordt gehanteerd dat geconstateerde fouten zoveel mogelijk moeten worden gecorrigeerd, beperkt de instellingsaccountant zich tot een uitzonderingsrapportage. Hiervoor gebruikt hij een verslag van bevindingen, waarin hij de aard en omvang van de geconstateerde fouten vermeldt. Het verslag van bevindingen is vormvrij. Op het aanbiedingsformulier geeft de instellingsaccountant aan dat er sprake is van een verslag van bevindingen. Het bevoegd gezag van de school, instelling of het EOZ stuurt in een dergelijk geval het verslag van bevindingen samen met de controleverklaring en verantwoording naar OCqW. Het bevoegd gezag kan daarbij aangeven hoe het heeft ge(re)ageerd op de geconstateerde bevindingen. Voor wat betreft het omgaan met geconstateerde fouten wordt verwezen naar de in de hoofdstukken jaarverslag (2) en bekostigingsonderzoek (3) daarover opgenomen toelichting.
In de praktijk is de ontvanger de Rijksdienst Caribisch Nederland (RCN) kantoor op het betreffende eiland (Bonaire, Sint-Eustatius of Saba). Ingediend bij RCN wordt beschouwd als tijdig ingediend. De instellingen wordt verzocht naast het indienen van de papierenversie, ook digitaal aan te leveren via het e-mailadres caribisch.nederland@duo.nl.
1.1.4. Melding niet-naleving (NV NOCLAR)
1 december 2019
Op grond van de Nadere Voorschriften NOCLAR (Nadere voorschriften handelwijze accountant bij niet-naleving wet- en regelgeving door eigen organisatie of cliënt) doet een instellingsaccountant in voorkomende gevallen melding bij de bevoegde instantie die aangewezen is om een relevante niet-naleving te onderzoeken. Voor de onderwijswet- en regelgeving is de Inspectie van het Onderwijs (verder inspectie) de aangewezen instantie. De melding kan plaatsvinden via het contactformulier op de website van de inspectie bij het meldpunt (https://toezichtresultaten.onderwijsinspectie.nl/meldpunt-inspectie).
1.2. Definities
1.2.1. Onderwijssectoren
1 juli 2021
Het accountantsprotocol is van toepassing op de door het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW) bekostigde rechtspersonen in de onderwijssectoren Primair Onderwijs (PO), Voortgezet Onderwijs (VO) en Middelbaar Beroepsonderwijs (MBO), die gevestigd zijn op de BES-eilanden. Hiermee worden ook de EOZ bedoeld. Voor de EOZ is het accountantsprotocol een leidraad/regeling als bedoeld in artikel 7, lid 6, van de Regeling subsidie expertisecentra onderwijszorg CN.
1 juli 2022
Voor rechtspersonen bekostigd op grond van de WPO BES is het accountantsprotocol een leidraad/regeling als bedoeld in artikel 125, lid 4, van de WPO BES.
1 juli 2022
Voor rechtspersonen bekostigd op grond van de WVO 2020 is het accountantsprotocol een leidraad die ingevolge artikel 6.12, lid 3 en artikel 6.19, lid 7, van het Uitvoeringsbesluit WVO 2020 in een ministeriële regeling wordt vastgesteld.
1 januari 2014
Voor rechtspersonen bekostigd op grond van de WEB BES is het accountantsprotocol een leidraad, die ingevolge artikel 2.3.10, van de WEB BESen artikel 5, lid 1, van het Uitvoeringsbesluit WEB BES in een ministeriële regeling wordt vastgesteld.
1.2.2. Referentiekader
1 januari 2014
Het referentiekader voor de controle ligt vast in de wet- en regelgeving. Het accountantsprotocol treedt niet in de plaats van de oorspronkelijke wet- en regelgeving.
1.2.3. Minimale controlewerkzaamheden
1 juli 2018
Per onderdeel van het controleobject zijn aanwijzingen opgenomen:
Voor de controle van het jaarverslag en het onderzoek naar de bekostigingsgegevens zijn verplichte teksten voor de controleverklaring(en) en assurance-rapport(en) opgenomen.
Het accountantsprotocol bevat:
De beschreven (minimale) controlewerkzaamheden zijn bedoeld als aanvulling op de ’Nadere voorschriften Controle- en overige standaarden’ (NV COS), die voor alle instellingsaccountants van toepassing zijn.
1.2.4. Rechtmatigheid
1 december 2023
De instellingsaccountant moet controleren of de rijksbijdrage rechtmatig is verkregen (onderzoek bekostigingsverantwoording) en besteed (controle jaarrekening).
Ten aanzien van de verkrijging van de rijksbijdrage stelt hij vast dat de in de bekostigingsverantwoording van de school of instelling opgenomen gegevens voldoen aan de eisen van rechtmatigheid. Dit houdt in dat deze gegevens in overeenstemming zijn met de in de wet- en regelgeving opgenomen bepalingen. Het gaat hier om rechtmatigheid van niet-financiële informatie. De instellingsaccountant geeft een assurance-rapport bij de bekostigingsverantwoording af.
Ten aanzien van de in de jaarrekening van de school of instelling verantwoorde baten, lasten en balansmutaties stelt de instellingsaccountant vast dat deze voldoen aan de eisen van financiële rechtmatigheid. De financiële rechtmatigheid heeft betrekking op publieke middelen. Financiële rechtmatigheid houdt in dat een financiële transactie betrekking hebbende op publieke middelen waarvan de uitkomst in de jaarrekening dient te worden verantwoord in overeenstemming is met de in internationale regelgeving, Nederlandse wetten (waaronder de BES wetten), algemene maatregelen van bestuur en ministeriële regelingen opgenomen bepalingen die de uitkomst van de financiële transactie beïnvloeden. De definitie en het kader van de financiële rechtmatigheid ligt in detail vast in hoofdstuk 2.3 van dit protocol.
1.3. Procedures
1 juli 2019
De publicatie van het accountantsprotocol geschiedt niet dan nadat het concept is afgestemd met vertegenwoordigers van alle betrokken partijen: het accountantskantoor van het administratiekantoor, het administratiekantoor en de instellingen. Afstemming van het concept-accountantsprotocol is mede bedoeld ter voorkoming van formuleringen die onbedoeld in het nadeel van de scholen en instellingen kunnen worden uitgelegd.
Nieuwe versies van het definitieve accountantsprotocol worden bij ministeriële regeling vastgesteld. De regeling wordt met de bijlage, het accountantsprotocol, in de Staatscourant geplaatst en wordt ook bekendgemaakt op de internetsite van de Inspectie van het Onderwijs. De publicatie van het definitieve accountantsprotocol OCW BES 2023 vindt plaats in december 2023.
1.4. Dossiervorming
1 december 2023
Voor de documentatie van verrichte controlewerkzaamheden, de bevindingen en de conclusie daarbij gelden de eisen zoals genoemd in Standaard 230. Tijdens reviews in Nederland is gebleken dat er onduidelijkheid bestaat over de implicatie van deze richtlijn op de aard en omvang van de documentatie van verrichte werkzaamheden bij de controle van de bekostigingsgegevens en dient per aandachtspunt van het accountantsprotocol minimaal aanwezig te zijn: de uitgevoerde werkzaamheden, de identificatie van het gecontroleerde stuk (opschrift, totaalsaldo) of een kopie van de laatste pagina, de bevindingen en de conclusie. Indien bijvoorbeeld proceduretesten zijn uitgevoerd, dan zijn niet kopieën van de inkoopfacturen in het dossier aanwezig, maar wel een lijst met factuurnummers en van items waarop de facturen zijn gecontroleerd.
Bij de controle van de lasten (personeel en exploitatie) en investeringen wordt vaak impliciet ook de rechtmatigheid getoetst. De controlewerkzaamheden voor rechtmatigheid dienen echter zichtbaar uit het controledossier te blijken.
1.5. Informatie/documentatie
1 december 2023
Hier vindt u een niet-uitputtend overzicht van (aanvullende) informatie die bij de controle door de instellingsaccountant relevant is.
Folders met uitleg over de wet- en regelgeving zijn verkrijgbaar bij de afdeling RCN-OCW, de website: www.rijksdienstcn.com en opvraagbaar via vragenoveronderwijs@rijksdienstcn.com.
*) Om technische redenen kunnen wij hier geen link opnemen naar de onderliggende documenten. Indien gewenst kunnen deze documenten door de instellingsaccountant opgevraagd worden bij accountantsprotocol@owinsp.nl.
2. Controle op het jaarverslag
2.1. Algemeen
2.1.1. Doelstelling controle op het jaarverslag
1 december 2023
In dit deel van het accountantsprotocol staat het jaarverslag 2023 centraal. Met "jaarverslag" wordt in dit accountantsprotocol bedoeld: de jaarrekening, het bestuursverslag en de andere gegevens (artikel 1 van de Regeling jaarverslaggeving onderwijs BES).
De grondslag voor het jaarverslag ligt voor de sector PO in artikel 125 van de WPO BES, voor de sector VO in artikel 5.46 en artikel 11.59 van de WVO 2020 en voor de sector MBO in artikel 2.3.1 en 2.3.2 van de WEB BES.
De grondslag voor het jaarverslag voor de EOZ vastgelegd in artikel 7, lid 3, van de Regeling subsidie expertisecentra onderwijszorg CN.
De controleverklaring van de instellingsaccountant bij de jaarrekening betreft de getrouwheid van de grootte en de samenstelling van het vermogen en het resultaat, evenals de naleving van de wet- en regelgeving. Het oordeel omtrent de naleving van wet- en regelgeving vloeit voort uit het voldoen aan de eisen van financiële rechtmatigheid van de in de jaarrekening verantwoorde baten, lasten en balansmutaties. De instellingsaccountant stelt verder vast dat het bestuursverslag verenigbaar is met de jaarrekening en geen materiële afwijkingen bevat.
2.1.2. Betrouwbaarheid en nauwkeurigheid van de jaarrekeningcontrole
1 december 2023
Het begrip omvangsbasis geeft aan tegen welke omvang (bedrag) het percentage materialiteit moet worden afgezet, bijvoorbeeld een bepaalde geldstroom of post in de verantwoording. De te hanteren omvangsbases bij de controle van de jaarrekening zijn afhankelijk van de te controleren massa: de totale publieke middelen en de bestedingen van de (geoormerkte) aanvullende subsidies/bekostiging.
De instellingsaccountant voert zijn controle in overeenstemming met de Nederlandse controlestandaarden en dit accountantsprotocol uit en richt in dat kader zijn controle zodanig in, dat hij met een redelijke mate van zekerheid kan verklaren dat in de jaarrekening geen afwijkingen (als gevolg van fouten en fraude, en onzekerheden) voorkomen met een materieel belang. Indien dit begrip voor het gebruik van statistische technieken gekwantificeerd moet worden, betekent dit een betrouwbaarheid van 95 procent.
2.1.3. Materialiteitstabel
1 juli 2022
Een verklaring met een goedkeurende strekking met betrekking tot de rechtmatigheid impliceert, dat gegeven de betrouwbaarheid, in de verantwoording geen afwijkingen (als gevolg van fouten en fraude, en onzekerheden) voorkomen, die groter zijn dan de percentages in de hieronder opgenomen materialiteitstabel:
De materialiteit is van toepassing voor het oordeel over de financiële rechtmatigheid en de overige rechtmatigheid, tenzij sprake is van een specifieke uitvoeringsmaterialiteit. Publieke middelen worden gedefinieerd in RJ 940.
In het accountantsprotocol wordt geen materialiteit meer voorgeschreven voor de getrouwheid. Voor OCW is een maximale materialiteit van 2% van het totaal van de baten en 5% van het balanstotaal aanvaardbaar. Het is de verantwoordelijkheid van de instellingsaccountant om deze te bepalen met inachtneming van hetgeen hierover in de standaarden is opgenomen.
Voor elke post gelden voor de evaluatie van afwijkingen bij de oordeelvorming de materialiteit op jaarrekeningniveau zoals opgenomen in de materialiteitstabel.
Voor alle in het accountantsprotocol genoemde posten, exclusief de hieronder opgenomen posten, geldt een standaard rapportagegrens van 0,1% (van de totale publieke middelen). De rapportagegrens geeft aan vanaf welke omvang fouten en onzekerheden gemeld moeten worden aan OCW in het Verslag van Bevindingen. Zie verder omgaan met afwijkingen.
Voor de volgende posten/onderwerpen geldt een specifieke uitvoeringsmaterialiteit (SM) en specifieke rapportagegrens (SR):
De afwijkingen (als gevolg van fouten en fraude, en onzekerheden) die bij deze controlewerkzaamheden worden geconstateerd worden door de instellingsaccountant ook betrokken in de evaluatie van de afwijkingen bij de oordeelvorming bij de jaarrekening als geheel.
