Besluit van de Minister voor Rechtsbescherming van 21 februari 2024, nr. BOACAT2023/085, strekkende tot aanwijzing van buitengewoon opsporingsambtenaren bij gemeente Haarlem

Type Ministeriële regeling
Publication 2026-02-26
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

Gelezen het verzoek van de gemeente Haarlem van 1 december 2023 en de adviezen van de hoofdofficier van justitie bij het arrondissementsparket Noord-Holland en de korpschef als bedoeld in artikel 27 van de Politiewet 2012 waaruit blijkt dat de noodzaak tot het wijzigen van het eerder genoemde categoriale besluit aanwezig is;

Gelet op:

artikel 142, eerste lid, aanhef en onder b en derde lid, van het Wetboek van Strafvordering;

artikel 7, negende lid, van de Politiewet 2012;

artikel 55b van het Wetboek van Strafvordering;

artikel 36, eerste lid, en artikel 41, tweede lid, van het Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar;

artikel 17, eerste lid, aanhef en onder 2, van de Wet op de economische delicten;

de Regeling domeinlijsten buitengewoon opsporingsambtenaar;

de Beleidsregels Buitengewoon Opsporingsambtenaar.

Besluit:

Artikel 1

In dit besluit wordt verstaan onder buitengewoon opsporingsambtenaar: de persoon als bedoeld in artikel 2.

Artikel 2

De personen, werkzaam in de functie van integraal handhaver of parkeerhandhaver in dienst van de afdeling Veiligheid & Handhaving van de gemeente Haarlem, zijn aangewezen als buitengewoon opsporingsambtenaar.

Artikel 3
1.

De buitengewoon opsporingsambtenaar is bevoegd tot het opsporen van de strafbare feiten behorend tot het domein I, Openbare ruimte, als genoemd in onderdeel 6.4 van de Beleidsregels Buitengewoon Opsporingsambtenaar.

2.

De opsporingsbevoegdheid, bedoeld in het eerste lid, geldt voor het grondgebied van Nederland, voor zover noodzakelijk voor een goede vervulling van de aan de functie gerelateerde taken.

3.

De buitengewoon opsporingsambtenaar vermeldt in zijn processen-verbaal en schriftelijke verslagleggingen het in het eerste lid genoemde domein.

Artikel 4

Op grond van dit besluit kunnen maximaal 120 personen als buitengewoon opsporingsambtenaar worden beëdigd.

Artikel 5
1.

Als toezichthouder als bedoeld in artikel 36 van het Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar is aangewezen de hoofdofficier van justitie bij het arrondissementsparket Noord-Holland.

2.

Als direct toezichthouder als bedoeld in artikel 36 van het Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar is aangewezen de korpschef als bedoeld in artikel 27 van de Politiewet 2012.

Artikel 6

De buitengewoon opsporingsambtenaar kan de in artikel 7, lid 1 van de politiewet 2012, artikel 7, lid 3 van de Politiewet 2012 omschreven bevoegdheden uitoefenen met gebruikmaking van het vrijheidsbeperkend middel handboeien en het geweldsmiddel korte wapenstok.

De gebruikmaking van het geweldsmiddel korte wapenstok wordt toegekend tot 2 april 2027.

Artikel 7
1.

De gemeente Haarlem brengt jaarlijks, voor 1 april, verslag uit over:

2.

Dit verslag wordt toegezonden aan de in artikel 5 bedoelde toezichthouder en direct toezichthouder en aan het Ministerie van Justitie en Veiligheid, Justis, afdeling V&T, postbus 20300, 2500 EH Den Haag.

Artikel 8

De op naam gestelde akten van beëdiging en de overige benoemingsbescheiden, afgegeven mede op basis van het in artikel 9 genoemde besluit, worden geacht mede te zijn afgegeven op basis van dit besluit.

Dit artikel brengt geen wijziging in de resterende looptijd van de afgegeven aktes.

Artikel 9

Het Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar gemeente Haarlem 2019 van 21 februari 2019, nr. BOACAT2019/009 zal vervallen op 8 maart 2024.

Dit besluit treedt in werking met ingang van 8 maart 2024 en vervalt met ingang van 8 maart 2029.

Artikel 10

Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar gemeente Haarlem 2024.

Dit besluit zal in de Staatscourant worden geplaatst.

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.