2.1.4. Omgaan met afwijkingen (foutdefinities)
1 december 2022
Van een fout in de verantwoording is sprake indien naar aanleiding van de uitgevoerde controle is gebleken dat een (gedeelte van een) post niet in overeenstemming is met één of meer aspecten van de wet- en regelgeving. Fouten worden in absolute zin opgevat, voor zover het de naleving van de wet- en regelgeving betreft. Saldering van fouten is daarom niet toegestaan.
Van een onzekerheid in het onderzoek is sprake als er onvoldoende (controle-) informatie beschikbaar is om een (gedeelte van een) post als goed of fout aan te merken. Bijvoorbeeld als onzekerheid bestaat over het wel of niet voldoen aan de wet- en regelgeving. Voor een adequate onderbouwing van het oordeel is het noodzakelijk dat de instellingsaccountant fouten en onzekerheden zoveel mogelijk kwantificeert.
Het uitgangspunt is dat geconstateerde fouten zoveel mogelijk door het bevoegd gezag van de school, instelling of het EOZ moeten worden gecorrigeerd. Ten aanzien van fouten, die betrekking hebben op rechtmatigheid geldt dat correctie veelal niet mogelijk is omdat de besteding reeds plaats heeft gevonden.
Voor wat betreft het omgaan met geconstateerde fouten en onzekerheden geldt voor de accountantscontrole van de jaarrekening:
2.1.5. Algemeen referentiekader
1 januari 2014
In het accountantsprotocol is op het hoogste niveau het referentiekader opgenomen. Met betrekking tot een aantal posten en/of stromen is in dit accountantsprotocol ook een aantal specifieke criteria opgenomen die voortvloeien uit de wet- en regelgeving.
De beroepsvoorschriften voor instellingsaccountants zoals opgenomen in de Nadere Voorschriften Controle- en Overige Standaarden (NV COS) zijn altijd onderdeel van de controlecriteria.
2.1.6. Afhandelingscorrespondentie en herstelopdrachten voorgaande jaren
1 december 2022
De instellingsaccountant stelt vast dat het bevoegd gezag van de school, instelling of het EOZ de aanwijzingen heeft verwerkt en/of de correcties heeft opgevolgd waarover de Inspectie van het Onderwijs (inspectie) eerder met het bevoegd gezag van de school, instelling of het EOZ heeft gecorrespondeerd. Indien de aanwijzingen niet zijn verwerkt en/of de correcties niet zijn opgevolgd dan neemt de instellingsaccountant dit op in een verslag van bevindingen zoals vermeld in Accountantsproducten / rapportering.
Door de inspectie wordt alleen een brief (afhandelingscorrespondentie) verstuurd met aanwijzingen voor de controle indien in het voorgaande controlejaar (2022) door het bevoegd gezag van de school, instelling of het EOZ een niet goedkeurende controleverklaring en/of een verslag van bevindingen van de instellingsaccountant bij DUO is ingediend. Daarnaast is het mogelijk dat in door de inspectie uitgebrachte rapporten een herstelopdracht is opgenomen, die betrekking heeft op het jaarverslag.
Via deze link (https://www.onderwijsinspectie.nl/onderwijssectoren/caribisch-nederland) kunt u per eiland en school zien welke rapporten de inspectie heeft uitgebracht en daar kennis van nemen.
2.1.7. Steunen op de werkzaamheden van een AK en gegevensgerichte werkzaamheden
1 december 2018
Schoolbesturen hebben in veel gevallen hun administratie uitbesteed aan een administratiekantoor (AK). De AK’s verrichten ten behoeve van deze schoolbesturen en de onder hen ressorterende scholen veelal de financiële-, personele- en salarisadministratie en vervaardigen de jaarrekening van de besturen. Het bevoegd gezag van de school, instelling of het EOZ levert daartoe zijn primaire vastleggingen (inkoopfacturen, mutaties ten aanzien van in- en uitdiensttredingen en andere mutaties in salarissen) aan de AK’s, de AK’s verrichten hierop controle op o.a. deugdelijkheid en autorisatie en verwerken deze. Op onder andere deze controles en op verwerkingscontroles van AK’s steunen instellingsaccountants bij de controle van de jaarrekening en het onderzoek naar de bekostigingsgegevens.
Bij de toepassing van risicoanalyse bij de accountantscontrole dient de instellingsaccountant voor het bepalen van de aard en omvang van het risico van een afwijking van materieel belang onder andere kennis te verkrijgen van de entiteit en haar omgeving. Onder de entiteit wordt hier, ook in geval van een AK-gerichte aanpak, de organisatie van de school en het schoolbestuur verstaan. De interne beheersingsomgeving wordt in geval van een AK-gerichte aanpak hoofdzakelijk op het niveau van een administratiekantoor (en niet per afzonderlijk schoolbestuur) ingericht. De instellingsaccountant toetst daarom op dit niveau of hij kan steunen op de getroffen maatregelen van interne beheersing. (Een en ander hoeft niet te betekenen dat iedere afzonderlijke school in de systeemcontrole dient te worden betrokken). Bij de toetsing van de maatregelen van IB dient hij rekening te houden met verschillen in de zogenaamde ‘service level agreement’ tussen het AK en de individuele besturen. Ook dient hij na te gaan of de controle van het AK alle rechtmatigheidsaspecten van het accountantsprotocol raakt. Indien dit niet het geval is zal de instellingsaccountant ook andere controles (dan gericht op het AK) moeten verrichten.
Ongeacht het ingeschat risico van een afwijking van materieel belang en ongeacht de keuze voor hetzij een bestuur-gerichte, hetzij een AK-gerichte controleaanpak, dient de instellingsaccountant gegevensgerichte werkzaamheden op te zetten en uit te voeren voor elke transactiestroom, post van de jaarrekening en elk onderdeel van de toelichting op de jaarrekening van materieel belang.
Dit laatste is van toepassing voor alle sectoren, zowel t.b.v. de getrouwheid als de financiële rechtmatigheid op het niveau van de betreffende jaarrekening. Het is aan de instellingsaccountant om hier door opvolging van de beroepsvoorschriften adequate invulling aan te geven en die werkzaamheden te kiezen die passend zijn bij de specifieke omstandigheden.
Voorbeelden van gegevensgerichte werkzaamheden voor personele kosten door de instellingaccountant zijn:
2.2. Getrouwheid
2.2.1. Verslaggevingscriteria
1 juli 2020
De verslaggevingscriteria vloeien voornamelijk voort uit de Regeling jaarverslaggeving onderwijs (Rjo) BES, maar in een aantal gevallen kan ook andere wet- en regelgeving bepalingen bevatten over de wijze waarop een bevoegd gezag van een school, instelling of het EOZ verslag doet. De rechtspersoon richt het jaarverslag in op basis van de Rjo BES. Voor de instellingsaccountant vormt de regeling een verslaggevingscriterium. De instellingsaccountant stelt vast dat het jaarverslag aan deRjo BESvoldoen.
2.2.2. Bezoldiging bestuurders
1 juli 2020
Aanvullende verslaggevingscriteria: artikel 3, lid 4, van de Rjo BES.
De instellingsaccountant stelt vast dat de opgave van het bedrag van de bezoldiging voor de bestuurders juist en volledig is.Volgens artikel 3, lid 4, van de Regeling jaarverslaggeving onderwijs BES gaat het om de individuele beloningsgegevens op naamsniveau van bestuurders en gewezen bestuurders en eventuele toezichthouders.
2.2.3. Bestuursverslag
1 december 2023
Met betrekking tot het bestuursverslag stelt de instellingsaccountant vast dat:
In bijlage 2 van de Rjo BES is de set van gegevens ten behoeve van de continuïteitsparagraaf als onderdeel van het bestuursverslag opgenomen. Voor dit onderdeel van het bestuursverslag wordt, in aanvulling op bovenstaande werkzaamheden nog specifiek van de instellingsaccountant gevraagd vast te stellen dat de meerjarenbegroting is ontleend aan de planning & control cyclus.
In het kader van ontleend aan de planning & control cyclus stelt de instellingsaccountant minimaal de aansluiting vast tussen de interne informatie en de informatie die is opgenomen in de continuïteitsparagraaf (reconstrueerbaarheid van de informatie).
Op grond van artikel 25, lid 1, onder a, van de WPO BES en artikel 3.3, lid 2, onder a, van de WVO 2020 stelt de instellingsaccountant vast dat de meerjarenbegroting is goedgekeurd door de interne toezichthouder of het toezichthoudend orgaan.
Indien de instellingsaccountant vaststelt dat de meerjarenbegroting hieraan niet voldoet, dan neemt de instellingsaccountant dit op in een verslag van bevindingen zoals vermeld in Accountantsproducten / rapportering.
1 juli 2023
De instellingsaccountant stelt vast dat het bevoegd gezag van de school in het bestuursverslag:
De instellingsaccountant stelt vast dat het bevoegd gezag van de school in het bestuursverslag:
De instellingsaccountant stelt vast dat de instelling in het bestuursverslag de gevraagde informatie over schorsing en verwijdering van studenten, vavo-studenten en deelnemers in het afgelopen jaar heeft opgenomen.
1 december 2022
De instellingsaccountant neemt, indien niet voldaan is aan de wettelijke bepalingen een tekstpassage hierover op in de controleverklaring onder de ‘Verklaring over de in het jaarverslag opgenomen andere informatie’.
2.3. Financiële rechtmatigheid
2.3.1. Referentiekader
1 december 2023
De volgende wet- en regelgeving valt onder de reikwijdte van het oordeel van de instellingsaccountant over de financiële rechtmatigheid:
De overige van toepassing zijnde wet- en regelgeving, zoals de belastingwetgeving valt dus buiten het kader voor de financiële rechtmatigheid. Deze overige wet- en regelgeving neemt de instellingsaccountant wel mee in zijn werkzaamheden ten aanzien van de getrouwbeeld verklaring in het kader van Standaard 250 ‘Het in aanmerking nemen van wet- en regelgeving bij de controle van financiële overzichten’.
Het kader bevat bepalingen (gehele regelingen of individuele (delen van) artikelen) uit de wet- en regelgeving BES van OCW voor onderwijsinstellingen.
Opgenomen zijn bepalingen die de uitkomsten van de financiële transactie beïnvloeden. Deze bepalingen geven aan welke uitgaven (en incidenteel: inkomsten) zijn toegestaan.
Het kader vervangt voor het bevoegd gezag van de school, instelling en het EOZ niet de gehele wet- en regelgeving. Beoogd is om volledig te zijn, maar het abusievelijk niet opnemen van een bepaling betekent niet dat het bevoegd gezag van de school, instelling en het EOZ zich er niet aan hoeft te houden. Wel betekent het dat de instellingsaccountant bij zijn controle kan uitgaan van het kader. Slechts als de instellingsaccountant kennis krijgt van het niet naleven van relevante en materiële, niet opgenomen, bepalingen dient de instellingsaccountant in overeenstemming met de beroepsvoorschriften (Standaard 240 en Standaard 250) te handelen.
Het kader bevat dus niet:
De bepalingen vallen uiteen in de volgende categorieën:
Als er sprake is van algemene bepalingen voor toegestane uitgaven, dan zijn ook de bepalingen opgenomen die de algemene bepalingen beperken, doch niet de bepalingen die een verruiming bieden. Als een instellingsaccountant vast kan stellen (positieve controle) dat de verruimende bepaling van toepassing is, kan hij de uitgaven of inkomsten alsnog goedkeuren.
Soms wordt in een opgenomen bepaling verwezen naar een andere bepaling (artikel). Die is voor de overzichtelijkheid van het kader dan niet opgenomen.
Niet voor alle bepalingen die zijn opgenomen in het kader zijn expliciet minimale werkzaamheden opgenomen. Van de instellingsaccountant wordt verwacht dat hij zijn controle in het kader van de financiële rechtmatigheid zo inricht, dat hij met inachtneming van de gegeven materialiteit tot een oordeel over de financiële rechtmatigheid kan komen.
2.3.2. Geoormerkte aanvullende subsidies met een bestedingsverplichting
1 juli 2022
De instellingsaccountant stelt op grond van de bekostigings-/subsidievoorwaarden vast dat de (geoormerkte) aanvullende bekostiging/subsidie met bestedingsverplichting rechtmatig is besteed.Dit betreft de in model G onder onderdeel 2 verantwoorde subsidies. Voor nog te besteden (geoormerkte) aanvullende bekostiging/subsidies uit voorgaande jaren blijven de aanwijzingen uit voorgaande accountantsprotocollen van kracht (overzicht wet- en regelgeving). In alle gevallen zijn de aanwijzingen in de individuele subsidiebeschikkingen ten aanzien van verantwoorden leidend.
Voor deze post geldt een specifieke uitvoeringsmaterialiteit en specifieke rapportagegrens (zie Algemeen voor een toelichting en zie Materialiteitstabel voor de betreffende specifieke uitvoeringsmaterialiteit en specifieke rapportagegrens).
Het totaalbedrag van de bestedingen (in het controlejaar) van de geoormerkte aanvullende bekostiging/subsidies met een bestedingsverplichting vormt een afzonderlijke massa waarop de specifieke uitvoeringsmaterialiteit voor de controle van de bestedingen moeten worden toegepast. Het gaat hierbij om de totale bestedingen, die verantwoord moeten worden in model G onder onderdeel 2, waarvan de besteding in het betreffende kalenderjaar heeft plaatsgevonden. De instellingsaccountant richt zijn controle zodanig in dat hij een redelijke mate van zekerheid kan verkrijgen dat geen onrechtmatige bestedingen voorkomen met een belang dat groter is dan 3% van de totale bestedingen van de (geoormerkte) aanvullende bekostiging/subsidies met een bestedingsverplichting.
Als deze specifieke uitvoeringsmaterialiteit wordt overschreden, maar de materialiteit voor de jaarrekeningcontrole niet, dan heeft dit geen invloed op de controleverklaring bij de jaarrekening. Zie voor een nadere toelichting Algemeen. Het kan eventueel voor de school/instelling wel consequenties hebben voor terugbetalingsverplichtingen, zoals uit de desbetreffende regeling blijkt.
Als de instellingsaccountant bestedingen constateert die in strijd zijn met de subsidievoorwaarden dan wel bekostigingsvoorwaarden of subsidieverplichtingen en deze hebben mogelijk invloed op de totale omvang van de (geoormerkte) aanvullende subsidies/bekostiging, dan moet het bevoegd gezag deze corrigeren. Indien de instellingsaccountant constateert dat de bekostiging niet rechtmatig is, dan ziet de instellingsaccountant erop toe dat het bevoegd gezag dit corrigeert.
Indien de correctie niet plaatsvindt dan neemt de instellingsaccountant dat op in een verslag van bevindingen zoals vermeld inOmgaan met fouten.
2.3.3. Personele lasten (niet voor EOZ)
1 december 2016
Aanvullende controlecriteria: Ambtenarenwet BES en daarop berustende regelingen, waaronder het Rechtspositiebesluit ambtenaren BES, de per eilandgebied bij overeenkomst vastgestelde nieuwe uniforme salarisregeling voor onderwijspersoneel.
De instellingsaccountant controleert of de instelling de Ambtenarenwet BES (waaronder de genoemde regelingen) naleeft.Van deze wet- en regeling afwijkende betalingen zijn onrechtmatig.
2.3.4. Afrekening bij beëindiging bekostiging of opheffing (sector PO en VO)
1 december 2023
Aanvullend controlecriterium: artikel 121 van de WPO BES, artikel 18, lid 2, van het Besluit bekostiging WPO BES 2022, artikel 5.37 van de WVO 2020 en artikel 6.29 van het Uitvoeringsbesluit WVO 2020.
De instellingsaccountant stelt vast dat een (eventueel) exploitatieoverschot juist en volledig is opgenomen op de eindbalans.
2.4. Overige rechtmatigheid
2.4.1. Verklaring omtrent het gedrag PO, VO en MBO (niet voor EOZ)
1 december 2023
Aanvullende controlecriteria:
Voor dit onderwerp geldt een specifieke uitvoeringsmaterialiteit en specifieke rapportagegrens(zie Algemeen voor een toelichting en zie Materialiteitstabel voor de betreffende specifieke uitvoeringsmaterialiteit en specifieke rapportagegrens). De instellingsaccountant stelt vast dat de verklaring omtrent het gedrag (die voldoet aan de wettelijke eisen) -met inachtneming van de specifieke uitvoeringsmaterialiteit- is opgenomen in het personeelsdossier voor alle personeelsleden in loondienst bij het bevoegd gezag of de instelling, waarvoor dit wettelijk vereist is.Voor de controle op de tijdigheid kan de accountant uitgaan van de datum van afgifte van de VOG. Indien dit niet het geval is (zowel ontbreken, als niet tijdig) dan neemt de instellingsaccountant dit op in een verslag van bevindingen zoals vermeld inAccountantsproducten/rapportering. Hierin vermeldt de instellingsaccountant het personeelsnummer van de betrokkenen, het aantal ontbrekende en niet tijdige verklaringen omtrent het gedrag per categorie personeel directie (in de sector PO en VO), onderwijsgevend personeel (alle sectoren), onderwijsondersteunend personeel (alle sectoren) en overige personeel (sector MBO) per school of onderwijsinstelling (instellingscode) en de redenen voor het ontbreken.
2.5. Controleverklaring bij het jaarverslag
1 juli 2022
Als de instellingsaccountant op grond van zijn bevindingen een andere dan een goedkeurende verklaring afgeeft, moet hij een afwijkende tekst hanteren. Het feit dat hij een andere dan een goedkeurende verklaring heeft afgegeven, gebruik maakt van een paragraaf ter benadrukking van aangelegenheden en/of paragraaf inzake overige aangelegenheden moet hij vermelden op het zogenoemde Aanbiedingsformulier, dat bij de indiening van de jaarrekening bij DUO moet worden gebruikt.
Ook geeft de instellingsaccountant op het Aanbiedingsformulier aan of er een afzonderlijk verslag van bevindingen (zie paragraaf 1.1.3) is opgesteld.
Als de instellingsaccountant een andere dan een goedkeurende verklaring afgeeft, dan sluit hij voor wat betreft de oordeelsparagraaf aan bij de teksten van deel 3 sectie II van de HRA (deel Voorbeeldteksten), uitgegeven door de NBA.
Indien het bevoegd gezag rijksbekostiging ontvangt voor meerdere sectoren op grond van meerdere wetten, dan wordt in de controleverklaring verwezen naar de wetten, op grond waarvan dan een jaarrekening aan het ministerie wordt verstrekt.
Instellingsaccountants kunnen vrijwillig gebruik maken van de uitgebreidere controleverklaring(zie Standaard 700.31) in overleg met de betreffende instelling. Hiervoor zijn optionele passages in de voorbeeldverklaring opgenomen. Bij toepassing van de uitgebreidere controleverklaring volgt de instellingsaccountant de aanwijzingen in de beroepsstandaarden.
Meer informatie over de uitgebreidere controleverklaring is te vinden op de website van het NBA:
De uitgebreide controleverklaring (nba.nl)
Inmiddels is het ook mogelijk om op basis van vrijwilligheid een paragraaf ‘Controle-aanpak fraude risico’s’ en een paragraaf ‘Controleaanpak continuïteit’ op te nemen. Bij toevoeging van deze passages volgt de accountant de aanwijzingen in de beroepsstandaarden (zie Standaard 700.29A tot en met 700.29D).
Dit voorbeeld is voor een enkelvoudige jaarrekening (inclusief eventueel groepsrelaties), ingeval sprake is van een geconsolideerde jaarrekening met een enkelvoudige jaarrekening, dan dient de voorbeeldtekst daar conform de beroepsvoorschriften op aangepast te worden.
1 december 2023
Aan: De raad van toezicht7)*van ... (naam entiteit)*2)
Ons oordeel*1)
Wij hebben de jaarrekening 2023 van ... (naam entiteit)2)* te ... (statutaire vestigingsplaats)** gecontroleerd.
Naar ons oordeel:
De jaarrekening bestaat uit:
Wij hebben onze controle uitgevoerd volgens het Nederlands recht, waaronder ook de Nederlandse controlestandaarden en het Onderwijsaccountantsprotocol OCW BES 2023 vallen. Onze verantwoordelijkheden op grond hiervan zijn beschreven in de sectie ‘Onze verantwoordelijkheden voor de controle van de jaarrekening’.
Wij zijn onafhankelijk van ... (naam entiteit)*2), zoals vereist in de Verordening inzake de onafhankelijkheid van accountants bij assurance-opdrachten (ViO) en andere voor de opdracht relevante onafhankelijksregels in Nederland. Verder hebben wij voldaan aan de Verordening gedrags- en beroepsregels accountants (VGBA).
Wij vinden dat de door ons verkregen controle-informatie voldoende en geschikt is als basis voor ons oordeel.
Wij hebben onze controlewerkzaamheden bepaald in het kader van de controle van de jaarrekening als geheel en bij het vormen van ons oordeel hierover. Onderstaande informatie ter ondersteuning van ons oordeel en onze bevindingen moeten in dat kader worden bezien en niet als afzonderlijke oordelen of conclusies.
[Optioneel: Materialiteit*5)
Op basis van onze professionele oordeelsvorming hebben wij de materialiteit voor de getrouwheid van de jaarrekening als geheel bepaald op € .... De materialiteit is gebaseerd op ...(nader in te vullen % van de totale baten of het balanstotaal).
De materialiteit voor de financiële rechtmatigheid is bepaald op € ..., deze materialiteit is gebaseerd op 3% van de totale publieke middelen, zoals voorgeschreven in paragraaf 2.1.3 Materialiteitstabel van het Onderwijsaccountantsprotocol OCW BES 2023. In deze paragraaf van het Onderwijsaccountantsprotocol OCW BES 2023 zijn tevens voor diverse posten/onderwerpen een specifieke materialiteit en specifieke rapportagegrens opgenomen, die wij hebben toegepast.
Wij houden ook rekening met afwijkingen en/of mogelijke afwijkingen die naar onze mening voor de gebruikers van de jaarrekening om kwalitatieve redenen materieel zijn.
Wij zijn met de raad van toezicht7)* overeengekomen dat wij aan de raad7) tijdens onze controle geconstateerde afwijkingen boven de € ... rapporteren alsmede kleinere afwijkingen die naar onze mening om kwalitatieve redenen relevant zijn.]*
[Optioneel: Reikwijdte van de groepscontrole*6)
... (naam entiteit)2)* staat aan het hoofd van een groep van organisaties. De financiële informatie van deze groep is opgenomen in de geconsolideerde jaarrekening van ... (naam entiteit)*2).
De groepscontrole heeft zich met name gericht op de significante onderdelen ... (uitleggen wat dit betreft: significante onderdelen zoals bedoeld op grond van Standaard 600. Bijvoorbeeld groepsonderdelen in specifieke landen, groepsonderdelen met significante risico’s inzake waardering of complexe activiteiten). Bij de (groeps)onderdelen ... (benoemen) hebben wij zelf controlewerkzaamheden uitgevoerd. Wij hebben gebruik gemaakt van andere accountants bij de controle van onderdeel ... (benoemen).Bij andere onderdelen hebben wij beoordelingswerkzaamheden of specifieke controlewerkzaamheden uitgevoerd.
Door bovengenoemde werkzaamheden bij (groeps)onderdelen, gecombineerd met aanvullende werkzaamheden op groepsniveau, hebben wij voldoende en geschikte controle-informatie met betrekking tot de financiële informatie van de groep verkregen om een oordeel te geven over de jaarrekening.]
De mate van detail die in de controleverklaring moet worden verschaft om te beschrijven op welke wijze op frauderisico's die kunnen leiden tot een afwijking van materieel belang tijdens de controle is ingespeeld is een kwestie van professionele oordeelvorming en wordt aangepast aan de specifieke omstandigheden en complexiteit van de controle.
In overeenstemming met paragraaf 29B van Standaard 700 kan de accountant het volgende omschrijven:
Of een combinatie van deze elementen. *15)
Controleaanpak continuïteit*16)
De mate van detail die in de controleverklaring moet worden verschaft om te beschrijven op welke wijze de accountant heeft ingespeeld op de geschiktheid van het hanteren door het management van de continuïteitsveronderstelling bij het opstellen en presenteren van de financiële overzichten en op gebeurtenissen of omstandigheden die gerede twijfel kunnen doen ontstaan over de mogelijkheid van de entiteit om haar continuïteit te handhaven is ingespeeld is een kwestie van professionele oordeelvorming en wordt aangepast aan de specifieke omstandigheden en complexiteit van de controle. In overeenstemming met paragraaf 29A van Standaard 700 kan de accountant het volgende omschrijven:
Of een combinatie van deze elementen. *17)
[Optioneel: De kernpunten van onze controle*8)
In de kernpunten van onze controle beschrijven wij zaken die naar ons professionele oordeel het meest belangrijk waren tijdens onze controle van de jaarrekening. De kernpunten van onze controle hebben wij met de raad van toezicht*7) gecommuniceerd, maar vormen geen volledige weergave van alles wat is besproken.
De beschrijving van een kernpunt bevat de volgende elementen:
[Optioneel: Benoeming*9)
Wij zijn door de raad van toezicht7)*op dd-mm-jjjj (datum eerste benoeming) benoemd als accountant van ... (naam entiteit)2)vanaf de controle van het boekjaar XXXX en zijn sinds dat boekjaar tot nu toe de externe accountant.]*
Het jaarverslag omvat andere informatie, naast de jaarrekening en onze controleverklaring daarbij. De andere informatie bestaat uit:
Op grond van onderstaande werkzaamheden zijn wij van mening dat de andere informatie:
Wij hebben de andere informatie gelezen en hebben op basis van onze kennis en ons begrip verkregen vanuit de jaarrekeningcontrole en anderszins, overwogen of de andere informatie materiële afwijkingen bevat.
Met onze werkzaamheden hebben wij voldaan aan de vereisten in de Regeling jaarverslaggeving onderwijs BES, de RJ, paragraaf ‘2.2.3 Bestuursverslag’ van het Onderwijsaccountantsprotocol OCW BES 2023 en de Nederlandse Standaard 720. Deze werkzaamheden hebben niet dezelfde diepgang als onze controlewerkzaamheden bij de jaarrekening.
Het bestuur is verantwoordelijk voor het opstellen van de andere informatie, waaronder het bestuursverslag en de overige gegevens in overeenstemming met de Regeling jaarverslaggeving onderwijs BES, de RJ en de in de relevante wet- en regelgeving opgenomen bepalingen, zoals opgenomen in paragraaf ‘2.2.3 Bestuursverslag’ van het Onderwijsaccountantsprotocol OCW BES 2023.
Het bestuur*4) is verantwoordelijk voor het opmaken en het getrouw weergeven van de jaarrekening, in overeenstemming met de Regeling jaarverslaggeving onderwijs BES en de richtlijnen jaarverslaggeving (RJ).
Het bestuur*4)is ook verantwoordelijk voor het rechtmatig tot stand komen van de in de jaarrekening verantwoorde baten en lasten alsmede de balansmutaties, in overeenstemming met de in de relevante wet- en regelgeving opgenomen bepalingen zoals opgenomen in paragraaf ‘2.3.1 Referentiekader’ van het Onderwijsaccountantsprotocol OCW BES 2023.
In dit kader is het bestuur4)* tevens verantwoordelijk voor een zodanige interne beheersing die het bestuur4)* noodzakelijk acht om het opmaken van de jaarrekening en de naleving van die relevante wet- en regelgeving mogelijk te maken zonder afwijkingen van materieel belang als gevolg van fouten of fraude.
Bij het opmaken van de jaarrekening moet het bestuur4)*afwegen of de onderwijsinstelling in staat is om haar activiteiten in continuïteit voort te zetten. Op grond van de regeling jaarverslaggeving onderwijs BES en de richtlijnen jaarverslaggeving (RJ) moet het bestuur4)de jaarrekening opmaken op basis van de continuïteitsveronderstelling, tenzij het bestuur4) het voornemen heeft om de onderwijsinstelling2)*te liquideren of de activiteiten te beëindigen of als beëindiging het enige realistische alternatief is. Het bestuur4)* moet gebeurtenissen en omstandigheden waardoor gerede twijfel zou kunnen bestaan of de onderwijsinstelling haar activiteiten in continuïteit kan voortzetten, toelichten in de jaarrekening.
De raad van toezicht *7) is verantwoordelijk voor het uitoefenen van toezicht op het proces van financiële verslaggeving van de onderwijsinstelling.
Onze verantwoordelijkheid is het zodanig plannen en uitvoeren van een controleopdracht, dat wij daarmee voldoende en geschikte controle-informatie verkrijgen voor het door ons af te geven oordeel, als bedoeld in ... *3).
Onze controle is uitgevoerd met een hoge mate maar geen absolute mate van zekerheid waardoor het mogelijk is dat wij tijdens onze controle niet alle materiële fouten en fraude ontdekken.
Afwijkingen kunnen ontstaan als gevolg van fraude of fouten en zijn materieel indien redelijkerwijs kan worden verwacht dat deze, afzonderlijk of gezamenlijk, van invloed kunnen zijn op de economische beslissingen die gebruikers op basis van deze jaarrekening nemen. De materialiteit beïnvloedt de aard, timing en omvang van onze controlewerkzaamheden en de evaluatie van het effect van onderkende afwijkingen op ons oordeel.*10)
Wij hebben deze accountantscontrole professioneel kritisch uitgevoerd en hebben waar relevant professionele oordeelsvorming toegepast in overeenstemming met de Nederlandse controlestandaarden, het Onderwijsaccountantsprotocol OCW BES 2023, ethische voorschriften en de onafhankelijkheidseisen. Onze controle bestond onder andere uit:
Gegeven onze eindverantwoordelijkheid voor het oordeel zijn wij verantwoordelijk voor de aansturing van, het toezicht op en de uitvoering van de groepscontrole. In dit kader hebben wij de aard en omvang bepaald van de uit te voeren werkzaamheden voor de groepsonderdelen. Bepalend hierbij zijn de omvang en/of het risicoprofiel van de groepsonderdelen of de activiteiten. Op grond hiervan hebben wij de groepsonderdelen geselecteerd waarbij een controle of beoordeling van de volledige financiële informatie of specifieke posten noodzakelijk was.*11)
Wij communiceren met de raad van toezicht*7)onder andere over de geplande reikwijdte en timing van de controle en over de significante bevindingen die uit onze controle naar voren zijn gekomen, waaronder eventuele significante tekortkomingen in de interne beheersing.
Wij bepalen de kernpunten van onze controle van de jaarrekening op basis van alle zaken die wij met de raad van toezicht7)* hebben besproken. Wij beschrijven deze kernpunten in onze controleverklaring, tenzij dit is verboden door wet- of regelgeving of in buitengewoon zeldzame omstandigheden wanneer het niet vermelden in het belang van het maatschappelijk verkeer is.12)*
Plaats en datum
.... (naam accountantspraktijk)
.... (naam accountant)
*1)Wanneer op een van de twee onderwerpen een aanpassing van het oordeel van toepassing is, kunnen twee kopjes worden gebruikt. Bijvoorbeeld ‘Ons oordeel betreffende de getrouwheid van de jaarrekening’ en ‘Ons oordeel met beperking betreffende de rechtmatigheid’.**
*2)Ingeval van een school zonder zelfstandige rechtspersoonlijkheid in de sector PO vervangen door ‘de openbaar lichaam scho(o)l(en) voor primair onderwijs zonder zelfstandige rechtspersoonlijkheid van het openbaar lichaam... (naam openbaar lichaam)’. Ingeval sector VO is ‘naam entiteit’ te lezen als ‘naam bevoegd gezag’.**
*3)Opnemen hetgeen van toepassing is:**
*4)Ingeval van een school zonder zelfstandige rechtspersoonlijkheid in de sector PO of een school in de sector VO ’bestuur van de entiteit’ vervangen door ‘het bevoegd gezag van de scho(o)l(en)’.**
*5)Deze tekst kan specifiek gemaakt worden. Bij entiteiten niet zijnde oob’s of andere beursgenoteerde organisaties of bij controle van andere objecten dan financiële overzichten voor algemene doeleinden is de paragraaf over materialiteit facultatief.**
6)* Deze tekst kan specifiek gemaakt worden. Wanneer geen sprake is van een groepscontrole kan deze paragraaf vervallen. Bij entiteiten niet zijnde oob’s of andere beursgenoteerde organisaties of bij controle van andere objecten dan financiële overzichten voor algemene doeleinden is de paragraaf over de reikwijdte van de groepscontrole facultatief.**
*7)Voor een instelling op grond van de WPO BES, is dit de intern toezichthouder of het intern toezichthoudend orgaan (zoals bedoeld in WPO BES, artikel 23, 24 en 25). Voor een instelling op grond van de WVO 2020, is dit de intern toezichthouder of het intern toezichthoudende orgaan (zoals bedoeld in WVO 2020, artikel 3.1 en 3.3). In de tekst van de controleverklaring dient ‘opdrachtgever’ of ‘raad van toezicht’ vervangen te worden door ‘intern toezichthouder’ of ‘intern toezichthoudend orgaan’.**
8)* Deze tekst kan specifiek worden gemaakt. Bij entiteiten niet zijnde oob’s of andere beursgenoteerde organisaties of bij controle van andere objecten dan financiële overzichten voor algemene doeleinden is de paragraaf over de kernpunten van de controle facultatief. Ingeval de accountant ervoor kiest deze passage op te nemen is hij ook verplicht de paragrafen over materialiteit en, in voorkomend geval, over de reikwijdte van de groepscontrole op te nemen.**
*9)Deze alinea is optioneel, en wordt opgenomen ingeval de accountant het nodig acht (standaard 706.10)**
*10)De tekst hierna kan worden weggelaten bij verwijzing naar een bijlage waarin deze tekst is opgenomen. Voorbeeld verwijzing:**
Een meer gedetailleerde beschrijving van onze verantwoordelijkheden is opgenomen in de bijlage bij onze controleverklaring.
11)* Deze alinea kan worden verwijderd wanneer geen sprake is van een groepscontrole zoals gedefinieerd in Standaard 600.**
*12)Deze passage wordt opgenomen als kernpunten worden vermeld in de controleverklaring. Het opnemen van kernpunten is verplicht in de controleverklaring bij financiële overzichten voor algemene doeleinden van oob’s en andere beursgenoteerde ondernemingen. Bij andere verantwoordingen is het opnemen van kernpunten facultatief.**
13)* Deze paragraafkop samen met de bijbehorende alinea, is een voorbeeld om tegemoet te komen aan de vereisten inzake een inleidende tekst met betrekking tot de beschrijving van de controleaanpak continuïteit, de controleaanpak frauderisico's en de kernpunten van de controle op grond van Standaard 700, paragraaf 29C respectievelijk Standaard 701, paragraaf 11 (b). De accountant kan het passend achten om op een alternatieve wijze tegemoet te komen aan de hiervoor genoemde vereisten.**
14)* Voor oob's vereist voor boekjaren die zijn aangevangen op of na 15 december 2020. Voor wettelijke controles van niet-oob's vereist voor boekjaren die zijn aangevangen op of na 15 december 2021. Eerdere toepassing wordt aanbevolen. (NB niet verplicht voor onderwijsinstellingen)**
15)* Indien er frauderisico's zijn die kunnen leiden tot een afwijking van materieel belang die van de accountant geen significante aandacht vereisten bij het uitvoeren van de controle [zie ook de toepassingsgerichte en overige verklarende teksten bij Standaard 701, paragraaf 9(a), waaronder A21], heeft de accountant de mogelijkheid om werkzaamheden en uitkomsten en/of waarnemingen in verkorte vorm op te nemen. Wet- of regelgeving kan openbare toelichting door het management of de accountant verhinderen. Zo kan bij wet- of regelgeving specifiek zijn verboden dat een openbare mededeling wordt gedaan die een nadelige invloed zou kunnen hebben op een onderzoek dat door een bevoegde instantie naar een daadwerkelijke dan wel een vermoede illegale handeling wordt uitgevoerd (zoals aangelegenheden die gerelateerd zijn aan witwassen).**
16)* Vereist voor wettelijke controles van boekjaren die zijn aangevangen op of na 15 december 2021. Eerdere toepassing wordt aanbevolen. (NB niet verplicht voor onderwijsinstellingen)**
Op deze plaats beschrijven wij de controle-aanpak continuïteit als er géén sprake is van de situatie zoals bedoeld in Standaard 570 paragraaf 22 (materiële onzekerheid over de continuïteit) en evenmin sprake is van onzekerheid over continuïteit ('close call', zie Stappenplan rapporteren over continuïteit, scenario 2.2). In het laatste geval ligt het voor de hand om dit te beschrijven als een kernpunt van onze controle. Zie ook het continuïteitscontinuüm in de NBA Continuïteitsgids en het Stappenplan rapporteren over continuïteit (scenario 1 en 2.1).
*17)Indien er geen gebeurtenissen of omstandigheden bestaan die gerede twijfel kunnen doen ontstaan over de mogelijkheid van de entiteit om haar continuïteit te handhaven die van de accountant significante aandacht vereisten bij het uitvoeren van de controle heeft de accountant de mogelijkheid om werkzaamheden en uitkomsten en/of waarnemingen in verkorte vorm op te nemen.**
3. Inleiding onderzoeksprocedure bekostigingsgegevens
1 juli 2021
De bekostigingsgegevens bepalen in belangrijke mate de hoogte van de bekostiging/rijksbijdrage. Het is daarom van groot belang dat de instellingsaccountant primair de juistheid van deze bekostigingsgegevens vaststelt. Hij geeft daarover een afzonderlijk assurance-rapport af.
Krachtens de onderwijswetgeving wordt een accountantsverklaring bij de bekostigingsgegevens gevraagd. Door de wijziging van het verklaringenstelsel geeft de instellingsaccountant echter niet langer een accountantsverklaring af bij de bekostigingsgegevens maar een assurance-rapport. Deze rapportagevorm wordt gebruikt als andere aspecten dan alleen de getrouwheid van de financiële informatie moeten worden getoetst en als het andere informatie dan historische financiële informatie betreft, zoals bij de bekostigingsgegevens het geval is. Voor een assurance-rapport is
Standaard 3000A leidend, waarbij OCW bepaalt dat het assurance-rapport hetzelfde zekerheidsniveau dient te verschaffen als voorheen de accountantsverklaring. Assurance-opdrachten die leiden tot een assurance-rapport moeten aan vergelijkbare kwaliteitseisen voldoen als assurance-opdrachten die leiden tot een controleverklaring.
In dit accountantsprotocol wordt voor elke sector in een afzonderlijk gedeelte in gegaan op de meest relevante wet- en regelgeving en het onderzoek van de bekostigingsgegevens. Aan het einde van elk onderdeel is de tekst van het af te geven goedkeurende assurance-rapport opgenomen.
Voor het omgaan met geconstateerde fouten met betrekking tot de rechtmatigheid geldt voor het accountantsonderzoek van de bekostigingsgegevens dat fouten die invloed kunnen hebben op de hoogte van de rijksbijdrage OCW moeten worden gecorrigeerd door de school/instelling. Als deze fouten niet door de school/instelling (kunnen) worden gecorrigeerd dan informeert de instellingsaccountant het bevoegd gezag en het interne toezichthoudende orgaan hierover conform de geldende beroepsvoorschriften en handelt als volgt:
Het is de verantwoordelijkheid van de school/instelling in de sector PO, VO en de sector MBO om de bekostigingsgegevens voorzien van een goedkeurend assurance-rapport bij DUO vestiging Den Haag in te dienen. DUO vestiging Den Haag accepteert alleen goedkeurende assurance-rapporten. DUO vestiging Den Haag kan en zal geen interpretatie doen van de gestuurde gegevens. Niet-goedkeurende assurance-rapporten en verslagen van bevindingen die niet voldoen aan de eisen van dit accountantsprotocol, worden door DUO vestiging Den Haag teruggestuurd naar de school/instelling. De school/instelling is ervoor verantwoordelijk dat er alsnog binnen de gestelde termijn een assurance-rapport wordt ingestuurd dat voldoet aan de eisen van dit accountantsprotocol.
Als de instellingsaccountant een ander dan een goedkeurend assurance-rapport afgeeft of een eventueel separaat verslag van bevindingen moet hij dat duidelijk aangeven op de aanbiedingsbrief bij het assurance-rapport en het aanbiedingsformulier dat bij de indiening van de bekostigingsgegevens bij DUO moet worden gebruikt. Daarbij worden alle fouten, onjuistheden en onzekerheden opgenomen die van invloed (kunnen) zijn op de totale omvang van de door OCW verstrekte en/of te verstrekken bijdragen.
Tot slot wordt opgemerkt dat bij het ontbreken van een tijdig ingediend goedkeurend assurance-rapport voor de betreffende scholen/instellingen de minister een sanctie kan opleggen.
In de hoofdstukken 4, 5 en 6 voor de sectoren PO, VO en MBO is een tabel toegevoegd m.b.t. de omvang van gegevensgerichte werkzaamheden in geval van toepassing van deelpopulaties per soort gegeven. Ter toelichting hierop is een stroomschema opgenomen in bijlage II.
4. Onderzoeksprocedure bekostigingsgegevens sector PO
4.1. Algemeen
1 december 2023
Het accountantsprotocol voor de sector PO wordt conform artikel 125, lid 4, van de Wet op het Primair Onderwijs BES (WPO BES) vastgesteld bij ministeriële regeling.
Het accountantsprotocol bevat de vertaalslag van de bekostigingsvoorwaarden uit de wet- en regelgeving naar de minimale onderzoekswerkzaamheden die ten grondslag liggen aan het afgeven van het assurance-rapport (voorheen accountantsverklaring), zoals genoemd in artikel 126, lid 1, van de WPO BES. Voor de tekst van het assurance-rapport is een format opgenomen dat door de instellingsaccountant moet worden gebruikt. Het onderzoek betreft de gegevens die nodig zijn voor de berekening van de rijksbijdrage conform de WPO BES. Het assurance-rapport kan primair alleen gebruikt worden voor de vaststelling van de rijksbijdrage. Het staat het ministerie vrij om het overzicht van de bekostigingsgegevens, en het assurance-rapport daarbij, ook voor andere beleidsdoeleinden te gebruiken als zij van mening is dat de werkzaamheden, zoals in dit accountantsprotocol voorgeschreven, voldoende zijn om de data te interpreteren voor eventueel andere beleidsdoeleinden.
Het onderdeel onderzoek bekostigingsgegevens PO is van toepassing op basisscholen (artikel 1. van de WPO BES).
De voor het onderzoek van de bekostigingsgegevens relevante wet- en regelgeving bestaat uit:
Deze wet- en regelgeving is terug te vinden op https://wetten.overheid.nl.
De procedure ten aanzien van de bekostigingsgegevens en de uitwisseling van informatie met DUO is beschreven in de brochure ‘Leerlingtelling 1 februari 2023 voor de bekostiging’ en in de brochure ‘Leerlingtelling 1 oktober 2023 voor de bekostiging’, deze zijn te vinden in de administratie van de school. De instelling overlegt aan de instellingsaccountant de gewaarmerkte overzichten geregistreerde tellingen (OGT) en de telformulieren. Indien er wijzigingen in de leerlingenaantallen zijn, dient de instellingsaccountant naast op een kopie OGT zijn correcties ook op een kopie van het telformulier aan te brengen. De correcties dienen ook in de onderliggende detailniveaus aangebracht te worden.
In maart 2024 ontvangt het bevoegd gezag van een school een brief van DUO over de informatie uitwisseling met DUO met betrekking tot de jaarstukken. Het is wenselijk dat de instellingsaccountant op de hoogte is van de inhoud van deze brief.
4.2. Onderzoek bekostigingsgegevens
4.2.1. Object van onderzoek
1 juli 2023
De bekostigingsgegevens bepalen in belangrijke mate de hoogte van de rijksbijdrage. Het is daarom van groot belang dat de instellingsaccountant primair de juistheid van de definitieve bekostigingsgegevens vaststelt. De instellingsaccountant geeft daarover een assurance-rapport af.
De instellingsaccountant richt het onderzoek zodanig in dat onjuistheden groter dan 2% (per soort gegevens) worden ontdekt. Uiteraard moeten alle geconstateerde fouten, ongeacht het materiële belang, worden gecorrigeerd.
Indien dit begrip voor het gebruik van statistische technieken gekwantificeerd moet worden, betekent dit een betrouwbaarheid van 95 procent.
De voor de bekostiging relevante soorten gegevens van de scholen betreffen:
Voor zijn onderzoek maakt de instellingsaccountant gebruik van de volgende informatie:
4.2.2. Omvang werkzaamheden van de instellingsaccountant
1 december 2022
De instellingsaccountant voert een risicoanalyse uit en legt zijn bevindingen en conclusie vast in zijn dossier.Hierin wordt minimaal aandacht besteed aan alle toetsingspunten (zoals benoemd in paragraaf 4.2.3 minimale werkzaamheden voor leerlingen per teldatum) en moet per toetsingspunt duidelijk zijn of er al dan niet sprake is van een significant risico.
De instellingsaccountant betrekt in deze risicoanalyse onder andere Standaard 240.
De werkzaamheden verricht door een administratiekantoor of een interne controle-afdeling van de school kunnen niet de door de instellingsaccountant te verrichten werkzaamheden vervangen. De werkzaamheden van het administratiekantoor of de interne controle- afdeling maken onderdeel uit van de interne beheersingsstructuur van het onderzoeksobject.
De instellingsaccountant definieert indien mogelijk op grond van zijn risicoanalyse afzonderlijke onderzoekspopulaties binnen de relevante soorten gegevens, zoals genoemd in paragraaf 4.2.1. Dit betekent dat delen van een populatie op grond van de risicoanalyse van de instellingsaccountant ofwel systeemgericht (steunen op IB) ofwel gegevensgericht onderzocht kunnen worden. Dit kan per toetsingspunt verschillend zijn.
Indien de instellingsaccountant gebruik maakt van afzonderlijke onderzoekpopulaties bij het relevante soort gegeven leerlingen per teldatum, dan wordt in ieder geval een afzonderlijke onderzoekpopulatie gedefinieerd voor nieuwe inschrijvingen kort voor de teldatum en voor uitschrijvingen kort na de teldatum. Het risico van deze afzonderlijke onderzoekpopulaties is afhankelijk van de situatie hoger of significant.
Steunen op IB (indien van toepassing per onderzoekspopulatie)
Indien de instellingsaccountant voornemens is te steunen op de effectieve werking van specifieke IB, dan dient hij deze interne beheersingsmaatregelen op werking te toetsen. Onder toepassing van de controlestandaarden (waaronder Standaard 315 en 330) is het toegestaan dit roulerend te doen (eens in de 3 controles). Interne beheersingsmaatregelen voor een risico dat significant is dienen in de lopende controleperiode getoetst te worden.
Om vast te stellen of de instellingsaccountant kan steunen op de aanwezige IB dient hij werkzaamheden uit te voeren gericht op de opzet, het bestaan en de effectieve werking van de interne beheersingsmaatregelen. De omvang van deze toetsing is afhankelijk van de frequentie van de betreffende maatregel en kan dan ook per maatregel verschillend zijn. De instellingsaccountant voert per interne beheersingsmaatregel minimaal de volgende omvang proceduretesten uit:
Uit de vastlegging van deze werkzaamheden moet blijken welke relevante risico’s en toetsingspunten (zoals benoemd in paragraaf 4.2.3 minimale werkzaamheden onder de werkzaamheden voor leerlingen per teldatum) door de betreffende IB maatregel zijn afgedekt.
Indien bij het onderzoek gesteund wordt op geautomatiseerde gegevensverwerking, dan dient de betrouwbaarheid hiervan vastgesteld te worden. Indien vastgesteld kan worden dat er gedurende de onderzoeksperiode geen wijzigingen zijn geweest in die geautomatiseerde gegevensverwerking met een mogelijke impact op de te onderzoeken toetsingspunten (dit moet uit het onderzoekdossier van de instellingsaccountant blijken) dan kan volstaan worden met 1 (lijncontrole) test.
Indien één interne beheersingsmaatregel op dezelfde wijze van toepassing is bij meerdere instellingscodes dan wordt bedoeld dat voor de toetsing van die betreffende maatregel volstaan kan worden met het minimum aantal testen uit de tabel. Hierbij dienen deze testen wel dusdanig gespreid te worden dat de relevante instellingscodes in voldoende mate in de toetsing worden meegenomen.
Indien de instellingsaccountant naar aanleiding van de risicoanalyse en de uitgevoerde werkzaamheden met betrekking tot de werking van de IB tot de conclusie komt dat hij kan steunen op de goede werking van de IB, dient in het onderzoekdossier vast te liggen op grond waarvan de instellingsaccountant tot deze conclusie komt.
Ongeacht de inschatting van risico’s op een afwijking van materieel belang dient de instellingsaccountant gegevensgerichte controles op te zetten en uit te voeren voor alle soorten relevante gegevens zoals genoemd in paragraaf 4.2.1. De aantallen gegevensgerichte werkzaamheden in tabel 4.2.2b of 4.2.2c of het aantal in een statistische steekproef is per relevante soort gegeven per instellingscode.
Tot de gegevensgerichte werkzaamheden worden NIET de bij de toetsing van de werking van de IB uitgevoerde werkzaamheden gerekend.
Indien de instellingsaccountant op grond van zijn verrichte werkzaamheden tot de conclusie komt dat hij kan steunen op de effectieve werking van de IB, kan de instellingsaccountant zijn gegevensgerichte werkzaamheden (per soort gegevens en indien van toepassing per deelonderzoekspopulatie) beperken tot:
Bij de verdeling van het aantal uit de tabel houdt de instellingsaccountant rekening met zijn risico inschatting. Het ligt voor de hand de werkzaamheden te richten op meer risicovolle records. Per gekozen record dienen alle toetsingspunten geraakt te worden.
Als bij de beperkte gegevensgerichte werkzaamheden fouten door de instellingsaccountant worden geconstateerd, wordt het onderzoek uitgebreid naar een onderzoek met een omvang op grond waarvan een uitspraak over de gehele massa kan worden gedaan (statistisch bepaalde steekproef omvang).
Indien de uitkomst van de risicoanalyse aangeeft dat de instellingsaccountant NIET kan steunen op de aanwezige IB of bij een gegevensgerichte onderzoekaanpak, wordt gebruik gemaakt van een statistisch bepaalde steekproef omvang.
Indien de instellingsaccountant geen toetsing van de interne beheersingsmaatregelen uitvoert, kan zijn risico-inschatting van de effectieve werking van de interne beheersingsmaatregelen niet worden verlaagd (standaard 530) bij de bepaling van de omvang van de steekproef.
In geval van een statistische steekproef dient minimaal in het onderzoeksdossier van de instellingsaccountant aanwezig te zijn:
Bij de bepaling van de omvang van de gegevensgerichte werkzaamheden per gedefinieerde onderzoekpopulatie hanteert de instellingsaccountant op basis van Standaard 530 (bijlage 4) de volgende minimum aantallen indien geen fouten worden verwacht en aangetroffen:
Indien de berekening van de ‘populatie/aantal keer materialiteit’ uitkomt op een getal tussen twee opgenomen waarden in de tabel, dan moet altijd naar boven afgerond worden om op de toe te passen regel uit te komen.
Indien fouten worden aangetroffen dienen deze in overeenstemming met Standaard 450 te worden geëvalueerd en aanvullende werkzaamheden te worden bepaald om voldoende zekerheid te verkrijgen over de betreffende populatie.
In geval van een steekproef op basis van bovenstaande tabel dient minimaal in het onderzoekdossier van de instellingsaccountant aanwezig te zijn:
4.2.3. Minimale werkzaamheden
1 december 2023
De instellingsaccountant stelt vast dat:
Van de ingeschreven leerlingen per 1 februari 2023 en per 1 oktober 2023, stelt de instellingsaccountant vast dat:
De instellingsaccountant stelt vast dat het door het bevoegd gezag ondertekende formulier overeenkomt met het formulier waarbij hij zijn assurance-rapport verstrekt en waarmerkt deze.
4.3. Assurance-rapport
1 december 2022
De assurance-rapporten voor PO worden opgesteld op bestuursniveau (niveau bevoegd gezag). De aan het oordeel ten grondslag liggende bevindingen moeten echter herleidbaar zijn tot op schoolniveau.
Als de instellingsaccountant op grond van zijn bevindingen een ander dan een goedkeurend assurance-rapport afgeeft, moet hij een afwijkende tekst hanteren. Zie hiervoor Standaard 3000A vanaf paragraaf 74 van de ‘Nadere voorschriften Controle- en overige standaarden (NV COS)’ van de NBA.
Goedkeurend assurance-rapport PO
1 juli 2023
Voorgeschreven tekst voor het goedkeurende assurance-rapport over de juistheid van de overzichten van de bekostigingsgegevens voor scholen voor Primair Onderwijs.
Assurance-rapport van de onafhankelijke accountant
Aan: Opdrachtgever*)
Ons oordeel
Wij hebben de [bijgevoegde en door ons gewaarmerkte] overzichten geregistreerde tellingen en de telformulieren van... (naam bevoegd gezag) ... te ... (zetel) per 1 februari 2023 en per 1 oktober 2023 (hierna: de Opgaven) onderzocht.
Naar ons oordeel zijn de Opgaven van ... (naam bevoegd gezag) in alle van materieel belang zijnde aspecten juist opgesteld in overeenstemming met de van toepassing zijnde criteria.
De basis voor ons oordeel
Wij hebben ons onderzoek uitgevoerd volgens het recht dat geldt in de openbare lichamen Bonaire, Saba en Sint Eustatius, waaronder de Nederlandse Standaard 3000A ‘Assurance-opdrachten anders dan opdrachten tot controle of beoordeling van historische financiële informatie (attest-opdrachten)’. Deze opdracht is gericht op het verkrijgen van een redelijke mate van zekerheid. Onze verantwoordelijkheden op grond hiervan zijn beschreven in de sectie ‘Onze verantwoordelijkheden voor het onderzoek over de Opgaven’.
Wij zijn onafhankelijk van ... (naam bevoegd gezag) zoals vereist in de Verordening inzake de onafhankelijkheid van accountants bij assurance-opdrachten (ViO) en andere relevante onafhankelijkheidsregels in Nederland. Daarnaast hebben wij voldaan aan de Verordening gedrags- en beroepsregels accountants (VGBA).
Wij vinden dat de door ons verkregen assurance-informatie voldoende en geschikt is als basis voor ons oordeel.
Van toepassing zijnde criteria
Voor deze opdracht gelden de volgende criteria:
Beperking in gebruik en verspreidingskring
De Opgaven zijn opgesteld voor de Minister van OCW met als doel de berekening van de rijksbijdrage van 2024, als bedoeld in artikel 66, lid 1, van de wet op het primair onderwijs BES voor ... (naam bevoegd gezag) vast te stellen. Hierdoor zijn de Opgaven mogelijk niet geschikt voor andere doeleinden. Ons assurance-rapport is derhalve uitsluitend bestemd voor ... (naam bevoegd gezag) en de Minister van OCW en dient niet te worden verspreid aan of te worden gebruikt door anderen.
Verantwoordelijkheden van het bestuur en de raad van toezicht *) voor de Opgave
Het bestuur is verantwoordelijk voor het opstellen van de Opgaven in overeenstemming met de van toepassing zijnde criteria.
Het bestuur is ook verantwoordelijk voor een zodanige interne beheersing als het noodzakelijk acht om het opstellen van de Opgaven mogelijk te maken zonder afwijkingen van materieel belang als gevolg van fraude of fouten.
De raad van toezicht*) is verantwoordelijk voor het uitoefenen van toezicht op het proces van het opstellen van de Opgaven op grond van de van toepassing zijnde criteria als onderdeel van zijn toezicht op de rechtmatige verwerving van de middelen.
Onze verantwoordelijkheden voor het onderzoek over de Opgaven
Onze verantwoordelijkheid is het zodanig plannen en uitvoeren van ons onderzoek dat wij daarmee voldoende en geschikte assurance-informatie verkrijgen voor het door ons af te geven oordeel.
Ons onderzoek is uitgevoerd met een hoge mate maar geen absolute mate van zekerheid waardoor het mogelijk is dat wij tijdens ons onderzoek niet alle materiële fouten en fraude ontdekken.
Wij passen de ‘Nadere voorschriften kwaliteitssystemen’ (NVKS) toe. Op grond daarvan beschikken wij over een samenhangend stelsel van kwaliteitsbeheersing inclusief vastgelegde richtlijnen en procedures inzake naleving van ethische voorschriften, professionele standaarden en andere relevante wet- en regelgeving.
Ons onderzoek bestond onder andere uit:
Plaats en datum
... (naam accountantspraktijk)
... (naam accountant)
[Paraaf voor waarmerkingsdoeleinden:]
)* Voor een instelling op grond van de WPO BES, is dit de intern toezichthouder of het intern toezichthoudend orgaan (zoals bedoeld in WPO BES, artikel 23, 24 en 25). In de tekst van de controleverklaring dient ‘opdrachtgever’ of ‘raad van toezicht’ vervangen te worden door ‘interntoezichthouder’ of ‘intern toezichthoudend orgaan’.**
5. Onderzoeksprocedure bekostigingsgegevens sector VO
5.1. Algemeen
1 december 2023
Het accountantsprotocol voor de sector VO wordt conform artikel 6.12, lid 3 en artikel 6.19, lid 7, van het Uitvoeringsbesluit WVO 2020 vastgesteld bij ministeriële regeling. Het accountantsprotocol bevat de vertaalslag van de bekostigingsvoorwaarden uit de wet- en regelgeving naar de minimale onderzoekswerkzaamheden die ten grondslag liggen aan het afgeven van het assurance-rapport (voorheen accountantsverklaring), zoals genoemd in artikel 6.12, lid 2, van het Uitvoeringsbesluit WVO 2020. Voor de tekst van het assurance-rapport is een format opgenomen dat door de instellingsaccountant moet worden gebruikt. Het onderzoek van de instellingsaccountant heeft betrekking op de gegevens die nodig zijn voor de berekening van de rijksbijdrage conform de WVO 2020. Het assurance-rapport kan primair alleen gebruikt worden voor de vaststelling van de rijksbijdrage. Het staat het ministerie vrij om het overzicht van de bekostigingsgegevens, en het assurance-rapport daarbij, ook voor andere beleidsdoeleinden te gebruiken als zij van mening is dat de werkzaamheden, zoals in dit accountantsprotocol voorgeschreven, voldoende zijn om de data te interpreteren voor eventueel andere beleidsdoeleinden.
Het onderdeel onderzoek bekostigingsgegevens sector vo is van toepassing op de in artikel 2.1 van de WVO 2020 vermelde schoolsoorten:
De voor het onderzoek bekostigingsgegevens vo relevante wet- en regelgeving bestaat uit:
De wet en regelgeving is ook terug te vinden op: https://wetten.overheid.nl.
De procedure ten aanzien van de bekostigingsgegevens en de uitwisseling van informatie met DUO is beschreven in de brochure ‘Leerlingtelling 1 oktober 2023 voor de bekostiging’, deze is te vinden in de administratie van de school. De instelling overlegt aan de instellingsaccountant het gewaarmerkte overzicht geregistreerde tellingen (OGT) en het telformulier. Indien er wijzigingen in de leerlingenaantallen zijn, dient de instellingsaccountant naast op een kopie OGT zijn correcties ook op een kopie van het telformulier aan te brengen. De correcties dienen ook in de onderliggende detailniveaus aangebracht te worden.
In maart 2024 ontvangt het bevoegd gezag van een school een brief van DUO over de informatie uitwisseling met DUO met betrekking tot de jaarstukken. Het is wenselijk dat de instellingsaccountant op de hoogte is van de inhoud van deze brief.
5.2. Onderzoek Bekostigingsgegevens
5.2.1. Object van onderzoek
1 juli 2023
De bekostigingsgegevens bepalen in belangrijke mate de hoogte van de rijksbijdrage. Het is daarom van groot belang dat de instellingsaccountant primair de juistheid van de definitieve bekostigingsgegevens vaststelt. De instellingsaccountant geeft daarover een assurance-rapport af.
De instellingsaccountant richt het onderzoek zodanig in dat onjuistheden groter dan 2% (per soort gegevens) worden ontdekt. Uiteraard moeten alle geconstateerde fouten, ongeacht het materiële belang, worden gecorrigeerd.
Indien dit begrip voor het gebruik van statistische technieken gekwantificeerd moet worden, betekent dit een betrouwbaarheid van 95 procent.
Het voor de bekostiging relevante soort gegeven van de scholen betreft:
Voor zijn onderzoek maakt de instellingsaccountant gebruik van de volgende informatie:
5.2.2. Omvang werkzaamheden van de instellingsaccountant
1 december 2021
De instellingsaccountant voert een risicoanalyse uit en legt zijn bevindingen en conclusie vast in zijn dossier. Hierin wordt minimaal aandacht besteed aan alle toetsingspunten (zoals genoemd in paragraaf 5.2.3 minimale werkzaamheden onder de werkzaamheden voor leerlingen per 1-10-2023) en moet per toetsingspunt duidelijk zijn of er al dan niet sprake is van een significant risico.
De instellingsaccountant betrekt in deze risicoanalyse onder andere Standaard 240.
De werkzaamheden verricht door een administratiekantoor of een interne controle-afdeling van de school kunnen niet de door de instellingsaccountant te verrichten werkzaamheden vervangen. De werkzaamheden van het administratiekantoor of de interne controle- afdeling maken onderdeel uit van de interne beheersingsstructuur van het onderzoeksobject.
De instellingsaccountant definieert indien mogelijk op grond van zijn risicoanalyse afzonderlijke onderzoekpopulaties binnen de relevante soorten gegevens, zoals genoemd in paragraaf 5.2.1. Dit betekent dat delen van een populatie op grond van de risicoanalyse van de instellingsaccountant ofwel systeemgericht (steunen op IB) ofwel gegevensgericht onderzocht kunnen worden. Dit kan per toetsingspunt verschillend zijn.
Indien de instellingsaccountant gebruik maakt van afzonderlijke onderzoekpopulaties bij het relevante soort gegeven leerlingen per 1-10-2023, dan wordt in ieder geval een afzonderlijke onderzoekpopulatie gedefinieerd voor nieuwe inschrijvingen kort voor 1-10-2023 en voor uitschrijvingen kort na 1-10-2023. Het risico van deze afzonderlijke onderzoekpopulaties is afhankelijk van de situatie hoger of significant.
Steunen op IB (indien van toepassing per onderzoekpopulatie)
Indien de instellingsaccountant voornemens is te steunen op de effectieve werking van specifieke IB, dan dient hij deze interne beheersingsmaatregelen op werking te toetsen. Onder toepassing van de controlestandaarden (waaronder Standaard 315 en 330) is het toegestaan dit roulerend te doen (eens in de 3 controles). Interne beheersingsmaatregelen voor een risico dat significant is dienen in de lopende controleperiode getoetst te worden.
Om vast te stellen of de instellingsaccountant kan steunen op de aanwezige IB dient hij werkzaamheden uit te voeren gericht op de opzet, het bestaan en de effectieve werking van de interne beheersingsmaatregelen. De omvang van deze toetsing is afhankelijk van de frequentie van de betreffende maatregel en kan dan ook per maatregel verschillend zijn. De instellingsaccountant voert per interne beheersingsmaatregel minimaal de volgende omvang proceduretesten uit:
Uit de vastlegging van deze werkzaamheden moet blijken welke relevante risico’s en toetsingspunten (zoals genoemd in paragraaf 5.2.3. minimale werkzaamheden onder de werkzaamheden voor leerlingen per 1-10-2023) door de betreffende IB maatregel zijn afgedekt.
Indien bij het onderzoek gesteund wordt op geautomatiseerde gegevensverwerking, dan dient de betrouwbaarheid hiervan vastgesteld te worden. Indien vastgesteld kan worden dat er gedurende de onderzoeksperiode geen wijzigingen zijn geweest in die geautomatiseerde gegevensverwerking met een mogelijke impact op de te onderzoeken toetsingspunten(dit moet uit het onderzoekdossier van de instellingsaccountant blijken) dan kan volstaan worden met 1 (lijncontrole) test.
Indien één interne beheersingsmaatregel op dezelfde wijze van toepassing is bij meerdere instellingscodes dan wordt bedoeld dat voor de toetsing van die betreffende maatregel volstaan kan worden met het minimum aantal testen uit de tabel. Hierbij dienen deze testen wel dusdanig gespreid te worden dat de relevante instellingscodes in voldoende mate in de toetsing worden meegenomen.
Indien de instellingsaccountant naar aanleiding van de risicoanalyse en de uitgevoerde werkzaamheden met betrekking tot de werking van de IB tot de conclusie komt dat hij kan steunen op de goede werking van de IB, dient in het onderzoekdossier vast te liggen op grond waarvan de instellingsaccountant tot deze conclusie komt.
Ongeacht de inschatting van risico’s op een afwijking van materieel belang dient de instellingsaccountant gegevensgerichte controles op te zetten en uit te voeren voor alle soorten relevante gegevens zoals genoemd in paragraaf 5.2.1. De aantallen gegevensgerichte werkzaamheden in tabel 5.2.2b of 5.2.2c of het aantal in een statistische steekproef is per soortgegeven per instellingscode.
Tot de gegevensgerichte werkzaamheden worden NIETde bij de toetsing van de werking van de IB uitgevoerde werkzaamheden gerekend.
Indien de instellingsaccountant op grond van zijn verrichte werkzaamheden tot de conclusie komt dat hij kan steunen op de effectieve werking van de IB, kan de instellingsaccountant zijn gegevensgerichte werkzaamheden (per soort gegevens) beperken tot:
Bij de verdeling van het aantal uit de tabel houdt de instellingsaccountant rekening met zijn risico-inschatting. Het ligt voor de hand de werkzaamheden te richten op meer risicovolle records. Per gekozen record dienen alle toetsingspunten geraakt te worden.
Als bij de beperkte gegevensgerichte werkzaamheden fouten door de instellingsaccountant worden geconstateerd, wordt het onderzoek uitgebreid naar een onderzoek met een omvang op grond waarvan een uitspraak over de gehele massa kan worden gedaan (statistisch bepaalde steekproef omvang).
Indien de uitkomst van de risicoanalyse aangeeft dat de instellingsaccountant NIET kan steunen op de aanwezige IB of bij een gegevensgerichte onderzoekaanpak, wordt gebruik gemaakt van een statistisch bepaalde steekproef omvang.
Indien de instellingsaccountant geen toetsing van de interne beheersingsmaatregelen uitvoert, kan zijn risico-inschatting van de effectieve werking van de interne beheersingsmaatregelen niet worden verlaagd (Standaard 530) bij de bepaling van de omvang van de steekproef.
In geval van een statistische steekproef dient minimaal in het onderzoekdossier van de instellingsaccountant aanwezig te zijn:
Bij de bepaling van de omvang van de gegevensgerichte werkzaamheden per gedefinieerde onderzoekpopulatie hanteert de instellingsaccountant op basis van Standaard 530 (bijlage 4) de volgende minimum aantallen indien geen fouten worden verwacht en aangetroffen:
Indien de berekening van de ‘populatie/aantal keer materialiteit’ uitkomt op een getal tussen twee opgenomen waarden in de tabel, dan moet altijd naar boven afgerond worden om op de toe te passen regel uit te komen.
Indien fouten worden aangetroffen dienen deze in overeenstemming met Standaard 450 te worden geëvalueerd en aanvullende werkzaamheden te worden bepaald om voldoende zekerheid te verkrijgen over de betreffende populatie.
In geval van een steekproef op basis van bovenstaande tabel dient minimaal in het onderzoekdossier van de instellingsaccountant aanwezig te zijn:
5.2.3. Minimale werkzaamheden
1 december 2023
De instellingsaccountant stelt vast dat:
Leerlingen per 1-10-2023
Van de ingeschreven leerlingen per 1 oktober 2023 stelt de instellingsaccountant vast dat:
Afronding van het onderzoek
De instellingsaccountant stelt vast dat het door het bevoegd gezag ondertekende formulier overeenkomt met het formulier waarbij hij zijn assurance-rapport verstrekt en waarmerkt deze.
5.3. Assurance-rapport
1 december 2022
Als de instellingsaccountant op grond van zijn bevindingen een ander dan een goedkeurend assurance-rapport afgeeft, moet hij een afwijkende tekst hanteren. Zie hiervoor Standaard 3000A vanaf paragraaf 74 van de Nadere voorschriften Controle- en overige standaarden (NV COS) van de NBA.
1 december 2023
Voorgeschreven tekst voor het goedkeurende assurance-rapport over de juistheid van het overzicht van de bekostigingsgegevens voor scholen voor Voortgezet Onderwijs.
Aan: Opdrachtgever *)
Wij hebben het(de) [bijgevoegde en door ons gewaarmerkte] overzicht(en) geregistreerde tellingen en het telformulier van ... (naam vo-school) met instellingscode ... te ... (zetel) per 1 oktober 2023 (hierna: de Opgave) onderzocht.
Naar ons oordeel is de Opgave van ... (naam vo-school) met instellingscode ... in alle van materieel belang zijnde aspecten juist in overeenstemming met de van toepassing zijnde criteria.
Wij hebben ons onderzoek uitgevoerd volgens het recht dat geldt in de openbare lichamen Bonaire, Saba en Sint Eustatius, waaronder de Nederlandse Standaard 3000A ‘Assurance-opdrachten anders dan opdrachten tot controle of beoordeling van historische financiële informatie (attest-opdrachten)’. Deze opdracht is gericht op het verkrijgen van een redelijke mate van zekerheid. Onze verantwoordelijkheden op grond hiervan zijn beschreven in de sectie ‘Onze verantwoordelijkheden voor het onderzoek over de Opgave’.
Wij zijn onafhankelijk van ... (naam vo-school) met instellingscode ... zoals vereist in de Verordening inzake de onafhankelijkheid van accountants bij assurance-opdrachten (ViO) en andere relevante onafhankelijkheidsregels in Nederland. Daarnaast hebben wij voldaan aan de Verordening gedrags- en beroepsregels accountants(VGBA).
Wij vinden dat de door ons verkregen assurance-informatie voldoende en geschikt is als basis voor ons oordeel.
Voor deze opdracht gelden de volgende criteria:
De Opgave is opgesteld voor de Minister van OCW met als doel de berekening van de rijksbijdrage 2024, als bedoeld in artikel 11.56, lid 1 van de wet voortgezet onderwijs 2020 voor ... (naam vo-school) vast te stellen.Hierdoor zijn de Opgave mogelijk niet geschikt voor andere doeleinden. Ons assurance-rapport is derhalve uitsluitend bestemd voor ... (naam bevoegd gezag) en de Minister van OCW en dient niet te worden verspreid aan of te worden gebruikt door anderen.
Het bestuur is verantwoordelijk het opstellen van de Opgave in overeenstemming met de van toepassing zijnde criteria.
Het bestuur is ook verantwoordelijk voor een zodanige interne beheersing als het noodzakelijk acht om het opstellen van de Opgave mogelijk te maken, zodat deze geen afwijkingen van materieel belang bevatten als gevolg van fraude of fouten.
De raad van toezicht*) is verantwoordelijk voor het uitoefenen van toezicht op het proces van het opstellen van de Opgave op grond van de van toepassing zijnde criteria als onderdeel van zijn toezicht op de rechtmatige verwerving van de middelen.
Onze verantwoordelijkheid is het zodanig plannen en uitvoeren van ons onderzoek dat wij daarmee voldoende en geschikte assurance-informatie verkrijgen voor het door ons af te geven oordeel.
Ons onderzoek is uitgevoerd met een hoge mate maar geen absolute mate van zekerheid waardoor het mogelijk is dat wij tijdens ons onderzoek niet alle materiële fouten en fraude ontdekken.
Wij passen de ‘Nadere voorschriften kwaliteitssystemen’ (NVKS) toe. Op grond daarvan beschikken wij over een samenhangend stelsel van kwaliteitsbeheersing inclusief vastgelegde richtlijnen en procedures inzake naleving van ethische voorschriften, professionele standaarden en andere relevante wet- en regelgeving.
Ons onderzoek bestond onder andere uit:
Plaats en datum
... (naam accountantspraktijk)
... (naam accountant)
[Paraaf voor waarmerkingsdoeleinden:]
)* Voor een instelling op grond van WVO 2020, is dit de intern toezichthouder of intern toezichthoudend orgaan (zoals bedoeld in WVO 2020, artikel 3.1 en 3.3). In de tekst van het assurance-rapport dient ‘opdrachtgever’ of ‘raad van toezicht’ vervangen te worden door ‘intern toezichthouder’ of ‘intern toezichthoudend orgaan’.**
6. Onderzoeksprocedure bekostigingsgegevens sector MBO
6.1. Algemeen
1 december 2023
Het accountantsprotocol MBO wordt conform artikel 2.3.10, van de Wet educatie en beroepsonderwijs BES (WEB BES) en krachtens het Uitvoeringsbesluit WEB BES (artikel 5, lid 1) vastgesteld bij ministeriële regeling. Het accountantsprotocol bevat de vertaalslag van de bekostigingsvoorwaarden uit de wet- en regelgeving naar de minimale onderzoekswerkzaamheden die ten grondslag liggen aan het afgeven van het assurance-rapport (voorheen verklaring omtrent de getrouwheid), zoals genoemd in artikel 2.2.5, lid 5, van de WEB BES. Voor de tekst van het assurance-rapport is een format opgenomen dat door de instellingsaccountant moet worden gebruikt. Het onderzoek betreft de gegevens die nodig zijn voor de berekening van de rijksbijdrage conform het Uitvoeringsbesluit WEB. Het assurance-rapport kan primair alleen gebruikt worden voor de vaststelling van de rijksbijdrage. Het staat het ministerie vrij om het overzicht van de bekostigingsgegevens, en het assurance-rapport daarbij, ook voor andere beleidsdoeleinden te gebruiken als zij van mening is dat de werkzaamheden, zoals in dit accountantsprotocol voorgeschreven, voldoende zijn om de data te interpreteren voor eventueel andere beleidsdoeleinden.
Het onderdeel onderzoek bekostigingsgegevens mbo is van toepassing op instellingen die beroepsonderwijs verzorgen (artikel 1.1.1, van de WEB BES).
De voor het onderzoek van de bekostigingsgegevens relevante wet- en regelgeving bestaat uit:
Deze wet- en regelgeving is terug te vinden op https://wetten.overheid.nl.
De procedure ten aanzien van de bekostigingsgegevens en de uitwisseling van informatie met DUO is beschreven in de brochure ‘Leerlingtelling 1 oktober 2023 voor de bekostiging’, deze is te vinden in de administratie van de school. De instelling overlegt aan de instellingsaccountant het gewaarmerkte overzicht geregistreerde tellingen (OGT) en het telformulier. Indien er wijzigingen in de leerlingenaantallen zijn, dient de instellingsaccountant naast op een kopie OGT zijn correcties ook op een kopie van het telformulier aan te brengen. De correcties dienen ook in de onderliggende detailniveaus aangebracht te worden.
In maart 2024 ontvangt het bevoegd gezag van een school een brief van DUO over de informatie uitwisseling met DUO met betrekking tot de jaarstukken. Het is noodzakelijk dat de instellingsaccountant op de hoogte is van de inhoud van deze brief.
6.2. Onderzoek bekostigingsgegevens
6.2.1. Object van onderzoek
1 juli 2023
De bekostigingsgegevens bepalen in belangrijke mate de hoogte van de rijksbijdrage. Het is daarom van groot belang dat de instellingsaccountant primair de juistheid van de definitieve bekostigingsgegevens vaststelt. De instellingsaccountant geeft daarover een assurance-rapport af.
De instellingsaccountant richt het onderzoek zodanig in dat onjuistheden groter dan 2% (per soort gegevens) worden ontdekt. Uiteraard moeten alle geconstateerde fouten, ongeacht het materiële belang, worden gecorrigeerd.
Indien dit begrip voor het gebruik van statistische technieken gekwantificeerd moet worden, betekent dit een betrouwbaarheid van 95 procent.
Het voor de bekostiging relevante soort gegeven van de onderwijsinstellingen betreft:
Voor zijn onderzoek maakt de instellingsaccountant gebruik van de volgende informatie:
6.2.2. Omvang werkzaamheden van de instellingsaccountant
1 december 2021
De instellingsaccountant voert een risicoanalyse uit en legt zijn bevindingen en conclusie vast in zijn dossier. Hierin wordt minimaal aandacht besteed aan alle toetsingspunten (zoals benoemd in paragraaf 6.2.3 minimale werkzaamheden onder de werkzaamheden voor studenten per 1-10-2023) en moet per toetsingspunt duidelijk zijn of er al dan niet sprake is van een significant risico.
De instellingsaccountant betrekt in deze risicoanalyse onder andere Standaard 240.
De werkzaamheden verricht door een interne controle afdeling van de instelling kunnen niet de door de instellingsaccountant te verrichten werkzaamheden vervangen. De werkzaamheden van de interne controle afdeling maken onderdeel uit van de interne beheersingsstructuur van het onderzoeksobject.
De instellingsaccountant definieert indien mogelijk op grond van zijn risicoanalyse afzonderlijke onderzoekpopulaties binnen de relevante soorten gegevens, zoals genoemd in paragraaf 6.2.1. Dit betekent dat delen van een populatie op grond van de risicoanalyse van de instellingsaccountant ofwel systeemgericht (steunen op IB) ofwel gegevensgericht onderzocht kunnen worden. Dit kan per toetsingspunt verschillend zijn.
Indien de instellingsaccountant gebruik maakt van afzonderlijke onderzoekpopulaties bij het relevante soort gegeven studenten per 1-10-2023, dan wordt in ieder geval een afzonderlijke onderzoekpopulatie gedefinieerd voor nieuwe inschrijvingen kort voor 1-10-2023 en voor uitschrijvingen kort na 1-10-2023. Het risico van deze afzonderlijke onderzoekpopulaties is afhankelijk van de situatie hoger of significant.
Steunen op IB (indien van toepassing per onderzoekspopulatie)
Indien de instellingsaccountant voornemens is te steunen op de effectieve werking van specifieke IB, dan dient hij deze interne beheersingsmaatregelen op werking te toetsen. Onder toepassing van de controlestandaarden (waaronder Standaard 315 en 330) is het toegestaan dit roulerend te doen (eens in de 3 controles). Interne beheersingsmaatregelen voor een risico dat significant is dienen in de lopende controleperiode getoetst te worden.
Om vast te stellen of de instellingsaccountant kan steunen op de aanwezige IB dient hij werkzaamheden uit te voeren gericht op de opzet, het bestaan en de effectieve werking van de interne beheersingsmaatregelen. De omvang van deze toetsing is afhankelijk van de frequentie van de betreffende maatregel en kan dan ook per maatregel verschillend zijn. De instellingsaccountant voert per interne beheersingsmaatregel minimaal de volgende omvang proceduretesten uit:
Uit de vastlegging van deze werkzaamheden moet blijken welke relevante risico’s en toetsingspunten (zoals benoemd in paragraaf 6.2.3. minimale werkzaamheden onder de werkzaamheden voor studenten per 1-10-2023) door de betreffende IB maatregel zijn afgedekt.
Indien bij het onderzoek gesteund wordt op geautomatiseerde gegevensverwerking, dan dient de betrouwbaarheid hiervan vastgesteld te worden. Indien vastgesteld kan worden dat er gedurende de onderzoeksperiode geen wijzigingen zijn geweest in die geautomatiseerde gegevensverwerking met een mogelijke impact op de te onderzoeken toetsingspunten (dit moet uit het onderzoekdossier van de instellingsaccountant blijken) dan kan volstaan worden met 1 (lijncontrole) test.
Indien de instellingsaccountant naar aanleiding van de risicoanalyse en de uitgevoerde werkzaamheden met betrekking tot de werking van de IB tot de conclusie komt dat hij kan steunen op de goede werking van de IB, dient in het onderzoeksdossier vast te liggen op grond waarvan de instellingsaccountant tot deze conclusie komt.
Ongeacht de inschatting van risico’s op een afwijking van materieel belang dient de instellingsaccountant gegevensgerichte controles op te zetten en uit te voeren voor alle soorten relevante gegevens zoals genoemd in paragraaf 6.2.1.
Tot de gegevensgerichte werkzaamheden worden NIET de bij de toetsing van de werking van de IB uitgevoerde werkzaamheden gerekend.
Indien de instellingsaccountant op grond van zijn verrichte werkzaamheden tot de conclusie komt dat hij kan steunen op de effectieve werking van de IB, kan de instellingsaccountant zijn gegevensgerichte werkzaamheden (per soort gegeven) beperken tot:
Bij de verdeling van het aantal uit de tabel houdt de instellingsaccountant rekening met zijn risico inschatting. Het ligt voor de hand de werkzaamheden te richten op meer risicovolle records. Per gekozen record dienen alle toetsingspunten geraakt te worden.
Als bij de beperkte gegevensgerichte werkzaamheden fouten door de instellingsaccountant worden geconstateerd, wordt het onderzoek uitgebreid naar een onderzoek met een omvang op grond waarvan een uitspraak over de gehele massa kan worden gedaan (statistisch bepaalde steekproef omvang).
Indien de uitkomst van de risicoanalyse aangeeft dat de instellingsaccountant NIET kan steunen op de aanwezige IB of bij een gegevensgerichte onderzoeksaanpak, wordt gebruik gemaakt van een statistisch bepaalde steekproef omvang.
Indien de instellingsaccountant geen toetsing van de interne beheersingsmaatregelen uitvoert, kan zijn risico-inschatting van de effectieve werking van de interne beheersingsmaatregelen niet worden verlaagd (standaard 530) bij de bepaling van de omvang van de steekproef.
In geval van een statistische steekproef dient minimaal in het onderzoeksdossier van de instellingsaccountant aanwezig te zijn:
Bij de bepaling van de omvang van de gegevensgerichte werkzaamheden per gedefinieerde onderzoekpopulatie hanteert de instellingsaccountant op basis van Standaard 530 (bijlage 4) de volgende minimum aantallen indien geen fouten worden verwacht en aangetroffen:
Indien de berekening van de ‘populatie/aantal keer materialiteit’ uitkomt op een getal tussen twee opgenomen waarden in de tabel, dan moet altijd naar boven afgerond worden om op de toe te passen regel uit te komen.
Indien fouten worden aangetroffen dienen deze in overeenstemming met Standaard 450 te worden geëvalueerd en aanvullende werkzaamheden te worden bepaald om voldoende zekerheid te verkrijgen over de betreffende populatie.
In geval van een steekproef op basis van bovenstaande tabel dient minimaal in het onderzoekdossier van de instellingsaccountant aanwezig te zijn:
6.2.3. Minimale werkzaamheden
1 december 2023
De instellingsaccountant stelt vast dat:
Studenten per 1-10-2023
Van de ingeschreven studenten per 1 oktober 2023, stelt de instellingsaccountant vast dat:
Aanvullende werkzaamheden BPV-overeenkomsten.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft eerder geoordeeld dat indien uit gegevens blijkt dat sprake is van overeenstemming gericht op het volgen van onderwijs of beroepspraktijkvorming (BPV) en daadwerkelijk het onderwijs of de BPV is genoten, bij het niet aanwezig zijn van een schriftelijke overeenkomst of het ontbreken van een handtekening daarop sprake is van het niet-naleven van de vormvoorschriften. Bij het niet-naleven van vormvoorschriften wordt de terugvordering van het volledige bedrag aan teveel betaalde bekostiging niet redelijk geacht. In dat kader is het niet passend om aan de instellingsaccountant te vragen een bekostigde inschrijving bij het niet tijdig aanwezig zijn van een ondertekende onderwijsovereenkomst en/of een BPV-overeenkomst per definitie als niet rechtmatig voor de bekostiging aan te laten merken.
Indien een tijdig ondertekende BPV-overeenkomst ontbreekt, dan hoeft de bekostigde inschrijving niet per definitie fout gerekend te worden. Hieronder wordt per gebrek aangegeven wat van de instellingsaccountant in zo’n geval wordt gevraagd.
Indien voor een bekostigde BBL-student geen tijdig ondertekende BPV-overeenkomst aanwezig is, dan hoeft de bekostigde student niet als fout aangemerkt te worden als de instellingsaccountant op andere wijze heeft vastgesteld dat de betreffende student wel daadwerkelijk deelneemt aan de BPV en aan de overige bekostigingsvereisten voldoet.
De instellingsaccountant stelt vast dat het door het bevoegd gezag ondertekende formulier overeenkomt met het formulier waarbij hij zijn assurance-rapport verstrekt en waarmerkt deze.
6.3. Assurance-rapporten
1 december 2022
Als de instellingsaccountant op grond van zijn bevindingen een ander dan een goedkeurend assurance-rapport afgeeft, moet hij een afwijkende tekst hanteren. Zie hiervoor Standaard 3000A vanaf paragraaf 74 van de Nadere voorschriften Controle- en overige standaarden (NV COS) van de NBA.
1 juli 2023
Voorgeschreven tekst voor het goedkeurende assurance-rapport over de juistheid van het overzicht van de bekostigingsgegevens van instellingen die BOL en/of BBL verzorgen op grond van de WEB BES.
Assurance-rapport van de onafhankelijke accountant
Aan: Opdrachtgever
Ons oordeel
Wij hebben het [bijgevoegde en door ons gewaarmerkte] overzicht geregistreerde tellingen en het telformulier van... (naam mbo-onderwijsinstelling) te ... (zetel) per 1 oktober 2023 (hierna: de Opgave) onderzocht.
Naar ons oordeel is de Opgave van ... (naam mbo-onderwijsinstelling) in alle van materieel belang zijnde aspecten juist in overeenstemming met de van toepassing zijnde criteria.
De basis voor ons oordeel
Wij hebben ons onderzoek uitgevoerd volgens het recht dat geldt in de openbare lichamen Bonaire, Saba en Sint Eustatius, waaronder de Nederlandse Standaard 3000A ‘Assurance-opdrachten anders dan opdrachten tot controle of beoordeling van historische financiële informatie (attest-opdrachten)’. Deze opdracht is gericht op het verkrijgen van een redelijke mate van zekerheid. Onze verantwoordelijkheden op grond hiervan zijn beschreven in de sectie ‘Onze verantwoordelijkheden voor het onderzoek over de Opgave’.
Wij zijn onafhankelijk van ... (naam mbo-onderwijsinstelling) zoals vereist in de Verordening inzake de onafhankelijkheid van accountants bij assurance-opdrachten (ViO) en andere relevante onafhankelijkheidsregels in Nederland. Daarnaast hebben wij voldaan aan de Verordening gedrags- en beroepsregels accountants (VGBA).
Wij vinden dat de door ons verkregen assurance-informatie voldoende en geschikt is als basis voor ons oordeel.
Van toepassing zijnde criteria
Voor deze opdracht gelden de volgende criteria:
Beperking in gebruik en verspreidingskring
De opgave is opgesteld voor de Minister van OCW met als doel de berekening van de rijksbijdrage van 2024, als bedoeld in artikel 2.2.1., lid 1, van de wet educatie en beroepsonderwijs BES voor ... (naam mbo-onderwijsinstelling) vast te stellen.Hierdoor is de Opgave mogelijk niet geschikt voor andere doeleinden. Ons assurance-rapport is derhalve uitsluitend bestemd voor ... (naam mbo-onderwijsinstelling) en de Minister van OCW en dient niet te worden verspreid aan of te worden gebruikt door anderen.
Verantwoordelijkheden van het bestuur voor de Opgave
Het bestuur is verantwoordelijk dat de Opgave in overeenstemming is met de van toepassing zijnde criteria.
Het bestuur is ook verantwoordelijk voor een zodanige interne beheersing als het noodzakelijk acht om het opstellen van de Opgave mogelijk te maken zonder afwijkingen van materieel belang als gevolg van fraude of fouten.
Onze verantwoordelijkheden het onderzoek over de Opgave
Onze verantwoordelijkheid is het zodanig plannen en uitvoeren van ons onderzoek dat wij daarmee voldoende en geschikte assurance-informatie verkrijgen voor het door ons af te geven oordeel.
Ons onderzoek is uitgevoerd met een hoge mate maar geen absolute mate van zekerheid waardoor het mogelijk is dat wij tijdens ons onderzoek niet alle materiële fouten en fraude ontdekken.
Wij passen de ‘Nadere voorschriften kwaliteitssystemen’ (NVKS) toe. Op grond daarvan beschikken wij over een samenhangend stelsel van kwaliteitsbeheersing inclusief vastgelegde richtlijnen en procedures inzake naleving van ethische voorschriften, professionele standaarden en andere relevante wet- en regelgeving.
Ons onderzoek bestond onder andere uit:
Plaats en datum
... (naam accountantspraktijk)
... (naam accountant)
[Paraaf voor waarmerkingsdoeleinden:]
7. Onderwijslinks
1 december 2020
8. Lijst met afkortingen
1 december 2022
Bijlage I. Kader financiële rechtmatigheid onderwijswet- en regelgeving OCW BES 2023
Bijlage II
Stroomschema bekostigingsonderzoek
Geen deelpopulatie per soort gegeven
Wel deelpopulaties per soort gegeven (per deelpopulatie)
Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.